Egmontkasteel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Egmontkasteel / kasteel van Egmont
Kasteel van Egmont Zottegem 09.jpg
Locatie Zottegem
Algemeen
Eigenaar Stad Zottegem
Huidige functie Bibliotheek
Gebouwd in 11e eeuw
Bijzonderheden Eigendom van Graaf van Egmont

Het Egmontkasteel of kasteel van Egmont is een kasteel in het Egmontpark in de Belgische stad Zottegem. Het kasteel kent een bewogen geschiedenis die teruggaat tot de 11de eeuw. In de 16de eeuw kwam het kasteel in het bezit van Lamoraal van Egmont, de graaf die in 1568 onder Alva onthoofd werd op de Brusselse Grote Markt. Op het einde van de 18de eeuw raakte het pand in verval en in de 19de eeuw werd het ingrijpend verbouwd. Het wordt sinds 1982 als openbare stadsbibliotheek gebruikt. Na de restauratie van het kasteel aan het einde van de 20ste eeuw worden in de ridderzaal burgerlijke huwelijken voltrokken en gemeenteraadszittingen gehouden.

Geschiedenis[bewerken]

Het Egmontkasteel in 1629
Het Egmontkasteel in de Flandria Illustrata van Sanderus uit 1641
Het Egmontkasteel in 1853
Oude prentbriefkaart Egmontkasteel begin 20e eeuw

De oorsprong van het kasteel als burchtsite loopt minstens terug tot de 11de eeuw. Men mag veronderstellen dat er reeds ten tijde van de oudst gekende heer van Zottegem, Rothardus, die in een charter van 1083 opduikt, een versterking bestond. Deze versterking had waarschijnlijk de vorm van een mottekasteel, voornamelijk bestaande uit aarde en hout.

Een paar decennia later werden zowel de donjon van de burcht als de burchtkapel in natuursteen opgetrokken. Van die twaalfde-eeuwse kapel werden tijdens archeologische opgravingen in 1994 de sporen blootgelegd. Het kasteel wordt voor het eerst vernoemd in een akte van Zeger I van Edingen in 1229.

In het begin van de 13de eeuw kwam het wooncomfort meer centraal te staan, toen een stenen zaalgebouw aan de burcht werd toegevoegd. De versterking werd in 1381 even door opstandige Gentenaars ingenomen, maar deze werden al snel verdreven. De doodsteek kwam pas in 1452, toen de Graaf van Étampes naar Zottegem oprukte en de burcht liet plunderen. Tussen 1477 en 1485 werd, wat overbleef na de plunderingen, met de grond gelijk gemaakt. Enkel het poortgebouw bleef deels bewaard. Van de oorspronkelijke burcht was geen sprake meer; een riant kasteel met wooncomfort -een maison de plaisance- was in de plaats gekomen.

De site zelf bewaarde haar oorspronkelijke gesloten vorm, met een omwalling en een walmuur met halfronde torentjes. De hoofdgebouwen hadden een L-vorm, met een noord- en oostvleugel, een zuidelijke buitentrap en een paar bijgebouwen op het noorden en het westen gericht. Een ophaalbrug die aansloot op het oorspronkelijke poortgebouw werd in hout opgetrokken en verzekerde de toegankelijkheid tot het kasteel. Bij het kasteel hoorde ook een neerhof (boerderij) en een watermolen, waarvan het huidige Leirenshof de restant is.

Het Egmontkasteel kwam in 1530 in handen van de Egmonts, Graaf Lamoraal erfde het in 1541. Na de terechtstelling van Lamoraal door Alva in 1568 werd het kasteel aangeslagen en onder Spaans beheer geplaatst. Het werd in de jaren 1570 meerdere keren bezet en geplunderd tijdens de woelige opstand tegen de Spanjaarden. In 1576 kreeg Sabina van Beieren, weduwe van Lamoraal, het kasteel terug. Het bleef de rest van de 16e eeuw en de volledige 17e eeuw in handen van de Egmonts, tot het in 1707 werd overgeërfd door de familie Pignatelli. Met hen begon het verval, mede door slordige verbouwingen. Rond 1735 werd waarschijnlijk de linkervleugel afgebroken. In 1767 werd het kasteel te koop aangeboden, in cijnspacht.

In 1830 werd het kasteel tot een tweewoonst verbouwd en toen in 1867 de erfpacht verviel, kwam het in handen van Julien Ceuterick en Charles Vandemergel, die respectievelijk het zuidelijke en het noordelijke gedeelte kochten. Datzelfde jaar nog liet Ceuterick een trapgevel met verdieping en een voorgevel in neo-renaissance bouwen naar een ontwerp van de Gentse architect E. Van Hoecke. In 1927 werden de resten van de walmuur gesloopt en de wallen voor het grootste deel gedempt. Langs de zuidzijde werd de huidige Graaf van Egmontstraat boven op de vroegere omwalling aangelegd.

In 1957 en 1965 werden respectievelijk het noordelijke gedeelte en het zuidelijke gedeelte door de stad Zottegem aangekocht. Vooral dat laatste gedeelte van het Egmontkasteel werd in de loop der jaren voor alles en nog wat gebruikt. Van 1938 tot 1948 nam het Sint-Elisabethziekenhuis er zijn start, later kregen een paar klassen van de nabijgelegen scholen er onderdak.

In het midden van de jaren ’60 gebeurden er forse inspanningen om het kasteel een deel van zijn allure terug te geven. Men ging op zoek naar sporen van de oorspronkelijke burcht en het kasteel werd gedeeltelijk gerestaureerd. Een tijdje bevond het Museum voor Folklore zich in het kasteel en trachtte men een "Museum van de 16de eeuw" uit te bouwen. Hoogtepunt was het "Egmontjaar” in 1968, toen men de vierhonderdste verjaardag van de dood van Lamoraal van Egmont vierde. Het Egmontkasteel kreeg in dat jaar gedurende een paar maanden opnieuw een zestiende-eeuws kleedje aangemeten.

Het pand werd daarna een tijdje gebruikt als onderkomen voor de Stedelijke Academie voor Beeldende Kunsten, terwijl in de kelders een alternatieve kunstgalerij werd ingericht. Intussen was de bibliotheek er neergestreken en toen het bibliotheekwezen grondig werd gereorganiseerd, verhuisde de Openbare Stadsbibliotheek naar het kasteel. In 1986 werd er ten behoeve van de bibliotheek aan de zuidgevel een nieuwbouw opgetrokken, die in contrast staat met het oude kasteel.

Restauratie[bewerken]

In de jaren zeventig werd het idee om het Egmontkasteel te renoveren voor de eerste keer naar voren gebracht. Het was echter pas in 1994 dat de werken definitief startten. Bij de restauraties is zo veel mogelijk geprobeerd om het oude kasteel met moderne materialen te restaureren.

Archeologisch park[bewerken]

archeologisch park in het Egmontpark

Tijdens de restauratie van het Egmontkasteel werd van de gelegenheid gebruikgemaakt om een archeologisch onderzoek op te starten in het park dat zich rond het kasteel bevindt. Dit archeologisch onderzoek vond plaats van 1993 tot 1994, onder leiding van archeoloog Dirk Van Eenhooge. Van Eenhooge had eerder, in 1986 en 1987, naar aanleiding van de bouw van een nieuwe vleugel voor de Stadsbibliotheek, archeologische werken uitgevoerd op de site. Dit bracht belangrijke sporen aan het licht, die in twee fasen op te delen zijn: een burchtfase (11de – 14de eeuw) en een kasteelfase (na 1477). Tijdens het oorspronkelijke archeologisch onderzoek kwamen voornamelijk bouwsporen uit de kasteelfase bloot te liggen.

Kasteelfase[bewerken]

Tegen de Oostgevel werd een latrinetoren blootgelegd, die bestond uit een traptoren en een beerput die met een overdekte riolering was verbonden met de slotgracht. Aan de andere kant van de vleugel stond haaks een noordelijke woonvleugel die, vermoedelijk in de 18de eeuw, volledig werd gesloopt. Het oorspronkelijk gebouw was reeds in de 17de eeuw vervangen door kleinere bijgebouwen, zoals de afbeelding in de Flandria Illustrata bevestigt. Bij het archeologisch onderzoek stuitte archeoloog Van Eenhooge op een brandlaag met verkoold hout en verbrande leien. Dit maakte duidelijk dat omstreeks 1600 deze vleugel door een felle brand verwoest werd.

De noordvleugel liep in westelijke richting door tot aan de omheiningsmuur en bevatte onder meer een ruim terras met een waterput die bevoorraad werd vanuit de slotgracht. Het kasteel was immers langs de vier zijden omwald, met aan de binnenkant van de gracht een omheiningsmuur die voorzien was van waltorentjes. Van deze muur werden een aantal meter blootgelegd. Ook een gedeelte van het poortgebouw werd onderzocht.

Burchtfase[bewerken]

De opgravingen bleven niet beperkt tot de restanten uit de kasteelfase, ook heel wat interessante details uit de burchtfase kwamen aan de oppervlakte. Het staat vast dat wat restte van de burcht omstreeks 1477 volledig werd ontmanteld. Het afbraakmateriaal werd gebruikt voor de fundering van het nieuw te bouwen kasteel. Tijdens de opgravingen van 1993-1994 werd verder onderzoek verricht naar sporen die tijdens een proefopgraving in 1986 reeds waren aangesneden. Zo werd wat overbleef van de 'burchtkapel' volledig blootgegraven. Deze kapel bleek een echte 12de-eeuwse Romaanse zaalkerk van 7 op 13 meter met vierkant koor te zijn. Rond het kerkje moet toentertijd een kerkhof hebben gelegen, maar alleen een gedeelte van het grafveld ten noorden van de kerk werd onderzocht. Een dozijn kindergraven werd teruggevonden, evenals het gebeente van een volwassene nabij het poortgebouw. De grootte van de kerk en de aanwezigheid van een kerkhof laat toe te vermoeden dat deze castrale kapel de vroegste parochiekerk van Zottegem was.

Projecten[bewerken]

Met deze archeologische vondsten kwam het idee om de ontstaansgeschiedenis van Zottegem nog meer te visualiseren.

Een eerste voorstel ging in de richting van een vrij omvangrijk project, waarbij alle ondergrondse sporen tot boven het maaiveld zouden worden gerestaureerd en waarbij langs drie zijden van het kasteel de vroegere omwalling zou worden hersteld. Dat bleek echter een te ambitieus project: er moest nog heel wat archeologisch veldwerk worden verricht, het kostenplaatje ging de draagkracht van de stad te boven én het zou nog jaren duren vooraleer tastbare resultaten konden worden geboekt.

Daarom werd in het Egmontpark geopteerd voor een kleinschaliger project dat beperkt bleef tot de al opgegraven bouwsporen. Tegelijk werden ook de walmuur en de brug aangepakt. De brug, de oorspronkelijke toegang tot het kasteel, verkeerde in een sterke staat van verval. Daarom werd hier geopteerd voor een doorgedreven restauratie. Het brugdek werd vernieuwd en kreeg een bestrating in kassei, zodat het panorama van aan de inkom tot aan het kasteel opnieuw werd gerealiseerd. Tegelijk werd een nieuwe gemene muur gemetseld tussen de bewaarde kasteelsite en het gedeelte dat in het begin van de twintigste eeuw werd verkaveld. Voor de verdere aankleding werd gebruikgemaakt van iconografisch materiaal dat toeliet onder andere de twee brugpijlers te reconstrueren.

De grote walmuur, die het hoger gelegen gedeelte van de kasteelsite afbakent, werd ook gerestaureerd, met behoud evenwel van het originele metselwerk. De grote hoektoren werd gedeeltelijk heropgemetseld en ook een stukje van de kleinere walmuur en torentje. Van aan de brug tot aan dat laatste torentje werd een gracht gegraven, op de plaats van de oorspronkelijke wal. De drassige ondergrond leende zich om hier met een ‘moerasvegetatie’ het vroegere uitzicht op te roepen. Het project werd afgerond in de zomer van 2001.

Sinds 2018 worden onder andere munten, majolicategels en de originele sleutelstukken van de moerbalk uit het Egmontkasteel tentoongesteld in de 'Egmontkamer' van het Zottegemse stadhuis.

Bibliografie[bewerken]

  • BEECKMANS L., VANDENBERGHE S. Een klein muntdepot uit de 16de eeuw in het kasteel van Egmont te Zottegem. In: Handelingen Zottegems Genootschap voor Geschiedenis en Oudheidkunde XVI, 2013, pp. 283-286.
  • LAMARCQ D. Drieduizend jaar Zottegem: een bewogen verhaal van elf dorpen in Zuid-Oost-Vlaanderen. Lions Club Zottegem, Zottegem, 1989.
  • LAMARCQ D. Egmontkasteel staat bijna in volle glorie. In: De Beiaard, 30 maart 1996.
  • LAMARCQ D. Het kasteel van Egmont in Zottegem. Van burcht tot bibliotheek. In: Handelingen Zottegems Genootschap voor Geschiedenis en Oudheidkunde XVIII (deel 1/deel 2) Themanummer Graaf Lamoraal van Egmont (1522-1586), 2017, pp. 525-563.
  • VAN DEN BOSSCHE H. De burcht en het Egmontkasteel te Zottegem. In: M&L, mei-juni 1990, pp. 12-48.
  • VAN DEN BOSSCHE H. Raadsels en gissingen omtrent burcht en Egmontkasteel te Zottegem. In: Handelingen Zottegems Genootschap voor Geschiedenis en Oudheidkunde V, 1991, pp. 175-206.
  • VAN DEN BOSSCHE H. Het Egmontkasteel te Zottegem. Restauratie en herbestemming. In: M&L, jaargang 19 nummer 2, 2000.
  • VAN EENHOOGE D. De middeleeuwse burcht van Zottegem: feiten ... en meningen. In: M&L, mei-juni 1990, pp. 49-59.
  • VAN EENHOOGE D. Archeologisch en bouwhistorisch onderzoek aan het Egmontkasteel in Zottegem. In: Handelingen Zottegems Genootschap voor Geschiedenis en Oudheidkunde XVI, 2013, pp. 261-282.
  • VAN EENHOOGE D. Zottegem - Het Egmontkasteel, Archeologie, monument en landschap, s.l., Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Leefmilieu en Infrastructuur, Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen, Afdeling Monumenten en Landschappen, 1995.
  • VAN LIEFERINGE H. Zottegem, in Het groot kastelenboek van België. Kastelen en buitenplaatsen. Brussel, 1977, p. 289.
  • SCHOUTTEET A. Zottegem, de Egmontstede. Toerisme in Oost-Vlaanderen, 1966/2.
  • SCHOUTTEET A. Het Egmontkasteel van Zottegem. Toerisme in Oost-Vlaanderen, 1972/5.

Zie ook[bewerken]

Afbeeldingen[bewerken]

Externe links[bewerken]