Bram Peper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bram Peper
Bram Peper in 1975
Bram Peper in 1975
Algemene informatie
Naam Abraham Peper
Geboren 13 februari 1940
Partij PvdA
Politieke functies
1982-1998 Burgemeester van Rotterdam
1998-2000 Minister van Binnenlandse Zaken
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Abraham (Bram) Peper (Haarlem, 13 februari 1940) is een Nederlands socioloog en oud-politicus. Hij was burgemeester van Rotterdam en Nederlands minister van Binnenlandse Zaken en is lid van de Partij van de Arbeid (PvdA).

Jeugd en studie[bewerken]

Peper werd geboren als zoon van een metaalbewerker. Zijn vader was communist. Peper volgde de HBS-B en was van zijn zeventiende tot zijn drieëntwintigste op semi-professioneel niveau voetballer bij RCH. Hij werd enkele keren geselecteerd voor het Nederlands amateurelftal. Peper studeerde sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. In 1965 zette hij zijn studie voort aan de Noorse Universiteit te Oslo. Hij promoveerde in 1972 in politieke en sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Na zijn studie werkte hij als hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, tevens was hij adviseur van de toenmalige burgemeester van die stad André van der Louw.

Burgemeesterschap van Rotterdam[bewerken]

Op 18 maart 1982 werd Peper benoemd als burgemeester van Rotterdam. Hij was 42 jaar en daarmee een van de jongste burgemeesters van een grote stad.

Twee jaar na zijn aantreden als burgemeester - in juni 1984 - verscheen in het tijdschrift Vrij Nederland een geruchtmakend interview met Peper en zijn toenmalige vrouw door Ischa Meijer. In dit interview laten Peper en zijn toenmalige echtgenote zich negatief uit over burgers en bestuurders. Meijer heeft het interview full quote weergegeven, waardoor duidelijk werd dat Peper en zijn toenmalige echtgenote nogal beschonken waren. De dialoog die Peper en zijn vrouw voerden - en die door Ischa Meijer letterlijk werd opgetekend - werd als choquerend en arrogant ervaren. Peper moet zijn excuses maken. Niet veel later scheidden de Pepers, voor Peper volgt een periode van somberheid en fors alcoholmisbruik.

Na deze crisis en een wat stroef begin van zijn burgemeesterschap, kende Peper een zekere bloeitijd. De wederopbouw van Rotterdam naderde zijn voltooiing. Eind jaren tachtig werden als sluitstuk de lege plekken aan het Weena opgevuld met machtige wolkenkrabbers, waardoor Rotterdam een geheel nieuwe skyline kreeg.

De tweede helft van zijn tijd als burgemeester van Rotterdam ging Peper minder vlot af. Hij kwam weliswaar als winnaar uit de bus in zijn strijd tegen dominee Hans Visser en de perikelen rond Perron Nul, maar de viering van het 650-jarig bestaan van de stad werd een fiasco. In 1995 lijdt Peper een gevoelige nederlaag in het referendum over de opdeling van de stad ten gunste van een nieuw te vormen stadsprovincie. Bijna 90 procent van de stemmers verwierp het plan, waarna het wetsvoorstel stilletjes werd ingetrokken (zie ook het artikel over de geschiedenis van Rotterdam). Peper had fors ingezet op de stadsprovincie, maar de inwoners van Rotterdam dachten daar duidelijk anders over. Overigens zouden stadsprovincies nooit erg populair worden onder de bevolking, omdat elke stad of elk dorp zijn eigen identiteit wil behouden.

Ook de benoeming van een nieuwe korpschef verliep niet gladjes. Peper liet zijn oog vallen op de ex-landmachtgeneraal Brinkman, om de gesloten politiecultuur te doorbreken. Het werd geen succes en na een jaar was het Brinkman door alle conflicten onmogelijk verder te functioneren.

Bij zijn afscheid werd in 1998 aan Peper de Van Oldenbarneveltpenning toegekend; dit is de hoogste gemeentelijke onderscheiding van de stad Rotterdam. Peper heeft de penning in 2001 teruggestuurd naar aanleiding van de bonnetjesaffaire (zie hierna).

In oktober 2003 maakte Peper bekend in 2006 als gekozen burgemeester in Rotterdam te willen terugkeren. Aangezien het voorstel om voortaan met gekozen burgemeesters te werken is afgewezen, is van dit plan niets terechtgekomen.

Ministerschap[bewerken]

Vanaf 3 augustus 1998 was Peper minister van Binnenlandse Zaken van het Kabinet Kok II. Vanaf september 1999 verschenen in de media echter diverse berichten over Pepers declaraties uit zijn burgemeestersperiode die niet correct zouden zijn geweest, een geheim burgemeesterspotje waaruit onterechte betalingen zouden zijn verricht, privégebruik van het schip de Nieuwe Maze, en horkerig gedrag tegenover personeel. Het werd duidelijk dat Peper in zijn laatste jaren als burgemeester weinig vrienden had gemaakt op het stadhuis in Rotterdam.

Op 13 maart 2000 trad Peper af als minister, volgens eigen zeggen om het openbaar bestuur niet te belasten en om zich beter tegen de aantijgingen te kunnen verweren.[1] Op 15 maart 2000 maakte Peper zijn declaraties openbaar via Internet. Op 17 maart verschijnt het rapport van de Rotterdamse Commissie tot Onderzoek van de Rekening, waarin wordt gesteld dat Peper niet juist heeft gedeclareerd. Dit rapport is aanleiding tot een twee jaar durende juridisch strijd die uiteindelijk in het voordeel van Peper wordt beslecht.

De bonnetjesaffaire[bewerken]

De bonnetjesaffaire begon te rollen in september 1999 toen Radio Rijnmond meldde dat er sprake zou zijn van fraude binnen het Rotterdamse stadhuis. Ook voormalig burgemeester Bram Peper werd genoemd. Het zou gaan om valselijk declareren van reizen, diners, kleding, cadeaus en het privégebruik van de dienstauto en het partyschip van het Gemeentelijk Havenbedrijf. De Commissie tot Onderzoek van de Rekening van de gemeente Rotterdam stelde een onderzoek in naar het declaratiegedrag van Peper in de periode 1986-1998. Dit onderzoek werd uitgevoerd door accountants van KPMG. KPMG constateerde dat Peper voor 64.000 gulden ten onrechte zou hebben gedeclareerd. Voor deze fraude zou Peper ook door het OM vervolgd worden. Peper legt zich niet neer bij de conclusies van KPMG en vecht het rapport aan.

Een lange juridische strijd volgde. Aanvankelijk zocht Peper, tevergeefs, steun bij de PvdA. In 2003 zei hij daarover: "Ik was duidelijk geen prioriteitsaandeel meer. Je bent politiek dood, en dan moet je in je graf blijven liggen." Het OM kwam tot een andere conclusie dan KPMG en de gemeente Rotterdam. Het achtte bewezen dat Peper in de periode 1986 - 1998 7.500 gulden incorrect had gedeclareerd. Nadat Peper dit bedrag had teruggestort, eindigde het strafrechtelijk onderzoek. Op 13 december 2000 liet het OM weten dat het Peper niet verder zou vervolgen. Peper was toen al een zaak tegen KPMG begonnen. Hij stelde dat het onderzoek van KPMG suggestief was en niet daadwerkelijk met bewijzen kwam.

Peper klaagde KPMG aan bij de Raad van Tucht voor accountants. Deze tuchtraad vond drie klachten van Peper gegrond, omdat KPMG feiten over declaraties onjuist gepresenteerd zou hebben. De feiten zelf werden niet betwist. KPMG en Peper namen geen genoegen met het oordeel van de tuchtraad en stapten naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Het oordeel van het College was verstrekkender dan het oordeel van de tuchtraad. Het College vond dat KPMG deels onjuiste feiten had gepubliceerd. Ook was KPMG ernstig tekortgeschoten door geen extra onderzoek te doen toen kort na publicatie van het rapport bleek dat ze niet over alle informatie beschikten. Ook handelde KPMG onjuist door zonder onderbouwing feiten te stellen om vervolgens het tegenbewijs aan Peper te laten. Volgens het College kon die onmogelijk in staat worden geacht zich op detailniveau te verantwoorden voor declaraties van dertien jaar. Van het rapport bleef niets overeind, de KPMG-accountants kregen een schriftelijke berisping.

Hiermee was Peper juridisch gerehabiliteerd. In maart 2003 kwamen Peper en KPMG een schikking overeen, waarbij KPMG Peper een forse schadevergoeding betaalde. Hoe hoog het bedrag was, is niet bekend. Wel is bekend dat Peper in aanvang zevenduizend gulden heeft gevraagd. Naar aanleiding van de bonnetjesaffaire is Peper gebrouilleerd geraakt met het gemeentebestuur van Rotterdam en zijn opvolger Ivo Opstelten.

In 2001 verscheen het boek 'Afrekenen met Peper' van de onderzoeksjournalisten Bas Soetenhorst en Michiel Zonneveld bij uitgeverij Van Gennep. Hun conclusie luidt dat het onderzoek van KPMG te suggestief was en Peper ten onrechte in een kwaad daglicht stelt, feitelijke bewijzen zijn er niet of nauwelijks. Wel maken zij gewag van het feit dat er binnen de gemeente Rotterdam een cultuur was ontstaan waarbinnen geen vragen gesteld werden over declaratiegedrag van het bestuur. Hierdoor werden bestuurders niet gecontroleerd. Ze stellen dat Peper mede debet is geweest aan het ontstaan van deze cultuur.

Hoogleraar Nyenrode[bewerken]

Per 1 mei 2002 werd Peper benoemd tot hoogleraar Public Management aan Universiteit Nyenrode te Breukelen. Eind mei 2004 nam Peper ontslag bij Nyenrode omdat de directie van Nyenrode weigerde een driedaagse studiereis naar de Europese Unie in Brussel te vergoeden. Deze reis wilde Peper maken met zijn studenten.

Huwelijk met Neelie Kroes[bewerken]

In 1990 ontmoette Peper Neelie Kroes. De vriendschap nam hechte vormen aan en in 1991 huwde Peper met Kroes, de voormalige VVD-minister van Verkeer en Waterstaat. Voor Peper was dit zijn derde huwelijk, voor Kroes het tweede. Ze verschenen regelmatig tezamen in de media en praatten vol lof over elkaar en hun relatie. Begin 2003 besloten Peper en Kroes echter gescheiden te gaan leven, hetgeen later dat jaar uitmondde in een echtscheiding. De bonnetjesaffaire had haar tol geëist. In 2008 vertelde Bram Peper in een interview met Sven Kockelmann op de internetzender Het Gesprek dat hij en Kroes geen contact meer onderhielden. In dit interview vertelde Peper ook dat hij de bonnetjesaffaire eigenlijk nooit te boven is gekomen. Zijn naam is juridisch weliswaar gezuiverd, maar zijn reputatie is naar de maan. Van de PvdA heeft hij in die periode, zo vertelde hij, weinig steun mogen ontvangen.[2]

Vriendschap met Gerard Reve[bewerken]

Vanaf 1987 correspondeerde Peper jarenlang met de Nederlandse schrijver Gerard Reve. Een selectie uit deze correspondentie is gebundeld als 'Brieven aan Bram P. 1987-1999' en verscheen in 2003 bij de De Bezige Bij.

Overige[bewerken]

Bram Peper was voorzitter van het Iran Comité - dat met bezorgdheid de islamitisch-revolutionaire regering in voormalig Perzië volgt. Hierin werkte Peper samen met Ronny Naftaniël van het CIDI en met jongerenorganisatie PerspectieF (CU).[3]

Biografie[bewerken]

In oktober 2010 verscheen Pepers biografie, geschreven door oud-huisarts Henk van Osch en getiteld Bram Peper. Man van contrasten [4].

Trivia[bewerken]

  • In zijn lied "Druk, Druk, Druk" refereert cabaretier Youp van 't Hek aan de bonnetjesaffaire van Peper: "En ik ben nog lang niet binnen, oh het leven is niet fair, ik declareer als peper en zo word ik miljonair."

Bibliografie (selectie)[bewerken]

  • Een dolend land: Over de politieke architectuur van Nederland
  • Over klefheid en lafheid: Waarheidsvinding, personalisme en consumentisme
  • Vorming van welzijnsbeleid: Evolutie en evaluatie van het opbouwwerk (proefschrift), 1972

Literatuur[bewerken]

  • Henk van Osch Bram Peper. Man van contrasten, uitgeverij Boom (2010)

Externe links[bewerken]

Voorganger:
André van der Louw
Burgemeester van Rotterdam
16 maart 1982 - 3 augustus 1998
Opvolger:
Ivo Opstelten
Voorganger:
Hans Dijkstal
Minister van Binnenlandse Zaken
3 augustus 1998 - 13 maart 2000
Opvolger:
Klaas de Vries
Bronnen, noten en/of referenties
  1. [1] Interview Vrij Nederland, juli 2003
  2. [2] Interview in Vrij Nederland over de bonnetjesaffaire, juli 2003
  3. PerspectieF in Iran-Comité. Perspectief, 2009
  4. Recensie NRC Handelsblad