Statiegeld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Statiegeldautomaat in een supermarkt in 2011

Statiegeld (ook: stageld of consigne) is een klein bedrag dat wordt geheven bij de aankoop van een product en dat wordt terugbetaald als de koper de verpakking van het product na gebruik weer inlevert. Dit gebeurt vaak via een flessenautomaat (of statiegeldautomaat).

In Nederland is er statiegeld voor grote kunststof flessen voor water of frisdrank vanaf 1 liter (€ 0,25) en kleine van minder dan 1 liter (€ 0,15), glazen bierflessen (€ 0,10 voor gewone en € 0,20 voor beugelflessen) en kratten (€ 0,75/€ 1,50 voor halve/hele kratten). Per 31 december 2022 wordt ook statiegeld op blikjes ingevoerd.[1] Er wordt geen statiegeld geheven op plastic flessen voor sappen of zuivel.[2]

Meestal worden plastic flessen omgesmolten, en glazen flessen hergebruikt. Het doel is het tegengaan dat de verpakkingen in het milieu terechtkomen, en/of dat ze als restafval worden ingeleverd. Bij bijvoorbeeld nascheiding van plastic[3] is het laatste niet van toepassing op plastic flessen, maar het eerste nog wel.

Ontstaan[bewerken | brontekst bewerken]

Bioscoopjournaal uit april 1964. Op de verpakkingsbeurs 'Macropak' wordt een nieuwe lichtere glazen fles gepresenteerd die na één keer gebruik kan worden weggeworpen, waarmee "emballageproblemen en statiegeld uit de wereld geholpen worden".

Statiegeld is ooit begonnen als methode van de leveranciers van producten om de kosten voor hun verpakkingsmateriaal zo laag mogelijk te houden. Door hergebruik van flessen en in sommige gevallen ook glazen potten werden de kosten gedrukt. Rond 1980 werden de kosten van verpakkingen, zoals glas, echter zo laag, dat hergebruik om die reden niet meer kosteneffectief was. Gebruikt glas wordt vooral ingezameld via de glasbak, waarna het tot nieuw glas wordt omgesmolten, in plaats van de oude flessen te reinigen en opnieuw te vullen. Want ook het transport en reinigen van flessen is milieubelastend.

In Vlaanderen werd op de blikken koekjesdozen van Jules Destrooper oorspronkelijk statiegeld geheven. Na verloop van tijd schakelde het bedrijf over op kartonnen dozen, onder andere door de opkomst van de warenhuizen, die geen verpakkingen wilden terugnemen.[4]

In de jaren 50 tot 80 van de 20e eeuw werd in Nederland en België vooral statiegeld geheven op de flessen waarin melk werd verkocht. Nadat melkflessen meer en meer verdwenen en vervangen werden door het melkpak, verdween deze vorm van statiegeld. Daarvoor in de plaats kwam statiegeld op (1 liter) petflessen voor frisdrank. Met de komst van de euro bedraagt dit statiegeld in Nederland sinds eind 2001 € 0,25 per fles, terwijl het daarvoor ƒ 1 (€ 0,45) was.[5]

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Huidige wetgeving[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland wordt er statiegeld geheven op bierflessen (€ 0,10 voor gewone en € 0,20 voor beugelflessen) en kratten (€ 0,75/€ 1,50 voor halve/hele kratten). De minimale hoogte van het statiegeld, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het Besluit beheer verpakkingen 2014[6] is in artikel 6 van de Regeling beheer verpakkingen[7] bepaald op € 0,15 voor kunststof flessen met een inhoud tot 1 liter en € 0,25 voor kunststof flessen met een inhoud van 1 liter tot en met 3 liter.

Dat er ook op kleine plastic flesjes statiegeld geheven wordt geldt sinds 1 juli 2021; hoogstwaarschijnlijk komen daar in 2023 ook blikjes bij.[8] Winkels van minder dan 200 m² hoeven geen flessen in te nemen, hoewel de klant ook daar statiegeld moet betalen. Flessen met het nieuwe statiegeldlogo kunnen bij alle innamepunten in Nederland worden ingeleverd, ongeacht waar ze gekocht zijn.[9]

Discussie uitbreiding statiegeld (1998–2011)[bewerken | brontekst bewerken]

Minister Pronk (PvdA) in het kabinet-Kok II (1998–2002) en daarna staatssecretaris Van Geel (CDA, 2007–2010) hebben voorgesteld om statiegeld op blikjes in te voeren. Dit idee werd in 2006 weer ingetrokken, vooral door tegenstand van het bedrijfsleven.[10] Als alternatief zou er strenger gecontroleerd worden op vervuilers. Op plekken waar veel fietsende scholieren langskomen zijn soms zogenoemde blikvangers opgesteld, in de verwachting dat daardoor minder afval op straat terechtkomt.

Plan-Atsma en onthulling antistatiegeldlobby (2011–2016)[bewerken | brontekst bewerken]

Er was in 2006 een wet aangenomen waarmee een statiegeldverplichting zou gelden op nagenoeg alle (niet-kartonnen) drankverpakkingen.[11] De betreffende artikelen zijn nooit van kracht verklaard, maar zouden gaan gelden als het bedrijfsleven er niet in zou slagen hogere recycling te realiseren en de hoeveelheid zwerfafval terug te dringen. Volgens staatssecretaris Joop Atsma (CDA) waren die doelstellingen in 2011 in zicht en kon als beloning het geldende statiegeld op grote plastic flessen juist worden afgeschaft.[12] De Vereniging van Nederlandse Gemeenten reageerde kritisch op dit plan van Atsma.[13]

Op 7 maart 2012 vond in de Tweede Kamer een Algemeen Overleg plaats over de afvalbrief van staatssecretaris Atsma. Hierin werd voorgesteld dat statiegeld op grote plastic flessen afgeschaft kon worden daar het “niet kostenefficiënt” zou zijn. De Kamer was hier echter verdeeld over. Alleen de PVV en de VVD steunden Atsma.[14]

Nadat staatssecretaris Atsma in maart 2012 uit een rapport van de Wageningen Universiteit had geciteerd dat het statiegeldsysteem voor plastic flessen ”peperduur” zou zijn, in de hoop het afgeschaft te krijgen, wezen voorstanders van statiegeld direct op onzorgvuldigheden in de berekeningen van het Wageningse onderzoek. Daarna werd een reeks klachten ingediend bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de Wageningense Universiteit. Deze commissie oordeelde in januari 2016 dat het bewuste rapport nooit gebruikt had mogen worden, dat de medewerkers niet zorgvuldig gehandeld hadden, en het rapport in strijd was met de Gedragscode Wetenschapsbeoefening.[15][16]

Het verpakkende bedrijfsleven moest voldoen aan alle eisen uit de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013–2022. Dit bleek op diverse punten niet het geval te zijn. Zo werd er pvc aangetroffen in verpakkingsmateriaal in supermarkten (in 101 van de 1324 onderzochte verpakkingen), wat niet overeenkomt met de eisen van de Raamovereenkomst. Staatssecretaris Mansveld (PvdA) stond daarom het afschaffen van statiegeld in 2014 nog niet toe.[17] In 2015 werd duidelijk dat het plan van Atsma definitief niet doorging omdat de verpakkingsindustrie haar gemaakte afspraken niet nakwam.[18]

Invoering statiegeld op kleine flesjes en blikjes (2017–2023)[bewerken | brontekst bewerken]

Statiegeld in Europa.[noot 1]
 Statiegeld op petflessen en blikjes
 Statiegeld op petflessen, maar niet op blikjes
 Statiegeld op petflessen en blikjes gepland
 Geen statiegeld op petflessen en blikjes

Op 14 februari 2017 bood Merijn Tinga (de 'Plastic Soup Surfer') 55.000 handtekeningen aan in de Tweede Kamer “voor uitbreiding van statiegeld op kleine flesjes”. Bij het aanbieden van de handtekeningen liet hij de aanwezige Kamerleden ook een door hemzelf opgestelde motie ondertekenen. De motie riep op tot “90% minder plastic zwerfflesjes binnen drie jaar”. Doordat het woord statiegeld niet in de motie voorkwam konden ook tegenstanders als CDA en VVD de motie ondertekenen. Deze motie werd twee dagen later in het algemeen overleg door toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) zonder stemming overgenomen door het kabinet. (Het is uniek in de Nederlandse parlementaire geschiedenis dat een door een burger geschreven motie zonder stemming wordt overgenomen).[22]

In september 2017 stuurde het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de studie “Kosten en effecten van statiegeld op kleine flesjes en blikjes” naar de Tweede Kamer.[23] Dat onderzoek was aangevraagd door staatssecretaris Sharon Dijksma. De conclusie van het onderzoek was dat statiegeld de aanwezigheid van flessen en blikjes in het zwerfafval met 70 tot 90 procent zal reduceren.

De Statiegeldalliantie ging van start in november 2017 met de vraag om statiegeld op alle flessen en blikjes in te voeren. Anno 2019 was de alliantie gegroeid naar 95 procent van de Nederlandse gemeenten, alle twaalf provincies, alle 21 waterschappen en 190 Nederlandse bedrijven en organisaties.[24][25]

Bij een onderzoek van Radar Testpanel begin 2018 gaf 80% van de ondervraagden aan voor de uitbreiding van statiegeld op blikjes en flesjes te zijn.[26] Bij een enquête door de Consumentenbond in begin 2018 reageerde 84% van de geënquêteerden positief op de uitbreiding naar kleine flesjes en 75% steunde invoering van statiegeld op blikjes.[27] Ook uit een onderzoek van EenVandaag onder 33.270 leden bleek 78% voorstander te zijn van statiegeld op kleine petflesjes en blikjes.[28]

In april 2018 diende de Partij voor de Dieren een motie in in de Tweede Kamer met de vraag om statiegeld uit te breiden naar plastic flesjes en metalen blikjes.[29] Als antwoord op de motie liet staatssecretaris voor Infrastructuur en Waterstaat Stientje van Veldhoven (D66) in een brief aan de Tweede Kamer weten dat statiegeld van 10 à 15 cent op kleine flesjes in 2021 zou worden ingevoerd, tenzij de verpakkingsindustrie er vóór die tijd in zou slagen de hoeveelheid plastic flesjes in het zwerfafval met 70 tot 90 procent te verminderen. Over blikjes, die op dat moment het grootste deel van het zwerfafval blijken te zijn, liet zij weten dat “afspraken over de blikjes politiek en bij bedrijfsleven niet haalbaar zijn”, tot ontsteltenis van de oppositie in de Tweede Kamer, en Milieuorganisaties als Recycling Netwerk, Greenpeace, de Plastic Soup Foundation en stichting de Noordzee.[30][31]

Van Veldhoven stuurde op 24 april 2020 haar besluit tot invoering van statiegeld op kleine plastic flessen en uitvoering moties blikjes aan de Tweede Kamer. Daarmee zou er op 1 juli 2021 statiegeld komen op de kleine plastic flesjes van minder dan 1 liter. Het statiegeld ging 15 eurocent bedragen. Op grote flessen bleef het statiegeld 25 eurocent. Als het bedrijfsleven er niet in zou slagen om het aantal blikjes in het zwerfafval met 70 procent te reduceren, dan kwam er in 2022 ook statiegeld op de blikjes, stelde de brief aan de Tweede Kamer.[32] "Deze beslissing is een historische overwinning in de strijd tegen plastic vervuiling. De volgende stap is statiegeld op blikjes", reageerde de milieubeweging in een gezamenlijk persbericht.[33] Op 9 oktober 2020 stuurde staatssecretaris Van Veldhoven de cijfers van Rijkswaterstaat over blikjes in het zwerfvuil in een brief aan de Tweede Kamer.[34]

Op 3 februari 2021 verklaarde staatssecretaris Van Veldhoven dat statiegeld van 15 eurocent per blikje een feit zal zijn met ingang van 31 december 2022.[35] De milieubeweging, bestaande uit milieuorganisaties Recycling Netwerk Benelux, Stichting De Noordzee, Plastic Soup Foundation, Plastic Soup Surfer, Greenpeace en Natuur & Milieu, reageerde meteen met lof voor de staatssecretaris.[36] Ook de Statiegeldalliantie feliciteerde de staatssecretaris met haar besluit en sprak de hoop uit dat de Belgische regeringen snel zouden volgen.[37] Uit een opiniepeilling van RTV Noord bleek dat 91 procent van de Nederlanders de beslissing van het demissionaire kabinet Rutte III voluit steunde.[38] Honderden zwerfafvalrapers, gemeenten, organisaties en bedrijven reageerden verheugd. De hoofdredactie van de krant Trouw uitte op 5 februari felle kritiek op de supermarkten omdat ze het dossier twee decennia hadden geblokkeerd. De redactie van de krant riep de politieke partijen op om in het volgende regeerakkoord het statiegeld uit te breiden tot alle drankverpakkingen.[39] Ook in België was het groot nieuws.[40] CD&V-voorzitter Joachim Coens sprak de wens uit om het ook in België snel in te voeren.[41]

Bemande ov-locaties worden verplicht om petflessen met statiegeld in te nemen en het statiegeld uit te keren. Gepland was dat in de loop van 2021 op de vijf grootste stations inleverautomaten zouden verschijnen, en dat dat dan zou worden uitgebreid naar de vijftig grootste stations in 2023. Het statiegeld zou op je rekening worden gestort.[42][43]

Al twee maanden na invoering van statiegeld op flesjes werden er aanzienlijk minder plastic flesjes op straat en in de natuur gevonden. De zwerfafvalraper "Zwerfinator" Dirk Groot kwam er bijna de helft minder tegen.[44] En tijdens World Cleanup Day 2021 werden er dat jaar 37% minder plastic flesjes gevonden dan voor de invoering.[45]

België[bewerken | brontekst bewerken]

Uit onderzoek van de GfK Social and Strategic Research in 2018 bleek 82 procent van de Belgen voorstander te zijn van statiegeld op plastic flessen en blikjes.[46]

De Statiegeldalliantie ging van start in november 2017 met de vraag om statiegeld op alle flessen en blikjes in te voeren. Deze overschreed twee jaar later de kaap van de 1000 partners,[47][48] waaronder 62 procent van de Vlaamse gemeenten. Ook middenveldorganisaties zoals KVLV, Algemeen Boerensyndicaat, Beweging.net, Bond Beter Leefmilieu, Boomtown-festival, Ubuntu-festival, Think Pink, WWF, Test-Aankoop, Greenpeace, Masereelfonds, Natuurpunt, Oxfam, Proper Strand Lopers, jongerenafdelingen van de politieke partijen, afvalintercommunales Limburg.net en bedrijven zoals Triodos Bank en Ecover. Ecover zette daarnaast een Statiegeld Store op in het centrum van Antwerpen.[49] Op drie dagen tijd werden 7000 petflessen ingezameld.[50]

In april 2019 startte in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een proefproject met statiegeld voor blikjes.[51] Na de Brusselse gewestverkiezingen in 2019 kondigde de nieuwe Brusselse regering in haar regeerakkoord aan dat Brussel als eerste Belgische gewest statiegeld voor zowel blikjes als plastic flessen zou implementeren.[52] De nieuwe Waalse regering kondigde in haar regeerakkoord aan dat het Waalse gewest eveneens de invoering van statiegeld of een retourpremie op flessen en blikjes zou verdedigen.[53]

Fost Plus, de organisatie die instaat voor de inzameling en recyclage van huishoudelijk verpakkingsafval, is fel gekant tegen statiegeld.[54] In 2018 verzetten ook de Vlaamse politieke partijen Open VLD als N-VA zich tegen het verplicht invoeren van statiegeld op plastic flessen en blikjes.[55] In 2020 hebben zowel de federale, Waalse als Brusselse regeringen het invoeren van statiegeld op plastic flessen en blikjes voorzien in hun regeerakkoorden. Enkel de Vlaamse regering heeft dit niet gedaan, maar voorziet een evaluatie in 2023.

Rest van de wereld[bewerken | brontekst bewerken]

Statiegeld in Noord-Amerika.
 Statiegeld op meeste drankverpakkingen
 Statiegeld alleen op bier/alcoholverpakkingen
 Statiegeld afgeschaft
 Geen statiegeld

In Duitsland, Denemarken, Zweden, Finland, Noorwegen, IJsland, Kroatië, Schotland, Estland, Litouwen, Israël en een aantal Amerikaanse, Canadese en Australische staten wordt statiegeld geheven op blikjes.[56][57][58] In Noorwegen wordt gemiddeld ongeveer 95 procent van alle blikjes ingezameld, in Duitsland ongeveer 96 procent.[59][60]

In 2020 hadden 39 landen en regio's ter wereld statiegeld op plastic flessen en blikjes ingevoerd.[61] Binnen Europa wordt dit systeem onder andere toegepast in Duitsland en de Scandinavische landen.

In Australië hebben anno 2021 bijna alle staten en territoria een statiegeldsysteem ingevoerd. Tasmanië is van plan statiegeld in te voeren vanaf 2022 en Victoria als laatste vanaf 2023.[62] In Canada heffen anno 2021 ook bijna alle provincies en territoria statiegeld op de meeste soorten drankverpakkingen. In Ontario zit er alleen statiegeld op verpakkingen van alcoholische dranken en Manitoba alleen op bierverpakkingen; Nunavut heeft als enige gebied überhaupt nog geen statiegeldprogramma.[63]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Zoek statiegeld op in het WikiWoordenboek.