Vroedmeesterpad
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
| Vroedmeesterpad IUCN-status: Veilig[1] |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Een eierdragend mannetje. |
|||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Alytes obstetricans Laurenti, 1768 |
|||||||||||||
De vroedmeesterpad (Alytes obstetricans) is een pad-achtige kikker uit de familie Alytidae.
Inhoud |
[bewerken] Kenmerken
De vroedmeesterpad heeft een wrattige huid en een gedrongen lichaam dat meestal bruin tot soms bruingrijs van kleur is. De ogen puilen duidelijk uit, de pupil is verticaal en het trommelvlies of tympanum is duidelijk zichtbaar.
[bewerken] Verspreiding en habitat
De vroedmeesterpad leeft in het midden en zuidwesten van Europa, en verspreidt zich vanuit het Iberisch schiereiland. In Nederland komt deze soort alleen voor in de Limburgse mergelgroeven, maar hij is op diverse plekken elders in het land uitgezet. Zo is hij in tuinen in o.a. Utrecht en Den Haag gesignaleerd, waar hij zich goed schijnt te handhaven. Deze pad is niet erg aquatisch en leeft veelal op het land hoewel droge plekken worden vermeden. Een voorkeur bestaat voor ruderale terreinen (kerkhoven, groeven, oude gebouwen). Kleine holletjes onder stenen en omgevallen bomen dienen als schuilplaats als er niet wordt gejaagd. Het voedsel bestaat uit insecten en wormen die tijdens de schemering of 's nachts worden gevangen.
De vroedmeesterpad is wettelijk beschermd omdat de soort in enkele landen, waaronder Nederland, bijna verdwenen is.
[bewerken] Voortplanting
Het is één van de weinige soorten die broedzorg kent; de mannetjes dragen de eiersnoeren met zich mee tot de larven uitkomen, na 5 tot 7 weken. Dan worden de larven afgezet in het water, meestal een plasje of poeltje, de vroedmeesterpad is daarin niet zo kieskeurig. Door deze typische broedzorg van het mannetje wordt voorkomen dat de eieren beschimmelen of worden opgegeten. Er is ook een nadeel; de pad kan maar een beperkt aantal eitjes dragen; hooguit enkele tientallen. Dit in tegenstelling tot soorten die eierdril afzetten, waarin meestal honderden eitjes zitten. De eitjes hebben ook geen slijmerig omhulsel maar een zeer dunne en broze schaal. Het broedseizoen loopt tot in het najaar, en daarmee is deze soort een grote uitzondering.
De aanwezigheid van vroedmeesterpadden is vooral vast te stellen door het merkwaardige, monotone geluid dat ze maken. Een korte fluittoon, dat om de paar seconden wordt herhaald en aan een generator doet denken. Vooral op zwoele lente- en zomeravonden (van april tot eind augustus, soms nog later) is het geluid te horen en een aantal 'zingende' vroedmeesterpadden bij elkaar geeft - omdat elke vroedmeesterpad in een andere toonhoogte 'fluit' - het effect van een klokkenspel, vandaar de Limburgse naam voor vroedmeesterpadden, 'klungelkens' (klokjes).
[bewerken] Afbeeldingen
|
Een exemplaar uit Frankrijk. |
Voorzijde met uitpuilende ogen en groot tympanum. |
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Waarnemingen in Nederland
[bewerken] Externe links
Bronnen, noten en/of referenties:
- Amphibiaweb
- AMNH Geconsulteerd 3 augustus 2008
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Alytes obstetricans van Wikimedia Commons. |

