Abdij Maria Toevlucht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deel van de serie over
kloosters
en het christelijke monastieke leven

Monnik

De abdij Maria Toevlucht is een trappistenabdij die zich bevindt tussen Zundert en Schijf voorbij natuurgebied de Moeren.

Geschiedenis[bewerken]

De abdij vindt haar oorsprong in de Franse seculariseringspolitiek die zich afspeelde op het einde van de 19de eeuw. Deze politiek dreigde met name de contemplatieve kloosters met uitzetting. Dit gold ook voor de monniken van de Abdij op de Katsberg te Godewaarsvelde en dezen stichtten als gevolg hiervan in 1881 de Abdij Koningshoeven in Tilburg.

Gezien de situatie in Frankrijk wilde men nog meer kloosters stichten en in 1897 kreeg de abdij Koningshoeven door Anna Catharina van Dongen een stuk grond aangeboden nabij Zundert. Dit was gelegen in het destijds moerassige gebied "De Moeren", halverwege Zundert en Rucphen.

Enkele monniken uit Koningshoeven begonnen hier in 1899 met de bouw van een nieuw klooster. De voorlopige kapel hiervan werd op 24 mei 1900 ingewijd. Er waren toen twaalf monniken. De naam "Maria Toevlucht" werd gekozen omdat de priorij feitelijk een toevluchtsoord zou moeten worden voor het geval de Franse trappisten verbannen zouden worden. In feite is het nooit zover gekomen.

Op 22 juni 1909 moesten de monniken het gebouw echter verlaten omdat er grote moeilijkheden in de moederabdij te Tilburg waren ontstaan. Ze vonden onderdak in de Abdij van Westmalle. Het nieuwe klooster dreigde opgeheven te worden, maar door Maria Ullens de Schooten uit Antwerpen werd de jonge stichting van de ondergang gered en kon er een begin gemaakt worden met de bouw van de kloosterkerk en een vleugel van het definitieve kloostercomplex. De kloostergemeenschap groeide gestaag en trok veel jonge mensen aan.

Op 14 september 1934 werd de priorij tot abdij verheven en Dom Nivardus Muis werd de eerste abt. Hij werd opgevolgd door Dom Alfonsus van Kalken en in 1958 door Dom Emmanuel Schuurmans. Met het aantreden van deze laatste abt werd een begin gemaakt met een reeks vernieuwingen die onder het langdurige bestuur van Dom Jeroen Witkam (1967-2001) verder werden doorgezet. Zo gingen de monniken in 1975 over tot de invoering van het Nederlands als liturgische taal en kozen ze voor de psalmvertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde.

Vanaf de jaren 70 van de 20e eeuw werd, onder invloed van dezelfde abt, Dom Jeroen Witkam, begonnen met de beoefening van Zen-meditatie.

Na een periode van weinig intredingen in de jaren 80 van de 20e eeuw, zijn er sedert de jaren 90 weer een aantal jonge monniken ingetreden zodat de abdij kon blijven voortbestaan.

In 1998 werd gestopt met de intensieve melkveehouderij en overgegaan op biologische bedrijfsvoering. Onder abt Dom Wiro Fagel (2001-2007) vond een ingrijpende renovatie van de gebouwen plaats, waarvan het meest opvallende het nieuwe gastenhuis en poortgebouw is. Sinds 2007 is het bestuur in handen van abt Dom Daniël Hombergen.

Heden[bewerken]

De abdij is gelegen in een rustig buitengebied, omringd door bossen en natuurgebieden. De gemeenschap telt op dit ogenblik 20 monniken. Hun leven wordt gekenmerkt door stilte, bezinning en gebed. Tal van gasten bezoeken jaarlijks de abdij. Voor hen is een gastenverblijf ingericht dat voldoet aan de eisen van de moderne tijd.

Brouwerij[bewerken]

In 2009 was het niet meer mogelijk de veehouderij voort te zetten. Er werd besloten een brouwerij te starten; de bouw begon in oktober 2012 en werd juni 2013 voltooid. Begin december 2013 kwam het Zundert trappistenbier op de markt. Het is na La Trappe van Abdij Koningshoeven het tweede Nederlandse trappistenbier.

Literatuur[bewerken]

In 1950 verscheen van de hand van Godfried Bomans Een halve eeuw Trappistenleven, een boek over deze abdij. Een tweede druk volgde in 1958. De derde druk (Elsevier 1973) was een grondige herziening van dit boek en kreeg de titel mee Trappistenleven, kroniek van een abdij. De inleiding is van Kees Fens, die een kritische noot plaatste over de vrijheid die Bomans als kroniekschrijver zich hier en daar permitteerde: "...stukken waarin de vrije taal het wint van de door het onderwerp opgelegde" (p.15).

Externe link[bewerken]