ENEL

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
ENEL S.p.A.
Motto of slagzin Energy in tune with you
Oprichting 1962
Eigenaar sinds 1999 beursgenoteerd,
Italiaanse Staat heeft 31,24% van de aandelen
Sleutelfiguren Fulvio Conti (CEO)
Hoofdkantoor Rome, Italië
Werknemers 78.000 (2010)
Producten elektriciteit en aardgas
Sector energie
Omzet EUR 77,4 miljard (2010)
Winst Gestegen EUR 4,4 miljard (2010)
Website www.enel.com
Portaal  Portaalicoon   Economie
ENEL-centrale in de haven van Genua.

De ENEL (Ente Nazionale per l'Energia elettrica) is opgericht in 1962. Het is de belangrijkste Italiaanse energieleverancier op het gebied van elektriciteit, en heeft lange tijd een monopoliepositie gehad.

De oprichting[bewerken]

De ENEL werd in 1962 opgericht, in het kader van het nationaliseringsproces van de bedrijven die actief waren in de productie, verkoop en distributie van elektriciteit. Voor dat jaartal werden deze activiteiten verricht door bedrijven van gemiddelde of kleine omvang, die geografisch versnipperd waren. De sector werd door een paar belangrijke bedrijven gedomineerd door middel van kartelvorming, die hun winsten aanwendden om hun invloed in andere sectoren te vergroten.

In een congres over de nationalisering van de elektriciteitsindustrie, gehouden in 1960, werd het belang van dit proces onderstreept. Het zou leiden tot voordelen met betrekking tot o.a. de prijzen. Op dit congres volgde een hevig politiek debat. Gezien de sociaal-politieke situatie waarin Italië zich toen bevond, wordt ook gezegd dat nationale veiligheidsoverwegingen in deze discussie meespeelden. De private bedrijven die werkzaam waren in deze sector, konden met een belangrijk product als elektriciteit, overgaan tot afpersing door middel van het beïnvloeden van de toevoer ervan. Het gevolg was dat deze bedrijven een grote invloed hadden op hoog politiek niveau. Andere argumenten waren: de staat zou in staat zijn direct invloed uit te oefenen op de prijzen, op de voorraden en investeringen, en op de werkgelegenheid. Dit laatste punt wordt ook wel uitgelegd als voordelig voor de politiek, omdat de tentakels van de publieke sector een stevigere greep zouden krijgen op de markt. Dit kon de weg openen voor nieuwe cliëntelistische relaties. Weer anderen zagen in het overheidsoptreden de oplossing tot hetgeen de bedrijven zelf nalieten: hervorming van het huidige systeem. Dat zou nu een gedwongen hervorming worden, bovendien door de burgers betaald.

Het resultaat van het debat dat volgde op het congres van 1960 was de Enel, in de vorm van een staatsbedrijf. Haar taak was ruim 1270 bedrijven die actief waren in de elektriciteitsindustrie over te nemen, en hen een homogene organisatorische structuur te geven.

De opmars van elektriciteit[bewerken]

Door de toegenomen consumptie en veranderende gewoonten in het leven van alledag (bijvoorbeeld het toegenomen gebruik van huishoudelijke apparaten) werd de Enel qua omzet het tweede bedrijf van de Italiaanse industrie (voorgegaan door Fiat).

In de jaren die volgden, werd het elektriciteitsnet uitgebreid naar het platteland. De kosten hiervan waren erg hoog, omdat er veel infrastructurele voorzieningen aangelegd moesten worden. De voordelen die deze operatie kon brengen op socio-economisch vlak waren van grote waarde (bijvoorbeeld op het vlak van sociale gelijkheid en integratie, en de landbouw).

De oliecrisis van de jaren zeventig zette de Italiaanse overheid ertoe aan om naar alternatieve vormen van energie te zoeken. Onderzoek naar kernenergie werd hervat. Veel aandacht ging uit naar waterenergie, dat in het onderzoek uiteindelijk de overhand kreeg. De crisis had veel impact op het alledaagse leven. Winkels moesten bijvoorbeeld eerder dicht. In 1975 keurde het Italiaanse parlement een 'nationaal energieplan' goed, wat neerkwam op de keuze voor kernenergie. De ramp in Tsjernobyl (26 april 1986) had veel invloed op het referendum van 8 november 1987, waarmee de bevolking kernenergie van de hand wees. De energiekosten in Italië zijn een van de hoogste in Europa.

Monopoliepositie en vrije concurrentie[bewerken]

Door middel van wetgeving werd in de jaren '90 de Italiaanse energiemarkt geliberaliseerd: de Enel kreeg de bevoegdheid bedrijven op te richten die opereerden in de energiesector (de elektriciteitsproductie werd dus geliberaliseerd), en in 1992 werd de Enel een N.V. (naamloze vennootschap). Maar de enige aandeelhouder in het bedrijf was het ministerie van Financiën.

Het probleem van de monopoliepositie van Enel is in de belangstelling komen te staan door de juridische zaken ten gunste van de vrije concurrentie. Op dit moment wordt de Italiaanse elektriciteitsmarkt gedomineerd door drie grote concerns. De liberalisering heeft niet geleid tot het ontstaan van meerdere kleine aanbieders van elektriciteit.

Onder privatisering wordt het afstaan van een meerderheid (dus meer dan 50%) van de aandelen aan particulieren. Het ministerie van Financiën heeft daarin echter de meerderheid, maar heeft 30% van de aandelen verkocht vanwege financiële motieven.

Financiële situatie[bewerken]

Wat betreft de financiële toestand waarin het bedrijf zich bevindt, kan opgemerkt worden dat het een zwaar verliesgevend bedrijf is. De schuld van het bedrijf was in 2003 ongeveer 1,5 keer zo hoog als het vermogen (schuld: 41.632 miljoen, vermogen: circa 20.000 miljoen euro). Van 2000 tot 2002 is de schuld verdubbeld. Gemiddeld investeren grote bedrijven ca. 3% van de omzet in research. Voor de Enel ligt dat percentage vele malen lager.

Trend financiële situatie (bedragen in miljoenen euro's)[bewerken]

Jaar Totale schuld
2000 25.938
2001 36.701
2002 39.717
2003 41.632

In 2004 zijn de eerste tekenen van herstel zichtbaar: de totale schuld is gedaald ten opzichte van 2003.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]