Bio-industrie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Zie voor de agrarische sector die biologisch werkt het artikel Biologische landbouw en voeding
Amerikaanse intensieve varkenshouderij

Bio-industrie of vee-industrie is de industrie die met de hoogst mogelijke efficiëntie dierlijke producten produceert. Doordat de efficiëntie op gespannen voet kan staan met het welzijn van de gehouden dieren, ontvangt ze kritiek van dierenwelzijnsorganisaties. De term bio-industrie is bedacht door dierenwelzijnsorganisaties als vertaling van de Engelse term factory farming om de fabrieksmatigheid in intensieve veehouderij te duiden. Sinds 2009 hanteren deze organisaties de term vee-industrie om verwarring met het begrip biologische veehouderij te voorkomen.[1]

Kenmerken[bewerken]

Kenmerken van de bio-industrie zijn de hoge arbeidsproductiviteit, hoge dierdichtheid, en hoge mate van schaalvergroting, specialisatie, mechanisering en automatisering.

Doelstelling van veehouderijbedrijven in de bio-industrie is het behalen van een hoge productie tegen de laagste kosten. Voorbeelden van bio-industrie zijn legbatterijen en megastallen.

Bio-industrie is in het algemeen de goedkoopste manier voor veehouders om de hoogste productie te verkrijgen tegen de laagste kosten. Dit wordt bereikt door een sterk geautomatiseerde systematische en efficiënte wijze van werken.

Overwegingen[bewerken]

Klimaat[bewerken]

In 2006 bracht de FAO een rapport[2] uit met de conclusie dat de veeteelt verantwoordelijk is voor 18% van de door de mens veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen. Daarmee is de veeteelt de grootste bron van antropogene broeikasgas-uitstoot. Zij overtreft daarmee de transportsector die goed is voor 13%. In 2009 vonden onderzoekers van het WorldWatch Institute dat het FAO-onderzoek verscheidene factoren buiten beschouwing hadden gelaten en kwamen op 51%[3]. Daarmee zou de veeteeltsector voor de helft verantwoordelijk zijn voor de antropogene opwarming van de Aarde. Koeien produceren grote hoeveelheden van de broeikasgassen koolstofdioxide, methaan, stikstofoxide en lachgas [4].

Milieu[bewerken]

De bio-industrie heeft een negatieve invloed op lucht, water en bodem door uitstoot van nitraat, fosfaat en ammoniak. Voor de productie van 1 kg rundvlees is 15.500 liter water nodig, voor varkensvlees is dat 4.800 en kip 3.900 liter/kg.

Gezondheid[bewerken]

Vrijwel alle kippen en eieren in Nederland zijn besmet met salmonella. Doordat de industriële vleeskippensector op grootschalige wijze preventief gebruik maakt van antibiotica komen er bij consumenten steeds vaker ESBL-vormende bacteriën voor, die resistent zijn tegen een grote groep antibiotica. Deze bacteriën zijn vooral afkomstig van slachtkippen.

Vijfentwintig procent van de varkenshouders is besmet met MRSA. Wanneer iemand gezond is, zal hij hier weinig last van hebben. Wanneer hij echter in het ziekenhuis moet worden opgenomen vormt hij een risico voor andere patiënten en ook loopt hij zelf risico als hij een operatie of ingreep moet ondergaan, omdat de MRSA niet meer op gebruikelijke antibiotica reageert.

Q-koorts is een voor de mens besmettelijke ziekte die verspreid kan worden vanuit de intensieve geitenhouderij.

Dierenwelzijn[bewerken]

Dierenwelzijn heeft een wettelijke basis in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Verschillende dierenrechtenorganisaties zoals Dierenbescherming, Wakker Dier, Varkens in Nood, en Stichting Animal Freedom, maar ook politieke partijen zoals de Partij voor de Dieren, GroenLinks, SP en D66 hebben kritiek op bio-industrie vanwege het gebrek aan dierenwelzijn. In de bio-industrie worden de dieren aangepast door fysieke ingrepen en genetische veredeling aan bedrijfseconomische eisen. Voor zover er rekening wordt gehouden met dierenwelzijn is dat experimenteel en met subsidie van LNV.

  • Ingrepen - Door de hoge dierdichtheid en gebrek aan beweegruimte hebben varkens de neiging om elkaar te bijten. Het staartbijten heeft invloed op het welzijn en gezondheid van de varkens. Bij varkenshouderijen is het gangbaar om de varkensstaart uit voorzorg te couperen.[5]. Om kannibalisme bij kippen te voorkomen worden snavels 'geknipt'. Mannelijke biggen worden (verdoofd) gecastreerd. Door de ruwe verzamelmethode van bio-industriekippen in Nederland lopen 29 miljoen kippen (8%) jaarlijks vleugelkneuzingen en breuken op. Voornamelijk door de snelle groei sterven 16 miljoen kuikens jaarlijks voortijdig[6]. Het ministerie van LNV heeft als doelstelling dat alle ingrepen bij dieren in 2023 verboden worden.
  • Ziektes - Dierziektes hebben een negatief effect op dierenwelzijn. Een veelvoorkomend voorbeeld in de rundveehouderij is ontsteking van het uierweefsel (mastitis). MRSA komt bij 40% van de varkens voor. Vanwege MKZ werden in 2001 260.000 gezonde dieren preventief gedood ('ruimen'). In Nederland zijn 88 BSE (gekkekoeienziekte) gevallen bij runderen vastgesteld (oorzaak: besmet diermeel).[7]. In 2006 was er een flinke uitbraak van blauwtong.
  • Transport - Miljoenen levende dieren worden door Europa getransporteerd non stop over duizenden kilometers om elders geslacht te worden vaak zonder goede verzorging (water).[8][9] Nederland exporteerde in 2010 12 miljoen levende varkens, 60.000 levende runderen, 120.000 levende kalfjes en ruim 220.000 schapen en geiten (PVE)[10].
  • Brand - Kippen, kuikens, varkens, biggen, kalveren en koeien in de bio-industrie komen veelvuldig massaal om bij brand. Het gaat daarbij al gauw om honderden tot duizenden dieren per brandgeval die levend verbranden omdat de dieren in grote aantallen gehouden worden in één schuur. In 2009 verbrandden er 112.185 dieren waaronder 91.000 kippen, 7430 varkens, 400 koeien.
  • Keurmerk - In 2007 lanceerde de Dierenbescherming het keurmerk 'Beter Leven'[11] voor vlees met de bedoeling het lot van dieren in de bio-industrie te verbeteren. Het label op de verpakking geeft met 1-3 sterren de mate van dierenwelzijn aan. Eén ster is iets beter dan zonder keurmerk, 3 sterren staat gelijk aan ECO. Het keurmerk vervangt niet bestaande merknamen en is zelf geen merknaam. De consument kan nu voor een prijs die iets hoger ligt dan standaard vlees in de supermarkt, maar lager dan de prijs van biologisch/eco-vlees, een bijdrage leveren aan het dierenwelzijn. In 2010 hadden 17 van de 29 supermarkten in Nederland producten met het Beter Leven keurmerk, waarvan 15 supermarkten producten met 3 sterren in de schappen hadden liggen.[12]

Alternatieven[bewerken]

Alternatieven voor bio-industrie zijn de scharrelveehouderij, rondeelsystemen, verrijkte kooien en biologische landbouw. Alternatief voor vleesproductie zijn vleesvervangers en mogelijk kweekvlees.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • (en) Gatward, G; Livestock Ethics; Chalcombe Publications; 2001