Job Cohen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Job Cohen
Job Cohen in 2010
Job Cohen in 2010
Algemene informatie
Naam Marius Job Cohen
Geboren 18 oktober 1947 in Haarlem
Partij PvdA (vanaf 1967)
Titulatuur Prof. mr. dr. dr.h.c.
Politieke functies
1993-1994 Staatssecretaris van Onderwijs
1995-1998 Lid Eerste Kamer
1998-2001 Staatssecretaris van Justitie
2001-2010 Burgemeester van Amsterdam
2010-2012 Politiek leider PvdA
2010-2012 Lid Tweede Kamer
2010-2012 Fractievoorzitter
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Marius Job Cohen (Haarlem, 18 oktober 1947) is een Nederlandse jurist die hoogleraar en politicus was. Hij was burgemeester van Amsterdam van 15 januari 2001 tot en met 12 maart 2010. Bij de Partij van de Arbeid was hij van 25 april 2010 tot en met 20 februari 2012 politiek leider. Hij was van 10 juni 2010 tot en met 28 februari 2012 lid van de Tweede Kamer en tot en met 20 februari 2012 PvdA-fractievoorzitter.[1].

Cohen bracht zijn middelbare schooltijd door op het Stedelijk Gymnasium Haarlem en voltooide in 1971 zijn rechtenstudie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij werkte daarna circa twaalf jaar bij de Universiteit Maastricht, waar hij de rechtenfaculteit opzette, hoogleraar methoden en technieken werd en later rector magnificus.

In 1993 werd hij voor korte tijd staatssecretaris van Onderwijs in het kabinet-Lubbers III. Vanaf 1994 zat hij in de Eerste Kamer en in 1998 werd hij in het kabinet-Kok II wederom staatssecretaris, ditmaal van Justitie. Eind 2000 trad hij terug als staatssecretaris, om begin 2001 aan te treden als burgemeester van de gemeente Amsterdam. Op 12 maart 2010 werd bekend dat Cohen zich na het vertrek van PvdA-partijleider Wouter Bos kandidaat stelde als nieuwe PvdA-partijleider. Hij trad terstond terug als burgemeester. Op 25 april 2010 werd Cohen bij enkelvoudige kandidaatsstelling verkozen. Op 20 februari 2012 gaf hij zijn functie als fractievoorzitter en politiek leider van de PvdA op. Tegelijkertijd maakte hij zijn vertrek uit de Tweede Kamer bekend. Dat vond plaats op 28 februari 2012, de eerste dag dat de Tweede Kamer na het krokusreces bijeen kwam.[2][3].

Biografie[bewerken]

Cohen is de tweede zoon van Dolf Cohen en Hetty Koster, beiden historici. Zijn ouders waren vrijzinnig-joods. Ze verloofden zich in 1940, maar moesten apart van elkaar onderduiken en zagen elkaar pas terug na de Tweede Wereldoorlog. Cohens grootouders van vaderszijde kwamen in de oorlog om in concentratiekamp Bergen-Belsen. Hij groeide op in Heemstede, en volgde het Stedelijk Gymnasium Haarlem van 1960 tot 1966. Zijn vader was in die tijd hoogleraar, en later Rector magnificus aan de Leidse universiteit. Cohen werd op 1 september 1967 lid van de Partij van de Arbeid en vervulde tal van bestuursfuncties in de partij-organisatie.

Academische loopbaan[bewerken]

Cohen studeerde rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen van 1966 tot 1971. Gedurende zijn studie was hij actief lid van het Groninger Studenten Corps "Vindicat atque Polit" en het Groninger Studentenmuziekgezelschap "GSMG Bragi". Hij was bij Vindicat actief als redacteur van de Groninger Studenten Almanak. Van 1 september 1971 tot 1 september 1981 was hij wetenschappelijk medewerker bij het Bureau Onderzoek van Onderwijs aan de Rijksuniversiteit Leiden. In juni 1981 promoveerde hij aan deze universiteit in de rechtsgeleerdheid op het onderwerp "studierechten in het wetenschappelijk onderwijs"

Cohen was vanaf 1 september 1981 verbonden aan de Universiteit Maastricht, als wetenschappelijk hoofdmedewerker, en voorzitter van de commissie die de oprichting van een juridische faculteit voorbereidde. Op 1 september 1983 werd Cohen hoogleraar methoden en technieken aan de juridische faculteit; per 1 januari 1991 was hij tevens Rector magnificus.

Staatssecretariaat[bewerken]

Op 2 juli 1993 werd hij staatssecretaris van Onderwijs in het Kabinet-Lubbers III, toen Jacques Wallage na de val van Elske ter Veld doorschoof naar Sociale Zaken. Een jaar later liep de termijn van dit ministerie af, en Job Cohen keerde terug op zijn post in Maastricht. Wel hield hij als lid van de Eerste Kamer voeling met het landsbestuur.

Cohen begon een sabbatsjaar op 1 januari 1998, maar nam reeds in februari van dat jaar een functie op zich: hij werd interim-directeur van de VPRO, tot 15 augustus van dat jaar. Op 3 augustus zegde hij zijn lidmaatschap van de Eerste Kamer op omdat hij staatssecretaris van Justitie werd in het Kabinet-Kok II, voornamelijk voor Vreemdelingenzaken. In die hoedanigheid was hij verantwoordelijk voor de nieuwe Vreemdelingenwet, die de toelating van vluchtelingen moest beperken tot de "echte gevallen".

Burgemeesterschap[bewerken]

Cohen bij het burgemeestersdebat tussen de 4 grote steden

Eind 2000 werd bekend dat Cohen Schelto Patijn zou opvolgen als burgemeester van de gemeente Amsterdam. Op 31 december 2000 trad hij terug als staatssecretaris, om op 15 januari 2001 benoemd te worden als burgemeester. "Persoonlijk hoogtepunt" heel vroeg in zijn burgemeesterschap was het sluiten van het eerste homohuwelijk op 1 april 2001. Een belangrijke feestelijke gebeurtenis was het burgerlijk huwelijk van kroonprins Willem-Alexander en prinses Máxima, dat Cohen op 2 februari 2002 in de grote zaal van de Beurs van Berlage sloot.

Op 26 november 2002 sprak Cohen in het groot auditorium van de Universiteit Leiden de Cleveringa-lezing uit.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2003 werd Job Cohen gevraagd om eventueel minister-president te worden, als de PvdA als winnaar van de verkiezingen uit de bus zou komen. Dat gebeurde echter niet, en Cohen bleef aan als burgemeester.

Een dieptepunt was de moord op Theo van Gogh, op 2 november 2004. Cohen sprak 's avonds tijdens een herdenkingsmanifestatie op de Dam, hoewel de columnist bij leven vaak felle kritiek had geuit op Cohen. Bij de uitvaartdienst enkele dagen later was Cohen in eerste instantie niet uitgenodigd, maar hij kreeg na overleg met de familie van Van Gogh een plek achterin de zaal.

Op 27 januari 2006 maakte Cohen bekend beschikbaar te zijn voor een tweede termijn als burgemeester van Amsterdam. De gemeenteraad van Amsterdam heeft Cohen ook genomineerd voor deze tweede termijn.

Cohen eindigde in 2006 als tweede bij de World Mayor Award 2006, na John So van Melbourne.

Politiek leider PvdA[bewerken]

Wouter Bos, Wim Kok en Job Cohen in 2011, op de 65e verjaardag van de PvdA

Op vrijdag 12 maart 2010 stelde Job Cohen zich tijdens een persconferentie officieel kandidaat voor het lijsttrekkerschap van de PvdA.[4] Dit deed hij nadat Wouter Bos zich had teruggetrokken en Cohen naar voren schoof als opvolger. Cohen kondigde aan per direct zijn functie als burgemeester van Amsterdam neer te leggen.[5] Omdat Cohen hiermee ook kandidaat is voor de functie van minister-president werden nog dezelfde dag twee peilingen gehouden waaruit bleek dat hij onder het Nederlandse electoraat favoriet is als toekomstig minister-president. Volgens de peiling van het Opiniepanel van EenVandaag krijgt Cohen 52 procent, op afstand volgden Balkenende en Wilders met respectievelijk 17 en 15 procent. De cijfers van Maurice de Hond waren als volgt, Cohen 55 procent, Balkenende 25, Wilders 17.[6] Maurice de Hond deed voorts een peiling naar de positie van de politieke partijen tegen het licht van de Tweede Kamerverkiezingen 2010 van 9 juni 2010. De PvdA bleek door de komst van Cohen met twaalf zetels gestegen in de peilingen naar 27 zetels, waardoor de PvdA op 14 maart 2010 in de peilingen de grootste partij van Nederland was.[7]

Na de Tweede Kamerverkiezingen 2010 behaalde de PvdA 30 zetels, één zetel minder dan de grootste partij, de VVD van Mark Rutte. Hierdoor is het niet aan de PvdA om als eerste coalitieonderhandelingen te starten, iets wat voor Cohen heel belangrijk was om een rechts kabinet te voorkomen. Op 11 juni 2010 ging Job Cohen langs bij koningin Beatrix om haar te adviseren wat te doen met de verkiezingsuitslag. Nadat gesprekken voor een centrum-rechts kabinet waren vastgelopen, werd er onderhandeld over een zogenaamd paars-plus kabinet, met VVD, PvdA, D66 en GroenLinks. Deze formatiepoging mislukte, waarna nog geprobeerd werd een centrum kabinet van VVD, PvdA en CDA te formeren. Ook deze poging mislukte omdat Cohen geen heil zag in deze samenwerking. Cohen wilde dit alleen als D66 en GroenLinks zouden aanschuiven, maar die voelden daar niets voor. Onder informateur Ruud Lubbers werd gezocht naar een coalitie bestaande uit VVD, PVV en CDA. Deze poging was succesvol en voor VVD-leider Rutte was deze optie nu nog de enige optie. Rutte gaf aan dat Cohen "krokodillentranen huilde" en dat hij "de vroedvrouw van het minderheidskabinet" was. Cohen ontkende dit, en gaf aan dat Rutte aan zijn eigen "piketpalen" vasthield en steeds te kennen gaf dat een coalitie met de PVV en het CDA voor hem de voorkeur had. Het kabinet-Rutte I werd beëdigd op 14 oktober 2010, bestaande uit de VVD en het CDA, met gedoogsteun van de PVV. Hiermee werd de PvdA onder leiding van Cohen de grootste oppositiepartij in het parlement.

Afscheid van Cohen bij het partijcongres na het partijleiderschapsreferendum

Op 20 februari 2012 legde Cohen zijn functies als partijleider en fractievoorzitter neer[8]. Als reden gaf hij: “Bijna twee jaar geleden heb ik de overstap naar de landelijke politiek gemaakt omdat ik vanuit die positie wilde bijdragen aan een fatsoenlijke samenleving, waarin zo veel mogelijk mensen – ongeacht hun afkomst of achtergrond – tot hun recht komen. Ik moet helaas vaststellen dat ik er onvoldoende in ben geslaagd om in de politieke en media werkelijkheid van ‘Den Haag’ de weg naar deze fatsoenlijke samenleving geloofwaardig over het voetlicht te brengen". Op 28 februari 2012 verliet hij de Tweede Kamer. Voor zijn opvolging werd een referendum uitgeschreven.

Na de Tweede Kamer[bewerken]

Cohen was voorzitter van een commissie die de rellen op 21 september 2012 in Haren naar aanleiding van een oproep tot een Project X-feest onderzocht.[9] In januari 2013 werd Cohen voorzitter van de Raad van Toezicht van de OBA. [10]. Op 26 maart 2014 werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Leiden waar hij de Thorbecke-leerstoel zal bekleden.[11] Deze aanstelling richt zich met name op wetenschappelijk onderwijs en onderzoek op het gebied van lokaal en provinciaal bestuur. Per 1 mei 2014 wordt hij voorzitter van Stichting voor Vluchteling Studenten UAF [12], een stichting die hoger opgeleide vluchtelingen ondersteunt bij studie en werk in Nederland.

Verder is Cohen ook voorzitter van Cedris [13], lid van het comité van aanbeveling Ronald McDonald VU Huis/Kinderstad, ambassadeur van het Ronald McDonald Centre Only Friends.

Kritiek[bewerken]

Cohen is vaak verweten als burgemeester een softe aanpak voor te staan, en daardoor de criminaliteit en overlast van jongeren in zijn stad op zijn beloop te laten. Op 2 mei 2006 stelde minister Rita Verdonk bijvoorbeeld dat Amsterdam een bananenrepubliek lijkt te worden, waarbij ze verwees naar criminele afrekeningen in de stad, overlast van jongeren en het veiligheidsbeleid in het algemeen. Op 13 mei 2006 bleek echter uit de jaarlijkse Misdaadmeter van het Algemeen Dagblad dat Amsterdam het niet slecht deed op het gebied van veiligheid en criminaliteitsbestrijding, onder andere door een gerichte aanpak om veelplegers van straat te halen. Cohen zei hierover: "Ik heb altijd gezegd dat het een aanpak van hard én zacht is, maar op de één of andere manier blijft alleen het sociale deel hangen. Dat moet dan maar. Het is natuurlijk wel zo dat je beter kan voorkomen dat mensen afglijden en in die probleemgroep komen, dan dat je ze eruit moet halen."

Als politiek leider van de PvdA is Cohen vaak gebrek aan leiderschap verweten, ook uit zijn eigen partij.[14][15] Uit een peiling van Maurice de Hond bleek dat de Nederlandse bevolking vooral SP-leider Emile Roemer als oppositieleider zag, gevolgd door D66-voorman Alexander Pechtold.[16]

Persoonlijk[bewerken]

  • Op 2 juni 1972 trouwde hij in Groningen. Hij heeft een zoon (1980) en een dochter (1983).
  • Cohen speelt viool maar naar eigen zeggen is hij als politicus meer geslaagd.

Televisie[bewerken]

Job Cohen heeft meegespeeld in de laatste aflevering van Baantjer (De Cock en de onzichtbare moordenaar). Hij speelde daarin zichzelf (als burgemeester van Amsterdam) en reikte aan Commissaris Buitendam (Serge-Henri Valcke) een eremedaille uit.

Prijzen en waarderingen voor Job Cohen[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Boeken (als auteur)
  • Studierechten in het wetenschappelijk onderwijs (1981), dissertatie[17]
  • Binden. Met een inleidend interview door Bas Heijne (2009), bundel toespraken en lezingen[18]
Audioboeken (als verteller)
Boeken over Job Cohen
  • Een vreemdeling op Justitie. Het asielbeleid van Job Cohen (2001), geschreven door Jeroen Corduwener, ISBN 90 204 2086 0
  • Job Cohen. Burgemeester van Nederland (2010) geschreven door Hugo Logtenberg & Marcel Wiegman, ISBN 90 468 0727 4

Externe links[bewerken]

Bronnen
  1. Toespraak voorzitter Tweede Kamer bij afscheid Job Cohen uit parlement 28 februari 2012
  2. Cohen weg als fractieleider PvdA NOS, 20 februari 2012
  3. Laatste Kamerdag voor Cohen AT5, 28 februari 2012
  4. Cohen stelt zich kandidaat als lijsttrekker PvdA, de Volkskrant, 12 maart 2010. Zie ook: Verklaring Job Cohen, de Volkskrant, 12 maart 2010
  5. Cohen kandidaat-lijsttrekker PvdA NOS, 12 maart 2010
  6. Cohen favoriete premier boven Balkenende en Wilders de Volkskrant, 12 maart 2010
  7. Winst voor PvdA in peiling De Hond NOS, 14 maart 2010
  8. Job Cohen treedt vanmiddag af NRC-Handelsblad 20 februari 2012
  9. Job Cohen leidt onderzoek naar rellen Haren. de Volkskrant (24 september 2012)
  10. Job Cohen krijgt bestuursfunctie bij Amsterdamse Bibliotheek. de Volkskrant (9 januari 2013)
  11. "Job Cohen benoemd tot bijzonder hoogleraar Universiteit Leiden". NRC.nl (26 maart 2014) Geraadpleegd op 26 maart 2014
  12. "Job Cohen nieuwe voorzitter van het UAF" (28 maart 2014)
  13. Job Cohen is onafhankelijk voorzitter van de Vereniging Cedris (30 augustus 2013)
  14. PvdA twijfelt openlijk over leiderschap Cohen AD.nl
  15. 'Yes, we Cohen' was te simpel, de PvdA moet weer mobiliseren, NRC-Handelsblad 25 februari 2012
  16. Kiezers hebben liever Rutte dan Balkenende NU.nl
  17. Studierechten in het wetenschappelijk onderwijs. Universiteit Leiden. Bekeken op 2010-09-07.
  18. Binden. Uitgeverij Prometheus. Bekeken op 2010-08-31.
  19. a b c d e f Luisterboeken voorgelezen door Job Cohen. Uitgeverij Rubinstein. Bekeken op 2010-08-31.
  20. Maar buiten is het feest van Arthur Japin wint luisterboek award Week van het Luisterboek
Voorganger:
R.J. (Roel) in 't Veld
Staatssecretaris van Onderwijs
1993–1994
Opvolger:
T. (Tineke) Netelenbos en A. (Aad) Nuis
Voorganger:
E.M.A. (Elisabeth) Schmitz
Staatssecretaris van Justitie
1998–2001
Opvolger:
N.A. (Ella) Kalsbeek-Jasperse
Voorganger:
S. (Schelto) Patijn
Burgemeester van Amsterdam
2001–2010
Opvolger:
L.F. (Lodewijk) Asscher (wnd.)
Voorganger:
W.J. (Wouter) Bos
Partijleider PvdA
2010–2012
Opvolger:
D.M. (Diederik) Samsom
Voorganger:
M.I. (Mariëtte) Hamer
Fractievoorzitter PvdA Tweede Kamer
2010–2012
Opvolger:
J.R.V.A. Dijsselbloem (wnd.)