Economie van Nederland
| Economie van Nederland | ||
|---|---|---|
| Munteenheid | 1 euro (€) = 100 cent | |
| Fiscaal jaar | kalenderjaar | |
| Handelsorganisaties | EU, WTO and OESO | |
| Statistieken | ||
| BBP Rang (2005) | 23de in nominaal volume; 7de in nominaal volume per hoofd; 6de in volume in koopkrachtpariteit; 15de in koopkrachtpariteit per hoofd. | |
| BBP koopkrachtpariteit(2006) | $629,911 miljard | |
| Economische groei (BBP) (Q2 2009) | -5,4% | |
| BBP per hoofd (2006) | $38.500 | |
| BBP per sector (2002) | landbouw (2%), industrie (19%), diensten (79%) | |
| Inflatiepercentage (2009) | 0,2% | |
| Beroepsbevolking (2005) | 7,83 miljoen | |
| Beroepsbevolking per sector (2002) | diensten (64%), industrie (29%), landbouw (4%) | |
| Werkloosheidspercentage (augustus 2009) | 5% | |
| Belangrijke industrieën | elektronica en communicatiemateriaal, metalen, chemicaliën, petroleum,voedselverwerking, visserij, landbouw gerelateerde producten | |
| Handelspartners | ||
| Uitvoer (2008) | $537 mld | |
| Belangrijkste partners (2009) | Duitsland 24,1%, België 11%, Frankrijk 8,9%, Verenigd Koninkrijk 8,5%, Italië 5,2%, Verenigde Staten, 4,5% | |
| Invoer (2008) | $485 mld | |
| Belangrijkste partners (2009) | Duitsland 19,8%, België 9,9%, Frankrijk 5%, Verenigde Staten 8,5%, China 7,9%, Verenigd Koninkrijk 6% | |
| Openbare financiën | ||
| Openbare schuld | ||
| Externe schuld | ||
| Opbrengsten | ||
| Uitgaven | ||
| Donor van economische hulp (2004) | $4 mld | |
Nederland is een welvarend land met een open economie die zwaar leunt op buitenlandse handel. De economie wordt getypeerd door stabiele verhoudingen, matige inflatie, een gezond financieel beleid en een belangrijke rol als Europese transportader. Voedselverwerking, chemie, olieraffinage en de fabricage van elektrische apparaten zijn de belangrijkste industriële activiteiten.
In de intensieve, gemechaniseerde land- en tuinbouw werkt weliswaar slechts 4% van de Nederlandse beroepsbevolking, maar er worden door de sector enorme hoeveelheden voedsel voor de voedselverwerkingsindustrie en de uitvoer geproduceerd. Na de Verenigde Staten en Frankrijk is Nederland het derde uitvoerland op het gebied van land- en tuinbouwproducten. Over de gehele linie bekeken is Nederland ongeveer de tiende economie van de wereld, na landen als Verenigde Staten, Japan en Duitsland.
De Nederlandse economie is vanaf eind jaren 90 3% of meer gegroeid. Vanaf de eeuwwisseling en met name 2001 is de groei afgenomen. De internetzeepbel heeft hier onder meer een grote rol gespeeld. De algemene dalende lijn heeft zich doorgezet na de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001. Vooral luchtvaartmaatschappijen en bijbehorende sectoren werden wereldwijd zwaar getroffen; ook de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen leden verlies.
Het nieuwe belastingstelsel dat begin 2001 is ingevoerd was erop gericht de hoge loonbelastingtarieven te temperen en de fiscale lasten deels over te hevelen naar consumptiegoederen en -diensten. Nederland was één van de eerste landen die het besluit aangaande de euro als Europese munteenheid heeft geratificeerd. Sinds 1 januari 2002 is de munt er het enige wettige betaalmiddel (met overgangsperiode voor inwisseling). In de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba is de Amerikaanse dollar per 1 januari 2011 wettig betaalmiddel (wederom met overgangsperiode).[1]
Inhoud |
[bewerken] Sectoren
[bewerken] Energie
Een van de grootste energiemaatschappijen ter wereld is voor zestig procent van Nederlandse oorsprong. De Koninklijke Shell heeft haar hoofdkantoor in Den Haag en is voortgekomen uit de oliewinning in Nederlands-Indië. Nederland zelf heeft een zeer beperkte voorraad aan aardolie in de bodem van de Noordzee. Van groot belang is echter de in 1959 ontdekte voorraad aardgas nabij het Groningse Slochteren. Met dit aardgasveld van Slochteren is Nederland de tweede producent van aardgas van de Europese Unie. De voorraad aardgas wordt geschat op 0,9% van de wereldvoorraad. Nederland wint 30% van de totale aardgaswinning van de Europese Unie en 2,7% van de wereld. Nederland wil haar vooraanstaande positie behouden door een centrale rol te gaan spelen in de doorvoer van gas uit andere landen. Door de aanwezigheid van de grote aardgasreserves speelt kernenergie maar een relatief kleine rol in het energiebeleid van Nederland. De kernenergiecentrale Dodewaard heeft bijna dertig jaar gefunctioneerd tot zij in 1997 gesloten werd. Anno 2009 is de enige functionerende kerncentrale de kernenergiecentrale Borssele. Sluiting van deze centrale is uitgesteld tot 2033. Alternatieve vormen van energie (biomassa, zon, wind) spelen een bescheiden rol en leveren ca. 5% van de totale energieproductie.
[bewerken] Akker- en tuinbouw
Hoewel de landbouw voor buitenlanders vaak in verband gebracht wordt met de Nederlandse economie, door traditionele producten als tulpen en kaas, werkt maar 2 % van de bevolking in deze sector. De aanwezigheid van de Nederlandse bedrijven op het gebied van bloemen, bloembollen en veredelde zaden in de wereldeconomie is echter significant.
[bewerken] Veeteelt
[bewerken] Visserij
[bewerken] Industrie
Landbouwindustrie, metaalindustrie en machinebouw en -installaties, fabricage van elektrische apparaten en outillage, chemische productie, olieverwerking, constructie, micro-elektronica, visvangst
- Groeipercentage industriële productie: 3,2% (2000)
- Belangrijkste bedrijven: Shell, Unilever, ASML, KLM, DSM, AkzoNobel, Philips, Aegon, ING Groep, Rabobank Groep, Heineken, Post NL en Randstad.
[bewerken] Handel en bankwezen
De financiële instellingen hebben altijd een grote rol gespeeld in de Nederlandse economie na de Tweede Wereldoorlog. Verzekeraars en banken hebben in sommige gevallen grote conglomeraten gesmeed. Dit model van een combinatie van bankieren en verzekeren is sinds het uitbreken van de kredietcrisis niet langer populair omdat de risico's moeilijker te controleren zijn. Het concern ING Groep zal dan ook gesplitst worden in een bank en een verzekeraar, zo werd in oktober 2009 bekend.
De Nederlandse effectenbeurs is opgegaan in Euronext. De beurs heeft een historie van pionieren. Het was de eerste effectenbeurs ter wereld met de handel in aandelen VOC en de eerste derivatenbeurs van Europa.
[bewerken] Transport
[bewerken] Toerisme
[bewerken] BNP
Het bruto nationaal product van Nederland was in 2008 595 miljard euro.[3] Hiermee is Nederland naar omvang de zesde economie van Europa en de grootste van de "kleine" Europese landen. Het moet alleen de economieën van Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Spanje voor zich laten. Per hoofd van de bevolking doet Nederland het relatief goed in Europa.
De inflatie was jarenlang een zorgenkind van de economische politiek, maar is in september 2009 uitgekomen op 0,4% op jaarbasis.[4]
[bewerken] Beroepsbevolking
De beroepsbevolking van Nederland werd in 2008 geschat op 7,715 miljoen mensen. Daarmee neemt het de 57e plaats in op de ranglijst van landen naar beroepsbevolking.[5] Zoals in veel moderne economieën werkt het grootste deel van de bevolking in de dienstensector (73%). De landbouw heeft een in vergelijking met buurlanden een relatief hoog percentage van de beroepsbevolking met 2%, dat komt door de moderne glastuinbouw, bloembollenteelt en de veredeling van zaden.
[bewerken] Budget
- Inkomsten: $291,8 miljard
- Uitgaven: $303,7 miljard, inclusief kapitaalinvesteringen (2005)
[bewerken] Uitvoer
- Jaartotaal $365,1 miljard (f.o.b., 2005)
- Uitvoer van goederen: machinerieën en outillage, chemicaliën, brandstoffen; voedselproducten
- Uitvoerpartners: Duitsland 25%, België 12,4%, Groot-Brittannië 10,1%, Frankrijk 9,9%, Italië 6%, Verenigde Staten 4,3% (2005)
- In 2008 was Nederland het vijfde uitvoerland van de wereld na Duitsland, China, Japan en de Verenigde Staten.
[bewerken] Invoer
Jaartotaal $201,2 miljard (c.i.f., 2000)
- Invoer van goederen: machinerieën en transportbenodigdheden, chemicaliën, brandstoffen; voedselproducten, kleding
- Invoerpartners: EG 57% (Duitsland 18%, België-Luxemburg 10%, Groot-Brittannië 5%, Frankrijk 6%), Verenigde Staten 9%, Centraal- en Oost-Europa (2000)
- Schuldenlast (extern): $0
- Economische hulp: ODA, $3,5 miljard (2000)
[bewerken] Munteenheid
Sinds 1 januari 2002 is de officiële munt van de Nederlandse economie de Europese munt de Euro, die de gulden opvolgde. De koers van gulden was al sinds 1 januari 1999 vastgepind op de euro, met een koers van 2,20371 gulden per euro. De euro werd tussen 1999 en 2002 gebruikt als betaalmiddel in het internationale verkeer zoals de handel op de effectenbeurs. Vanaf 2002 werd de euro voor alle transacties het enige wettige betaalmiddel.
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ Ex-Antillen stappen over op dollar - nos.nl
- ↑ Consumentenprijzen; historie inflatie, CBS, geraadpleegd op 1 maart 2009.
- ↑ Bruto Nationaal Product, Europa.nu
- ↑ CBS Statistiek
- ↑ (en) CIA Worldfactbook
| Meer informatie over Nederland | ||
|---|---|---|
|
Bevolking · Communicatie · Defensie · Economie · Geografie · Geschiedenis · Politiek en overheid · Vervoer |
||
| Economie van Europese landen |
|---|
|
Albanië · Andorra · Azerbeidzjan · België · Bosnië en Herzegovina · Bulgarije · Cyprus · Denemarken · Duitsland · Estland · Finland · Frankrijk · Georgië · Griekenland · Hongarije · IJsland · Ierland · Italië · Kroatië · Letland · Liechtenstein · Litouwen · Luxemburg · Macedonië · Malta · Moldavië · Monaco · Montenegro · Nederland · Noorwegen · Oekraïne · Oostenrijk · Polen · Portugal · Roemenië · Rusland · San Marino · Servië · Slovenië · Slowakije · Spanje · Tsjechië · Turkije · Vaticaanstad · Verenigd Koninkrijk · Wit-Rusland · Zweden · Zwitserland |