Anticommunisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
COMMUNISME

Communist star.svg

Portaal  Portaalicoon  Communisme

Anticommunisme is een politieke grondhouding die zich richt tegen de communistische ideologie en tegen de politiek die uit naam van deze ideologie wordt bedreven. Onder het anticommunisme valt een breed spectrum van ideologieën, waaronder het liberalisme, de christendemocratie, de sociaaldemocratie, de orthodoxe islam en het fascisme.

De term wordt wereldwijd gebruikt sinds de Koude Oorlog, waarin de kapitalistische en enkele overgebleven fascistische landen zich vijandig opstelden tegen wat zij noemden 'de expansionistische buitenlandse politiek' van de Sovjet-Unie. In de massale vervolgingen, de deportatie van hele volken en de door de politieke leiders veroorzaakte hongersnoden in met name de Sovjet-Unie en China zagen ze het bewijs dat het communisme in strijd was met de mensenrechten. In deze landen kwamen zo immers miljoenen mensen om - volgens nu algemeen aanvaarde wetenschappelijke cijfers ongeveer 50 miljoen. Ook de Moedjahedien die zich verzetten tegen de bezetting van Afghanistan waren anticommunistisch.

Tijdens het grootste deel van de periode tussen 1950 en 1991 was anticommunisme één van de belangrijkste elementen van de Koude Oorlog en van het beleid van de leiders van de Verenigde Staten met betrekking tot de Sovjet-Unie.

Achtergrond[bewerken]

Een belangrijk punt van kritiek van anticommunisten is het gebrek aan individuele vrijheid en de vaak gewelddadige repressie van andersdenkenden in landen met een communistische regering. Ze bekritiseren de interpretatie van het concept democratie door communisten (de Volksdemocratie), en protesteren tegen de sociaal-economische programma's van de communisten. Veel communisten spreken deze kritiek tegen door te zeggen dat democratie net essentieel is voor een geplande economie en om staatskapitalisme te voorkomen, waarin het net zo slecht voor de arbeiders zou zijn als voor de bedrijven.

Na de Oktoberrevolutie in 1917 werden de critici geïnspireerd om de communistische ideologie vanuit een conservatief oogpunt te bevechten. Zo ging het stalinisme in de jaren 1924-1953 gepaard met grove schendingen van de mensenrechten, leidend tot naar schatting 15 miljoen doden door executies en ten gevolge van gevangenschap in kampen[1]; miljoenen doden door hongersnoden zoals de Holodomor; en miljoenen gevangenen in de Goelag, hetgeen de Sovjet-Unie kritiek opleverde van vele liberale communisten, trotskisten en sociaaldemocraten. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog stonden in het republikeinse kamp anarchisten en communisten tegenover elkaar, wat onder andere leidde tot gevechten zoals de Meidagen van 1937. Het anticommunisme werd in de jaren twintig en dertig gebruikelijk bij zowel links als rechts.

Types van anticommunisme[bewerken]

Verschillende mensen hebben het communisme bekritiseerd om verschillende redenen. Conservatieve en liberale critici richten zich vaak op het marxisme of zelfs socialisme als geheel. Ze zien communisme als een doctrine gebaseerd op radicale en onjuiste argumenten. Ze geloven dat het kapitalisme economische vrijheid schenkt aan iedereen (in plaats van enkel de burgerij versus de proletariërs volgens communisten). Ze zien het gebrek aan eigendomsrechten en het ontbreken van vrijheid van meningsuiting als een schending van wat zij verstaan onder mensenrechten.

Anderen fixeren zich op tegenstellingen of fouten in de communistische theorie en gebrekkige koppeling aan de praktijk. Veel anticommunisten vinden dat de theorie minder bekritiseerbaar is dan de machtsontplooiingen van communisten zelf. Sociaaldemocraten als Bertrand Russell en anarchistische theoretici als Noam Chomsky beschouwen het communisme als een doctrine met nobele doelen in theorie maar die erin faalt deze theoretische principes in de praktijk om te zetten (hoewel Chomsky opmerkt dat de term anticommunisme vaak bestrijding van links in het algemeen inhoudt).

Het atheïstische karakter van het communisme en de vaak anti-religieuze opstelling van communistische landen leidde er ook toe dat veel godsdiensten afwijzend tegenover het communisme kwamen te staan.

Fascisme en anticommunisme[bewerken]

Fascisme en Sovjet-communisme zijn politieke systemen die tot ontplooiing kwamen na de Eerste Wereldoorlog. Geschiedkundigen van de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog zoals Eric Hobsbawm wezen erop dat de liberale democratie onder zware druk stond in deze periode, het scheen een gedoemde filosofie te zijn. Het succes van de Russische Revolutie van 1917 resulteerde in een korte revolutiegolf in Europa, met name in Duitsland en Hongarije. De socialistische beweging splitste wereldwijd in verscheidene sociaaldemocratische en Leninistische vleugels met de vorming van de Comintern of 'Derde Internationale', wat ernstige debatten binnen sociaaldemocratische partijen veroorzaakte, met als resultaat dat verdedigers van de Russische Revolutie zich afscheurden om in de meeste geïndustrialiseerde en veel niet geïndustrialiseerde landen Communistische Partijen op te richten. Toen deze partijen de acceptatie van de oorlog door de sociaaldemocraten labelden als imperialisme, kregen ze voor veel mensen meer geloofwaardigheid.

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog waren er pogingen en dreigingen tot socialistische opstanden in Europa. In Duitsland faalde de Spartacusopstand, geleid door Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, in januari 1919. In Beieren namen de communisten de regering over en riepen de Münchense Sovjetrepubliek uit, die van 1918 tot 1919 stand hield. In Hongarije werd er ook een kortstondige Sovjetregering in het leven geroepen door Béla Kun in 1919.

Bekende anticommunisten[bewerken]

Bekende anticommunisten[bewerken]

Bekende anticommunistische dissidenten[bewerken]

Aleksandr Solzjenitsyn

Anticommunistische politici en militairen[bewerken]

Leiders van de Russische antibolsjewiekenbeweging[bewerken]

Anticommunistische militanten[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Externe link[bewerken]