-heem

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het woord(deel) heem is afkomstig van het Germaanse woord haima, dat woning betekende.[1] 'Heem' is verwant aan het Engelse home en het Duitse Heim(at), maar is in die betekenis grotendeels verdrongen door het woord 'thuis'. In het Nederlands vinden we het woord terug in 'in-/uitheems', 'heimwee', 'heemkunde', 'ontheemd', enzovoorts, alsook in de plaatsnaam Heemstede. Als toponiem wordt de klank vaak dof tot '-em'. Zo komt in Groningen, Friesland, Oost-Friesland en elders (onder meer in het Gooi) het suffix '-um' voor. Komt er een zachte 'g' voor, kan dat voor verwarring zorgen met het suffix '-gem'. Zo zou 'Berchem' van zowel 'Berg-hem' als 'Berg-gem' kunnen komen.

[bewerken] Plaatsnamen die (vermoedelijk) samengesteld zijn met -heem/-heim

[bewerken] Referenties

  1. Maurits Gysseling: Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (vóór 1226)

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen