Statiegeld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Statiegeld fles - en kratinnameapparaat in een supermarkt in 2005

Statiegeld (ook: stageld of consigne) is een klein bedrag dat wordt geheven bij de aankoop van een product en dat wordt terugbetaald als de koper de verpakking van het product na gebruik weer inlevert.

Geschiedenis[bewerken]

Statiegeld is ooit begonnen als methode van de leveranciers van producten om de kosten voor hun verpakkingsmateriaal zo laag mogelijk te houden. Door hergebruik van flessen en in sommige gevallen ook glazen potten werden de kosten gedrukt. Rond 1980 werden de kosten van verpakkingen, zoals glas, echter zo laag, dat hergebruik om die reden niet meer kosteneffectief is. Gebruikt glas wordt inmiddels vooral ingezameld via de glasbak, waarna het tot nieuw glas wordt omgesmolten, in plaats van de oude flessen te reinigen en opnieuw te vullen. Want ook het transport en reinigen van flessen is milieubelastend.

In Vlaanderen werd op de blikken koekjesdozen van Jules Destrooper oorspronkelijk statiegeld geheven. Na verloop van tijd schakelde het bedrijf over op kartonnen dozen, onder andere door de opkomst van de warenhuizen, die geen verpakkingen wilden terugnemen.[1]

In de jaren 50 tot 80 van de 20e eeuw werd in Nederland en België vooral statiegeld geheven op de flessen waarin melk werd verkocht. Nadat melkflessen meer en meer verdwenen en vervangen werden door het melkpak, verdween deze vorm van statiegeld. Daarvoor in de plaats kwam statiegeld op petflessen voor frisdrank. Met de komst van de euro, bedraagt dit statiegeld in Nederland sinds eind 2001[2] € 0,25 per fles, terwijl het daarvoor ƒ 1 (€ 0,45) was.

Statiegeld wordt ook op bierflessen (€ 0,10) en kratten (€ 0,75/€ 1,50 voor halve/hele kratten) geheven.

In Duitsland, Denemarken, Zweden, Finland, Noorwegen, IJsland, Kroatië, Schotland, Verenigd Koninkrijk, Estland, Litouwen en een aantal Amerikaanse, en Australische staten ook op blikjes.[3][4]

Methode van inleveren[bewerken]

Vroeger leverde men bijvoorbeeld bij de melkboer zijn lege flessen of krat melk in tegen een volle waarbij de melkboer het statiegeld met elkaar verrekende. Bij de supermarkt diende men zijn lege flessen en kratten aan te bieden bij een loket waarbij de winkelbediende de flessen telde en met de hand een statiegeldbon uitschreef meestal van een blanco kassarol waarop hij het bedrag met pen noteerde met zijn handtekening of paraaf.

Sinds de jaren 80 kwam in supermarkten steeds vaker een flessenautomaat voor waarbij de klanten zelf hun flessen of kratten in het apparaat kunnen zetten waarbij de flessen door het apparaat worden herkend, geteld en via een lopende band gesorteerd worden waarna er automatisch een statiegeldbon wordt afgegeven. Flessen die door de winkel niet worden verkocht worden geweigerd door het apparaat. Nadeel van de flessenautomaat is de storingsgevoeligheid waarbij sommige flessen ten onrechte worden geweigerd. Ook komt het regelmatig voor dat de lopende band vast loopt en het apparaat dan niet meer werkt. De klanten dienen dan op een bel te drukken om een winkelbediende te waarschuwen wat soms lang kan duren omdat de winkelbediende elders in de winkel aan het werk is.

Nederland[bewerken]

Wetgeving[bewerken]

Flessen- en kratten-innamesysteem in Nederland anno 2011

In Nederland is in 2006 een wet aangenomen waarmee een statiegeldverplichting zou gelden op nagenoeg alle (niet-kartonnen) drankverpakkingen.[5] De betreffende artikelen zijn nooit van kracht verklaard, maar zouden gaan gelden als het bedrijfsleven er niet in zou slagen hogere recycling te realiseren en de hoeveelheid zwerfafval terug te dringen. Volgens staatssecretaris Atsma waren die doelstellingen in zicht en kon als beloning het geldende statiegeld op grote plastic flessen juist worden afgeschaft.[6] De Vereniging van Nederlandse Gemeenten reageerde kritisch op dit plan van Atsma.[7]

Discussie statiegeld[bewerken]

Op 7 maart 2012 vond in de Tweede Kamer een Algemeen Overleg plaats over de afvalbrief van staatssecretaris Atsma. Hierin werd voorgesteld dat statiegeld afgeschaft zou worden. De Kamer is echter nog verdeeld hierover. Zo gaf het CDA aan dat statiegeld pas afgeschaft kan worden als het nieuwe systeem blijkt te werken. Voor nu lijken alleen de PVV en de VVD Atsma te steunen. Ook de Vereniging Nederlandse Gemeenten vindt dat een beslissing over afschaffing pas in 2015 genomen kan worden. Het debat zal op een latere datum worden hervat en ook alle Nederlandse gemeenten dienen nog te stemmen.

Raamovereenkomst[bewerken]

Het verpakkende bedrijfsleven moet voldoen aan alle eisen uit de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013-2022. Dit bleek op diverse punten nog niet het geval. Zo werd er PVC aangetroffen in verpakkingsmateriaal in supermarkten (in 101 van de 1324 onderzochte verpakkingen), welke niet volgens de eisen van de Raamovereenkomst zijn. Staatssecretaris Mansveld staat daarom afschaffen statiegeld in 2014 nog niet toe.[8] Medio 2015 wordt de voortgang van de afspraken in de Raamovereenkomst opnieuw geëvalueerd.[9]

Lobbyisten onthuld[bewerken]

Nadat staatssecretaris Atsma in maart 2012 uit een rapport van de Wageningen Universiteit had geciteerd dat het statiegeldsysteem voor plastic flessen 'peperduur' zou zijn, in de hoop het afgeschaft te krijgen, wezen voorstanders van statiegeld direct op onzorgvuldigheden in de berekeningen van het Wageningse onderzoek. Waarna een reeks klachten ingediend werden bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de Wageningen Universiteit. Deze commissie oordeelde later dat het bewuste rapport nooit gebruikt had mogen worden, dat de medewerkers niet zorgvuldig gehandeld hebben, en het rapport in strijd was met de Gedragscode Wetenschapsbeoefening.[10][11]

Statiegeld op kleine flesjes en blikjes[bewerken]

In april 2018 diende de Partij voor de Dieren een motie in in de Tweede kamer met de vraag om statiegeld uit te breiden naar plastic flesjes en metalen blikjes. Dit zou zwerfafval met 70 tot 90 procent kunnen reduceren.[12] Deze motie werd gesteund door de Statiegeldalliantie bestaande uit meer dan 400 organisaties, waaronder 230 gemeenten.

Inmiddels is de alliantie gegroeid naar 800 Vlaamse en Nederlandse organisaties, verenigingen, lokale overheden en bedrijven, 350 van 380 Nederlandse gemeenten en 20 van de 21 waterschappen.[13][14][15]

Bij een onderzoek van Radar Testpanel begin 2018 gaf 80% van de ondervraagden aan voor de uitbreiding van statiegeld op blikjes en flesjes te zijn. [16]

Als antwoord op de motie liet staatssecretaris Stientje van Veldhoven weten dat statiegeld op kleine flesjes. met een 10 tot 15 cent retourpremie, in 2021 wordt ingevoerd, tenzij de verpakkingsindustrie er vóór die tijd in slaagt de hoeveelheid plastic flesjes in het zwerfafval met 70 tot 90 procent te verminderen.

Over blikjes, dat het grootste deel van het zwerfafval blijkt te zijn, liet zij weten dat 'afspraken over de blikjes politiek en bij bedrijfsleven niet haalbaar zijn'. Dit tot ontsteltenis van de oppositie in de Tweede Kamer, en Milieuorganisaties als Recycling Netwerk, Greenpeace, de Plastic Soup Foundation en stichting de Noordzee.[17][18]

Zie ook[bewerken]