Johannes de Jong

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Johannes de Jong
Jan de Jong (1953).jpg
Kardinaal van de Katholieke Kerk
Wapen van een kardinaal
Rang kardinaal-priester
Aartsbisdom Utrecht
Titelkerk 1946-1955: San Clemente
Creatie
Gecreëerd door paus Pius XII
Consistorie 18 februari 1946
Kerkelijke carrière
Eerdere functies 1935-1936: coadjutor van Utrecht
1936-1955: aartsbisschop van Utrecht
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Wapen kardinaal de Jong als gevelsteen aan zijn woonhuis aan de Zuidsingel in Amersfoort

Johannes (Jan) de Jong (Nes, Ameland, 10 september 1885 - Amersfoort, 8 september 1955) was een Nederlandse kerkhistoricus, aartsbisschop, kardinaal en metropoliet.

Opleiding en wetenschappelijke loopbaan[bewerken]

Hij ontving zijn priesteropleiding aan de seminaries van Culemborg en Rijsenburg. Hij werd in 1908 tot priester gewijd en studeerde daarna te Rome waar hij promoveerde in de wijsbegeerte (1910) en in de godgeleerdheid (1911). In 1914 werd hij professor kerkgeschiedenis aan het seminarie Rijsenburg. In de periode dat De Jong hoogleraar was kwam zijn standaardwerk Handboek der Kerkgeschiedenis tot stand, waarvan de twee delen tussen 1929 en 1931 verschenen. Het werd een verplicht studieboek op de priesteropleidingen in Nederland en in het Nederlandse taalgebied in België.

Kerkelijke loopbaan[bewerken]

Van 1911 tot 1914 was hij eerst kapelaan te Amersfoort en daarna conrector van de Zusters van O.L. Vrouw in die plaats.

In 1935 werd hij coadjutor van de aartsbisschop van het aartsbisdom Utrecht, mgr. Joannes Jansen. Tegelijkertijd werd hij benoemd tot titulair aartsbisschop van Rhusium. Als wapenspreuk koos hij Dominus mihi adjutor (Uit Psalm 118:7 - De heer is mijn Helper). In zijn wapen zit de wassende maan van het wapen van Ameland.

In 1936 werd hij benoemd tot aartsbisschop van het aartsbisdom Utrecht waarmee hij eveneens metropoliet werd van de Nederlandse kerkprovincie. Het was voor het eerst dat de aartsbisschoppelijke zetel door een man van wetenschap en een doctor werd bezet. Zijn vier opvolgers hebben ook allen in Rome gestudeerd en zijn daar of elders gepromoveerd.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog gaf De Jong samen met dominee K. Gravemeijer, leiding aan het kerkelijk verzet tegen de Duitse bezetter. Zo vaardigde De Jong een door Titus Brandsma ontworpen verbod uit over het opnemen van NSB-advertenties in de rooms-katholieke dagbladen. Al in de oorlog ging De Jongs gezondheid zo achteruit dat hij het dagelijks bestuur van het aartsbisdom moest overlaten aan zijn vicaris-generaal Jan Geerdinck. Die zou het bestuur blijven voeren tot in 1951 een coadjutor zou worden benoemd.

Na de oorlog werd hij in februari 1946 door paus Pius XII tot kardinaal gecreëerd. Hij kreeg als titelkerk de basiliek van San Clemente toegewezen.

Graf van kardinaal de Jong op de Begraafplaats St. Barbara in Utrecht

In 1951 moest hij vanwege zijn zwakke gezondheid zich terugtrekken uit het bestuur van het aartsbisdom. Tot zijn coadjutor werd Bernardus Alfrink benoemd. De Jong trok zich terug in Amersfoort waar hij in 1955 overleed. In 1953 sprak hij nog wel - via een bandopname - de geliefde gelovigen toe, ter gelegenheid van de manifestatie Honderd jaar Kromstaf. De ontroerde aanwezigen in het Stadion Galgenwaard begroetten deze toespraak met het langdurig scanderen van Lang leve de Kardinaal!. Alfrink volgde hem op als aartsbisschop.

Kardinaal De Jong was Ridder Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw; deze hoogste civiele Nederlandse onderscheiding viel behalve aan zijn opvolger kardinaal Alfrink sindsdien uitsluitend toe aan leden van de koninklijke familie, staatshoofden, Willem Drees, Kofi Annan, Winston Churchill, Ruud Lubbers en Joseph Luns.

Vernoemd[bewerken]

In Utrecht-Oost is de Kardinaal de Jongweg, een drukke verkeersader, naar de voormalige bisschop vernoemd, evenals de Kardinaal de Jongweg in Nes op Ameland en in Eindhoven; ook is er een Kardinaal de Jonglaan in Bergen op Zoom, een Kardinaal de Jongplein in Tilburg en in Oss en een -straat in Angeren, Valkenswaard, Zevenaar en Rijen. (Opsomming niet volledig).

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Voorganger:
Pellegrino Luigi Mondaini
Titulair aartsbisschop van Rhusium
1935-1936
Opvolger:
Rémy-Louis Leprêtre
Voorganger:
Joannes Jansen
Aartsbisschop van Utrecht
1936-1955
Opvolger:
Bernardus Alfrink