Brandcatastrofe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Val van Troje, volgens de Griekse mythologie een gebeurtenis aan het einde van de bronstijd. Schilderij door de 17e eeuwse schilder Kerstiaen de Keuninck.

In de Brandcatastrofe van ca. 1189-1180 v.Chr. werden vele steden door brand vernietigd en op vele plaatsen zouden er lange tijd geen nieuwe verrijzen.[1] Het betekende het einde van de bronstijd.

De oorzaak is nog enigszins omstreden. Volgens sommigen is er zoiets als een volksverhuizing van Zeevolken op gang gekomen. Volgens de beperkte, voornamelijk Egyptische bronnen van die tijd is het echter niet waarschijnlijk dat er werkelijk complete volkeren aan het verhuizen waren. Wel is er sprake van huurlingen uit een aantal streken rond het Middellandse Zeebekken die een andere manier van strijden invoerden, waar de gevestigde rijken van de bronstijd niet zo goed raad mee wisten. De nieuwe krijgers waren bedreven met het zwaard en wisten als infanteristen overtuigend af te rekenen met de strijdwagens die tot dan toe het strijdtoneel hadden beheerst. De periode luidde de ijzertijd in, hoewel het erop lijkt dat het ijzer iets later kwam. Ongetwijfeld heeft ijzer het gebruik van de zwaarden nog doorslaggevender gemaakt.

Er kwam in deze tijd ook een eind aan een aantal rijken en beschavingen, zoals de Myceense en de Hittitische. Het Assyrische en het Egyptische rijk wisten zich wel te handhaven, maar de periode van ca 1200-1000 v.Chr. is ook voor deze rijken een duistere tijd. Het Assyrische Middenrijk zag sommige van zijn westelijke buitenposten wel in vlammen opgaan, zoals de dunnu van Tell Sabi Abyad, maar het is mogelijk dank zij het stelsel van versterkte boerderijen (dunnu's) dat het overeind bleef.[2]. In de eeuw na de catastrofe begonnen wel steeds meer Arameeërs de Eufraat over te steken.

Plaatsen die in deze tijd vernietigd werden:

Bronnen, noten en/of referenties