De Nachtwacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Zie Nachtwacht (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Nachtwacht.
De Nachtwacht
De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren
The Nightwatch by Rembrandt - Rijksmuseum.jpg
Museum Rijksmuseum
Locatie Amsterdam
Kunstenaar Rembrandt
Jaar 1642
Type Olieverfschilderij
Afmetingen 363 × 438 cm
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en luitenant Willem van Ruytenburgh maakt zich gereed om uit te marcheren,[noot 1] beter bekend als De Nachtwacht, is het enige schuttersstuk van de Nederlandse kunstschilder Rembrandt van Rijn, geschilderd tussen 1639 en 1642 toen de kunstenaar ongeveer 35 jaar oud was. Het schilderij meet sinds 1715 363 x 438 cm en hangt sinds 1885 in het Rijksmuseum Amsterdam. Het canvas toont de twee heren uit de titel, omringd door zestien leden van hun militie, alsmede enkele figuranten, terwijl ze zich aan het opstellen zijn. De Nachtwacht is een van de beroemdste schilderijen ter wereld.[1][2]

Het schilderij was Rembrandts bijdrage aan een project van zes schuttersstukken, besteld voor de zaal van het doelengebouw. Vergeleken met andere doeken uit het genre is dat van Rembrandt een levendige en gedurfde compositie dat als een meesterwerk geldt, niet alleen omdat de schutterij afgebeeld is tijdens het groeperen in plaats van in een statische opstelling te poseren, maar ook door de lichtbehandeling. In 1715 werden vanwege de verplaatsing van de Kloveniersdoelen naar het stadhuis op de Dam aan alle zijden enkele stroken van het doek afgesneden, waardoor het bijna twintig procent van de oorspronkelijke oppervlakte van ongeveer 500 bij 387 cm verloor. Het is gemaakt in opdracht van een compagnie uit het schuttersgilde, die het als groepsportret had besteld. De bijnaam De Nachtwacht dateert waarschijnlijk uit 1796/1797.

Beschrijving[bewerken]

Lezing Waarom is de Nachtwacht belangrijker dan andere schilderijen van kunsthistoricus en voormalig directeur van het Rijksmuseum Henk van Os

Het doek toont de schutterscompagnie van kapitein Frans Banninck Cocq, zelf ten voeten uit geportretteerd in deftig zwart met de rode sjerp van zijn rang en een wandelstok. Met een stevig handgebaar onderstreept hij zijn commando, zet zijn stok schrap en begint te lopen. Naast hem zet Ruytenburch zich ook in beweging; met in de hand het fraaie steekwapen, een partizaan-lans, naar voren gericht geeft hij de marsrichting aan. Minder prominent zijn de vaandrig (met vaandel), de sergeant (met hellebaard) en 14 andere leden, totaal 18 schutters. De schutters demonstreren het behendig vullen van een musket met kruit (de in het rood geklede man links), het afvuren (door de enigszins verschrikte man tussen de kapitein en de luitenant in, met de rug van zijn hand de loop van de musket omhoogdrukkend om ongevallen te voorkomen), en het wegblazen van resten niet ontploft kruit uit de pan van zijn musket (de man achter de linkerschouder van Willem van Ruytenburgh). De tamboer staat klaar om een roffel in te zetten, een hond blaft, de banieren en lansen zijn geheven, en opgewonden kinderen rennen tussen de schutters rond. Sommige schutters zijn in een druk gesprek verwikkeld en lijken niet in de gaten te hebben dat ze worden geschilderd. Rembrandt bereikte een sfeer vol opwinding, door rijke contrasten tussen licht en donker, tussen glanzende en doffe kleuren, door grote variatie in houdingen, gebaren en gelaatsuitdrukkingen in tegengestelde bewegingen dwars over het beeldvlak en uit het beeldvlak weg, door een complexe ruimtelijke opzet die de blik zigzaggend naar voren en naar achteren leidt. Het geheel wekt de indruk van een dynamisch ogende momentopname. Rembrandt gaf het onderwerp vorm als een scène uit een toneelstuk. Hij regisseerde zijn portretklanten in een halfdonkere toneelruimte, waar rondzwervende lichtplekken hun gezichten zo markeerden dat zij als portret nog net herkenbaar waren. Niet eerder was een schuttersstuk met zo veel bravoure en kunstzinnige eigenzinnigheid behandeld.

Stijl[bewerken]

Rembrandt bedacht een dramatische oplossing voor het probleem hoe de vele individuele portretten tot één geheel te maken. De compositie (de ordening van de personen op het doek) en het beeldaspect clair-obscur (afwisseling van licht en donker) zijn met een groot gevoel voor evenwicht ontworpen. Op een hecht netwerk van loodrecht op elkaar staande evenwijdig verlopende compositielijnen (gevormd door lansen, geweren en gestrekte armen) is de ordening van het werk doorgeweven met daarbij een accent door goed geplaatste lichtvlekken. Dit is ook het kenmerk van elk groot kunstwerk uit de barok: een vast dwingend onderliggend stramien waarop boeiend en dynamisch gevarieerd wordt, zonder in clichés te vervallen.

Rembrandt hield het schilderij tamelijk donker waardoor hij met lichteffecten de aandacht op bepaalde partijen kon vestigen. Door verkleuring van het vernis werd het schilderij nog veel donkerder, waardoor onterecht werd aangenomen dat het scenario op het schilderij zich 's nachts afspeelt. Zo kreeg het in de 18e eeuw als bijnaam De Nachtwacht.

Compositie[bewerken]

Samuel van Hoogstraten was Rembrandts leerling in de eerste helft van de jaren veertig, dus ten tijde van het werk aan De Nachtwacht.[3] In zijn Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst uit 1678 biedt hij een uiteenzetting van zijn kunstzinnige ideeën, die mogelijk gedeeltelijk aan Rembrandt zelf zijn ontleend.[4] Hij noemt het schilderij als een bijna al te geslaagd voorbeeld van . Het 'by een schikken en ordineren komt uit den geest des konstenaers hervoor, die de deelen,die voorgegeven zijn, eerst in zijne inbeelding verwardelijk bevat, tot dat hy ze tot een geheel vormt, en zoo te zamen schikt, datze als een beeld maken'. De kunst is om alle beelden die samen een historie vormen zodanig te schikken dat er 'geen de minste te veel noch te weynich in schijnt te zijn' en het resultaat een proeve van 'Simmetrie, Analogie en Harmonie' is. Het volstaat niet dat 'een Schilder zijn beelden op ryen nevens malkander stelt, gelijk men hier in Hollant op de Schuttersdoelen al te veel zien kan.' De ware meesters weten te bereiken 'dat haer geheele werk eenwezich is, gelijk Clio uit Horatius leert.' Dit streven naar eenheid heeft Rembrandt 'in zijn stuk op den Doele zeer wel, maer na veeler gevoelen al te veel, waergenomen, maekende meer werks van het groote beelt zijner verkiezing, als van de byzondere afbeelsels, die hem waren aenbesteet.'[5]

Techniek[bewerken]

Op afstand bekeken mag het doek de indruk van eenheid wekken, toch vertoont de verfbehandeling in de uitgelichte gezichten aanzienlijke variatie. Het gezicht van sergeant Reyer Engelen is vormgegeven met penseelstreken die het modelleren nauwkeurig volgen in een bleke, dunne vleestint waar de donkerder onderlaag soms doorheen schemert, terwijl op de lippen en de uitgelichte wang een rood glazuur is aangebracht. Hoewel het gezicht van de man rechts van hem ongeveer dezelfde hoek ten opzichte van het licht inneemt, is daar precies het tegenovergestelde gebeurd. Op een lichtere, ivoorkleurige onderlaag is het gezicht met brede, verwarde streken vormgegeven in een gevarieerde vleeskleur met veel roze, zonder glazuur. Het hoofd van Herman Wormskerck vangt meer licht en is gedaan in dichte, over elkaar vallende streken vleeskleur, regelmatig parallel aan de lichtinval op een wijze die in geen enkel van de andere hoofden aangetroffen wordt. De centrale groep op de achtergrond is daarentegen meer uniform behandeld.[6]

De suggestie van diepte berust op twee technieken. Ten eerste weerlegt de lichtbehandeling de destijds gangbare opvatting dat donkere elementen naast lichte de indruk van een grotere afstand zouden wekken. De in het donker geklede Banning Cocq 'wijkt' niet ten opzichte van de naast hem in het wit geklede Van Ruytenburg. De uitgestoken hand van Banning Cocq wordt niet door donkere, maar juist door de belichte witte manchet omgeven en de donkere punt van de lans van Van Ruytenburg wordt omringd door de veel lichtere kleur van zijn uitgelichte broek, wat destijds 'als verbijsterend ruimtelijk' werd ervaren.[7] De tweede techniek is het zogenaamde 'atmosferische perspectief', de suggestie van lucht tussen de elementen die de atmosfeer een blauw waas verleent die de indruk van afstand creëert. Op deze wijze wordt de afstand tussen Ruytenburgh en het meisje met de kip, rond wie de schaduwen lichter zijn, vergroot. Wanneer men eenmaal oog heeft gekregen voor deze 'allersubtielste modulaties van licht en toon', aldus kunsthistoricus Ernst van de Wetering, blijkt dat de kwast aan Ruytenburghs lans een 'spectaculair voorbeeld' van Rembrandts gebruik van luchtbesef is.[8] Een laatste aspect van de ruimtesuggestie is het aanbrengen van rulle verf voor de contouren op de voorgrond en gladdere voor die op de achtergrond, die daardoor vervagen en 'wegwijken', zodat een atmosferische overgang ontstaat 'die wezenlijk aan de ruimtelijke en atmosferische werking van het schilderij bijdraagt'.[9]

Signatuur[bewerken]

Rembrandts signatuur is aangebracht precies onder de lege handschoen, rechts van de voet van de musketier.

De enigszins gesleten maar nog steeds goed leesbare signatuur 'Rembrandt f 1642' is aangebracht op de onderste trede, rechts van de voet van de musketier in het centrum die zijn wapen afvuurt.[10]

Rembrandts voorbeelden[bewerken]

Door Rembrandt nagevolgde afbeelding van de vuurhouding uit De Gheyns Wapenhandelinghe uit 1607.

Exercitiehandboek van De Gheyn[bewerken]

De houding van drie kloveniers is losjes ontleend aan het exercitiehandboek voor het Staatse leger, de Wapenhandelinghe van roers musquetten Ende spiessen (1607) van Jacques de Gheyn. De eerste is de kleine figuur die achter de kapitein zijn musket afvuurt, een pose die meteen uitwijst dat geen realistisch tafereel beoogd werd. Het was namelijk verboden een schot af te vuren bij het uitmarcheren. De oneigentijdse kledij van de schutter is een motief dat hem buiten de realiteit plaatst en binnen de sfeer van de geschiedenis of de allegorie brengt. De twee andere uit dat boek afkomstige poses zijn de in het rood geklede musketiers in de middengroep. De in het rood geklede man achter Van Ruytenburch die de na een schot achtergebleven kruitresten van zijn musket blaast, verricht een handeling die dus evenmin had kunnen plaatsvinden.[11] De andere, ten voeten uit geschilderd terwijl hij kruit in zijn musket giet, vertoont een stap die in de handleiding van De Gheyn wordt gedemonstreerd door een musketier die met zijn rug naar de toeschouwer staat afgebeeld. Door hem om te draaien kan zijn wapen volledig getoond worden.[12] Daarnaast zijn er aanwijzingen dat een niet bewaard gebleven schilderij van Jan Tengnagel het model heeft geleverd voor de schutter die links ten voeten uit is geschilderd bij het laden van zijn musket. Tengnagel had De Gheyns afbeelding niet goed begrepen 'en Rembrandt kopieerde zijn vergissing: de kolf van een musket moet niet bovenhands worden vastgepakt maar onderhands'.[13]

Het handboek van De Gheyn was eveneens de leverancier van de houdingen der piekeniers. De eerste fase van het richten van de piek wordt verricht door de figuur met de pluimhoed die rechts op het doek staat.[14] De tweede beweging, het aan de schouder brengen van de piek, wordt uitgevoerd door de man met de hoge hoed die achter de kapitein staat. De gehelmde schutter achter de luitenant, ten slotte, voert een beweging uit van de draaghouding door de piek diagonaal over de borst te houden.[15]

Interpretaties[bewerken]

Gary Schwartz schetst een skeptisch beeld van de betrouwbaarheid van duidingen van - delen van - het doek. Hoewel experts sommige deelinterpretaties accepteren, worden de interpretatieve suggesties vaker van tafel geveegd of leiden tot correcties in volgende publicaties.[16] De interpretatie van de onderzoekers van het RRP is gebaseerd op twee uitgangspunten, waarvan de eerste is dat het schilderij een thematische eenheid vormt en dus niet een onderdeel symbolisch en het andere realistisch moet worden geduid. Vanwege de "manifest symbolische aard van de figuren der twee meisjes" geven de onderzoekers de voorkeur aan een symbolische duiding.[17] De tweede aanname is het tafereel als een afgeronde "uitdrukking van een aantal samenhangende thema's" te beschouwen en de handeling "haar cohesie dus niet ontleent aan de projectie van een in de toekomst gelegen moment".[18]

Symboliek[bewerken]

De poten van de kip aan de riem van het gouden meisje worden beschouwd als een symbolische toespeling op de klauw in het embleem van de kloveniers.[19]

Het handgebaar van de kapitein, waarbij de schaduw van zijn duim en wijsvinger precies het stadswapen van Amsterdam op de jas van de luitenant omvatten, geeft als het ware aan dat de schutters de stad zullen beschermen, de eikenblaadjes op de helm van de jongen staan voor heldhaftigheid.

Achtergrond[bewerken]

Vanaf de 16e eeuw organiseerden vrijwilligers, op de manier van de beroepsgilden, zich in burgerwachten, zogenoemde schutterscompagnieën, om in tijden van oorlog of oproer ook werkelijk in actie te komen om de veiligheid van de republiek te waarborgen. Later verloren zij hun functie, al bleef het decorum. De schutterscompagnieën verwerden tot ceremoniële gezelschappen met een niet onaanzienlijke invloed: politieke machtsuitoefening en functies werden vergeven. Zij beschikten over een eigen gebouw, doelen geheten, waar zij oefenden en bijeenkwamen bij feestelijke gelegenheden. De schutterscompagnieën dienden ook als erewacht, zoals bij de feestelijke intocht in 1638 van Maria de' Medici in Amsterdam.

De compagnie van Frans Banninck Cocq (ook geschreven als Banning Cocq) was een van de schutterscompagnieën van Amsterdam. Vanaf het eind van de 16e eeuw had elke stadswijk in Amsterdam zo'n compagnie, die was onderverdeeld in vier korporaalschappen. De schutterscompagnieën waren met de verdediging van de stad belast. Aan het hoofd van elke compagnie stonden een kapitein, en diens plaatsvervangende luitenant. Verder kende elke compagnie een vaandeldrager. Het was een voornaam gezelschap waarvan de officieren en de leden er alle belang bij hadden om zich mooi uitgedost te laten portretteren.

Ontstaansgeschiedenis[bewerken]

De belangrijkste ontvangstzaal van Amsterdam was de zaal van de Kloveniersdoelen uit 1627, wat later het Doelen Hotel is geworden. Alle compagnieën die dat gebouw als hun pleisterplaats gebruikten, werden tussen 1640 en 1645 in opdracht van de Kloveniers geportretteerd. De situering van de zes verschillende schuttersstukken die in de grote zaal zelf hingen, is gereconstrueerd door kunsthistoricus Bas Dudok van Heel en daaruit blijkt dat het niet om individuele doeken ging, maar om 'een doorlopend fries van op elkaar afgestemde schilderijen'. Rembrandts bijdrage wijkt in compositie en kleur danig af van de andere vijf werken, wat erop wijst dat hij zich 'waarschijnlijk niet aan de opdracht heeft gehouden.' Van de vijf andere schuttersstukken werd er een vervaardigd door Rembrandts vroegere medewerker Govert Flinck, en de overige door Jacob Adriaensz. Backer, Bartholomeus van der Helst, Nicolaes Eliasz. Pickenoy en Joachim von Sandrart.[20]

De opdracht[bewerken]

Kopie van de Nachtwacht uit het familialbum van Frans Banning Cocq, ca.1650-1654, toegeschreven aan Jacob Colijn. 140 x 180 mm, Rijksmuseum Amsterdam.

Wanneer Rembrandt de opdracht kreeg, is slechts bij benadering bekend. Eén van de achttien geportretteerden wiens naam prijkt op het later bijgeschilderde schild of cartouche, Jan Claesz. Leijdekkers, overleed al in december 1640, zodat de militie is afgebeeld in de samenstelling van vóór 10 december 1640. De opdracht moet dus enige tijd en misschien wel aanzienlijke tijd vóór die datum gegeven zijn.[21]

Rembrandt die toen woonde aan de Breestraat, niet ver van de Kloveniersdoelen, heeft het enorme doek waarschijnlijk in een galerij op de binnenplaats van zijn woning geschilderd.[22]

De onderlinge familiebetrekkingen van de 18 personen die zijn afgebeeld op De Nachtwacht werden in 2009 ontrafeld door Dudok van Heel.[23]

Provenantie[bewerken]

Kopie van De Nachtwacht met de afgesneden stukken gemarkeerd

Van 1642 tot 1715 hing het doek in de grote feestzaal van de Kloveniersdoelen aan de huidige Amsterdamse Nieuwe Doelenstraat.[24] Toen mat het doek ongeveer 5 meter bij 3,87 meter.

In 1715 verhuisde het schilderij naar het stadhuis op de Dam, het huidige Paleis op de Dam.[25] Sindsdien meet het schilderij 363 bij 438 cm[26] (ofwel 82% van het oorspronkelijke oppervlak). Het moest daar namelijk tussen twee deuren hangen, en daarom werd er aan alle zijden een strook afgesneden. Hierdoor verdwenen er aan de boven-, onder- en rechterzijde enkele details. Van de linkerzijde werd het grootste deel verwijderd, waardoor een brugleuning, twee schutters en de pluim van de hoed van een derde man nu niet meer op het schilderij staan en het effect van een bewegend gezelschap is afgezwakt. Aangezien Frans Banning Cocq een replica en een aquarel van het schilderij heeft laten maken, kan men indirect nog steeds de weggesneden gedeelten bestuderen, zij het op veel kleiner formaat. Zo meet de replica door Gerrit Lundens in de National Gallery slechts 67 bij 85,5 cm.[27] te Londen.

In 1808 nam koning Lodewijk Napoleon het stadhuis in gebruik als zijn koninklijk paleis en toen werd het doek kortstondig in het Trippenhuis gehangen, waar destijds de kunsthandelaar C.S. Roos woonde, en keerde daarna terug in het voormalige stadhuis.[28]

Vanaf 1815 tot 1885 hing het schilderij in het koninklijk museum in het Trippenhuis.[29] Het hing in de voormalige Grote Sael van Hendrick Trip.

Sinds 1885 hangt De Nachtwacht als bruikleen van de gemeente Amsterdam in het Rijksmuseum dat toen geopend werd.[30]Sinds 1906 hangt het in een speciaal hiervoor gebouwde zaal.

Tijdens de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 werd De Nachtwacht even uit het museum gehaald om een tentoonstelling in het Stedelijk Museum ter gelegenheid van de feestelijkheden meer aanzien te geven.

De Nachtwacht opgerold in de mergelgrotten bij Maastricht

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd De Nachtwacht eerst overgebracht naar kasteel Radboud in Medemblik. Het Rijksmuseum heeft een aparte smalle doorgang om het schilderij weg te halen in noodgevallen. Na Medemblik verhuisde het doek naar een kustbunker in de duinen bij Castricum, waartoe het uit de lijst moest worden gehaald en werd opgerold. In april 1942 werd De Nachtwacht uit de rijkskluis van Heemskerk naar de mergelgrotten in de Sint-Pietersberg bij Maastricht overgebracht. Op 25 juni 1945 arriveerde het schilderij per binnenschip in Amsterdam. De toenmalige directeur van het Rijksmuseum, Van Schendel, viel bij die gelegenheid bovenop het schilderij, dat hiervan geen ernstige schade ondervond.

Op 11 december 2003 werd De Nachtwacht tijdelijk naar een andere vleugel overgebracht. Tijdens de met veel publiciteit omgeven onderneming werd het doek uit de lijst gehaald; ingepakt in vetvrij papier; in een houten frame gehangen dat in twee beschermhoezen werd gestoken; op een kar over straat naar de andere vleugel gereden; omhooggetakeld, en door een speciale gleuf het gebouw binnengebracht.

Tijdens de meer dan 10 jaar durende verbouwing en renovatie van het Rijksmuseum hing De Nachtwacht tijdelijk in de Philipsvleugel. Op 27 maart 2013 werd het schilderij teruggeplaatst in de Nachtwachtzaal. Dit was een forse operatie, onder strenge veiligheidsmaatregelen. De politie had hiervoor de wijde omgeving van het museum afgezet. Het schilderij werd in een houten raamwerk geplaatst, en daaromheen werd een beschermhoes aangebracht met sensoren die de temperatuur, de luchtvochtigheid en schokken registreerden. Daaromheen zat weer een stalen omhulsel van 300 kilo en een isolatielaag van speciaal schuim. Op 13 april 2013 werd het Rijksmuseum heropend en was De Nachtwacht na bijna 10 jaar weer op haar originele locatie in het museum te aanschouwen voor het publiek.

Slijtage en beschadigingen[bewerken]

Polygoonjournaal uit 1947. In het Rijksmuseum te Amsterdam is restaurateur Mertens bezig met het schoonmaken van Rembrandts "Nachtwacht".
Polygoonjournaal over de restauratie na de aanslag in 1975.

Kunsthistoricus Schwartz noemt drie oorzaken waardoor het schilderij beschadigd werd (het doek bevat 63 grotere en kleinere scheuren en gaten).[31] De eerste oorzaak is natuurlijke veroudering, waardoor in de loop der jaren niet alleen barsten in het verfoppervlak zijn ontstaan, maar door chemische processen zijn ook de kleur en helderheid veranderd.[32] Slijtage is ook de belangrijkste factor die het aanzicht van het doek heeft verslechterd, vooral de schaduwen in het algemeen maar ook de uitgelichte middengroep op de achtergrond.[33]

De tweede en meest spectaculaire oorzaak is vandalisme. Op 13 januari 1911 hakte een man met een schoenmakersmes in op het schilderij. Op 25 juni 1945 arriveerde het schuttersstuk via een binnenschip in Amsterdam. De toenmalig directeur van het Rijksmuseum viel toen bovenop het schilderij. Hierdoor ontstond geen schade. Wel werd het schilderij na het jarenlange verbergen schoongemaakt.[34]

Op 14 september 1975 beschadigde een gestoorde man het schilderij met een keukenmes, waarmee hij twaalf steken wist te maken, een aantal door het canvas heen: de meest linkse beschadigden Banning Cocq en de meest rechtse steken raakten de trom. De lengte van de beschadigingen liepen van 39 cm tot een meter.[35] Toch was de beschadiging minder ernstig dan op het eerste gezicht leek: slechts 'een fractie oorspronkelijk materiaal' ging verloren. Behalve hersteld werd het doek meteen schoongemaakt en gerestaureerd.[31]

Op 9 april 1990 voorkwam snel ingrijpen van een suppoost ernstige schade toen een man het doek met zoutzuur besproeide. Het goedje werd meteen geneutraliseerd, doordat de suppoost direct gedemineraliseerd water op het schilderij spoot.[36] Hierdoor raakte alleen de vernislaag aangetast.[37]

Een derde oorzaak zijn incidentele ongelukken en goedbedoelde maar desastreuze restauratiemethoden. In 1843 viel de hamer van een timmerman door het schilderij bij de installatie van banken.[35] Uitvoerige herstelwerkzaamheden vonden plaats in 1851.[34] Het schilderij werd ter ere van Rembrandts 300ste geboortejaar in 1906 gerestaureerd.[34]

Ongeveer eens per eeuw moet nieuw linnen achter tegen een doek worden aangebracht, omdat anders materiaalmoeheid kan ontstaan, waardoor het doek slap wordt en de verfhuid kraakt. Kunsthistoricus Gary Schwartz noemt dit een 'vrij drastische ingreep', waarbij het schilderij ondersteboven wordt neergelegd en er druk op moet worden uitgeoefend om een goede hechting van de lijm te verkrijgen. Bij vroegere verdoekingen 'werd lijm door het linnenweefsel heen gedrukt tot in de craquelure van het oppervlak'; eenmaal hard geworden kan deze lijm een medeoorzaak zijn van het donker worden van het schilderij.[38] De waarschijnlijk eerste verdoeking van De Nachtwacht vond plaats omstreeks 1761, de andere in 1851, 1946/1947 en in 1976.[39][38]

Tussen de jaren 1880 en de Tweede Wereldoorlog werd de soepelheid en transparantie van de vernislaag verbeterd door een behandeling met alcoholdamp. Daarnaast werd het doek 'ingesmeerd met een Zuid-Amerikaanse medicinale substantie, copaiva balsem, die doffe plekken opfrist.'[40] Samen hebben beide methoden tot gevolg dat de verf anders reageert op de gangbare middelen die bij een gewone schoonmaak worden gebruikt. Bovendien is gedurende een eeuw bij elke schoonmaakbeurt een minuscule hoeveelheid van de pigmenten verloren gegaan.[41]

Detailgegevens[bewerken]

Ontwerptekening voor de Nachtwachtzaal
Onderwerp
Kunsthistoricus Bas Dudok van Heel stelt dat het in werkelijkheid om Banninck Cocq, een gereformeerd advocaat, en niet Banning Cocq uit een andere Amsterdamse familie gaat.[42]
Afgebeelde personen
De 18 schutters met diverse wapens bij het verlaten van het schuttersgebouw en het afdalen van enkele treden op een bruggetje, plus een tamboer, rennend meisje in het geel (volgens sommigen een mythologische geest), een ander meisje, een jongetje; bovendien aanvankelijk nog drie toeschouwers links (later afgesneden); in totaal aanvankelijk 27 of 28 figuren, na afsnijden nog 24 of 25 (plus een hondje). In 2009 maakte de historicus Bas Dudok van Heel bekend dat hij erin geslaagd was alle 18 schutters, plus de tamboer, op het schilderij te identificeren.[43]
Afgebeelde wapens
Klover: een 16e-eeuws musket, hier zes stuks geheel of gedeeltelijk zichtbaar, vandaar de term 'kloveniers'. Aan de gordel van het meisje in het geel hangt nog een pistool. Lans van de luitenant (deze lans heet een partizaan): dit is volgens het Rijksmuseum een stokwapen van twee tot drie meter met een platte, ijzeren kling (punt), waar onderaan kleine vleugels of oren zitten. De drager van dit wapen was bij de 17e-eeuwse schutterijen steevast de luitenant. Lansen: 15 stuks, meestal in gebruik tegen ruiterij. Hellebaard: hier afgebeeld in handen van de sergeant (traditioneel de drager van een hellebaard bij schutterijen); dit exemplaar is een fantasiewapen dat Rembrandt verzon. Zwaarden en een dolk, twee pieken. Helmen, ijzeren halskragen, schilden: enkele helmen, zoals de man pal boven de luitenant, zijn fantasiestukken. Schutters droegen overigens in die tijd geen helmen meer. Halsbergen: vier van deze ijzeren halskragen, onder meer de kapitein en de luitenant. Verder een rond en een ovale ijzeren schild.

Afgebeelde personen[bewerken]

In 1715 werd aan het schilderij een schild toegevoegd met de namen van de afgebeelde personen. Het was echter tot in de moderne tijd onbekend welke naam bij welke persoon hoorde. In 2009 publiceerde historicus Bas Dudok van Heel de identiteit van de afgebeelde personen waarop onderstaande lijst is gebaseerd.[44]

Afbeelding Naam Afbeelding Naam
The Nightwatch Frans Banninck Cocq.jpg Kapitein Frans Banninck Cocq, Heer van Purmerlandt en Ilpendam The Nightwatch Willem van Ruytenburch.jpg Luitenant Willem van Ruytenburch, Heer van Vlaerdingen
The Nightwatch Jan Adriaensen Keijser.jpg Kapitein d'armes Jan Adriaensen Keijser The Nightwatch Jan van der Heede.jpg Musketier Jan van der Heede
The Nightwatch Reinier Engelen.jpg Sergeant Reinier Engelen The Nightwatch Jan Pietersen Bronchorst.jpg Jan Pietersen Bronchorst
The Nightwatch Herman Jacobsen Wormskerck.jpg Rondassier Herman Jacobsen Wormskerck The Nightwatch Elbert Willemsen.jpg Musketier Elbert Willemsen
The Nightwatch Jan Visscher Cornelissen.jpg Vaandrig Jan Visscher Cornelissen The Nightwatch Claes van Cruijsbergen.jpg Rondassier Claes van Cruijsbergen
The Nightwatch Jan Ockersen.jpg Piekenier Jan Ockersen The Nightwatch Walich Schellingwou.jpg Piekenier Walich Schellingwou
The Nightwatch Jan Claesen Leijdeckers.jpg Musketier Jan Claesen Leijdeckers The Nightwatch Barent-Harmansen-Bolhamer.jpg Piekenier Barent Harmansen Bolhamer
The Nightwatch Rombout Kemp.jpg Sergeant Rombout Kemp The Nightwatch Paulus Schoonhoven.jpg Piekenier Paulus Schoonhoven
The Nightwatch Jacob Jorisz.jpg Tamboer Jacob Jorisz The Nightwatch Shield.jpg Schild met de namen van de afgebeelde personen

Geldelijke waarde[bewerken]

De waarde van het schilderij kan niet in geld uitgedrukt worden. Het is niet te koop of ooit te koop geweest. De schutterij die destijds de opdracht aan Rembrandt verstrekte was een stedelijke instelling en De Nachtwacht is sindsdien eigendom van de gemeente Amsterdam, in eeuwigdurende bruikleen aan het Rijksmuseum. Het televisieprogramma De Rekenkamer kwam in de uitzending van 9 september 2011 tot een geschatte waarde van ruim 500 miljoen euro.

Reputatie[bewerken]

Uit 1678 dateert het oudste overgeleverde commentaar op het schilderij. Toen voorspelde de reeds genoemde Van Hoogstraten over het doek: 'Echter zal dat zelve werk, hoe berispelijk, na mijn gevoelen al zijn meedestrevers verdueren, zijnde zoo schilderachtich van gedachten, zoo zwierich van sprong, en zoo krachtich, dat, nae zommiger gevoelen, al d'andere stukken daer als kaerteblaren nevens staen. Schoon ik wel gewilt hadde, dat hij'er meer lichts in ontsteeken had.'[45] In 1686 schreef de Italiaan Filippo Baldinucci een boek over grafische kunst, waarin hij vermeldde dat het schilderij erg bewonderd werd omdat het perspectief van de kapitein met de sponton in zijn hand zo uitstekend was dat het leek of die in haar volle lengte was afgebeeld. Zelf vond hij het doek verwarrend en donker. Dergelijke kritiek gaf aanleiding tot het ontstaan van de negentiende eeuwse mythe dat het doek door de opdrachtgevers niet aanvaard zou zijn.[46] Deze mythe berust op een kennelijke verwarring met het schilderij De samenzwering van de Bataven onder Claudius Civilis, dat Rembrandt in opdracht van het stadsbestuur maakte voor het nieuwe stadhuis en dat in de zomer van 1662 werd afgeleverd, maar nog voor de jaarwisseling 'van de muur gehaald en aan de schilder geretourneerd' werd om onbekende redenen.[47]

Adaptaties en invloed[bewerken]

In 1885 trad De Nachtwacht trad toe tot de schilderijen die op schilderijen afgebeeld zijn, toen de naar Duitsland geëmigreerde Zweedse schilder August Jernberg (1826-1896) op basis van een schets uit 1872[48] een schilderij maakte van de zaal in het Trippenhuis waar De Nachtwacht hing. Daarop zijn de bezoekers afgebeeld die voor het doek staan.

August Jernberg, Bezoekers voor De Nachtwacht in het Trippenhuis, 1885, 65 x 81 mm, Konstmuseum Malmö

In 1942 schreef de Nederlandse componist Henk Badings zijn opera De Nachtwacht over het leven van Rembrandt.

De Britse filmregisseur Peter Greenaway begon in juni 2006 aan een film over Rembrandt en De Nachtwacht. De film heet Nightwatching en gaat over de drie vrouwen van Rembrandt en de gevolgen die het schilderen van De Nachtwacht voor Rembrandt had. De film zou oorspronkelijk uitkomen tijdens het Rembrandtjaar, vierhonderd jaar na Rembrandts geboorte, maar kwam uiteindelijk uit in 2008. In datzelfde jaar beeldde Greenaway de personages van De Nachtwacht uit in een installatie in het Rijksmuseum.

Ten behoeve van de verbouwing van het Rijksmuseum Amsterdam vond een bouwhistorisch onderzoek plaats. In dat onderzoek werd ook gekeken naar "De route naar de Nachtwacht".

De Nachtwacht is als vensternummer 16 in de Canon van Amsterdam opgenomen.

De beeldengroep Nachtwacht in 3D op het Amsterdamse Rembrandtplein met op de achtergrond het grote gietijzeren Rembrandtstandbeeld uit 1852, door beeldhouwer Louis Roger
  • De Nachtwacht in drie dimensies van Michael Dronov en Alexander Taratinov bestaat uit bronzen beelden die de belangrijkste figuren uit het beroemde schilderij weergeven. De beelden zijn in 2006 op het Rembrandtplein in Amsterdam geplaatst ter gelegenheid van het Rembrandtjaar op initiatief van de plaatselijke ondernemingsvereniging.
    In de nacht van zondag op maandag 5 juni 2006 werd een van de beelden door vandalen vernield.
  • De nachtwachtbrigade is een verhaal uit de Suske en Wiske-reeks en het schilderij heeft hierin een hoofdrol. Het verhaal is geschreven ter ere van het vierhonderdste geboortejaar van Rembrandt van Rijn.
  • De Nachtwacht komt voor in alle spellen van de Animal Crossing-series, onder de naam "amazing painting".
  • Op het album Starless and Bible Black van de Engelse rockgroep King Crimson staat een nummer met de naam "The Night Watch", waarin lyricist Richard Palmer-James zijn indrukken over het schilderij en de Nederlandse samenleving verwoordt.
  • Ayreon heeft een nummer aan het schilderij gewijd, namelijk The Shooting Company of Captain Frans B. Cocq, van het album Universal Migrator Part 2: Flight of the Migrator.

Externe links[bewerken]


Bronnen[bewerken]

  • Bruyn, J., B. Haak, S.H. Levie, P.J.J. van Thiel, E. van de Wetering (1989). 'A 146. The "Night watch", or Officers and men of the company of Captain Frans Banning Cocq and Lieutenant Willem van Ruytenburgh.', in Stichting/Foundation Rembrandt Research Project (RRP), A Corpus of Rembrandt Paintings III 1635-1642. Dordrecht [etc.] : Martinus Nijhoff Publishers, p. 430-485 (p. 446-501 in de PDF; let op: PDF is 111 MB).
  • Hijmans, Willem, Luitsen Kuiper en Annemarie Vels Heijn (1976). Rembrandts Nachtwacht. Het vendel van Frans Banning Cocq, de geschiedenis van een schilderij. Leiden: A.W. Sijthoff. ISBN 902180016
  • Schwartz, Gary (1984). Rembrandt: zijn leven, zijn schilderijen. Een nieuwe biografie met alle beschikbare schilderijen in kleur afgebeeld. Vertaald uit het Engels door Loekie Schwartz. Maarssen: Uitgeverij Gary Schwartz. ISBN 9061790573
  • Schwartz, Gary (2008). De Nachtwacht. Vertaling Loekie Schwartz. Derde herziene druk, Amsterdam: Rijksmuseum en Nieuw Amsterdam Uitgevers. ISBN 9789086890378
  • Wetering, Ernst van de (1991). 'Rembrandts schilderwijze: techniek in dienst van illusie.' Christopher Brown, Jan Kelch & Pieter van Thiel (red.), Rembrandt: De Meester & zijn Werkplaats. Schilderijen. Amsterdam en Zwolle: Rijksmuseum Amsterdam en Waanders Uitgevers, p. 12-39. ISBN 9066302984

Beluister

(info)