Economie van Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Economie van Nederland
Munteenheid 1 euro (€) = 100 cent
Fiscaal jaar kalenderjaar
Handelsorganisaties EU, WTO and OESO
Statistieken
BBP Rang (2005) 17de in nominaal volume; 7de in nominaal volume per hoofd; 6de in volume in koopkrachtpariteit; 15de in koopkrachtpariteit per hoofd.
BBP koopkrachtpariteit(2011) $694,574 miljard
Economische groei (BBP) (2012) -1,2%
BBP per hoofd (2011) $41,949
BBP per sector (2012) landbouw (2,5%), industrie (24,9%), diensten (72,6%)
Inflatiepercentage (januari 2013) 3,2%
Beroepsbevolking (2012) 7,895 miljoen
Beroepsbevolking per sector (2002) diensten (64%), industrie (29%), landbouw (4%)
Werkloosheidspercentage (juli 2013) 8,7%
Belangrijke industrieën elektronica en communicatiemateriaal, metalen, chemicaliën, petroleum, voedselverwerking, visserij, landbouw gerelateerde producten
Handelspartners
Uitvoer (2012) $540,3 mld
Belangrijkste partners (2012) Duitsland 26,5%, België 13,7%, Frankrijk 8,8%, Verenigd Koninkrijk 8%, Italië 4,5%
Invoer (2012) $476,5 mld
Belangrijkste partners (2012) Duitsland 13,8%, China 12%, België 8,4%, Verenigd Koninkrijk 6,7%, Rusland 6,4%, Verenigde Staten 6,1%
Openbare financiën
Openbare schuld (2011) €393 mld
Externe schuld
Opbrengsten (2012) €358,4 mld
Uitgaven (2012) €389,4 mld
Donor van economische hulp (2004) $4 mld

Nederland is een welvarend land met een open economie die zwaar leunt op buitenlandse handel. De economie wordt getypeerd door stabiele verhoudingen, relatief lage inflatie, een gezond financieel beleid en een belangrijke rol als Europese transportader. Voedselverwerking, chemie, olieraffinage en de fabricage van elektrische apparaten zijn de belangrijkste industriële activiteiten.

In de intensieve, gemechaniseerde land- en tuinbouw werkt weliswaar slechts 4% van de Nederlandse beroepsbevolking, maar er worden door de sector enorme hoeveelheden voedsel voor de voedselverwerkingsindustrie en de uitvoer geproduceerd. Na de Verenigde Staten en is Nederland het tweede uitvoerland op het gebied van land- en tuinbouwproducten[1]. De Nederlandse economie is ongeveer de vijftiende tot twintigste economie van de wereld, afhankelijk van hoe er gemeten wordt. Een aantal jaren geleden was Nederland nog de tiende economie ter wereld maar Nederland is ingehaald door snel groeiende economieën als Mexico, Indonesië, Zuid-Korea en Turkije.

De Nederlandse economie maakte eind jaren '90 een grote groeispurt door met groeicijfers boven de 4%. In de eerste jaren na de eeuwwisseling is de groei afgenomen. De internetzeepbel en de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 hebben hier een belangrijke rol gespeeld. In 2006 en 2007 groeide de economie weer met meer dan 3%, maar naar aanleiding van de wereldwijde crisis was er in 2009 een krimp van 3,5%, gevolgd door een zeer beperkte groei en een flink stijgende staatsschuld en werkloosheid vanaf 2010 tot heden.

Nederland was één van de eerste landen die het besluit aangaande de euro als Europese munteenheid hebben geratificeerd. Sinds 1 januari 2002 is de munt er het enige wettige betaalmiddel (met overgangsperiode voor inwisseling). In de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba is de Amerikaanse dollar per 1 januari 2011 wettig betaalmiddel (wederom met overgangsperiode).[2]

Sectoren[bewerken]

Energie[bewerken]

Een van de grootste energiemaatschappijen ter wereld is voor zestig procent van Nederlandse oorsprong. De Koninklijke Shell heeft haar hoofdkantoor in Den Haag en is voortgekomen uit de oliewinning in Nederlands-Indië. Nederland zelf heeft een zeer beperkte voorraad aan aardolie in de bodem van de Noordzee. Van groot belang is echter de in 1959 ontdekte voorraad aardgas nabij het Groningse Slochteren. Met dit aardgasveld van Slochteren is Nederland de tweede producent van aardgas van de Europese Unie. De voorraad aardgas wordt geschat op 0,9% van de wereldvoorraad. Nederland wint 30% van de totale aardgaswinning van de Europese Unie en 2,7% van de wereld. Nederland wil haar vooraanstaande positie behouden door een centrale rol te gaan spelen in de doorvoer van gas uit andere landen. Door de aanwezigheid van de grote aardgasreserves speelt kernenergie maar een relatief kleine rol in het energiebeleid van Nederland. De kernenergiecentrale Dodewaard heeft bijna dertig jaar gefunctioneerd tot zij in 1997 gesloten werd. Anno 2009 is de enige functionerende kerncentrale de kernenergiecentrale Borssele. Sluiting van deze centrale is uitgesteld tot 2033. Alternatieve vormen van energie (biomassa, zon, wind) spelen een bescheiden rol en leveren ca. 5% van de totale energieproductie.

Akker- en tuinbouw[bewerken]

Hoewel de landbouw voor buitenlanders vaak in verband gebracht wordt met de Nederlandse economie, door traditionele producten als tulpen en kaas, werkt maar 2 % van de bevolking in deze sector. De aanwezigheid van de Nederlandse bedrijven op het gebied van bloemen, bloembollen en veredelde zaden in de wereldeconomie is echter significant.

Veeteelt[bewerken]

Visserij[bewerken]

Industrie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Industrie in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Landbouwindustrie, metaalindustrie en machinebouw en -installaties, fabricage van elektrische apparaten en outillage, chemische productie, olieverwerking, constructie, micro-elektronica, visvangst

Handel en bankwezen[bewerken]

De financiële instellingen hebben altijd een grote rol gespeeld in de Nederlandse economie na de Tweede Wereldoorlog. Verzekeraars en banken hebben in sommige gevallen grote conglomeraten gesmeed. Dit model van een combinatie van bankieren en verzekeren is sinds het uitbreken van de kredietcrisis niet langer populair omdat de risico's moeilijker te controleren zijn. Het concern ING Groep zal dan ook gesplitst worden in een bank en een verzekeraar, zo werd in oktober 2009 bekend.

De Nederlandse effectenbeurs is opgegaan in Euronext. De beurs heeft een historie van pionieren. Het was de eerste effectenbeurs ter wereld met de handel in aandelen VOC en de eerste derivatenbeurs van Europa.

Transport[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Transport in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Toerisme[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Toerisme in Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

BNP[bewerken]

Inflatiepercentage van de Nederlandse economie tussen 1963 en 2008.[3]

Het bruto nationaal product van Nederland was in 2011 550 miljard euro.[4] Hiermee is Nederland naar omvang de zevende economie van Europa (Indien Turkije niet wordt meegerekend) en de grootste van de "kleine" Europese landen. Het moet alleen de economieën van Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië, Spanje en Polen voor zich laten. Per hoofd van de bevolking doet Nederland het relatief goed in Europa: na Luxemburg heeft Nederland het hoogste gemiddeld inkomen van de EU.

De inflatie is de laatste 10 jaar relatief stabiel met percentages tussen de 1 en 2,5% op jaarbasis.[5]

De jaarlijkse groei van het Nederlandse bbp[6]:

1996 3,4%

1997 4,3%

1998 3,9%

1999 4,7%

2000 3,9%

2001 1,9%

2002 0,1%

2003 0,3%

2004 2,2%

2005 2,0%

2006 3,4%

2007 3,9%

2008 1,8%

2009 -3,7%

2010** 1,6%

2011* 1,0%

2012* -1,0%

Beroepsbevolking[bewerken]

De beroepsbevolking van Nederland werd in 2008 geschat op 7,715 miljoen mensen. Daarmee neemt het de 57e plaats in op de ranglijst van landen naar beroepsbevolking.[7] Zoals in veel moderne economieën werkt het grootste deel van de bevolking in de dienstensector (73%). De landbouw heeft een in vergelijking met buurlanden een relatief hoog percentage van de beroepsbevolking met 2%, dat komt door de moderne glastuinbouw, bloembollenteelt en de veredeling van zaden.

Munteenheid[bewerken]

Sinds 1 januari 2002 is de officiële munt van de Nederlandse economie de Europese munt de Euro, die de gulden opvolgde. De koers van gulden was al sinds 1 januari 1999 vastgepind op de euro, met een koers van 2,20371 gulden per euro. De euro werd tussen 1999 en 2002 gebruikt als betaalmiddel in het internationale verkeer zoals de handel op de effectenbeurs. Vanaf 2002 werd de euro voor alle transacties het enige wettige betaalmiddel. Ingevolge de Wet geldstelsel BES [8] is op 1 januari 2011 de Amerikaanse dollar als officieel betaalmiddel in Caribisch Nederland ingevoerd. Tot die datum was de Antilliaanse gulden de officiële munteenheid.[9]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Volkskrant 'Groei agrarische export grote rol in herstel van economie', 17 januari 2014
  2. Ex-Antillen stappen over op dollar - nos.nl
  3. Consumentenprijzen; historie inflatie, CBS, geraadpleegd op 1 maart 2009.
  4. Bruto Nationaal Product, Europa.nu
  5. CBS Statistiek
  6. CBS bbp
  7. (en) CIA Worldfactbook
  8. http://wetten.overheid.nl/BWBR0028551
  9. Eerstekamer.nl - Wet geldstelsel BES