Mosa Trajectum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Mosae Trajectum)
Ga naar: navigatie, zoeken

Mosa Trajectum, ook wel Traiectum of Traiectum ad Mosam, is de Latijnse naam voor de Nederlandse stad Maastricht en betekent letterlijk 'oversteek bij de Maas'. Of de naam van Romeinse oorsprong is, is niet duidelijk. Hoewel Maastricht waarschijnlijk nooit een Romeinse stad is geweest, tonen tal van archeologische opgravingen aan dat de stad gedurende de gehele periode van Romeinse aanwezigheid in Nederland een nederzetting van betekenis is geweest.

Oorsprong naam[bewerken]

Intocht van de Romeinen in Mosa Trajectum. Reliëf op de in 1940 verwoeste Wilhelminabrug (H. van den Eijnde, 1932)

De rivier de Maas werd al vóór de christelijke jaartelling beschreven als Mosa, onder andere in Julius Caesar's Commentarii de bello Gallico. Van veel plaatsen die bij rivierovergangen lagen is bekend dat ze door de Romeinen Trajectum of Traiectum ("overgang") werden genoemd. In Nederland is een ander voorbeeld Traiectum (Utrecht), dat ter onderscheiding van Maastricht ook werd aangeduid als Trajectum ad Renum ("Tricht aan de Rijn"). Vanuit de Latijnse aanduiding Trajectum ontstond in de middeleeuwen het Oudnederlandse woord Triecht of Trecht, wellicht het oudste Latijnse leenwoord in het Nederlands. In de middeleeuwen werd de naam Traiectum voor zowel Maastricht als Utrecht gebruikt. Voor Maastricht werd soms de nadere aanduiding Traiectum Superius gebruikt (superius in de zin van "hoger gelegen"); voor Utrecht was dat Traiectum Inferius, later Ultra Trajectum. Waar deze nadere aanduidingen ontbreken is soms sprake van verwarring, vooral omdat het hier om de twee belangrijkste middeleeuwse steden van Nederland gaat, die beide zetel van een bisdom waren.[1]

Vaak wordt verondersteld dat Mosa Trajectum de naam was waaronder het huidige Maastricht in de Romeinse tijd bekend was, maar daarvoor bestaan geen aanwijzingen.[2] Op de middeleeuwse kopie van de Peutingerkaart komt Maastricht niet voor.[3] Tacitus beschreef een brug over de Maas als pontem Mosae fluminis, maar het is niet duidelijk of hij daarmee de brug van Maastricht bedoelde.[4] Tot op heden is er dan ook geen bewijs voor de stelling dat de Romeinen Maastricht (of Utrecht) onder de naam Trajectum kenden. De oudste vermelding van Trajectum voor Maastricht stamt uit de vroege middeleeuwen.[5] Gregorius van Tours schreef aan het eind van de zesde eeuw over Maastricht als ad Treiectinsem urbem.[6] Andere oude benamingen voor Maastricht waren Treiiectum, Triieto, Trecta, Trectis, Trega, Treeg, Tri(e)ht of Treit, al dan niet in combinatie met Mosa, Mase, Mas of Maas.[2]

Geschiedenis van Romeins Maastricht[bewerken]

Ontstaan van de Romeinse nederzetting[bewerken]

Omstreeks het jaar 50 v. Chr. werden de in de omgeving van Maastricht wonende Eburonen verpletterd door het oprukkende leger van de Romeinen onder bevel van Julius Caesar. Bij opgravingen in de jaren 1973-'75 en 2008 werd op het Plateau van Caestert, 4 km ten zuiden van Maastricht, een vesting met een grootte van ca. 20 ha. opgegraven. Het oppidum, dat waarschijnlijk gesticht is rond het jaar 100 v. Chr., wordt door sommigen gezien als het Atuatuca dat Caesar in 54 v. Chr. benutte als winterkamp voor anderhalf legioen.[7]

Tracé van de Via Belgica. M = Maastricht

Romeins Maastricht, later aangeduid als Mosa Trajectum, ontstond op het knooppunt van een rivier en een weg. Omstreeks het jaar 10 v. Chr. begonnen de Romeinen met de aanleg van een belangrijke oost-westheirbaan in het noordelijk deel van de provincie Gallië (Gallia Belgica). De weg liep van de Kanaalhaven Boulogne-sur-Mer via Doornik, Valenciennes, Tongeren en Maastricht naar Keulen. Recent hebben archeologen deze weg de Via Belgica gedoopt. In Maastricht zijn delen van de weg opgegraven in de wijk Daalhof, ter plaatse Romeinsebaan genoemd. De weg liep langs de noordzijde van het Vrijthof via de Grote Staat naar de Maas. In Wyck is het verloop van de weg aangetoond in het noordelijk deel van de Rechtstraat. Wellicht bevond zich daartussen, tegenover de Jodenstraat en de Sint-Martinuskerk, de eerste rivieroversteekplaats.

In het eerste kwart van de eerste eeuw na Christus werd een paar honderd meter zuidelijker de Romeinse brug van Maastricht gebouwd. De Via Belgica vertoonde vanaf dat moment een dubbele knik bij de Maas: vóór het bereiken van de rivieroever boog de weg met een rechte hoek naar rechts en bij de brug weer naar links. De brug lag in het verlengde van de huidige Havenstraat-Eksterstraat in het Stokstraatkwartier en bestond uit stenen pijlers met een houten boogconstructie. De brug werd vele malen hersteld, maar zou tot 1275 standhouden. Langs de weg en bij de brug ontstonden zowel op de linker- als op de rechterrivieroever nederzettingen met huizen van hout en leem op smalle, langgerekte percelen. De nederzetting op de linkeroever bestond uit een kleine kern bij de brug en een straatdorp aan weerszijde van de Grote Staat. De nederzetting op de rechteroever is door riviererosie grotendeels weggespoeld. Buiten de nederzetting werden de doden langs de weg begraven, onder andere op het Vrijthof en rondom het Sterreplein in de wijk Sint Maartenspoort.

Midden-Romeinse tijd: Pax Romana[bewerken]

Contouren van het badgebouw in het plaveisel van Op de Thermen

Romeins Maastricht was vier eeuwen lang een relatief bescheiden nederzetting, maar de bloeitijd lag tussen omstreeks 50 na Chr en 250 na Chr. De meeste archeologische vondsten (onder andere in het Centre Céramique) dateren uit deze periode. Met name het grote aantal gevonden fragmenten van beelden, viergodenstenen, godenpijlers en grafmonumenten is opmerkelijk. Nabij de brug, bij de tweede knik in de weg, lag op een hoger gelegen terras aan de Maas de zogenaamde insula, een compactere kern met enkele openbare gebouwen van steen. Twee gebouwen in de insula heeft men kunnen identificeren: aan de noordzijde van de weg bevond zich een thermen-complex en aan de zuidzijde stond een Jupiter-heiligdom.

Museumkelder Derlon met restanten Romeins heiligdom

De overblijfselen van de thermen van Maastricht bevinden zich op een diepte van 5 à 6 meter onder de bestrating van het plein Op de Thermen. Het Romeinse badhuis dateert uit de 2e eeuw en werd nog in de 4e eeuw ingrijpend verbouwd. In 1840 werden voor het eerst restanten van dit bouwwerk aangetroffen, het eerste Romeinse bouwwerk dat in Maastricht werd opgegraven. In de jaren 1960 deed de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek onder leiding van Jules Bogaers opnieuw onderzoek naar het badhuis. Bij deze opgraving werd het complete thermencomplex blootgelegd, gedocumenteerd en daarna met zilverzand afgedekt. Het badencomplex beschikte over een hypocaustum, een caldarium, een tepidarium en een frigidarium, verder waren kleedruimtes, een winkel, een sportveld en wellicht een zwembad aanwezig.[8] De Maastrichtse thermen zullen in de Romeinse nederzetting (Mosa Trajectum?) een belangrijke rol gespeeld hebben als ontmoetingsplaats, wellicht ook voor militairen, bewoners van villae uit de omgeving en reizigers.

Aan het Onze-Lieve-Vrouweplein bevindt zich in het souterrain van een hotel de Museumkelder Derlon, waarin een opgraving van Romeins Maastricht uit 1983 geconserveerd is. Bij deze opgraving werden door de Maastrichtse stadsarcheoloog Titus Panhuysen onder meer resten van een Romeins heiligdom uit de eerste helft van de 2e eeuw na Chr. blootgelegd. Opgegraven werden onder andere de voorgevel van het heiligdom met een toegangspoort, een met rode mortel afgewerkt tempelplein en een ommuurd perk met een deel van het voetstuk van een 9 meter hoge, gebeeldhouwde zuil met een meer dan levensgroot bronzen standbeeld van Jupiter. Het hart van het heiligdom, de eigenlijke tempel, ligt volgens archeoloog Panhuysen waarschijnlijk nog onder de naastgelegen Onze-Lieve-Vrouwebasiliek, waar nog geen archeologische opgravingen hebben plaatsgevonden.[9]

Ook het op de rechter Maasoever gelegen stadsdeel Wyck was in deze tijd bewoond. In 1990 werden in de Rechtstraat vlak bij de Sint-Martinuskerk bewoningsrestanten uit de 1e eeuw na Chr. aangetroffen.[10] Omstreeks 1850 kwam bij de afbraak van de oude Sint-Martinuskerk de torso van een Mercuriusbeeld uit het derde kwart van de 1e eeuw aan het licht.[11]

Laat-Romeinse tijd: castellum en begin christendom[bewerken]

Omgracht castellum uit de 4e eeuw

Rond 270 na Chr. werd de Romeinse nederzetting bij de Maasbrug verwoest door invallende Germaanse stammen. Ter bescherming van de brug werd omstreeks 333 op de linkeroever een castellum gebouwd, een ommuurd legerkamp met tien torens en twee poorten, het castellum van Maastricht. Waarschijnlijk bevond zich op de rechteroever in Wyck een soortgelijk fort. De bouw ervan paste binnen het beleid van keizer Constantijn de Grote om op strategische plaatsen in de uithoeken van het rijk troepen (comitatenses) te stationeren, die bij invallen van vijandige stammen snel paraat zouden zijn.[12] Over het gebruik van het Maastrichtse castellum in de laat-Romeinse tijd is weinig bekend. Vermoed wordt dat het een militaire functie had, maar bewijs daarvoor is tot op heden niet gevonden. Wel is binnen het castellum een groot drieschepig gebouw aangetroffen, waarschijnlijk een horreum, een graanschuur uit de 4e eeuw.[13] Het verwoeste thermencomplex werd in deze periode opnieuw opgebouwd.

Rond deze tijd kreeg het christendom steeds meer voet aan de grond in het Romeinse rijk. Vanuit de centra Trier, Keulen en Tongeren werden ook kerken gesticht in dit deel van het rijk. De van oorsprong Armeense missionaris en bisschop van Tongeren Servatius overleed volgens de overlevering eind 4e eeuw te Maastricht en werd er begraven op de Romeinse begraafplaats langs de Via Belgica, het tegenwoordige Vrijthof. Zijn graf ontwikkelde zich al snel tot een bedevaartplaats van betekenis en leidde in de 6e eeuw tot de bouw van de eerste Sint-Servaaskerk. Er omheen ontstond een tweede bewoningskern, waarmee Maastricht een nieuw hoofdstuk tegemoet ging.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, voetnoten en referenties[bewerken]

Bronnen
  • Cillekens, C., en W. Dijkman, 20 eeuwen Maastricht. Nijmegen, 2006
  • Haye, R. de la, De bisschoppen van Maastricht. Maastricht, 1985
  • Panhuysen, T.A.S.M., Maastricht staat op zijn verleden. Maastricht, 1984 ('Panhuysen (1984)' in referenties)
  • Panhuysen, T.A.S.M., Romeins Maastricht en zijn beelden. Maastricht, 1996 ('Panhuysen (1996)' in referenties)
  • Ubachs, P.J.H., en I.M.H. Evers, Historische Encyclopedie Maastricht. Zutphen, 2005 ('Ubachs/Evers (2005)' in referenties)
  • Ubachs, P.J.H., en I.M.H. Evers, Tweeduizend jaar Maastricht. Een stadsgeschiedenis Zutphen, 2006. ('Ubachs/Evers (2006)' in referenties)
Noten, referenties
  1. Zie bij voorbeeld: J.P.M. Kreijns en L.P. Pirson, Traiectum, Utrecht of Maastricht. Maastricht, 1998
  2. a b Ubachs/Evers (2005), pp.327-328, 'Maastricht, naamgeving'.
  3. Zie de naar Google Maps 'vertaalde' Peutinger kaart: www.omnesviae.org.
  4. Zie ook 'Historiae (Tacitus) - Liber_IV' op la.wikisource.org.
  5. M. Gysseling (1960), Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226), blz. 646, George Michiels N.V., Tongeren
  6. Zie 'Gregory of Tours' op thelatinlibrary.com.
  7. Voor de opgraving, zie 'Een opgraving heropgegraven. Onderzoek op het plateau van Caestert' op www.archeonet.be. Voor de discussie over Atuatuca zie onder andere 'Artikelen van Joep Rozemeijer over Atuatuca en het winterkamp van Caesar' op www.nifterlaca.nl
  8. Panhuysen (1996), pp.33-43.
  9. Panhuysen (1984), pp.37-52.
  10. Panhuysen (1996), p.33.
  11. Panhuysen (1996), pp. 380-383.
  12. Cillekens/Dijkman, p.26.
  13. Cillekens/Dijkman, p.27.