Baryonyx

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Baryonyx
Baryonyx BW.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Saurischia
Familie: Spinosauridae
Onderfamilie: Baryonychinae
Geslacht
Baryonyx
Charig & Milner, 1987
Typesoort
Baryonyx walkeri
Replica
Replica
Afbeeldingen Baryonyx op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Baryonyx op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

Baryonyx is een geslacht van vleesetende theropode dinosauriërs uit wat tegenwoordig Groot-Brittannië heet, dat leefde in het vroege Krijt (Barremien).

Vondst en naamgeving[bewerken]

In de middag van 7 januari 1983 ontdekte de toen vijfenvijftigjarige amateurpaleontoloog en loodgieter William John Walker uit Londen in de Smokejacks Pit in het Wallis Wood, te Ockley bij Dorking in Surrey, een enorme linkerduimklauw. Walker probeerde de nodule waarin deze verborgen zat met één hamerslag te splijten maar het specimen brak in vele stukken. Een week later ontdekte hij nog de punt van de klauw. Zijn schoonzoon bracht daarna de resten naar het Natural History Museum. Op 7 februari werd vastgesteld dat er zich nog meer delen van het dier in de grond bevonden. Een team van acht vrijwilligers verbonden aan het museum groef daarop vanaf 25 mei 1983 een bijna volledig skelet op, een oppervlak van vijf bij twee meter uitgravend.

Afgietsel van een restauratie van de door Walker gevonden linkerduimklauw

De typesoort Baryonyx walkeri werd in 1986 benoemd en beschreven door Alan Charig en Angela Milner. De geslachtsnaam is afgeleid van het Klassiek Griekse βαρύς, barys, "zwaar", en ὄνυξ, onyx, "klauw". De soortaanduiding eert Walker als de ontdekker.

Fossiel materiaal[bewerken]

Het fossiel, holotype BMNH R.9951, is gevonden in een laag van de Upper Weald Clay die dateert uit het Barremien. Het bestaat uit een gedeeltelijk skelet met schedel. Bewaard zijn gebleven: het voorste deel van een schedel, het schedeldak, de hersenpan, achterste delen van de onderkaken, de eerste, tweede, derde, vijfde, zesde en achtste halswervel, drie nekribben, (stukken van) alle veertien ruggenwervels met uitzondering van de negende, (stukken van) minstens zes staartwervels, ribben, buikribben, vijf chevrons, borstbeenderen, de voorste ledematen inclusief schoudergordel, delen van het bekken waaronder de schaambeenderen, rechterdarmbeen en linkerzitbeen, een stuk linkerdijbeen, een onderste stuk rechterdijbeen, een rechtersprongbeen, een rechterkuitbeen, een rechterhielbeen, een stuk scheenbeen en verschillende voetbeenderen. Daarnaast is nog een gastroliet gevonden en visschubben in de buikholte. De verschillende elementen lagen niet in verband. De botten waren ingesloten in zeer hard sideriet dat ten dele verwijderd werd door het te korrelstralen met plastic gruis, een methode die hier voor het eerst bij een fossiel werd toegepast. Het betreft een onvolwassen exemplaar. Op het moment van de vondst was Baryonyx het meest complete fossiel van een grote theropode uit het Onder-Krijt van Europa. Het was ook de eerste spinosauride waarvan grotere delen van het skelet bekend werden. Het Natural History Museum heeft een kleine permanente tentoonstelling aan het dier gewijd met een afgietsel van het skelet in haut-reliëf, een levensgrote replica en een replica van het exemplaar in juist overleden toestand. Baryonyx kreeg ruime belangstelling van de Britse pers die aan het dier vanwege de klauw de bijnaam Claws gaf. In 1997 werd een tand uit dezelfde formatie toegewezen, specimen MNEMG 1996.133.

Later zijn vondsten uit Spanje, Portugal en het eiland Wight aan een Baryonyx sp. toegewezen. De specimina uit Spanje betreffen tanden die eigenlijk niet verder te determineren zijn dan barynychosaurine. In 2011 werd er echter een skelet uit de Papo Secoformatie van Portugal beschreven van een ongeveer zes meter lang exemplaar, specimen MML 1190. De meeste vondsten uit Wight bestaan ook uit tanden. Een ervan is echter een grote duimklauw, specimen MIWG.6527. In 1997 werd juist een zeer kleine duimklauw gemeld, met een lengte van vijf centimeter, dat "Weenyonyx" gedoopt werd. Het behoort tot de collectie van verzamelaar Martin Simpson en moet nog beschreven worden. In 2011 werd op Wight de vondst gemeld van twee gedeeltelijke skeletten van een klein en een groter dier.

In het begin van de eenentwintigste eeuw stelden verschillende onderzoekers dat Suchosaurus, een geslacht dat in 1841 door Richard Owen benoemd was op basis van tanden, vermoedelijk aan Baryonyx identiek is. De tanden zijn, hoewel spinosauride, echter ouder, uit het Valanginien.

In 2002 hernoemde Hans-Dieter Sues Suchomimus tenerensis Sereno, Beck, Dutheil, Gado, Larsson, Lyon, Marcot, Rauhut, Sadleir, Sidor, Varricchio, Wilson & Wilson 1998 tot een Baryonyx tenerensis. Dit heeft nauwelijks navolging gevonden.

Beschrijving[bewerken]

Baryonyx, in het oranje, in grootte vergeleken met andere spinosauriden

Baryonyx is een grote spinosauride. Charig en Milner schatten de lichaamslengte van het holotype op 9,1 meter, het gewicht op 1,7 tot 2,1 ton. Ze wezen er wel op dat het individu nog niet volgroeid was met een geschatte leeftijd van tien jaar en meenden dat het wel twaalf meter lang had kunnen worden. Dit lijkt bevestigd te worden door specimen MIWG.6527 dat wijst op een lengte van tien à elf meter.

Baryonyx-model in haut-reliëf in het Museum of Natural History te Londen

Baryonyx heeft de kenmerkende bouw van de Theropoda maar veel langere armen. Deze dragen aan de duim een grote klauw van ongeveer dertig centimeter lang. De nek en schedel zijn ook afwijkend van de andere theropoden. Ten eerste staat de nek niet in een S-vorm zoals bij veel andere theropoden. Ten tweede lijkt de 1.20 meter lange schedel op die van een krokodil en heeft hij rechte, kegelvormige, tanden. De stijve staart en wat langere kop zijn ook kenmerken voor de Baryonyx. De staart was voornamelijk om het evenwicht te bewaren als dit dier voorover gebogen stond om vissen te vangen, het hoogste punt is dan ook de 2,5 meter hoge heup.

Charig en Milner beschreven in 1997 Baryonyx opnieuw en veel gedetailleerder. Daarbij wisten ze enkele onderscheidende kenmerken vast te stellen die ook geldig bleven na de beschrijving van Suchomimus door Paul Sereno uit 1998. De neusbeenderen zijn vergroeid en hebben een kam op de middenlijn die naar achteren uitloopt in een kruisvormig uitsteeksel. De hoorn op het traanbeen is massief en ongeveer rechthoekig in profiel. De voorste staartwervels zijn opvallend overdwars ingesnoerd. Het schouderblad en het ravenbeksbeen zijn hecht met elkaar verbonden via een penverbinding. De onderrand van het schaambeen is naar buiten gedraaid. De groeve aan de binnenzijde van het bovenste kuitbeen is zeer ondiep.

Fylogenie[bewerken]

Het fossiele materiaal van Baryonyx in een diagram door Jaime Headden

Baryonyx werd zowel in 1986 als in 1997 door Charig en Milner vanwege zijn unieke kenmerken in een aparte familie Baryonychidae geplaatst. Tot voor kort was hij daar alleen. Charig en Milner verwierpen een nauwe verwantschap met Torvosaurus of Spinosaurus. In 1996 echter werd de sterk op hem lijkende Irritator gevonden, en in 1998 kwam daar ook Suchomimus bij. De nieuwe vondsten toonden aan dat Baryonyx een spinosauride was. Tegenwoordig is de fylogenetische positie van Baryonyx gedefinieerd als behorende tot de Baryonychinae, de zustergroep van de Spinosaurinae waartoe Spinosaurus behoort, beide onderverdelingen van de Spinosauridae, een onderverdeling van de Spinosauroidea.

Een kladogram van de Spinosauridae dat de positie van Baryonyx in de stamboom toont:

Spinosauridae    

  ?Chilantaisaurus 



  ?Suchosaurus 



  Baryonychinae    

  Baryonyx  



  Cristatusaurus  



  Suchomimus  





  Spinosaurinae    

  Irritator  



  ?Siamosaurus  



  Spinosaurus  





Levenswijze[bewerken]

Het skelet van Baryonyx is gevonden in een meerafzetting. Het meer bevatte brak water door een sterke verdamping in een subtropisch klimaat. Het water was vermoedelijk ondiep en het landschap werd gekenmerkt door lagunes en moerassen.

Charig en Milner hebben het vraagstuk van het dieet van Barynonyx uitgebreid bediscussieerd. Door de grote klauw en krokodilachtige schedel vermoedde men al in 1986 dat Baryonyx een viseter was. Vaak wordt hij wadend in een rivier of vijver afgebeeld, met zijn lange kaken en grote klauw vis uit het water vissend. De vis Lepidotes mantelli is in de formatie aangetroffen. Mogelijk was het echter ook mede een aaseter die met zijn lange kaken diep in een karkas kon komen. In 1982 werden op honderd meter afstand van het holotype de resten gevonden van de iguanodontide Mantellisaurus. Deze mogelijkheid werd in 1987 verdedigd door Andrew Kitchener. Baryonyx kan zelfs een dodelijk roofdier zijn geweest dat prooidieren met zijn grote duimklauwen te lijf ging. Er zijn kleinere theropoden die dergelijke klauwen, maar aan hun voeten, voor soortgelijke doeleinden gebruikten: bekendheden als Deinonychus en Velociraptor bijvoorbeeld. Het is naar moderne inzichten niet waarschijnlijk dat de klauw voor het vissen gebruikt werd; een functie bij het vechten met andere theropoden, meer gespecialiseerde predatoren of soortgenoten, ligt meer voor de hand.

Charig en Milner stelden in 1986 dat Baryonyx, althans facultatief, een viervoeter was geweest. De grote armen zouden hem in staat gesteld hebben op vier poten te rusten. Later werd echter duidelijk dat de armen van theropoden niet tot pronatie in staat waren en de handen dus niet plat op de grond gezet konden worden.

Literatuur[bewerken]

  • A.J. Charig and A.C. Milner, 1986, "Baryonyx, a remarkable new theropod dinosaur", Nature 324(6095): 359-361
  • Kitchener, A., 1987, "Function of Claw's claws", Nature, 325: 114
  • A.J. Charig and A.C. Milner, 1990, "The systematic position of Baryonyx walkeri, in the light of Gauthier's reclassification of the Theropoda", In: K. Carpenter and P. J. Currie (eds.) Dinosaur Systematics: Perspectives and Approaches, Cambridge University Press pp 127-140
  • A.J. Charig and A.C. Milner, 1997, "Baryonyx walkeri, a fish-eating dinosaur from the Wealden of Surrey", Bulletin of the Natural History Museum, Geology Series 53(1): 11-70