Stichtse Oorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Tweede Utrechtse Burgeroorlog)
Naar navigatie springen Jump to search
Tweede Utrechtse burgeroorlog
Onderdeel van de Hoekse en Kabeljauwse twisten
Meester uit Utrecht.jpg
Datum augustus 1481 - 3 september 1483
Locatie Het sticht Utrecht
Resultaat Bourgondië houdt de macht in het sticht.
Strijdende partijen
* Kabeljauwse partij
* Blason fr Bourgogne.svg Bourgondië
* Hoekse partij
* Kleef hertogdom wapen.svg Hertogdom Kleef
Leiders en commandanten
* Coat of Arms of the Bishopric of Utrecht.svg David van Bourgondië
* Blason ville fr Marpent (Nord).svg Joost van Lalaing
* Egmond stamwapen.svg Frederik van Egmont
* Croÿ-Guillaume-de-Croÿ-1458-1521-comte-de-Beaumont.svg Willem II van Croÿ
* Jean van Salazar
* Jan van Ranst
* Albert van Schoerle
* Maximilian I Arms.svg Maximiliaan van Oostenrijk
* Willem II van Gulik-Berg
* Lancelot van Berlaymont
* Kleef hertogdom wapen.svg Engelbrecht van Kleef
* Heren van Montfoort wapen.svg Jan III van Montfoort
* Gerrit Zoudenbalch
* Thidericus de Sulen wapen.svg Hendrik van Zuylen van Nijevelt
* Jasper van Broeckhuijsen wapen.svg Reynier van Broeckhuysen
* Dirk van Zuylen van Haar
* Vincentius van Zwanenburg
* Willem van Wachtendonk
* Jan van Lantscroon
* Kleef hertogdom wapen.svg Johan II van Kleef
Troepensterkte
* 400 krijgsvolk 22 sep 1481 (Slag bij Scherpenzeel)
* 1100-1400 krijsvolk 13 okt 1481 (1e Slag bij Vreeswijk)
* 4000-5000 krijgsvolk 26 dec 1481 krijsvolk(Slag Bij Westbroek)
* 500 krijgsvolk 22 sep 1481 (slag bij Scherpenzeel)
* 2000-2400 burgers 13 okt 1481 (1e Slag bij Vreeswijk)
* 1500-2000 Burgers 26 dec 1481 (Slag bij Westbroek)
* ca.2.000 Kleefse troepen op 26/27 dec 1481 (inkomst in Utrecht)
bisschop David van Bourgondië in gevangenschap genomen en op een mestkar afgevoerd naar Amersfoort (1483), tekening Johannes Hinderikus Egenberger.

De Tweede Utrechtse Burgeroorlog[bron?] (ook wel de Stichtse Oorlog[1][2] of Driejarige Oorlog[3] genaamd) vond tussen 1481 en 1483 plaats. De oorlog ontstond uit een mengeling van conflicten in het sticht Utrecht in alle lagen van de bevolking en de machtswisselingen van de bisschoppen David van Bourgondië en Engelbrecht van Kleef. Daarbij speelden de Hoekse en Kabeljauwse twisten, die overgewaaid waren vanuit het graafschap Holland, een rol.

Achtergrond[bewerken]

Nadat de Eerste Utrechtse Burgeroorlog in 1474 geëindigd was, kwam het sticht onder Bourgondische controle en dit bracht de bastaardzoon van Filips de Goede, David van Bourgondië, op een stevige positie als bisschop van Utrecht. Na de dood van zijn vader was Davids halfbroer Karel de Stoute zijn voornaamste steunpilaar. Karel de Stoute overleed echter in 1477 en door het wegvallen van zijn steun kwam Davids positie in de knel. Vooral de steden Utrecht, Amersfoort en Montfoort in het sticht wilden van de gelegenheid gebruikmaken om politieke macht te vergaren. De stad Utrecht leek ten slotte het enige toevluchtsoord der Hoekse ballingen geworden, van waaruit ze het naburige Holland bedreigden. Naar aanleiding daarvan ontstond een oorlog die drie jaar zou duren.

Verloop[bewerken]

In 1481, toen de problemen zich meer en meer opstapelden, was het Jan III van Montfoort die vanuit het Utrechtse ministerie besloot om het heft in eigen handen te nemen. Hij gaf het bevel om bisschop David van Bourgondië de toegang tot de stad Utrecht te weigeren. Deze bevond zich op zijn buitenverblijf in Wijk bij Duurstede. Vrijwel op hetzelfde moment in januari werd de stad Leiden ingenomen onder leiding van Reynier van Broeckhuysen, die zich loyaal opstelde aan de kant van de Utrechtse oppositie. Zijn Hoekse partij wilde af van het Bourgondisch-Habsburgse machtsblok in de Lage Landen. Stadhouder Joost van Lalaing en Jan van Ranst ontzette Leiden in april, vlak daar voor veroverde Jan III van Egmond Dordrecht. Al snel volgde de inname van de steden Gouda, Oudewater en Schoonhoven. De oppositie kwam tot uitdrukking in de Slag bij Scherpenzeel op 22 september, waar het dorp onder andere vernietigd werd door Hoekse opstandelingen. Van Lalaing verwoestte Jutphaas in oktober maar verloor de Slag bij Vreeswijk. In december verzamelde van Lalaing een grote krijgsmacht, legde Eemnes, Baarn en Soest in de as en behaalde in de slag bij Westbroek (26 december 1481) een volledige overwinning op de Utrechters voor de Kabeljauwse factie. Hoekse opstandelingen verwoestten de stad Naarden.

De nieuwe Utrechtse opstandelingen zochten steun in hogere kringen, onder andere bij Lodewijk XI van Frankrijk, die in staat van oorlog met de Bourgondiërs verkeerde. Jan II van Kleef was wel genegen om de opstandelingen te helpen van het Bourgondische huis af te komen en wilde als tegenprestatie zijn broer Engelbrecht de plaats van aartsbisschop van Utrecht zien bekleden. Zo kwam Engelbrecht met zijn leger aan in Utrecht, waar Jan van Montfoort hem meteen als ruwaard van Utrecht wilde aanstellen[4], maar dit werd tijdelijk tegengewerkt door de geestelijke heersers in de stad. David van Bourgondië kon ondertussen alleen op steun rekenen van Frederik van Egmont, heer van IJsselsteijn, die echter niet opgewassen was tegen de felle opstandelingen en met moeite zijn eigen district kon beschermen.

1482[bewerken]

Maximiliaan van Oostenrijk verbleef in april op de Veluwe, waar hij na het overlijden van zijn vrouw Maria van Bourgondië kort bijkwam en afleiding zocht in de jacht. David van Bourgondië zag dit als een uitgelezen kans en stuurde een afgezant naar hem toe om steun bij hem te krijgen. Maximiliaan wilde wel ingaan op dit verzoek, maar onder zijn eigen voorwaarden. Het enige wat hij deed was de bevoorrading naar het sticht belemmeren door ruitervolk op de been te brengen[5].

Een van de beroemdste voorvallen is dat van Jan van Schaffelaar, die met zijn ruiters omsingeld werd in Barneveld en zijn toevlucht zocht in de toren, waarvan hij gedwongen werd af te springen. Daarna werd de steun voor de opstandelingen (lees: Hoeken) minder, doordat in december de vrede werd gesloten tussen Bourgondië en Frankrijk, waardoor een mogelijke steun van Lodewijk XI van Frankrijk wegviel. In juli werden de burchten van Harmelen en Ter Haar belegerd en ingenomen door de troepen van Joost van Lalaing. Engelbrecht trok echter met zijn Kleefse soldaten het achterland van het Sticht in, hij plunderden tot aan Naarden en legde Amerongen deels in de as. Op 26 augustus vervolgde hij met een beleg op IJsselstein, maar brak dit in september weer af. Vervolgens werden er in Den Bosch en Wageningen pogingen ondernomen om de twee bisschoppen bepaalde eisen te laten overleggen, dit mislukte.

1483[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Beleg van Utrecht (1483) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Van Kleef brandschatte vervolgens de omgeving van Wageningen en Rhenen. Door het wegvallen van de steun veroverde de Bourgondisch-Kabeljauwse factie in april de Dom van Utrecht en stad, David van Bourgondië keerde weer terug op zijn bisschopszetel, maar in mei laaide de onrust alweer op, doordat de stad Amersfoort met een leger van Kleefse soldaten de stad Utrecht opnieuw belegerde onder Hendrik van Zuylen van Nijevelt. De soldaten drongen de stad binnen en David van Bourgondië werd afgevoerd in een mestkar en naar Amersfoort gebracht, waar hij enige tijd gevangen zat. Ondertussen was Maximiliaan van Oostenrijk een beleg op Montfoort begonnen, maar brak dat weer af om het beleg van Utrecht op te slaan. Na maanden van beleg kon hij de stad innemen en ook Amersfoort gaf zich door middel van een verdrag over.

Nasleep[bewerken]

Op 3 september 1483 werd er een vredesverdrag ondertekend tussen de partijen onder toezicht van Maximiliaan van Oostenrijk. Een kopie van dit verdrag is te vinden in Hs. 685, een manuscript dat zich in de Universiteitsbibliotheek Utrecht bevindt. David van Bourgondië werd weer hersteld als bisschop van Utrecht en bleef dit tot aan zijn dood. Het bleef echter rommelig in het sticht en in de Lage Landen, zij het op kleine schaal. In 1488 brak er een nieuwe periode aan van conflicten, die later bekend zijn geworden als de Jonker Fransenoorlog (1488-1490).

Referenties[bewerken]