Barclays

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Barclays Bank)
Ga naar: navigatie, zoeken
Barclays plc
One Churchill Place, het hoofdkantoor van Barclays
One Churchill Place, het hoofdkantoor van Barclays
Beurs NYSE: BCS
LSE: BCARC
Oprichting 1896
Sleutelfiguren Jes Staley (CEO)
John McFarley (voorzitter RvC)
Hoofdkantoor One Churchill Place,
Canary Wharf,
Londen, Verenigd Koninkrijk
Werknemers 129.400 (2015, in FTE), waarvan 49.000 in het Verenigd Koninkrijk
Producten financiële dienstverlening
Sector financiële sector
Omzet £ 25,9 miljard (2015)
Winst £ 623 miljoen (2015)
Marktkapitalisatie £ 40 miljard (9 januari 2017)[1]
Website barclays.com
Portaal  Portaalicoon   Economie

Barclays is een Britse financiële dienstverlener die internationaal opereert. Het bedrijf is een holding en is genoteerd aan de London Stock Exchange, waar het deel uitmaakt van de FTSE 100, en de New York Stock Exchange. Barclays is een van de grootste banken ter wereld en behoort volgens Forbes tot ook de 25 grootste bedrijven.

De bank werd opgericht in 1690 en begon in 1736 de merknaam Barclays te gebruiken. In 1896 fuseerden enkele Londense banken tot één bank, en deze datum wordt ook aangehouden als oprichtingsdatum. In 1967 was Barclays de eerste bank in de wereld met een geldautomaat. Barclays is ook het bedrijf achter de in sommige Europese landen populaire creditcard Barclaycard. Eind 2015 werkten 129.400 mensen bij Barclays.

Geschiedenis[bewerken]

De geschiedenis van de bank loopt terug tot 1690, toen John Freame en Thomas Gould in de Lombard Street in Londen een bank opzetten voor goudzoekers. In 1736 werd aan de naam van de bank "Barclays" toegevoegd, omdat de schoonzoon van Feame een partner werd. In 1776 had de bank de naam "Barclay, Bevan and Bening", welke het negen jaar zou houden, totdat een nieuwe partner, John Tritton, zich aandiende. De naam werd gewijzigd in Barclay, Bevan, Barclay and Tritton. Ruim een eeuw later, in 1896, verenigden verscheidene banken zich onder de naam "Barclay & Company" als een naamloze vennootschap. Tussen 1905 en 1916 breidde Barclays uit door kleine banken over te nemen. In 1918 fuseerde Barclays met London, Provincial and South Western Bank en een jaar later werd de British Linen Bank overgenomen. Enkele jaren later stond Barclays op het punt om eigenaar te worden van de National Bank of Kingston, maar vlak voor de overdracht ketste de deal af.

Na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Barclays betrad in 1965 de Amerikaanse markt met de oprichting van de Barclays Bank of California in San Francisco. Een jaar later werd de Barclaycard, eerste Britse creditcard, op de markt gebracht. De eerste geldautomaat werd in 1967 onthuld; in Enfield Town had acteur Reg Varney de eer om er als eerste gebruik van te maken. Weer een jaar later werd de Martins Bank overgenomen.

Aan het begin van de jaren 70 werd er een vestiging van Barclays in New York geopend en werd First Westchester National Bank of New Rochelle, een bank uit New York, overgenomen. Langzaamaan werden ook in andere Amerikaanse staten vestigingen opgezet. In 1980 werd de American Credit Corporation overgenomen en omgedoopt tot de Barclays American Corporation. Twee jaar later was Barclays de eerste bank die haar deuren op de zaterdagochtend opende.

In 1984 behaalde de bank recordwinsten. Het daaropvolgende jaar werd gekenmerkt door de fusie van de Barclays Bank en de Barclays Bank International (BBI), als deel van een reorganisatie. De oorspronkelijke "Barclays Bank plc" werd een holding en werd hernoemd naar "Barclays plc". Het oorspronkelijke BBI kreeg, als dochteronderneming, de binnenlandse bankzaken onder haar hoede en nam de naam "Barclays Bank" aan. In 1985 werd ook de eerste Britse betaalkaart, de Connect, geïntroduceerd. Een jaar later werd de Barclays National Bank, het Zuid-Afrikaanse filiaal, afgestoten, als protest tegen de Apartheid. In datzelfde jaar werd Zoete & Bevan en Wedd Durlacher aangekocht, twee market makers, die samen het onderdeel BZW gingen vormen. Op deze manier profiteerde Barclays van de Big Bang, de plotselinge deregulatie van de Britse aandelenmarkt. In 1988 werd Barclays Bank of California verkocht aan Wells Fargo.

In 1994 werd Barclays opgeschrikt door Edgar Pearce, de Mardi Gras Bomber, die aanslagen pleegde op filialen van de bank. Twee jaar later werd Wells Fargo Nikko Investment Advisors aangekocht en samengevoegd met BZW Investment Management, om Barclays Global Investors (BGI) te worden. In 1998 werd BZW opgebroken en werden delen verkocht aan Credit Suisse First Boston. Het deel dat eigendom bleef, is uitgegroeid tot het huidige Barclays Capital. In 1999 lanceerde Barclays de internetprovider Barclays.net, die twee jaar later werd overgenomen door British Telecom.

In 2000 werd The Woolwich Building Society voor ruim 5 miljard pond overgenomen door Barclays. 171 binnenlandse filialen van Barclays werden in 2001 gesloten, gevolgd door een reclamecampagne met als motto the big bank. Deze campagne werd al gauw afgekapt na mislukte pr-stunts. In 2003 werd de Amerikaanse creditcard verstrekker Juniper Bank overgenomen van CIBC, en kreeg de nieuwe naam Barclays Bank Delaware. Gevolgd door de overname van de op tien na grootste bank van Spanje, de Banco Zaragozano.

In 2005 verkreeg Barclays een meerderheidsbelang in de Zuid-Afrikaanse Absa Group Limited. HomEq Servicing Corporation en de website Comparetheloan werden in 2006 overgenomen. Er werd in dat jaar ook bekendgemaakt dat The Woolwich geïntegreerd zou worden in de Barclays Bank en dat The Woolwich als merknaam zou worden gebruikt de hypotheektak. Ook had Barclays het naamrecht van de Barclays Center, het toekomstige stadion van de New Jersey Nets, in New York gekocht.

Overnamepoging van ABN AMRO[bewerken]

In maart 2007 benaderde Barclays ABN AMRO voor een fusie.[2] Barclays wierp zich op als 'reddende engel' nadat aandeelhouder The Children's Investment Fund (TCI) het dringende verzoek aan ABN AMRO had gedaan zich te splitsen of over te gaan tot verkoop.[2] Op 23 april 2007 bereikten de bestuurders van beide banken overeenstemming. Barclays bood 3,225 eigen aandelen voor elk ABN AMRO aandeel.[3] Na het accepteren van het bod had Barclays 52% van de nieuwe combinatie en de oud ABN AMRO aandeelhouders een belang van 48%.[3] De combinatie zou 47 miljoen klanten en 220.000 medewerkers tellen en in de top drie komen van de grootste banken ter wereld.[2] Uiteindelijk kozen de aandeelhouders van ABN AMRO voor het hogere bod van het consortium, bestaande uit de Royal Bank of Scotland, Fortis en Banco Santander. Barclays had echter wel een aandeel van 3,1% verkocht aan China Development Bank en 3% aan de staatsinvesteerder van Singapore, Temasek Holdings.

Kredietcrisis[bewerken]

Als een gevolg van de kredietcrisis ontving Barclays op 31 augustus 2007 van de Bank of England met spoed een noodlening ter waarde van 1,7 miljard pond. Dit zou nodig zijn geweest vanwege onderlinge betalingsproblemen van banken.[4] Op 9 november 2007 verloor Barclays 9% van haar beurswaarde, na geruchten over torenhoge afschrijvingen op haar Amerikaanse activiteiten. De handel in het aandeel werd op een gegeven moment zelfs stilgezet. Uiteindelijk bleken de afschrijvingen beperkt tot een miljard pond, ruim vier keer zo weinig als gevreesd door beleggers.

In juli 2008 verstevigde Barclays haar vermogenspositie door de uitgifte van nieuwe aandelen.[5] De 4,5 miljard pond werden grotendeels opgehoest door de Qatar Investment Authority, de Sumitomo Mitsui Banking Corporation en de China Development Bank.

In 2008 werden echter ook overnames gedaan; voor US$ 70 miljoen kwam het creditcardmerk Goldfish overgenomen en Barclays kocht zich in bij de Russische Expobank. Ook startte Barclays activiteiten in Pakistan op. Op 16 september 2008 kocht Barclays een "gestripte" versie van het failliete Lehman Brothers voor US$ 1,75 miljard. Dit deel bevatte onder andere het hoofdkantoor in Midtown Manhattan, dat op zichzelf al US$ 600 tot 900 miljoen waard was.[6][7]

In 2009 verkocht Barclays het bedrijfsonderdeel Barclays Global Investors aan de Amerikaanse vermogensbeheerder BlackRock.[8] BGI was sterk op het gebied in indexbeleggen met exchange-traded funds en handelde onder de merknaam iShares. Het had zo'n US$ 1000 miljard onder beheer. Door strengere vermogenseisen was Barclays gedwongen meer kapitaal apart te zetten voor dit bedrijfsonderdeel.[9] Hierdoor werd BGI een minder winstgevende activiteit. Barclays ontving US$ 13,5 miljard voor BGI, waarvan de helft in een aandelenbelang van 19,9% in BlackRock.[8] In 2012 verkocht Barclays het aandelenbelang in BlackRock voor US$ 6 miljard.[9]

In 2016 verkocht Barclays zijn kantorenwetwerk in Italië aan Mediobanca.[10] Barclays had al besloten de diensten voor particulieren in Continentaal Europa te reduceren en vergelijkbare activiteiten in Spanje en Portugal zijn al verkocht.[10] Barclays praat nog met een partij voor de overname van de Franse activiteiten.[10]

Duurzaamheid[bewerken]

In een door de Nederlandse Triodos Bank uitgevoerde sectorstudie over banken in het Verenigd Koninkrijk en Ierland haalde Barclays de hoogste score wat betreft duurzaamheid. Volgens de studie is de bank betrokken bij diverse internationale conventies op het gebied van duurzaamheid en heeft het uitgebreide managementsystemen voor integratie van duurzaamheidaspecten in kredietverlening.

In april 2007 werd Barclays samen met 4 andere banken, waaronder ABN AMRO, door de Financial Times en IFC Today genomineerd als de duurzaamste bank van het jaar.

Dochterondernemingen[bewerken]

Enkele van de belangrijkste dochterondernemingen van de holding Barclays:

Trivia[bewerken]

Barclays begon in 2004 met het sponsoren van de Premier League, voordien was de sponsoring van de eredivisie van het Britse voetbal in handen van Barclaycard.

Externe links[bewerken]

Wikinieuws Wikinieuws heeft een nieuwsartikel over dit onderwerp: Bob Diamond ondervraagd door Brits parlement.