Wereldkampioenschap wegrace 1951

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1951 was het derde in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen[bewerken]

1951 Was het jaar van Geoff Duke en zijn Norton Manx. Hij werd wereldkampioen in de 350- en de 500cc-klasse. De Italiaanse pers kon het maar moeilijk verteren dat de Norton zo snel was, en schreef het succes volledig aan Duke toe. Helemaal terecht was dat niet: omdat Alfredo Milani en Umberto Masetti het circuit op Man niet kenden stuurde Gilera ze daar niet naartoe. Bruno Ruffo en Eric Oliver werden beiden voor de derde keer wereldkampioen. Hoewel Duitsland nog uitgesloten was van het wereldkampioenschap wegrace, was dat kampioenschap er immens populair. In 1951 kwamen er 400.000 toeschouwers naar de race op de Solitudering kijken. Voor de Britten was er op het eiland Man veel te vieren: De nieuwe 125 cc Ultra-Lightweight TT was een succes en werd gewonnen door Cromie McCandless met een Mondial. Ook de andere podiumplaatsen waren voor deze Italiaanse viertakten met Carlo Ubbiali en Gianni Leoni.

Overleden/gestopt[bewerken]

  • Al op 17 april verongelukte Renato Magi bij een recordpoging op de autoweg Rome-Ostia.
  • Op 6 mei verongelukten Guido Leoni en Raffaele Alberti tijdens een Italiaanse kampioenswedstrijd op het stratencircuit van Ferrara.
  • De Isle of Man TT van 1951 verliep rampzalig. Er vielen zes doden onder de privérijders. Tijdens een onofficiële training op 28 mei verongelukte John Simister bij de East Mountain Gate. Op 29 mei verongelukte Leonard Bolshaw tijdens de training voor de Clubmans Senior TT met een Triumph. Op 31 mei verongelukte John O'Driscoll tijdens de training met een Rudge. Op 4 juni verongelukten twee coureurs: John Wenman bij Rhencullen Hill/Bishopscourt met een Norton tijdens de Junior TT en Doug Parris bij Bungalow met een Douglas tijdens de Clubmans Junior TT. Op 8 juni verongelukte Chris Horn met een Norton bij Laurel Bank tijdens de Senior TT.
  • Op 14 juli overleed de 250cc-wereldkampioen Dario Ambrosini bij een ongeluk tijdens de trainingen voor de Franse Grand Prix. Hij stierf in de armen van Gianni Leoni. Op exact dezelfde dag verongelukte de snelle privérijder Claudio Mastellari op het circuit van Schotten in Duitsland.
  • Op 17 augustus gebeurde er een ongeluk bij de trainingen van de Ulster Grand Prix. Die werd nog op het Clady Circuit gereden. Dat was een stratencircuit en tijdens de trainingen stonden de wegen nog open voor het verkeer. Daarom was het niet mogelijk op volle snelheid te rijden, want er was ook nog ander verkeer op de weg. Enrico Lorenzetti was getuige van het ongeluk en raakte zelf licht gewond toen hij op de ravage inreed. Samen met Sante Geminiani en Gianni Leoni had hij een rustige ronde gereden en toen hij en Geminiani stopten om iets aan de afstelling van één van de motorfietsen te veranderen had Leoni dat niet gemerkt. Lorenzetti en Geminiani reden weer verder, maar kwamen in een bocht Leoni tegen, die gemerkt had dat hij alleen was. Leoni week naar links uit, zoals het bij het linkse verkeer in Ulster hoorde, maar Geminiani vergat waarschijnlijk in de haast dat hij niet in Italië was en reed met volle snelheid tegen Leoni aan. Geminiani werd ongeveer 40 meter door de lucht geslingerd en was op slag dood. Leoni stond zelfs nog op, maar verloor daarna het bewustzijn en stierf nog op dezelfde dag in het ziekenhuis van Belfast. Het team van Moto Guzzi trok zich ondanks het verlies van twee fabriekscoureurs niet terug en op 18 augustus won Bruno Ruffo de 250cc-klasse.
  • Op 14 september verongelukte J.M. Crowe met een Norton tijdens de Senior Race van de Manx Grand Prix.

Puntentelling[bewerken]

De eerste zes finishers kregen punten.

 1e   2e   3e   4e   5e   6e 
Punten: 8 6 4 3 2 1

Aantal (tellende) wedstrijden[bewerken]

In de 500cc- en de 350cc-klassen werden acht wedstrijden verreden, in de 250cc- en zijspanklasse werden vijf wedstrijden verreden en in de 125cc-klasse werden vier wedstrijden verreden. Als er minder dan acht wedstrijden werden verreden, telden de beste vier resultaten, bij acht of mee wedstrijden telden de vijf beste resultaten.

Races Tellend
125 cc 4 4
250 cc 5 4
350 cc 8 5
500 cc 8 5
zijspan 5 4

500cc-klasse[bewerken]

Het fabrieksteam van Norton sloeg de eerste wedstrijd, de Spaanse Grand Prix, over. Alfredo Milani viel daar met de Gilera-viercilinder uit, maar Umberto Masetti won. Tommy Wood pakte zijn enige punten in de 500cc-klasse door tweede te worden vóór de MV Agusta van Arciso Artesiani, die in dit seizoen ook geen punten meer zou scoren. Norton had nu ook de Manx productieracers voorzien van het nieuwe Featherbed frame maar ook het frame van de Gilera 500 4C was verbeterd. De officiële fabrieksrijder van Norton, Geoff Duke, viel in de Zwitserse GP uit, maar nu won Fergus Anderson met een Moto Guzzi Bicilindrica 500. Ook voor hem waren dit de enige punten van het hele seizoen. Reg Armstrong werd met de AJS E90 Porcupine tweede en Enrico Lorenzetti, vriend en teamgenoot van Anderson, werd derde. Milani viel opnieuw uit. In de Senior TT begon de zegetocht van Geoff Duke. Hij won die met ruim vier minuten voorsprong op Bill Doran met de AJS, nadat Reg Armstrong was uitgevallen. Duke leidde de race zelfs alle (7) ronden lang. Cromie McCandless werd met een Norton Manx derde. Het team van Gilera bleef op het vasteland, mogelijk een fout die aan het einde van het seizoen punten zou kosten, maar de Italiaanse coureurs kenden het 60 kilometer lange circuit niet. MV Agusta had daarom juist Les Graham aangetrokken, maar die viel uit. Alfredo Milani pakte pas in de Grand Prix van België zijn eerste punten dankzij een tweede plaats achter Geoff Duke. Sante Geminiani werd met een Moto Guzzi derde. Umberto Masetti, die tot dat moment de meeste punten voor de Gilera-stal had gehaald, werd slechts negende. Duke won ook de TT van Assen en was nu al bijna onbereikbaar geworden voor de concurrentie. Milani werd opnieuw tweede en Lorenzetti werd derde. Umberto Masetti reed de snelste ronde maar viel uit en intussen begon Milani de belangrijkste Gilera-coureur te worden. Dat werd hij definitief toen hij de Grand Prix van Frankrijk won. Masetti werd hier slechts vierde, en Duke werd vijfde. De tweede plaats was voor Bill Doran en de derde voor Nello Pagani (Gilera). Toen Duke de Ulster Grand Prix won werd alle Italiaanse hoop de grond in geboord. Niemand kon hem nu nog bedreigen want hij had al vier overwinningen behaald. Ook het Clady Circuit was onbekend terrein voor de Italianen: Ken Kavanagh werd met een Norton tweede en pas op de derde plaats eindigde Umberto Masetti, nog vóór Milani, die vierde werd. Tijdens de laatste wedstrijd, de Grand Prix des Nations op Monza, deden de Italianen het uitstekend: Milani één, Masetti twee, Pagani drie, Duke vier en Bruno Ruffo (Moto Guzzi) werd vijfde. In de eindstand stond Duke eerste, vóór Milani en Masetti.

Uitslagen[bewerken]

MV Agusta 500 4C, waarschijnlijk van eind 1951. De machine heeft nog cardanaandrijving en twee carburateurs, maar ook al de nieuwe Earles voorvork die in 1952 werd gebruikt.
Datum Race Circuit 1e 2e 3e Snelste ronde
1 08.04. Vlag van Spanje GP van Spanje Montjuïc Umberto Masetti Tommy Wood Arciso Artesiani Enrico Lorenzetti
2 27.05. Vlag van Zwitserland GP van Zwitserland Bremgarten Fergus Anderson Reg Armstrong Enrico Lorenzetti Fergus Anderson
3 08.06. Vlag van Man Isle of Man TT Mountain Course Geoff Duke Bill Doran Cromie McCandless Geoff Duke
4 01.07. Vlag van België GP van België Spa-Francorchamps Geoff Duke Alfredo Milani Sante Geminiani Geoff Duke
5 07.07. Vlag van Nederland TT van Assen Assen Geoff Duke Alfredo Milani Enrico Lorenzetti Umberto Masetti
6 15.07. Vlag van Frankrijk GP van Frankrijk Albi Alfredo Milani Bill Doran Nello Pagani Alfredo Milani
7 16.–18.08. Vlag van Noord-Ierland Ulster Grand Prix Clady Geoff Duke Ken Kavanagh Umberto Masetti Alfredo Milani
8 09.09. Vlag van Italië GP des Nations Monza Alfredo Milani Umberto Masetti Nello Pagani Alfredo Milani

Eindstand[bewerken]

Pos. Coureur Motorfiets Ptn.
1 Vlag van Verenigd Koninkrijk Geoff Duke Norton 35 (37)
2 Vlag van Italië Alfredo Milani Gilera 31
3 Vlag van Italië Umberto Masetti Gilera 21
4 Vlag van Verenigd Koninkrijk Bill Doran AJS 14
5 Vlag van Italië Nello Pagani Gilera 10
6 Vlag van Ierland Reg Armstrong AJS 9
7 Vlag van Verenigd Koninkrijk Fergus Anderson Moto Guzzi 8
8 Vlag van Italië Enrico Lorenzetti Moto Guzzi 8
9 Vlag van Verenigd Koninkrijk Tommy Wood Norton 6
Vlag van Australië Ken Kavanagh Norton 6
11 Vlag van Verenigd Koninkrijk Johnny Lockett Norton 6
12 Vlag van Italië Carlo Bandirola MV Agusta 5
13 Vlag van Italië Arciso Artesiani MV Agusta 4
Pos. Coureur Motorfiets Ptn.
Vlag van Noord-Ierland Cromie McCandless Norton 4
Vlag van Italië Sante Geminiani (†) Moto Guzzi 4
16 Vlag van Spanje Ramón Montane Norton 3
Vlag van Verenigd Koninkrijk Tommy McEwan Norton 3
18 Vlag van Verenigd Koninkrijk Jack Brett Norton 3
19 Vlag van Zwitserland Benoît Musy Moto Guzzi 2
Vlag van Ierland Manliff Barrington Norton 2
Vlag van Italië Bruno Ruffo Moto Guzzi 2
22 Vlag van Spanje Ernesto Vidal Norton 1
Vlag van Zwitserland Willy Lips Norton 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk Ashley Len Parry Norton 1
Vlag van Nieuw-Zeeland Len Perry Norton 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

Constructeurstitel[bewerken]

Pos. Constructeur Ptn.
1 Vlag van Verenigd Koninkrijk Norton 38 (45)
2 Vlag van Italië Gilera 36 (40)
3 Vlag van Verenigd Koninkrijk AJS 22 (23)
4 Vlag van Italië Moto Guzzi 18
5 Vlag van Italië MV Agusta 7

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

350cc-klasse[bewerken]

In 1951 liep de uit 1938 stammende Velocette KTT Mk VIII op zijn laatste benen. Velocette hief het fabrieksteam op en daarmee ging de strijd om de wereldtitel tussen de AJS 7R en de Norton 40M. Beide machines waren eigenlijk als productieracer bedoeld, maar bij gebrek aan concurrentie waren het toch de beste 350cc-machines. De Norton 40M was bovendien in 1951 voorzien van het superieure Featherbed frame dat door Rex McCandless was bedacht. Toch verraste Les Graham de wereld door in de eerste twee GP's goed te scoren: tweede in Spanje en eerste in Zwitserland. Bill Doran (AJS) ging niet naar deze wedstrijden en Geoff Duke sloeg Spanje over en viel in Zwitserland uit. De Spaanse Grand Prix werd gewonnen door Tommy Wood met een Moto Guzzi, zeer waarschijnlijk een 250 cc Moto Guzzi Gambalunghino. In de Junior TT werd Geoff Duke de eerste coureur die met een 350cc-machine een gemiddelde van meer dan 90 mijl per uur op de Mountain Course haalde. Hij leidde van start tot finish en won voor zijn Norton-teamgenoten Johnny Lockett en Jack Brett. Les Graham werd hier slechts tiende en kwam daarna niet meer aan de start in de 350cc-klasse. In België waren Duke en Lockett opnieuw eerste en tweede, maar de derde plaats ging nu naar Bill Lomas, die een Velocette reed. Bill Doran werd slechts vijfde. In Assen won Doran wel, want Geoff Duke viel uit. Bill Petch (AJS) werd tweede en Ken Kavanagh (Norton) werd derde. De drie laatste GP's werden allemaal gewonnen door Geoff Duke, die daardoor met een enorme puntenvoorsprong wereldkampioen werd, vóór Bill Doran en Johnny Lockett. De beste Velocette-rijder was Leslie Graham.

Uitslagen[bewerken]

Datum Race Circuit 1e 2e 3e Snelste ronde
1 08.04. Vlag van Spanje GP van Spanje Montjuïc Tommy Wood Leslie Graham Bill Petch Tommy Wood
2 27.05. Vlag van Zwitserland GP van Zwitserland Bremgarten Leslie Graham Cecil Sandford Reg Armstrong Reg Armstrong
3 08.06. Vlag van Man Isle of Man TT Mountain Course Geoff Duke Johnny Lockett Jack Brett Geoff Duke
4 01.07. Vlag van België GP van België Spa-Francorchamps Geoff Duke Johnny Lockett Bill Lomas Geoff Duke
5 07.07. Vlag van Nederland TT van Assen Assen Bill Doran Bill Petch Ken Kavanagh Bill Doran
6 15.07. Vlag van Frankrijk GP van Frankrijk Albi Geoff Duke Jack Brett Bill Doran Bill Doran
7 16.–18.08. Vlag van Noord-Ierland Ulster Grand Prix Clady Geoff Duke Ken Kavanagh Johnny Lockett Geoff Duke
8 09.09. Vlag van Italië GP des Nations Monza Geoff Duke Ken Kavanagh Jack Brett Geoff Duke

Eindstand[bewerken]

Pos. Coureur Motorfiets Ptn.
1 Vlag van Verenigd Koninkrijk Geoff Duke Norton 40
2 Vlag van Verenigd Koninkrijk Bill Doran AJS 19
3 Vlag van Verenigd Koninkrijk Johnny Lockett Norton 19
4 Vlag van Australië Ken Kavanagh Norton 16
5 Vlag van Verenigd Koninkrijk Jack Brett Norton 15
6 Vlag van Verenigd Koninkrijk Leslie Graham Velocette 14
7 Vlag van Ierland Reg Armstrong AJS 11
8 Vlag van Verenigd Koninkrijk Bill Petch AJS 10
9 Vlag van Verenigd Koninkrijk Cecil Sandford Velocette 9
10 Vlag van Verenigd Koninkrijk Tommy Wood Moto Guzzi 8
11 Vlag van Verenigd Koninkrijk Bill Lomas Velocette 6
Pos. Coureur Motorfiets Ptn.
12 Vlag van Nieuw-Zeeland Rod Coleman AJS 5
13 Vlag van Verenigd Koninkrijk Mick Featherstone AJS 4
14 Vlag van Spanje Fernando Aranda Moto Guzzi 3
Vlag van Zwitserland Paul Fuhrer Velocette 3
16 Vlag van België Jack Raffeld Velocette 2
Vlag van Verenigd Koninkrijk Sid Mason Velocette 2
Vlag van Verenigd Koninkrijk Simon Sandys-Winsch Velocette 2
19 Gibraltar John Grace Norton 1
Vlag van Oostenrijk Leonhard Faßl AJS 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk Bob Foster Velocette 1
Vlag van Noord-Ierland Bob Matthews Velocette 1

Constructeurstitel[bewerken]

Pos. Constructeur Ptn.
1 Vlag van Verenigd Koninkrijk Norton 40 (45)
2 Vlag van Verenigd Koninkrijk Velocette 22
Vlag van Verenigd Koninkrijk AJS 22 (27)
4 Vlag van Italië Moto Guzzi 8

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

250cc-klasse[bewerken]

Dario Ambrosini begon met zijn Benelli weer voortvarend aan het seizoen met een overwinning in de eerste Grand Prix (Zwitserland) en een tweede plaats in de Lightweight TT. Tijdens de training voor de Franse Grand Prix in Albi verongelukte hij echter. Hij werd postuum derde in het WK, maar de titel ging naar Bruno Ruffo (Moto Guzzi Gambalunghino) en diens teamgenoot Tommy Wood werd tweede. Velocette, dat haar 350 cc fabrieksteam had afgeschaft, kwam in 1951 voor het eerst met een nieuwe 250cc-machine met dubbele bovenliggende nokkenassen aan de start. Arthur Wheeler startte echter alleen in de Lightweight TT (vijfde) en de Ulster Grand Prix (derde) en werd zevende in de eindstand.

Uitslagen[bewerken]

Datum Race Circuit 1e 2e 3e Snelste ronde
1 27.05. Vlag van Zwitserland GP van Zwitserland Bremgarten Dario Ambrosini Bruno Ruffo Gianni Leoni Dario Ambrosini
2 06.06. Vlag van Man Isle of Man TT Mountain Course Tommy Wood Dario Ambrosini Enrico Lorenzetti Fergus Anderson
3 15.07. Vlag van Frankrijk GP van Frankrijk Albi Bruno Ruffo Gianni Leoni Tommy Wood Bruno Ruffo
4 16.–18.08. Vlag van Noord-Ierland Ulster Grand Prix Clady Bruno Ruffo Maurice Cann Arthur Wheeler Bruno Ruffo
5 09.09. Vlag van Italië GP des Nations Monza Enrico Lorenzetti Tommy Wood Bruno Ruffo Bruno Ruffo

Eindstand[bewerken]

Pos. Coureur Motorfiets Ptn.
1 Vlag van Italië Bruno Ruffo Moto Guzzi 22 (26)
2 Vlag van Verenigd Koninkrijk Tommy Wood Moto Guzzi 18 (21)
3 Vlag van Italië Dario Ambrosini (†) Benelli 14
4 Vlag van Italië Enrico Lorenzetti Moto Guzzi 12
5 Vlag van Italië Gianni Leoni (†) Moto Guzzi 10
6 Vlag van Verenigd Koninkrijk Maurice Cann Moto Guzzi 6
7 Vlag van Verenigd Koninkrijk Arthur Wheeler Velocette 6
8 Vlag van Zwitserland Benoît Musy Moto Guzzi 3
Vlag van Verenigd Koninkrijk Wilf Hutt Moto Guzzi 3
Vlag van Verenigd Koninkrijk Fergus Anderson Moto Guzzi 3
Vlag van Italië Alano Montanari Moto Guzzi 3
Pos. Coureur Motorfiets Ptn.
12 Vlag van Verenigd Koninkrijk Cecil Sandford Velocette 2
Vlag van Verenigd Koninkrijk Bill Lomas Velocette 2
Vlag van Verenigd Koninkrijk Douglas Beasley Velocette 2
Vlag van Italië Bruno Francisci Moto Guzzi 2
16 Vlag van Italië Nino Grieco Parilla 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk Fron Purslow Norton 1
Vlag van Zwitserland Werner Gerber Moto Guzzi 1
Vlag van Noord-Ierland Norman Blemings Excelsior 1
Vlag van Italië Guido Paciocca Moto Guzzi 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

Constructeurstitel[bewerken]

Pos. Constructeur Ptn.
1 Vlag van Italië Moto Guzzi 32 (38)
2 Vlag van Italië Benelli 14
3 Vlag van Verenigd Koninkrijk Velocette 10
4 Vlag van Verenigd Koninkrijk Excelsior 1
Vlag van Italië Parilla 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk Norton 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

125cc-klasse[bewerken]

In 1951 stelde de Isle of Man TT ook een 125cc-klasse in, de Ultra-Lightweight TT. Les Graham stapte in 1951 over naar het team van MV Agusta, maar hij kon nog geen potten breken; in de 125cc-klasse werd hij achtste met de nieuwe, door Piero Remor ontwikkelde 125 Bialbero. Cromie McCandless won in 1951 de 125cc-klasse van de Ulster Grand Prix, maar het deelnemersveld was zó klein, dat de FIM besloot de race niet te laten meetellen voor het kampioenschap. Guido Leoni won met zijn Mondial de eerste race in Spanje, maar op 6 mei, een maand vóór de tweede race, verongelukte hij. Gianni Leoni werd tweede in de Ultra-Lightweight TT en won in Assen, maar hij verongelukte tijdens de training van de Ulster Grand Prix op het Clady Circuit. De 125cc-klasse was feitelijk beroofd van twee kampioenschapskandidaten. Carlo Ubbiali (Mondial) won in Italië en werd wereldkampioen. Guido Leoni werd postuum vijfde in het WK en Gianni Leoni werd postuum tweede.

Uitslagen[bewerken]

Datum Race Circuit 1e 2e 3e Snelste ronde
1 08.04. Vlag van Spanje GP van Spanje Montjuïc Guido Leoni Carlo Ubbiali Vittorio Zanzi Guido Leoni
2 06.06. Vlag van Man Isle of Man TT Mountain Course Cromie McCandless Carlo Ubbiali Gianni Leoni Cromie McCandless
3 07.07. Vlag van Nederland TT van Assen Assen Gianni Leoni Luigi Zinzani Leslie Graham Gianni Leoni
4 16.–18.08. Vlag van Noord-Ierland Ulster Grand Prix Clady geen tellend resultaat wegens te weinig deelnemers
5 09.09. Vlag van Italië GP des Nations Monza Carlo Ubbiali Romolo Ferri Luigi Zinzani Carlo Ubbiali

Eindstand[bewerken]

Pos. Coureur Motorfiets Ptn.
1 Vlag van Italië Carlo Ubbiali Mondial 20
2 Vlag van Italië Gianni Leoni (†) Mondial 12
3 Vlag van Noord-Ierland Cromie McCandless Mondial 11
4 Vlag van Italië Luigi Zinzani Morini 10
5 Vlag van Italië Guido Leoni (†) Mondial 8
6 Vlag van Italië Vittorio Zanzi Morini 7
7 Vlag van Italië Romolo Ferri Mondial 6
8 Vlag van Verenigd Koninkrijk Leslie Graham MV Agusta 4
9 Vlag van Spanje Juan Soler Bultó Montesa 4
Pos. Coureur Motorfiets Ptn.
10 Vlag van Italië Raffaele Alberti (†) Mondial 3
Vlag van Italië Nello Pagani Mondial 3
12 Vlag van Italië Franco Bertoni MV Agusta 2
Vlag van Italië Otello Spadoni Mondial 2
14 Vlag van Spanje José Antonio Elizalde Montesa 1
Vlag van Spanje José Maria Llobet Montesa 1
Vlag van Italië Emilio Mendogni Morini 1
Vlag van Italië Giuseppe Matucci MV Agusta 1

Constructeurstitel[bewerken]

Pos. Constructeur Ptn.
1 Vlag van Italië Mondial 32
2 Vlag van Italië Morini 14
3 Vlag van Italië MV Agusta 5
4 Vlag van Spanje Montesa 4

Zijspanklasse[bewerken]

De maximale cilinderinhoud van de zijspanklasse was van 600 naar 500 cc gegaan. In 1951 wonnen Oliver/Dobelli drie van de vijf wedstrijden, maar omdat alleen de beste vier resultaten telden was dat meer dan genoeg. Gilera wist twee wedstrijden te winnen: Frigerio/Ricotti wonnen in Zwitserland en Milani/Pizzocri in Monza. Albino Milani was de oudere broer van Alfredo Milani.

Uitslagen[bewerken]

Datum Race Circuit 1e 2e 3e Snelste ronde
1 08.04. Vlag van Spanje GP van Spanje Montjuïc Eric Oliver /
Lorenzo Dobelli
Ercole Frigerio /
Ezio Ricotti
Albino Milani /
Giuseppe Pizzocri
Eric Oliver /
Lorenzo Dobelli
2 27.05. Vlag van Zwitserland GP van Zwitserland Bremgarten Ercole Frigerio /
Ezio Ricotti
Albino Milani /
Giuseppe Pizzocri
Ernesto Merlo /
Dino Magri
Eric Oliver /
Lorenzo Dobelli
3 01.07. Vlag van België GP van België Spa-Francorchamps Eric Oliver /
Lorenzo Dobelli
Ercole Frigerio /
Ezio Ricotti
Pip Harris /
Neil Smith
Eric Oliver /
Lorenzo Dobelli
4 15.07. Vlag van Frankrijk GP van Frankrijk Albi Eric Oliver /
Lorenzo Dobelli
Ercole Frigerio /
Ezio Ricotti
Jean Murit /
André Emo
Eric Oliver / Lorenzo Dobelli en
Ercole Frigerio / Ezio Ricotti
5 09.09. Vlag van Italië GP des Nations Monza Albino Milani /
Giuseppe Pizzocri
Eric Oliver /
Lorenzo Dobelli
Pip Harris /
Neil Smith
Eric Oliver /
Lorenzo Dobelli

Eindstand[bewerken]

Pos. Coureur Bakkenist Motorfiets Ptn.
1 Vlag van Verenigd Koninkrijk Eric Oliver Vlag van Italië Lorenzo Dobelli Norton 30 (32)
2 Vlag van Italië Ercole Frigerio Vlag van Italië Ezio Ricotti Gilera 26
3 Vlag van Italië Albino Milani Vlag van Italië Giuseppe Pizzocri Gilera 19
4 Vlag van Verenigd Koninkrijk Pip Harris Vlag van Verenigd Koninkrijk Neil Smith Norton 8
5 Vlag van Frankrijk Jean Murit Vlag van Frankrijk André Emo Norton 5
6 Vlag van Frankrijk Jacques Drion Vlag van Verenigd Koninkrijk Bob Onslow Norton 5
7 Vlag van Italië Ernesto Merlo Vlag van Italië Dino Magri Gilera 4
8 Vlag van Italië Giovanni Carru Vlag van Italië Carlo Musso Carru-Triumph 4
Vlag van België Marcel Masuy Vlag van Verenigd Koninkrijk Denis Jenkinson Norton 4
10 Vlag van Verenigd Koninkrijk Cyril Smith Vlag van Verenigd Koninkrijk Bob Onslow Norton 3
Vlag van Zwitserland Hans Haldemann Vlag van Zwitserland Josef Albisser Norton 3
12 Vlag van Oostenrijk Siegfried Vogel Vlag van Oostenrijk Leo Vinatzer BMW 2
Vlag van België Frans Vanderschrick Vlag van België Jean-Marie Stas Norton 2
Vlag van Frankrijk René Bétemps Vlag van Frankrijk Georges Burggraf Triumph 2
15 Vlag van België Alphonse Vervroegen Vlag van België Pierre Cuvelier FN 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

Constructeurstitel[bewerken]

Pos. Constructeur Ptn.
1 Vlag van Verenigd Koninkrijk Norton 30 (33)
2 Vlag van Italië Gilera 28 (34)
3 Vlag van Verenigd Koninkrijk Triumph 6
4 Vlag van Duitsland BMW 2
5 Vlag van België FN 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

Externe link[bewerken]