Wereldkampioenschap wegrace 1965

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1965 was het 17e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen[bewerken]

Honda maakte het zichzelf in 1965 moeilijk: de race-afdeling bestond weliswaar uit 400 mensen, maar die werkten voornamelijk aan de projecten voor de Formule 1. Men had weliswaar de nieuwe zescilinder 3RC 164 voor de 250cc-klasse en voor de 50cc-klasse de geheel nieuwe RC 115, maar in de 125cc-klasse gebruikte men aanvankelijk de oude 2RC 146 en in de 350cc-klasse moest men aantreden met de ook slechts minimaal aangepaste 2RC 172. Honda kreeg dan ook grote tegenstand: in de 50-en de 125cc-klasse van Suzuki, in de 250cc-klasse van Yamaha en in de 350cc-klasse van MV Agusta. De bedrijfsleiding van Honda nam zelf ook enkele opmerkelijke beslissingen en maakte een grote fout: Halverwege het seizoen werd het fabrieksteam weer (net als in 1963) teruggetrokken en de zorg voor de motorfietsen van Jim Redman werd overgedragen aan zijn monteur Nobby Clarke. Toen Redman genezen was van zijn tweede sleutelbeenbreuk belde en telegrafeerde hij naar Japan om dat te melden en te vragen of men een motorfiets naar Monza wilde sturen. Dat zou de fabriek niet doen, en Redman bleef thuis in Rhodesië, om later te horen dat er toch een machine in Italië klaar had gestaan. De beide sleutelbeenbreuken van Redman schakelden hem ook voor een aantal wedstrijden uit. MV Agusta deed niet alleen een aanval op de 350cc-titel met de volledig nieuwe MV Agusta 350 3C driecilinder, maar huurde naast Mike Hailwood ook een tweede rijder in, het jonge talent Giacomo Agostini. Agostini had in 1964 de Italiaanse titel van zijn "leermeester" Tarquinio Provini overgenomen. Hailwood en Agostini startten beide ook in de 500cc-klasse en hadden slechts één tegenstander: de rechter bocht bij Sarah's Cottage op Man. Daar vielen ze allebei tijdens de Senior TT en Hailwood's 350 3C ging daar stuk tijdens de Junior TT. Suzuki kwam met viercilinders aan de start: de RS 65 in de 125cc-klasse en de RZ 65 in de 250cc-klasse. De Britse merken bleven intussen met lege handen achter. Norton en Matchless dienden alleen nog als vulling van het startveld. De snelste 500cc-machines uit het Verenigd Koninkrijk leverden veel minder vermogen dan een 250cc-machientje uit Japan. Halverwege de jaren zestig begonnen allerlei tuners zich met de verouderde Britse eencilinders te bemoeien. In februari 1965 had Les Archer een vernieuwde 500cc Norton Manx gemaakt. Deze had een speciale nokkenas, ingesloten klepveren, dubbele bougies en een zuiger en cilinder van het Duitse merk Mahle. Hij leverde ca. 50 pk, maar dat was liefst 6 pk minder dan een 250 cc Honda. Eind 1965 werd ook duidelijk dat de grote aantallen privécoureurs die nog met Britse machines reden, problemen zouden krijgen met hun onderdelenvoorziening. Associated Motor Cycles maakte nog wat onderdelen voor de AJS Boy Racer en de Matchless G50, maar niet voor de Norton Manx. Bovendien werden al deze motorfietsen intussen zeer duur omdat het de enige machines waren die privérijders, vooral in de 500cc-klasse, wilden en konden gebruiken. Aermacchi was een van de weinige fabrikanten die privérijders van nieuwe motorfietsen kon voorzien. Het was actief in de 250- en de 350cc-klasse met de Aermacchi Ala d'Oro 250 en de Aermacchi Ala d'Oro 350. Hoofdconstructeur Alfredo Bianchi was al begonnen met de ontwikkeling van nieuwe 250- en 500cc fabrieksracers die bovenliggende nokkenassen zouden krijgen, maar de directie van Harley-Davidson, eigenaar van Aermacchi, vond die racers te veel afwijken van de klantenmotoren. Met respectievelijk 30 en 33 pk leverden de Ala d'Oro's ongeveer de helft van het vermogen van hun Japanse concurrenten, maar in nationale wedstrijden waren ze desondanks populair. Als semi-fabrieksrijders traden Renzo Pasolini, Gilberto Milani en Alberto Pagani op. Moto Morini maakte eind 1965 bekend zich terug te trekken uit het wereldkampioenschap omdat men niet in staat was echte topcoureurs te betalen. Men moest echter ook inzien dat men met de eenvoudige eencilinder viertakten niet meer kon opboksen tegen de multicilinder motorfietsen uit Japan die de lichte klassen domineerden. Benelli, dat al viercilinders had, breidde haar activiteiten juist uit. Tarquinio Provini bleef eerste rijder en zou uitkomen in de 250- en de 350cc-klassen, met hulp van Remo Venturi.

Mike Hailwood reed - dankzij een slimmigheidje van Honda - in de laatste Grand Prix in Japan met een 250 cc Honda RC 165 zescilinder én met een 350 cc MV Agusta. Hailwood kon aan het eind van het seizoen 1965 tekenen waar hij wilde. MV Agusta wilde hem graag houden, maar Honda beloofde hem een zescilinder voor de laatste Grand Prix in Japan en een contract voor 1966. Suzuki wilde hem in de 250cc-klasse inzetten maar was zelfs bereid speciaal een 350cc-machine te ontwikkelen om Mike meer wedstrijden te gunnen. Het gebrek aan wedstrijden, ook op nationaal niveau, was een belangrijke reden voor Hailwood om MV Agusta te verlaten. Ten slotte wilde Gilera een geheel nieuwe 500 cc viercilinder bouwen om die te laten besturen door Mike Hailwood. In november 1965 tekende Hailwood definitief voor Honda, dat tevens bekendmaakte in 1966 in alle soloklassen, inclusief de 500 cc, aan de start te komen. Eveneens in november 1965 kreeg Bill Ivy een vaste aanstelling bij Yamaha. Hij zou in de 125- en de 250cc-klasse worden ingezet, maar welke races zou ook afhangen van het herstel van Mike Duff, die tijdens de laatste GP een beenblessure had opgelopen. Omdat Alan Shepherd naar Honda vertrok, huurde MZ Derek Woodman als fabrieksrijder in. Naast Woodman bleef het team uit Oost-Duitsers bestaan, waarvan Heinz Rosner de beste was. Shepherd was echter in oktober 1964 flink geblesseerd geraakt en testte in februari 1965 voor het eerst, samen met Woodman, zijn Honda's op Oulton Park. Daarna reisden ze samen naar de DDR om de nieuwe MZ van Woodman te bekijken. Shepherd zou echter nooit meer aan de start van een Grand Prix komen, hij beëindigde zijn carrière voorlopig nadat hij opnieuw was gevallen tijdens het testen van de Honda in Japan.

Na de organisatorische problemen in 1964, waardoor de Grand Prix van Argentinië niet door was gegaan, werd ze van de kalender geschrapt. De Grand Prix van Tsjecho-Slowakije werd aan de kalender toegevoegd, waardoor een record aantal races ontstond: de 250cc-klasse kende liefst 13 wedstrijden. Jammer genoeg moest men in Daytona opnieuw voor lege tribunes rijden, en bovendien kwam Honda daar niet opdagen.

Overleden/gestopt[bewerken]

  • Op 30 mei verongelukte Ramón Torras tijdens een nationale Spaanse wedstrijd, de "Trofeo Brisamar del Moto Club Vendrell" in Comarruga. Hij had toen met zijn Bultaco's al enkele opmerkelijke resultaten geboekt in het WK en werd postuum achtste in de 250cc-klasse en vijftiende in de 125cc-klasse.
  • Op 10 oktober verongelukte Florian Camathias op Brands Hatch. Camathias/Ducret raakten tijdens de wedstrijd in een slip en belandden in een sloot. Ze werden met ernstige verwondingen opgenomen in het ziekenhuis, waar Florian Camathias een dag later overleed. Colin Seeley onderzocht het wrak van de zijspancombinatie en constateerde dat de voorvork was gebroken, waarschijnlijk door te dunne lasnaden. Seeley had op het moment van het ongeval achter Camathias gereden en geen rijtechnische fout gezien. Florian Camathias werd herdacht tijdens een kerkdienst in Montreux waarbij ook zijn voormalige bakkenist John Robinson, Max Deubel, Emil Hörner, Georg Auerbacher en Colin Seeley aanwezig waren. Hij werd begraven op hetzelfde kerkhof waar ook zijn voormalige bakkenist en vriend Hilmar Cecco lag.
  • Alan Shepherd was in oktober 1964 flink geblesseerd geraakt en testte in februari 1965 voor het eerst, samen met Derek Woodman, zijn Honda's op Oulton Park. Shepherd zou echter nooit meer aan de start van een Grand Prix komen, hij beëindigde zijn carrière voorlopig nadat hij opnieuw was gevallen tijdens het testen van de Honda in Japan.

Puntentelling[bewerken]

De eerste zes finishers kregen punten.

 1e   2e   3e   4e   5e   6e 
Punten: 8 6 4 3 2 1

Aantal (tellende) wedstrijden[bewerken]

In de 500cc-klasse werden tien wedstrijden verreden, in de 350cc-klasse negen, in de 250cc-klasse dertien, in de 125cc-klasse twaalf, in de 50cc-klasse acht en in de zijspanklasse zeven. Om het aantal tellende resultaten te bepalen moest men bij een even aantal races dit aantal halveren en er één bij optellen. Bij een oneven aantal werd er eerst een bij opgeteld en dit getal werd dan gehalveerd. In de zijspanklasse telden de beste vier resultaten.

Races Tellend
50 cc 8 5
125 cc 12 7
250 cc 13 7
350 cc 9 5
500 cc 10 6
zijspan 7 4

500cc-klasse[bewerken]

MV Agusta was in 1965 nog steeds de enige fabriek die echt snelle machines in de 500cc-klasse inzette. Alleen de Ulster Grand Prix werd niet door dit Italiaanse merk gewonnen, simpelweg omdat men er niet naartoe reisde. Mike Hailwood won acht van de tien wedstrijden. MV Agusta liet de jonge sterrijder Giacomo Agostini nog thuis tijdens de eerste Grand Prix in Daytona. Mike Hailwood won deze vreselijk onderbezette wedstrijd vóór de Amerikaan Buddy Parriot en de Canadees Roger Beaumont die beiden op een Norton Manx reden. In Duitsland werd pijnlijk duidelijk hoe machtig de MV Agusta inmiddels geworden was. In de regen reed Mike Hailwood de ene na de andere recordronde en hij won vóór Agostini. Walter Scheimann werd met een Norton derde maar hij was de enige die slechts één ronde achterstand had. De rest van het veld kreeg minstens twee ronden aan de broek. In de Senior TT, die onder natte omstandigheden werd verreden, had Hailwood, die zijn 24e race op de Mountain Course reed, een enorm voordeel op debutant Agostini. Na de eerste ronde leidde Hailwood al met 25 seconden en in de tweede ronde viel Ago er bij Sarah's Cottage af waardoor hij uitviel. In de derde ronde viel Hailwood op dezelfde plaats, maar hij kon met een paar ferme trappen zijn motorfiets weer enigszins rijdbaar maken. Hij moest echter een pitstop van 70 seconden maken omdat zijn stroomlijnkuip kapot was, zijn uitlaten waren platgedrukt en zijn stuur krom was. Toch wist hij nog te winnen vóór Joe Dunphy (Norton) en Mike Duff (Matchless), maar het was de langzaamste winnende tijd in zes jaar. In Assen won Hailwood opnieuw, vóór Agostini en Paddy Driver, die met zijn Matchless G50 aan het beste seizoen uit zijn carrière bezig was. In België reed Hailwood 5 à 6 seconden per ronde weg van Agostini en de spanning moest dan ook komen van de strijd om de derde plaats, die ging tussen de Norton-rijders Jack Ahearn, Ian Burne, Chris Conn, Gyula Marsovszky en Derek Minter en de Matchless-rijders Paddy Driver en Fred Stevens. Die laatste pakte uiteindelijk de derde plaats. Hailwood had toen gewonnen met 1 minuut en 26 seconden voorsprong op Agostini, maar hij had het kennelijk toch rustig aan gedaan: zijn gemiddelde snelheid lag slechts 0,5 km/h hoger dan die van Jim Redman in de 250cc-klasse. Ook in de DDR deed Paddy Driver het goed. Hij pakte de derde plaats maar moest Hailwood en Agostini voor laten gaan. In Tsjecho-Slowakije werden Hailwood en Agostini weer eerste en tweede, maar ditmaal werd Jack Ahearn met een Norton Manx derde. Zoals gezegd reisde MV Agusta niet af naar Ulster. Daardoor konden Dick Creith (Norton), Paddy Driver (Matchless) en Chris Conn (Norton) de podiumplaatsen innemen. MV Agusta wilde eigenlijk niet naar Finland reizen, maar toen Jim Redman in Ulster zijn sleutelbeen had gebroken besloot men Giacomo Agostini toch te sturen om kans te houden op de 350cc-titel. Uiteraard startte hij ook in de 500cc-klasse, die hij won. Hailwood werd niet naar Finland gezonden en daardoor konden Paddy Driver en Fred Stevens tweede en derde worden. De 500cc-race op Monza werd ingekort van 35 naar 25 ronden vanwege de hevige regen. De omstandigheden waren sinds 1925 niet meer zo slecht geweest. Hailwood en Agostini reden gezamenlijk hun rondjes tot Hailwood tegen het einde van de race begon weg te lopen van Ago. Daarachter was het nog enigszins spannend tussen Šťastný (Jawa) en Stevens (Matchless), tot de Matchless slechter begon te lopen en Stastny de derde plaats zeker kon stellen. Op de vijfde plaats finishte de Italiaan Giuseppe Mandolini met een oude, tot 400 cc opgeboorde Moto Guzzi Monocilindrica 350.

Uitslagen 500cc-klasse[bewerken]

Datum Race Circuit 1e 2e 3e Snelste ronde
1 20.–21.02. Vlag van Verenigde Staten GP van de Verenigde Staten Daytona Mike Hailwood Buddy Parriott Roger Beaumont Mike Hailwood
2 24.–25.04. Vlag van Duitsland GP van Duitsland Nürburging (Südschleife) Mike Hailwood Giacomo Agostini Walter Scheimann Mike Hailwood
3 18.06. Vlag van Man Isle of Man TT Mountain Course Mike Hailwood Joe Dunphy Mike Duff Mike Hailwood
4 26.06. Vlag van Nederland TT van Assen Assen Mike Hailwood Giacomo Agostini Paddy Driver Mike Hailwood
5 04.07. Vlag van België GP van België Spa-Francorchamps Mike Hailwood Giacomo Agostini Derek Minter Mike Hailwood
6 18.07. Vlag van Duitse Democratische Republiek GP van de DDR Sachsenring Mike Hailwood Giacomo Agostini Paddy Driver Mike Hailwood
7 25.07. Vlag van Tsjechië GP van Tsjecho-Slowakije Masaryk-Ring Mike Hailwood Giacomo Agostini Jack Ahearn Mike Hailwood
8 07.08. Vlag van Noord-Ierland Ulster Grand Prix Dundrod Dick Creith Paddy Driver Chris Conn Paddy Driver
9 22.08. Vlag van Finland GP van Finland Imatra Giacomo Agostini Paddy Driver Fred Stevens Giacomo Agostini
10 05.09. Vlag van Italië GP des Nations Monza Mike Hailwood Giacomo Agostini František Šťastný Mike Hailwood

Eindstand 500cc-klasse[bewerken]

Pos. Coureur Merk Ptn.
1 Vlag van Verenigd Koninkrijk Mike Hailwood MV Agusta 48 (64)
2 Vlag van Italië Giacomo Agostini MV Agusta 38 (44)
3 Vlag van Zuid-Afrika Paddy Driver Matchless 26
4 Vlag van Verenigd Koninkrijk Fred Stevens Matchless 15
5 Vlag van Australië Jack Ahearn Norton 9
6 Vlag van Noord-Ierland Dick Creith Norton 8
7 Vlag van Australië Jack Findlay McIntyre-Matchless 8
8 Vlag van Verenigde Staten Buddy Parriott Norton 6
9 Vlag van Verenigd Koninkrijk Joe Dunphy Norton 6
10 Vlag van Tsjechië František Šťastný Jawa 5
11 Vlag van Canada 1957-1965 Roger Beaumont Norton 4
Vlag van Duitsland Walter Scheimann Norton 4
13 Vlag van Canada 1957-1965 Mike Duff Matchless 4
14 Vlag van Verenigd Koninkrijk Derek Minter Norton 4
15 Vlag van Verenigd Koninkrijk Chris Conn Norton 4
Pos. Coureur Merk Ptn.
16 Vlag van Zuid-Afrika Ian Burne Norton 4
17 Vlag van Canada 1957-1965 Kenneth King Norton 3
Vlag van Verenigd Koninkrijk John Cooper Norton 3
Vlag van Finland Jouko Ryhänen Matchless 3
20 Vlag van Verenigde Staten Ed La Belle Norton 2
Vlag van Oostenrijk Eduard Lenz Norton 2
Vlag van Verenigd Koninkrijk Selwyn Griffiths Matchless 2
Vlag van Italië Giuseppe Mandolini Moto Guzzi 2
24 Vlag van Zwitserland Gyula Marsovszky Matchless 2
25 Vlag van Canada 1957-1965 Ivor Lloyd Norton 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk Billie Nelson Norton 1
Vlag van Noord-Ierland Billie McCosh Matchless 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk Dan Shorey Norton 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk Robin Fitton Norton 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk Lewis Young Matchless 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

Constructeurstitel 500cc-klasse[bewerken]

1 Vlag van Italië MV Agusta 48 (72)
2 Vlag van Verenigd Koninkrijk Norton 32 (38)
3 Vlag van Verenigd Koninkrijk Matchless 27 (36)
4 Vlag van Tsjechië Jawa 5
5 Vlag van Italië Moto Guzzi 2

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

350cc-klasse[bewerken]

In 1965 werd de 350cc-klasse beheerst door de Honda 2RC 172 viercilinder. MV Agusta zette weliswaar de nieuwe 350 driecilinder in, maar die moest nog betrouwbaarder worden en bovendien had men twee topcoureurs: Mike Hailwood en Giacomo Agostini. Die snoepten ook punten van elkaar af, terwijl Honda alles op Jim Redman zette. Zijn 'tweede man' Bruce Beale moest het in het algemeen met de RC 172 uit 1964 doen. Bij de eerste 350cc-race van 1965 op de Nürburgring sloeg Agostini met zijn nieuwe driecilinder MV Agusta meteen toe: Hij won vóór zijn teamgenoot Hailwood en Gustav Havel met een Jawa, terwijl Redman (Honda) bij zijn achtervolging in de regen onderuit ging en een sleutelbeen brak. Tijdens de Junior TT was Redman uit op zijn derde overwinning op rij, maar Hailwood wist in de openingsronde met de nieuwe MV driecilinder een gat van 20 seconden te slaan. Daarna maakte hij een lange pitstop, waardoor Redman de leiding kon overnemen. De MV Agusta van Hailwood stopte er bij Sarah's Cottage mee in de vierde ronde, waardoor Redman onbedreigd won. Phil Read werd met de 250 cc Yamaha tweede en Agostini pakte de derde plaats nadat ook Derek Woodman met de MZ in de laatste ronde was uitgevallen. In Assen won Redman opnieuw, met Hailwood op de tweede en Agostini op de derde plaats. In Oost-Duitsland vielen zowel Hailwood als Agostini uit. Redman won de wedstrijd, Woodman (MZ) werd tweede en Havel werd met een Jawa derde. In Tsjecho-Slowakije vielen de beide MV Agusta's weer uit. Redman won dus weer vóór Woodman, maar dit keer werd Nikolaj Sevast'ânov met een viercilinder Vostok derde. Na twee wedstrijden zonder punten liet MV Agusta de 350cc-race in de Ulster Grand Prix schieten. Achteraf bleek dit een fout te zijn geweest. Honda kwam namelijk ook niet, waardoor František Šťastný met zijn Jawa de volle acht punten pakte. Die punten kwam Agostini aan het einde van het seizoen tekort. MV Agusta was niet van plan naar de Finse Grand Prix af te reizen, maar toen Redman in Ulster zijn sleutelbeen opnieuw had gebroken, keerden de kansen en namen de Italianen toch deel. Agostini won de 350cc-race vóór Honda’s tweede man Bruce Beale en František Boček (Jawa). Honda blunderde door Redman te laten weten dat er geen motorfietsen op Monza zouden zijn, waardoor hij in Rhodesië bleef. Zijn sleutelbeenbreuk was waarschijnlijk sneller hersteld dan verwacht. Uiteindelijk bleek er wel degelijk een 350cc Honda voor Redman klaar te staan in Monza, maar die bleef dus aan de kant staan. Agostini won de race, die droog begon. In de laatste ronden ging het regenen, waardoor Hailwood viel. Silvio Grassetti werd met een Bianchi tweecilinder tweede. Tarquinio Provini reed met een opgeboorde Benelli viercilinder en hij moest tot twee maal toe de pit in om bougies te wisselen. Daarna begon hij aan een inhaalrace en werd hij derde. Net als in de 125cc-klasse stonden voor de start van de 350cc-race in Suzuka twee coureurs op 32 punten: Jim Redman en Giacomo Agostini. Met verwachtte dus een spannende race om de wereldtitel, maar die bleef uit omdat de motor van Agostini niet goed liep door een gebroken veer van de onderbreker. Hailwood had eigenlijk als taak Redman uit de buurt van Agostini te houden, maar pakte nu de leiding en Redman beperkte zich tot volgen, ook wel een beetje gedwongen doordat hij vlak voor de start door een bij boven zijn oog gestoken was waardoor dit vrijwel dicht zat. Bovendien reed Redman niet op een volwaardige 350cc-motor, maar op een tot 256cc opgeboorde RC 165 zescilinder. Hij had aan de tweede plaats voldoende voor de wereldtitel en hij liet Hailwood een stuk uitlopen. Agostini moest intussen toezien hoe nog twee Japanners hem passeerden; Isamu Kasuya en Gosuke Yamashita, beiden met een Honda. Na de finish van de 350cc-race eindigden ook de contractuele verplichtingen van Mike Hailwood, waardoor hij de volgende dag in de 250cc-klasse met een Honda zescilinder van start mocht gaan.

Uitslagen 350cc-klasse[bewerken]

Datum Race Circuit 1e 2e 3e Snelste ronde
1 24.–25.04. Vlag van Duitsland GP van Duitsland Nürburging (Südschleife) Giacomo Agostini Mike Hailwood Gustav Havel Giacomo Agostini
2 18.06. Vlag van Man Isle of Man TT Mountain Course Jim Redman Phil Read Giacomo Agostini Mike Hailwood
3 26.06. Vlag van Nederland TT van Assen Assen Jim Redman Mike Hailwood Giacomo Agostini Jim Redman
4 17.07. Vlag van Duitse Democratische Republiek GP van de DDR Sachsenring Jim Redman Derek Woodman Gustav Havel Giacomo Agostini
5 25.07. Vlag van Tsjechië GP van Tsjecho-Slowakije Masaryk-Ring Jim Redman Derek Woodman Nikolaj Sevast'ânov Jim Redman
6 07.08. Vlag van Noord-Ierland Ulster Grand Prix Dundrod František Šťastný Bruce Beale Gustav Havel Jim Redman
7 22.08. Vlag van Finland GP van Finland Imatra Giacomo Agostini Bruce Beale František Boček Giacomo Agostini
8 05.09. Vlag van Italië GP des Nations Monza Giacomo Agostini Silvio Grassetti Tarquinio Provini Mike Hailwood
9 23.–24.10. Vlag van Japan GP van Japan Suzuka Mike Hailwood Jim Redman Isamu Kasuya Mike Hailwood

Eindstand 350cc-klasse[bewerken]

Pos. Coureur Merk Ptn.
1 Vlag van Federatie van Rhodesië en Nyasaland Jim Redman Honda 38
2 Vlag van Italië Giacomo Agostini MV Agusta 32 (34)
3 Vlag van Verenigd Koninkrijk Mike Hailwood MV Agusta 20
4 Vlag van Federatie van Rhodesië en Nyasaland Bruce Beale Honda 15
5 Vlag van Tsjechië František Šťastný Jawa 14
6 Vlag van Verenigd Koninkrijk Derek Woodman AJS /
MZ
14
7 Vlag van Tsjechië Gustav Havel Jawa 12
8 Vlag van Italië Renzo Pasolini Aermacchi 9
9 Vlag van Verenigd Koninkrijk Phil Read Yamaha 6
Vlag van Italië Silvio Grassetti Bianchi 6
11 Vlag van Tsjechië František Boček Jawa 6
12 Vlag van Italië Gilberto Milani Aermacchi 6
13 Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Nikolaj Sevast'ânov Vostok 4
Pos. Coureur Merk Ptn.
Vlag van Italië Tarquinio Provini Benelli 4
Vlag van Japan Isamu Kasuya Honda 4
16 Vlag van Verenigd Koninkrijk Chris Conn Norton 3
Vlag van Zweden Agne Carlsson AJS 3
Vlag van Japan Isao Yamashita Honda 3
19 Vlag van Verenigd Koninkrijk Griff Jenkins Norton 3
Vlag van Verenigd Koninkrijk John Cooper Norton 3
21 Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Endel Kiisa Vostok 2
Vlag van Verenigd Koninkrijk Lewis Young AJS 2
23 Vlag van Verenigd Koninkrijk Dan Shorey Norton 2
24 Vlag van Zuid-Afrika Paddy Driver AJS 1
Vlag van Australië Eric Hinton Norton 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk Bill Smith AJS /
Honda
1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

Constructeurstitel 350cc-klasse[bewerken]

1 Vlag van Japan Honda 38 (50)
2 Vlag van Italië MV Agusta 38 (42)
3 Vlag van Tsjechië Jawa 23
4 Vlag van Duitse Democratische Republiek MZ 14
5 Vlag van Italië Aermacchi 11
6 Vlag van Verenigd Koninkrijk Norton 8 (9)
7 Vlag van Japan Yamaha 6
Vlag van Italië Bianchi 6
9 Vlag van Sovjet-Unie (1980-1991) Vostok 6
10 Vlag van Italië Benelli 4
11 Vlag van Verenigd Koninkrijk AJS 4

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

250cc-klasse[bewerken]

Honda liet de Verenigde Staten weer schieten, wat vreemd was want dat had men in 1964 ook gedaan en (mede) daardoor was de wereldtitel naar Phil Read met zijn Yamaha gegaan. Ook in Duitsland kon Honda echter geen vuist maken tegen Read en Duff met hun Yamaha's. Redman had op zaterdag een sleutelbeen gebroken na een val in de 350cc-race en kon op zondag niet starten en Bruce Beale was al in de trainingen gevallen. Alan Shepherd had zijn carrière beëindigd en dus waren er geen fabrieksrijders meer over om in de 250cc-race te starten. Read en Duff reden nog met de tweecilinder Yamaha RD 56 en werden onbedreigd eerste en tweede, met Ramón Torras (Bultaco) op de derde plaats. Ook Benelli verspeelde hier feitelijk punten want hun eerste man Tarquinio Provini kwam niet naar Duitsland. In Spanje was Redman nog niet fit en Read kon met enig gemak winnen vóór Ramón Torras en Mike Duff. De enige die Read kon bedreigen was Provini met de Benelli, maar tegen het einde van de race viel hij toch wat terug en uiteindelijk remde hij zichzelf onderuit waardoor hij de strijd moest staken. In Frankrijk was Redman hersteld van zijn sleutelbeenbreuk. De overmacht van Phil Read met de Yamaha RD 56 en Jim Redman met de Honda 3RC 164 was overweldigend. Redman ging aan de leiding en bouwde zelfs een voorsprong van 13 seconden op. In de vijftiende ronde viel hij echter uit met een defecte versnellingsbak. Read won met een ronde voorsprong op Beale (met de "oude" Honda RC 164), Barry Smith (Bultaco) werd op twee ronden derde, Jean-Claude Guenard (Bultaco) op drie ronden vierde en Rex Avery (EMC) op vier ronden vijfde. Hoewel Phil Read met de Yamaha RD 56 de eerste ronde boven 100 mph op de Mountain Course op Man reed, was hij uiteindelijk kansloos tegen Jim Redman met de 250cc Honda zescilinder. In de tweede ronde reed Redman een nog snellere tijd en Read's Yamaha ging stuk. Mike Duff joeg achter Redman aan, maar kwam niet verder dan de tweede plaats, vóór Frank Perris (Suzuki RZ 65). Voor Redman was het zijn derde Lightweight 250 cc TT overwinning op rij. In Assen hoopte men al op het verschijnen van de nieuwe Yamaha RD 05, een viercilinder tweetakt waarover al enige tijd geruchten de ronde deden. Zelfs teammanager Takehiko Hasegawa moest wachten op een telegram uit Japan, maar ook hij werd teleurgesteld. Toch won Yamaha ook met de tweecilinder RD 56: Read werd eerste, Redman met de Honda tweede en Duff met de Yamaha derde. In België was de Honda van Redman wel degelijk opgewassen tegen de Yamaha van Read. Zij vochten een flink duel uit en wisselden per ronde meermaals van positie. Voor Read was de overwinning belangrijk, want dan zou Redman alle overgebleven wedstrijden moeten winnen om wereldkampioen te kunnen worden. Met nog twee ronden te gaan begon het op het zuidelijke deel van het circuit te regenen, maar Redman wist zijn Honda uiteindelijk 0,4 seconde vóór Read over de streep te brengen. Mike Duff (Yamaha) finishte daar 40 seconden achter. In de DDR won Redman opnieuw vóór Read. Derek Woodman werd in deze thuiswedstrijd voor de MZ derde. In Tsjecho-Slowakije won Read de 250cc-race en zijn teamgenoot Duff werd tweede. Jim Redman moest zich tevreden stellen met de derde plaats. In Ulster kon Redman niet starten in de 250cc-klasse omdat hij door een valpartij in de 350cc-klasse zijn sleutelbeen opnieuw gebroken had. Read en Duff konden hun Yamaha's onbedreigd naar het podium rijden en Derek Woodman werd opnieuw derde. Read reed niet in Finland, maar zijn teamgenoot Mike Duff nam de honneurs waar en won die race. Heinz Rosner werd met de MZ tweede en Ralph Bryans werd als vervanger van Redman met de Honda derde. Read had in Monza de wereldtitel al in handen. Dat was waarschijnlijk de reden dat Honda niet kwam opdagen. Voor Yamaha was dit het moment om de nieuwe RD 05 viercilinder te presenteren. Read reed er de snelste trainingstijd mee, maar bij de start wilde de machine niet aanslaan en hij was als laatste weg. Hij wist toch nog door te stoten naar de derde plaats achter Provini met een Benelli en Duff met de tweecilinder Yamaha RD 56, maar moest toen naar de pit om nieuwe bougies te laten monteren. Vermoedelijk speelden de kou en de nattigheid de nieuwe Yamaha parten, want snelheid zat er niet meer in en Read werd zevende. Duff viel uiteindelijk zelfs helemaal uit. Dit alles gaf Benelli de kans goed voor de dag te komen met de eerste plaats voor Provini en de derde plaats voor Remo Venturi. Tussen hen in eindigde Rosner met de MZ. Hailwood was door zijn contract aan MV Agusta gebonden tot de finish van de laatste 350cc-race van 1965. Dat was in Japan op zaterdag 23 oktober. De 250cc-klasse reed pas op zondag 24 oktober en daardoor was hij vrij om op een Honda zescilinder aan de start te komen. Toch stond hij niet te boek als fabriekscoureur omdat hij nog een persoonlijk contract met BP had terwijl Honda aan Castrol gebonden was. Tijdens de training brak Mike Duff zijn heup en een dijbeen en daarom riep Yamaha op het laatste moment Bill Ivy op. Die moest binnen een uur een paspoort regelen én gevaccineerd worden om op tijd het vliegtuig te halen. In het vliegtuig ontmoette hij Šťastný die ook op het laatst was opgeroepen. Jim Redman startte niet in de laatste 250cc-race vanwege een bijensteek boven zijn oog de vorige dag. Hailwood won zijn eerste race op de Honda zescilinder met een ruime voorsprong nadat Read gevallen was. Isamu Kasuya (Honda) werd tweede en Ivy was niet voor niets ingevlogen, want hij was de snelste Yamaha-rijder op de derde plaats.

Uitslagen 250cc-klasse[bewerken]

Honda RC 165 zescilinder
Datum Race Circuit 1e 2e 3e Snelste ronde
1 20.–21.02. Vlag van Verenigde Staten GP van de Verenigde Staten Daytona Phil Read Mike Duff Silvio Grassetti Phil Read
2 24.–25.04. Vlag van Duitsland GP van Duitsland Nürburging (Südschleife) Phil Read Mike Duff Ramón Torras Phil Read
3 09.05. Vlag van Spanje GP van Spanje Montjuïc Phil Read Ramón Torras Mike Duff Phil Read
4 16.05. Vlag van Frankrijk GP van Frankrijk Rouen Phil Read Bruce Beale Barry Smith Jim Redman
5 14.06. Vlag van Man Isle of Man TT Mountain Course Jim Redman Mike Duff Frank Perris Jim Redman
6 26.06. Vlag van Nederland TT van Assen Assen Phil Read Jim Redman Mike Duff Phil Read
7 04.07. Vlag van België GP van België Spa-Francorchamps Jim Redman Phil Read Mike Duff Phil Read
8 18.07. Vlag van Duitse Democratische Republiek GP van de DDR Sachsenring Jim Redman Phil Read Derek Woodman Jim Redman
9 25.07. Vlag van Tsjechië GP van Tsjecho-Slowakije Masaryk-Ring Phil Read Mike Duff Jim Redman Mike Duff
10 07.08. Vlag van Noord-Ierland Ulster Grand Prix Dundrod Phil Read Mike Duff Derek Woodman Phil Read
11 22.08. Vlag van Finland GP van Finland Imatra Mike Duff Heinz Rosner Ralph Bryans Mike Duff
12 05.09. Vlag van Italië GP des Nations Monza Tarquinio Provini Heinz Rosner Remo Venturi Tarquinio Provini
13 23.–24.10. Vlag van Japan GP van Japan Suzuka Mike Hailwood Isamu Kasuya Bill Ivy Mike Hailwood

Eindstand 250cc-klasse[bewerken]

Pos. Coureur Merk Ptn.
1 Vlag van Verenigd Koninkrijk Phil Read Yamaha 56 (68)
2 Vlag van Canada 1957-1965 Mike Duff Yamaha 42 (50)
3 Vlag van Federatie van Rhodesië en Nyasaland Jim Redman Honda 34
4 Vlag van Duitse Democratische Republiek Heinz Rosner MZ 18
5 Vlag van Verenigd Koninkrijk Derek Woodman MZ 15
6 Vlag van Federatie van Rhodesië en Nyasaland Bruce Beale Honda 14
7 Vlag van Italië Tarquinio Provini Benelli 11
8 Vlag van Spanje Ramón Torras (†) Bultaco 10
9 Vlag van Canada 1957-1965 Frank Perris Suzuki 9
10 Vlag van Verenigd Koninkrijk Mike Hailwood Honda 8
11 Vlag van Tsjechië František Šťastný Jawa (ČZ) 8
12 Vlag van Japan Isamu Kasuya Honda 6
13 Vlag van Noord-Ierland Ralph Bryans Honda 6
14 Vlag van Japan Yoshimi Katayama Suzuki 6
15 Vlag van Italië Giuseppe Visenzi Aermacchi 5
16 Vlag van Italië Silvio Grassetti Morini 4
17 Vlag van Australië Barry Smith Bultaco 4
Pos. Coureur Merk Ptn.
Vlag van Italië Remo Venturi Benelli 4
Vlag van Verenigd Koninkrijk Bill Ivy Yamaha 4
20 Vlag van Nieuw-Zeeland Ginger Molloy Bultaco 4
21 Vlag van Frankrijk Jean-Claude Guénard Bultaco 3
Vlag van Japan Gosuke Yamashita Honda 3
23 Vlag van Duitsland Günter Beer Honda 3
24 Vlag van Spanje José Maria Busquets Montesa 2
Vlag van Australië Kevin Cass Cotton 2
Vlag van Verenigd Koninkrijk Rex Avery Bultaco 2
Vlag van Japan Hiroshi Hasegawa Yamaha 2
28 Vlag van Verenigde Staten John Buckner Yamaha 1
Vlag van Italië Gilberto Milani Aermacchi 1
Vlag van Italië Alberto Pagani Aermacchi 1
Vlag van Frankrijk Alain Barbaroux Aermacchi 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk David Williams Mondial 1
Vlag van Noord-Ierland Bob Coulter Bultaco 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

Constructeurstitel 250cc-klasse[bewerken]

1 Vlag van Japan Yamaha 56 (86)
2 Vlag van Japan Honda 48 (57)
3 Vlag van Duitse Democratische Republiek MZ 27
4 Vlag van Spanje Bultaco 19
5 Vlag van Japan Suzuki 13
6 Vlag van Italië Benelli 11
7 Vlag van Tsjechië ČZ 8
8 Vlag van Italië Aermacchi 7
9 Vlag van Italië Morini 4
10 Vlag van Spanje Montesa 2
Vlag van Verenigd Koninkrijk Cotton 2
12 Vlag van Italië Mondial 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

125cc-klasse[bewerken]

De 125cc-klasse van 1965 verliep rampzalig voor Honda. De beste klassering was de tweede plaats van Luigi Taveri in de Lightweight 125 cc TT. Suzuki kon probleemloos naar de titel rijden en er verscheen slechts één wolkje aan de horizon: Yamaha had een watergekoelde versie van de RA 97 gemaakt. Daarmee kwam men slechts drie keer aan de start: tijdens de TT's van Man en Assen en de GP des Nations in Monza. Zonder de aanwezigheid van Honda in Daytona werd de openingswedstrijd in de 125cc-klasse overtuigend gewonnen door Suzuki, met Hugh Anderson, Ernst Degner en Frank Perris op het podium.

In Duitsland verscheen Honda wel aan de start, maar het werd pijnlijk duidelijk dat de 2RC 146 viercilinder al niet meer goed genoeg was: zowel Taveri als Bryans vielen al vroeg in de wedstrijd uit. Anderson won ook hier. Aanvankelijk lag Degner tweede, maar hij viel door ontstekingsproblemen terug naar de vierde plaats. Daardoor werd Frank Perris tweede vóór de Spanjaard Ramón Torras met een Bultaco. Ook in Spanje vielen de Honda's uit en de eerste twee plaatsen waren weer voor Anderson en Perris. Op de derde plaats eindigde Derek Woodman met een MZ. In Frankrijk eindigden de Honda's in het achterveld en Suzuki speelde opnieuw de hoofdrol met Anderson als eerste, Degner als tweede en Perris als derde. Degner had aanvankelijk de leiding in de race, maar werd teruggeworpen door een klemmende gasschuif. Woodman werd weliswaar vierde met de MZ, maar had een ronde achterstand. Taveri, die met de Honda vijfde werd, had zelfs twee ronden achterstand. En dat terwijl het circuit, Rouen-Les-Essarts met 6½ km lengte niet eens overdreven kort was. Tijdens de Lightweight 125 cc TT op Man kwam er eindelijk een nieuwe 125 cc Honda, de 4RC 146, die echter weinig verschilde van zijn voorganger. Hij liep eigenlijk nooit goed en kende voortdurend problemen met de carburatie en de ontsteking. Toch werd Luigi Taveri er tweede mee. Dit was de beste klassering van de 125 cc Honda in het hele seizoen. Suzuki deed het hier slecht, maar nu verscheen Yamaha voor het eerst met de watergekoelde versie van de RA 97 en Phil Read pakte er de winst mee. Zijn teamgenoot Mike Duff werd derde. Anderson moest zich tevreden stellen met de vijfde plaats, achter Derek Woodman. De tweede overwinning voor Yamaha kwam in Assen, maar nu was het Mike Duff die de RA 97 mocht rijden. De andere podiumplaatsen waren voor Suzuki, maar Yoshimi Katayama pakte de tweede plaats en Hugh Anderson werd slechts derde. Degner en Anderson startten niet in Oost-Duitsland. Waar het Degner betrof was dat logisch: hij ging als vluchteling nooit terug naar het Oostblok. In elk geval werden de belangen van Suzuki behartigd door Frank Perris, die de wedstrijd won vóór de MZ-rijders Dieter Krumpholz en Derek Woodman. Overigens kwam ook Honda hier niet aan de start. Honda liet ook de Grand Prix in Tsjecho-Slowakije schieten. Anderson reed de snelste ronde maar viel uit. Daardoor won Perris opnieuw, vóór Woodman en Heinz Rosner, beide op MZ. In Ulster kwam Bryans niet verder dan de vierde plaats. Hij moest Ernst Degner met de Suzuki voor laten gaan en ook de MZ-rijders Klaus Enderlein en Derek Woodman. Hugh Anderson startte niet in Ulster. In Finland won Anderson vóór Perris en Jochen Leitert (MZ). Honda moest opnieuw het hoofd buigen: Bryans werd weer vierde. Anderson werd in Monza wereldkampioen door de 125cc-race te winnen. Perris werd tweede maar het feest voor Suzuki werd enigszins verstoord doordat Ernst Degner bij een val een been brak. De derde plaats in de race was voor Derek Woodman met de MZ, die in het WK uiteindelijk ook derde werd. De race werd in de regen gereden en was door het wegblijven van Honda een tamelijk saaie vertoning. Daar kon Phil Read met de nieuwe, watergekoelde versie van de Yamaha RA 97 ook geen verandering in brengen, want hij viel in de tiende ronde uit. Hoewel Anderson al wereldkampioen was zette hij alles op alles om ook in Japan te winnen. Aanvankelijk ging Taveri met de nieuwe Honda RC 148 vijfcilinder aan kop. Bryans kon het tempo niet volgen, terwijl Read en Redman (voor één keer op een 125cc Honda) uitvielen. Anderson had nog wat reserves en passeerde Taveri en liep zelfs nog een flink eind uit. Achteraf bleek dat niet zo vreemd: door een gebroken bout in de cilinderkop was een koppakking weggeblazen en Taveri's vijfcilinder feitelijk een 100cc-viercilinder geworden. Anderson werd door dit alles wereldkampioen met het maximum aantal punten.

Uitslagen 125cc-klasse[bewerken]

Datum Race Circuit 1e 2e 3e Snelste ronde
1 20.–21.02. Vlag van Verenigde Staten GP van de Verenigde Staten Daytona Hugh Anderson Ernst Degner Frank Perris Hugh Anderson
2 24.–25.04. Vlag van Duitsland GP van Duitsland Nürburging (Südschleife) Hugh Anderson Frank Perris Ramón Torras Hugh Anderson
3 09.05. Vlag van Spanje GP van Spanje Montjuïc Hugh Anderson Frank Perris Derek Woodman Frank Perris
4 16.05. Vlag van Frankrijk GP van Frankrijk Rouen Hugh Anderson Ernst Degner Frank Perris Hugh Anderson
5 16.06. Vlag van Man Isle of Man TT Mountain Course Phil Read Luigi Taveri Mike Duff Hugh Anderson
6 26.06. Vlag van Nederland TT van Assen Assen Mike Duff Yoshimi Katayama Hugh Anderson Hugh Anderson
7 18.07. Vlag van Duitse Democratische Republiek GP van de DDR Sachsenring Frank Perris Dieter Krumpholz Derek Woodman Frank Perris
8 25.07. Vlag van Tsjechië GP van Tsjecho-Slowakije Masaryk-Ring Frank Perris Derek Woodman Heinz Rosner Hugh Anderson
9 07.08. Vlag van Noord-Ierland Ulster Grand Prix Dundrod Ernst Degner Klaus Enderlein Derek Woodman Ernst Degner
10 22.08. Vlag van Finland GP van Finland Imatra Hugh Anderson Frank Perris Jochen Leitert Hugh Anderson
11 05.09. Vlag van Italië GP des Nations Monza Hugh Anderson Frank Perris Derek Woodman Hugh Anderson
12 23.–24.10. Vlag van Japan GP van Japan Suzuka Hugh Anderson Luigi Taveri Ralph Bryans Luigi Taveri

Eindstand 125cc-klasse[bewerken]

Pos. Coureur Merk Ptn.
1 Vlag van Nieuw-Zeeland Hugh Anderson Suzuki 56 (62)
2 Vlag van Canada 1957-1965 Frank Perris Suzuki 44 (48)
3 Vlag van Verenigd Koninkrijk Derek Woodman MZ 28 (30)
4 Vlag van Duitsland Ernst Degner Suzuki 23
5 Vlag van Zwitserland Luigi Taveri Honda 14
6 Vlag van Canada 1957-1965 Mike Duff Yamaha 12
7 Vlag van Duitse Democratische Republiek Klaus Enderlein MZ 11
8 Vlag van Noord-Ierland Ralph Bryans Honda 11
9 Vlag van Duitse Democratische Republiek Jochen Leitert MZ 10
10 Vlag van Verenigd Koninkrijk Phil Read Yamaha 8
11 Vlag van Japan Yoshimi Katayama Suzuki 6
Vlag van Duitse Democratische Republiek Dieter Krumpholz MZ 6
13 Vlag van Verenigd Koninkrijk Bill Ivy Yamaha 6
14 Vlag van Federatie van Rhodesië en Nyasaland Bruce Beale Honda 6
15 Vlag van Spanje Ramón Torras (†) Bultaco 4
Vlag van Duitse Democratische Republiek Heinz Rosner MZ 4
Pos. Coureur Merk Ptn.
17 Vlag van Duitse Democratische Republiek Roland Rentzsch MZ 4
18 Vlag van Verenigde Staten Rick Schell Honda 3
Vlag van Italië Bruno Spaggiari Ducati 3
20 Vlag van Italië Giuseppe Visenzi Honda 3
21 Vlag van Verenigde Staten Jeff Tate Honda 2
Vlag van Duitsland Hans Georg Anscheidt MZ-Kreidler 2
Vlag van Japan Yasuharu Yuzawa Honda 2
24 Vlag van Verenigde Staten Bo Gehring Bultaco 1
Vlag van Duitsland Walter Scheimann Honda 1
Vlag van Zwitserland Arthur Fegbli Honda 1
Vlag van Duitse Democratische Republiek Jürgen Lenk MZ 1
Vlag van Tsjechië František Boček ČZ 1
Vlag van Noord-Ierland Tommy Robb Bultaco 1
Vlag van Nieuw-Zeeland Ginger Molloy Bultaco 1
Vlag van Japan Hironori Matsushima Yamaha 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

Constructeurstitel 125cc-klasse[bewerken]

1 Vlag van Japan Suzuki 48 (88)
2 Vlag van Duitse Democratische Republiek MZ 30 (38)
3 Vlag van Japan Honda 23 (29)
4 Vlag van Japan Yamaha 19
5 Vlag van Spanje Bultaco 7
6 Vlag van Italië Ducati 3
7 Vlag van Duitsland MZ-Kreidler 2
8 Vlag van Tsjechië ČZ 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

50cc-klasse[bewerken]

De 50cc-klasse, hoewel nog steeds niet populair in enkele landen, was waarschijnlijk de spannendste van het hele seizoen 1965. Hier waren de Honda RC 115 en de Suzuki RK 65 tegen elkaar opgewassen en na zeven van de acht wedstrijden was het kampioenschap nog onbeslist. Uiteindelijk trok Ralph Bryans (Honda) aan het langste eind en in de laatste race verloor Hugh Anderson (Suzuki) zijn tweede plaats zelfs nog aan Luigi Taveri (Honda). Honda reisde net als in 1964 niet af naar de Verenigde Staten. De 50cc-race in Daytona werd daardoor met gemak gewonnen door Suzuki: Ernst Degner won, Hugh Anderson werd tweede en Michio Ichino werd derde. In Duitsland kwam Honda wel aan de start. Opmerkelijk was dat zowel Suzuki als Kreidler niet echt partij konden geven, maar een jonge Spaanse coureur met een Derbi wel: Angel Nieto verdrong, nadat zijn teamgenoot Busquets was uitgevallen, Ralph Bryans zelfs even van de koppositie. Uiteindelijk werd hij vijfde, nog vóór Hans Georg Anscheidt met zijn Kreidler. Bryans en Taveri werden met hun Honda's eerste en tweede en pas daarna kwamen de Suzuki's van Hugh Anderson en Mitsuo Itō. In Spanje deed José Busquets het opnieuw goed met de Derbi: hij werd derde, maar Hugh Anderson won met zijn Suzuki en Ralph Bryans werd met de Honda tweede. In Frankrijk waren de Honda's niet te kloppen. Bryans won met 12½ seconde voorsprong op Taveri en daarna kwam Degner als derde binnen. Anderson finishte wel, maar werd slechts zesde. Op het eiland Man verloor het publiek steeds meer interesse voor de 50cc-klasse en dat was goed te merken. Taveri reed zijn Honda op een nat circuit naar de overwinning vóór Anderson en Degner. Ook in Assen was de overwinning voor Honda, maar dit keer weer voor Bryans. Anderson werd met de Suzuki tweede en Taveri met de Honda derde. In Spa-Francorchamps was het guur, koud en soms nat. Onder die omstandigheden lag het veld in de 50cc-klasse vrij dicht bij elkaar. Degner leidde met de Suzuki van start tot finish, maar werd eerst bedreigd door Bryans met de Honda en later door Taveri (Honda) en door zijn teamgenoot Anderson. Uiteindelijk werd Anderson tweede en Taveri derde. Op dat moment was het wereldkampioenschap nog steeds spannend, want Anderson en Bryans hadden beiden 32 punten met nog slechts één wedstrijd te gaan. Taveri volgde met 24 punten. Het wereldkampioenschap was dus nog volledig open. Anderson miste in Japan de steun van Ernst Degner, die in Monza een been gebroken had, maar Suzuki trok in diens plaats voor de gelegenheid Hans Georg Anscheidt aan. Bovendien kwamen Michio Ichino en Mitsuo Itō voor Suzuki aan de start. Bryans werd ondersteund door Luigi Taveri. Anderson ging snel van start en leidde de race, maar de andere Suzuki-rijders hadden niets in te brengen tegen de Honda's van Taveri en Bryans. Toch zag het er slecht uit voor Bryans, tot Anderson in de laatste ronde te veel risico nam, onderuit ging en zijn wereldtitel verspeelde. Bryans had ineens aan de tweede plaats voldoende en Taveri won met 0,1 seconde voorsprong. Taveri eindigde daardoor zelfs als tweede in het kampioenschap, een laat en overwacht succes voor Honda.

Uitslagen 50cc-klasse[bewerken]

Datum Race Circuit 1e 2e 3e Snelste ronde
1 20.–21.02. Vlag van Verenigde Staten GP van de Verenigde Staten Daytona Ernst Degner Hugh Anderson Michio Ichino Hugh Anderson
2 24.–25.04. Vlag van Duitsland GP van Duitsland Nürburging (Südschleife) Ralph Bryans Luigi Taveri Hugh Anderson Luigi Taveri
3 09.05. Vlag van Spanje GP van Spanje Montjuïc Hugh Anderson Ralph Bryans José Maria Busquets Hugh Anderson
4 16.05. Vlag van Frankrijk GP van Frankrijk Rouen Ralph Bryans Luigi Taveri Ernst Degner Ernst Degner
5 16.06. Vlag van Man Isle of Man TT Mountain Course Luigi Taveri Hugh Anderson Ernst Degner Luigi Taveri
6 26.06. Vlag van Nederland TT van Assen Assen Ralph Bryans Hugh Anderson Luigi Taveri Hugh Anderson
7 04.07. Vlag van België GP van België Spa-Francorchamps Ernst Degner Hugh Anderson Luigi Taveri Luigi Taveri
8 23.–24.10. Vlag van Japan GP van Japan Suzuka Luigi Taveri Ralph Bryans Mitsuo Itō Hugh Anderson

Eindstand 50cc-klasse[bewerken]

Pos. Coureur Merk Ptn.
1 Vlag van Noord-Ierland Ralph Bryans Honda 36 (38)
2 Vlag van Zwitserland Luigi Taveri Honda 32 (39)
3 Vlag van Nieuw-Zeeland Hugh Anderson Suzuki 32 (37)
4 Vlag van Duitsland Ernst Degner Suzuki 26
5 Vlag van Japan Mitsuo Itō Suzuki 16
6 Vlag van Japan Michio Ichino Suzuki 6
7 Vlag van Duitsland Hans Georg Anscheidt Kreidler /
Suzuki
6
8 Vlag van Spanje José Maria Busquets Derbi 4
9 Vlag van Frankrijk Jacques Roca Derbi 4
Pos. Coureur Merk Ptn.
10 Vlag van Japan Haruo Koshino Suzuki 3
Vlag van Verenigd Koninkrijk Charlie Mates Honda 3
12 Vlag van Spanje Ángel Nieto Derbi 2
Vlag van Verenigd Koninkrijk Ian Plumridge Derbi 2
14 Vlag van Nederland Cees van Dongen Kreidler 2
15 Vlag van Uruguay Gastón Biscia Suzuki 1
Vlag van Australië Barry Smith Derbi 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk Leslie Griffiths Honda 1
Vlag van Japan Akira Itoh Honda 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

Constructeurstitel 50cc-klasse[bewerken]

1 Vlag van Japan Honda 40 (60)
2 Vlag van Japan Suzuki 38 (48)
3 Vlag van Spanje Derbi 12
4 Vlag van Duitsland Kreidler 5

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

Zijspanklasse[bewerken]

In 1965 was het afgelopen met de weinige concurrentie die BMW nog in de zijspanklasse had. Florian Camathias had zijn Gilera-viercilinder weer teruggegeven en zelfs Chris Vincent, toch een trouwe aanhanger van Britse motorblokken, was overgestapt op BMW. De openingsrace van de zijspanklasse werd gereden op de Nürburgring in ijzig koude en natte omstandigheden. Daardoor waren er veel uitvallers, waaronder ook veel prominenten. Fritz Scheidegger/John Robinson wonnen de race, maar op de tweede plaats eindigde een (nog) onbekende coureur, Siegfried Schauzu met een simpele stoterstangen-BMW, waarschijnlijk een R 50/2. Arsenius Butscher en Wolfgang Kalauch werden derde. In Spanje wonnen Max Deubel en Emil Hörner, maar Scheidegger/Robinson deden het toch weer goed met een tweede plaats en Butscher/Kalauch werden weer derde. Florian Camathias had een nieuwe bakkenist, landgenoot Franz Ducret. Zij wonnen de Grand Prix van Frankrijk vóór Scheidegger/Robinson en Deubel/Hörner. Op het Eiland Man vochten Deubel en Scheidegger een hard gevecht uit. Scheidegger nam de leiding, maar Deubel nam die in de tweede ronde over en won met een voorsprong van 14 seconden. Georg Auerbacher werd derde. Nog vóór de race in Assen hadden twee rijders een klein gelukje: Scheidegger/Robinson en Harris/Campbell kregen de vraag of ze een rondje achter de camera-auto van de NTS wilden rijden. Daarbij ontdekte Harris een lekke voorband en Scheidegger had nog meer geluk: zijn linker zuiger brak en dat was hem anders tijdens de wedstrijd overkomen. Nu kon hij de wedstrijd winnen en (zoals iedereen dacht) zelfs de wereldtitel al veilig stellen. Vincent/Roche werden in Assen tweede en Seeley/Rawlings derde. Camathias en Ducret werden opnieuw door pech achtervolgd. Bij de Ruskenhoek brak een remankerstang en daardoor ook de remleidingen. Zonder voorrem gingen ze 200 meter rechtdoor, omzeilden een geparkeerde vrachtauto en schoten door een prikkeldraadafzetting. Camathias raakte hierbij licht gewond. Scheidegger/Robinson dachten na Assen al wereldkampioen te zijn, maar de FIM had het reglement veranderd: bij een gelijk aantal punten telde men aanvankelijk een extra race, maar nu werd het aantal eerste-, tweede- en derde plaatsen geteld. Daardoor kon Deubel ook nog wereldkampioen worden in Spa-Francorchamps. Deubel concentreerde zich op 4 juli echter niet alleen op de Grand Prix; hij reed 's ochtends ook nog een nationale race in Duitsland. In de Grand Prix gingen Florian Camathias/Franz Ducret aanvankelijk aan de leiding, maar zij vielen terug en er ontstond een fel gevecht tussen Scheidegger en Deubel dat door Scheidegger met 3 seconden voorsprong gewonnen werd. Pip Harris/Ray Campbell werden derde en pakten de enige 4 punten van het seizoen. De eveneens natte race op Monza kwam enigszins als een verrassing: De organisatie had de zijspanklasse pas laat aan het programma toegevoegd en aanvankelijk werd gedacht dat deze race niet zou meetellen voor het wereldkampioenschap. Dat bleek toch zo te zijn, maar omdat Deubel maximaal op drie overwinningen kon komen had dit geen gevolgen voor de eerste drie plaatsen in het WK. Scheidegger/Robinson wonnen overtuigend en Camathias deed het niet slecht tot hij met ontstekingsproblemen uitviel. Georg Auerbacher/Eduard Stein werden tweede doordat Heinz Luthringshauser/Hermann Hahn uitvielen en de derde plaats was voor Otto Kölle/Heinz Marquardt.

Uitslagen zijspanklasse[bewerken]

Datum Race Circuit 1e 2e 3e Snelste ronde
1 24.–25.04. Vlag van Duitsland GP van Duitsland Nürburging (Südschleife) Fritz Scheidegger /
John Robinson
Siegfried Schauzu /
Horst Schneider
Arsenius Butscher /
Wolfgang Kalauch
Fritz Scheidegger /
John Robinson
2 09.05. Vlag van Spanje GP van Spanje Montjuïc Max Deubel /
Emil Hörner
Fritz Scheidegger /
John Robinson
Arsenius Butscher /
Wolfgang Kalauch
Max Deubel /
Emil Hörner
3 16.05. Vlag van Frankrijk GP van Frankrijk Rouen Florian Camathias /
Franz Ducret
Fritz Scheidegger /
John Robinson
Max Deubel /
Emil Hörner
Florian Camathias / Franz Ducret en
Fritz Scheidegger / John Robinson
4 14.06. Vlag van Man Isle of Man TT Mountain Course Max Deubel /
Emil Hörner
Fritz Scheidegger /
John Robinson
Georg Auerbacher /
Peter Rykers
Max Deubel /
Emil Hörner
5 26.06. Vlag van Nederland TT van Assen Assen Fritz Scheidegger /
John Robinson
Chris Vincent /
Fred Roche
Colin Seeley /
Wally Rawlings
Fritz Scheidegger /
John Robinson
6 04.07. Vlag van België GP van België Spa-Francorchamps Fritz Scheidegger /
John Robinson
Max Deubel /
Emil Hörner
Pip Harris /
Ray Campbell
Fritz Scheidegger /
John Robinson
7 05.09. Vlag van Italië GP des Nations Monza Fritz Scheidegger /
John Robinson
Georg Auerbacher /
Eduard Dein
Otto Kölle /
Heinz Marquardt
Fritz Scheidegger /
John Robinson

Eindstand zijspanklasse[bewerken]

Pos. Coureur Bakkenist Motorfiets Ptn.
1 Vlag van Zwitserland Fritz Scheidegger Vlag van Verenigd Koninkrijk John Robinson BMW 32 (50)
2 Vlag van Duitsland Max Deubel Vlag van Duitsland Emil Hörner BMW 26
3 Vlag van Duitsland Georg Auerbacher Vlag van Australië Peter Rykers en
Vlag van Duitsland Eduard Dein
BMW 15
4 Vlag van Zwitserland Florian Camathias (†) Vlag van Zwitserland Franz Ducret BMW 10
5 Vlag van Duitsland Arsenius Butscher Vlag van Duitsland Wolfgang Kalauch BMW 9
6 Vlag van Duitsland Heinz Luthringshauser Vlag van Duitsland Hermann Hahn BMW 9
7 Vlag van Verenigd Koninkrijk Chris Vincent Vlag van Verenigd Koninkrijk John Cooper en
Vlag van Duitsland Armgard Neumann en
Vlag van Verenigd Koninkrijk Terry Harrison en
Vlag van Verenigd Koninkrijk Fred Roche
BMW 8
8 Vlag van Duitsland Otto Kölle Vlag van Duitsland Heinz Marquardt BMW 8
9 Vlag van Australië Barry Thompson Vlag van Australië Richard Bradley BMW 7
10 Vlag van Duitsland Siegfried Schauzu Vlag van Duitsland Horst Schneider BMW 6
11 Vlag van Verenigd Koninkrijk Colin Seeley Vlag van Verenigd Koninkrijk Wally Rawlings BMW 6
12 Vlag van Verenigd Koninkrijk Pip Harris Vlag van Verenigd Koninkrijk Ray Campbell BMW 4
13 Vlag van Duitsland August Wolf Vlag van Duitsland Lothar Ronsdorf en
Vlag van Duitsland Werner Zielaff
BMW 3
Vlag van Italië Giuseppe Dal-Toe Vlag van Italië Aldo Ramoli BMW 3
15 Vlag van Duitsland Fred Huber Vlag van Duitsland Josef Huber BMW 2
16 Vlag van Verenigd Koninkrijk Trevor Davies Vlag van Verenigd Koninkrijk John Gauge Matchless 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk Charlie Freeman Vlag van Verenigd Koninkrijk Billie Nelson Norton 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

Constructeurstitel zijspanklasse[bewerken]

1 Vlag van Duitsland BMW 32 (56)
2 Vlag van Verenigd Koninkrijk Matchless 1
Vlag van Verenigd Koninkrijk Norton 1

(Punten tussen haakjes zijn inclusief streepresultaten)

Externe link[bewerken]