Dryosaurus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dryosaurus
Status: Uitgestorven, als fossiel bekend
Dryosaurus altus (links)
Dryosaurus altus (links)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Infraklasse: Archosauromorpha
Superorde: Dinosauria (Dinosauriërs)
Orde: Ornithischia
Infraorde: Ornithopoda
Familie: Dryosauridae
Geslacht
Dryosaurus
Marsh, 1878
Typesoort
Laosaurus altus
Soorten
  • Dryosaurus altus
  • Dryosaurus lettowvorbecki
Afbeeldingen Dryosaurus op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

Dryosaurus is een geslacht van dinosauriërs behorend tot de Euornithopoda, dat tijdens het Late Jura (Kimmeridgien-Tithonien, zo'n 150 miljoen jaar geleden) leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika en Afrika.

Vondsten en soorten[bewerken]

In 1878 werd door Othniel Charles Marsh op basis van holotype YPM 1876, een schedel in 1876 gevonden in de Morrisonformatie, een soort van het geslacht Laosaurus, L. altus beschreven. In 1894 kwam Marsh tot de conclusie dat de soort een eigen geslacht waard was: Dryosaurus altus. De geslachtsnaam is afgeleid van het Klassiek Griekse dryos, "eik" en verwijst naar de vorm van de tanden; de soortaanduiding betekent "hoog".

In de vroege twintigste eeuw vond een Duitse expeditie in Duits-Oost-Afrika zeven skeletten die in 1919 door Virchow werden beschreven als Dysalotosaurus lettowvorbecki maar later werden toegekend aan Dryosaurus.

Beschrijving en fylogenie[bewerken]

Dryosaurus was ruim drie meter lang, 1,7 meter hoog en woog 77 tot 90 kilo. Hij had grote ogen, lange dunne poten met drie tenen, korte voorpoten met vijf lange vingers, een lange nek en een staart voor de balans. Hij leefde in het laat Jura, 156 to 145 miljoen jaar geleden. Het dier had een papegaaiachtige bek. Hier konden taaie plantenstengels mee worden afgebeten. Achterin zijn bek had Dryosaurus een kauwbatterij van twintig tot dertig kleinere aaneengesloten tanden die steeds vervangen werden. Hiermee vermaalde hij alle planten die hij at tot een zachte verteerbare pulp.

Dryosaurus werd voeger ingedeeld bij de Hypsilophodontidae, maar tegenwoordig beschouwd als een lid van de Iguanodontia in de Dryosauridae. D.altus en D. lettowvorbecki worden tegenwoordig gezien als valide soorten. Hij werd bejaagd door vleeseters als Allosaurus en Ceratosaurus.

Zijn bescherming lag denkelijk in de kudde, zijn grote ogen en sprintvermogen. Als ze aan het eten waren, hielden dan minstens twee of drie dieren de wacht. Als ze bijvoorbeeld een troep ceratosaurussen zagen, sloeg een van de dieren alarm. Daarna renden ze met een snelheid van een zestig kilometer per uur weg. Hun gezichtsvermogen was uitstekend. Ze deelden het landschap met verschillende sauropoden, pterosauriërs, carnosauriërs en andere dieren.

Een skelet van Dryosaurus lettowvorbecki in Berlijn