Jacob Israël de Haan
Jacob Israël de Haan (Smilde, 31 december 1881 — Jeruzalem, 30 juni 1924) was een Nederlands schrijver, dichter, publicist, rechtsgeleerde en (anti-)zionist. Hij emigreerde in 1919 als zionist naar Palestina. Hij werd daar op 30 juni 1924 vermoord door Avraham Tehomi in opdracht van de Joodse paramilitaire organisatie Hagana[1].
Inhoud |
[bewerken] Levensloop
[bewerken] In Nederland
Hij werd in een groot, orthodox joods gezin geboren als zoon van een gazzan, de voorzanger in de synagoge. Jacob was de broer van de schrijfster Carry van Bruggen. Beiden zijn in hetzelfde jaar geboren, en om die reden wordt vaak aangenomen dat zij een tweeling zijn. Dit is echter niet het geval: zijn zuster was op één dag na een jaar ouder. Het gezin verhuisde in 1885 naar Zaandam, en in 1896 ging Jacob naar de kweekschool (de toenmalige opleiding voor onderwijzers) in Haarlem. Hij werd marxist en lid van de SDAP, en was als letterkundig medewerker verbonden aan het socialistische dagblad Het Volk. Terwijl hij op school lesgaf, studeerde hij voor het staatsexamen, en ging vervolgens naar de universiteit, waar hij rechten studeerde. Hij deed doctoraalexamen in 1909 en promoveerde in 1916.
[bewerken] "Voorloper van Amnesty International"
De Haan ondernam in 1912 enkele reizen naar tsaristisch Rusland, waarbij hij een aantal gevangenissen bezocht om de situatie van politieke gevangenen te onderzoeken. Zijn schokkende bevindingen publiceerde hij in zijn boek In Russische gevangenissen (1913). Ook richtte hij een comité op, samen met Frederik van Eeden en Henriette Roland Holst, om handtekeningen te verzamelen om met name Ruslands toenmalige bondgenoten Engeland en Frankrijk te bewegen tot protest tegen Rusland. In een publicatie van Amnesty International werd hij op grond van deze activiteiten beschreven als "een voorloper van Amnesty International".[2]
[bewerken] Naar Palestina
Ondertussen had De Haan het socialisme vaarwel gezegd, en werd hij zionist. Weer later werd hij religieus; daarna werd hij actief in de Edah HaChareidis, de rabbinale organisatie van de traditionele orthodoxe joden van Jeruzalem en het Heilig Land, die fel antizionistisch waren. Toen hij in 1919 naar Palestina emigreerde, werd hij een van de politieke leiders van de Edah HaChareidis. Hij was voorstander van een staat waarin Joden en Arabieren als gelijken zouden leven, en bepleitte onderhandelingen met Arabische leiders, om aldus te komen tot een vreedzame beëindiging van de tegenstelling tussen Joden en Arabieren. Deze opstelling van hem wekte de ergernis van zionistische leiders.
Orthodoxe Joden stellen dat het verschijnen van de Messias afgewacht moet worden voordat een op religieuze gronden gebaseerd Israel kan worden gesticht.
[bewerken] Vermoord door de Hagana
Op maandag 30 juni 1924 werd De Haan met drie pistoolschoten om het leven gebracht op de trappen van het Sja'arei Tsedek ziekenhuis in de Jaffastraat in Jeruzalem, toen hij terugkwam van het avondgebed in de synagoge. Men arresteerde in eerste instantie de zojuist van malaria genezen, Jacob Zugmann of Gussmann die door zijn hospita met de moord in verband werd gebracht. Zugmann poogde zich van het leven te beroven, zoals al eerder was gebeurd, maar overleefde. Hij werd niet geheel toerekeningsvatbaar geacht maar was uiteindelijk onschuldig. De Joodse pers achtte het ondenkbaar dat een prominent Joods geleerde door een Jood was vermoord; het doden van een Jood door een andere Jood is en was een groot taboe in het Jodendom. Door velen werd lange tijd gedacht dat de daders Arabieren waren, maar die opvatting is onjuist gebleken. Een van de seculiere zionistische organisaties, de Hagana, had besloten De Haan te vermoorden. Een aantal Hagana-activisten, met medewerking van een politieman, bracht hem midden op straat om het leven, met medeweten van Itzhak Ben-Zvi, die later de tweede president van Israël zou worden (1952-1963). Dat evenwel ook in De Haans eigen tijd aan deze mogelijkheid gedacht werd, blijkt uit een krantenbericht over zijn begrafenis, die door een menigte van zo'n 5000 mensen werd bijgewoond, "vrijwel de geheele Joodsche orthodoxie van Jeruzalem". "Tijdens de begrafenis kwam het tot een groote protestbetooging tegen de Zionisten, aan wie men te Jeruzalem algemeen den moord toeschrijft."[3] Ook had De Haan in de laatste maanden van zijn leven veel dreigbrieven uit zionistische hoek ontvangen, waaronder één op gouvernementspapier.[4]
De politieke moord op De Haan is zorgvuldig onderzocht en beschreven in het boek De Haan: De eerste politieke moord in Palestina, door Shlomo Nakdimon en Shaul Mayzlish.[5] Nakdimon en Mayzlish verrichtten een diepgaand onderzoek naar de moord, en zij wisten de moordenaar te traceren, Avraham Tehomi, die destijds als zakenman in Hong Kong woonde.
Tehomi (1903-1990) heeft nooit spijt van de moord gehad, zoals bleek uit een interview voor de Israëlische televisie met Nakdimon: "Ik heb gedaan wat de Hagana besloten had. En er werd niets gedaan zonder bevel van Itzhak Ben-Zvi. (...) Ik heb geen spijt, want hij wilde ons hele zionistische idee verwoesten." Tehomi werd kort voor zijn dood ook geïnterviewd door Emile Fallaux voor een omvangrijke documentaire over De Haan voor de Nederlandse VPRO-televisie, Het eind dat niemand keren kan, waarin hij dit nog eens bevestigde.
In de charedisch ('ultraorthodox') joodse gemeenschap van Jeruzalem worden de namen "Yaakov Yisroel" of "Yisroel Yaakov" regelmatig aan jongens gegeven als herinnering aan De Haan, die in deze gemeenschap als held wordt gezien die door de zionistische ketters is vermoord, en voor een heilige zaak gestorven is.[6] Een bekend persoon met deze naam was Rabbijn Yisroel Yaakov Fisher, opperrabbijn van de Edah HaChareidis tot zijn overlijden in 2003.[7]
Het leven en de tragische dood van De Haan inspireerde Arnold Zweig tot zijn roman De Vriendt kehrt heim (1932). En het grote aantal recente uitgaven (ook veel bibliofiele) van zijn werk geeft aan dat Jacob Israël de Haan ook in de niet-joodse wereld nog allesbehalve vergeten is.
[bewerken] Wetenschappelijk werk
Op 1 februari 1916 promoveerde De Haan in de rechten met een proefschrift getiteld Rechtskundige significa en hare toepassing op de begrippen: aansprakelijk, verantwoordelijk, toerekeningsvatbaar (promotor: G.A. van Hamel). Hiermee leverde De Haan een bijdrage aan het domein van de significa, een tak in de taalwetenschap die zich bezighoudt met het ontstaan van betekenis in communicatieprocessen. Het was Frederik van Eeden geweest die De Haan had laten kennismaken met de grondbeginselen ervan zoals geformuleerd door de Engelse Lady Victoria Welby.
Een paar maanden na zijn promotie werd De Haan privaatdocent aan de Universiteit van Amsterdam. De leerstoel strafrecht die na het vertrek van Van Hamel was vrijgekomen en die De Haan ambieerde werd hem echter niet gegund.
In zijn opvattingen over de oorzaken van criminaliteit neigde De Haan naar determinisme. Een markante uitspraak van hem luidde dan ook: "Antropologen en sociologen moeten de inhoud van een strafvonnis maken. Juristen moeten de vorm van een strafvonnis maken." [8].
[bewerken] De romans
Behalve minder bekend werk (de verhalenbundel Kanalje, losse tijdschriftpublicaties en de roman Ondergangen), heeft De Haan twee romans geschreven die opzien baarden, en die nog steeds gelezen en herdrukt worden.
[bewerken] Pijpelijntjes
Het opzien was echter van andere dan literaire aard: toen in 1904 Pijpelijntjes (het boek speelt in de Amsterdamse wijk De Pijp) uitkwam, opgedragen aan "goede A. Aletrino", letterkundige en vriend van De Haan, bleek het een homoseksuele thematiek te hebben. Aletrino reageerde geschokt. P.L. Tak, hoofdredacteur van het socialistische dagblad Het Volk, stuurde De Haan een ontslagbrief, om hem de volgende dag te schrijven dat hij nog altijd welkom was om te "spreken met iemand die wat ouder is" (Tak zelf). Frederik van Eeden, ook een vriend van De Haan, keurde het boek af; Lodewijk van Deyssel reageerde aanvankelijk welwillend, maar allengs afhoudender. Uiteindelijk werd De Haan ook op staande voet ontslagen als onderwijzer.
Zowel Aletrino als De Haan zelf heeft pogingen gedaan de eerste editie van het boek uit de handel te halen, door zoveel mogelijk exemplaren op te kopen en te vernietigen. Er zijn tegenwoordig nog maar een kleine twintig exemplaren van het boek bekend, en het is in kringen van verzamelaars een van de meest gezochte en kostbaarste handelsedities. Nog hetzelfde jaar kwam een tweede, geheel omgewerkte druk uit, waarin de opdracht ontbrak, en waaruit ook toespelingen op Aletrino waren verwijderd; het homoseksuele aspect was echter geheel intact gelaten. De publieke belangstelling bleef gering en ook de tweede druk is een zeer zeldzaam boek geworden.
De Haan had plannen voor een tweede deel van Pijpelijntjes, maar dat is er niet meer gekomen; jaren later zijn slechts fragmenten in tijdschriftvorm gepubliceerd. Inmiddels had hij in een brochure onder de titel Open brief aan P.L. Tak afgerekend met zijn voormalige hoofdredacteur.
De vroeg-20ste-eeuwse, impressionistische roman Pijpelijntjes vormt samen met de Open brief aan P.L. Tak echter een belangrijk literair document, dat helder de sociale situatie en het leven in een Amsterdamse volkswijk weergeeft. De vlijmscherpe dialogen waren eind jaren 1980 startpunt voor enkele succesvolle theaterbewerkingen.
[bewerken] Pathologieën
In 1908 verscheen een tweede roman met een homoseksueel thema: Pathologieën. De ondergang van Johan van Vere de With. Dit boek deed desondanks, en ondanks zijn opmerkelijke omslagtekening, veel minder stof opwaaien dan zijn voorganger. Er komen passages in voor die een sadistische inslag tonen en door De Haans afstandelijke en verfijnde wijze van beschrijven is het boek een van de weinige Nederlandse volledig 'decadentistische' romans geworden.[9] Ook De Haans 'Nerveuze vertellingen' en sommige van zijn Besliste Volzinnen zijn als decadentistisch te beschouwen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw, de tijd waarin de homo-emancipatie volop tot ontwikkeling kwam en er hernieuwde belangstelling was voor het fin-de-siecle, herleefde de belangstelling voor de twee romans. Beide werden meerdere malen herdrukt: een achtste uitgave van Pijpelijntjes verscheen in 2006 en een vierde van Pathologieën in 2003.
[bewerken] Poëzie
Nog tijdens De Haans leven raakten zijn romans vergeten, en hij ging over op de dichtkunst. Al vanaf 1900 had hij jeugdwerk gepubliceerd, maar nu kwamen voldragen bundels uit met gedichten die vaak opnieuw homoseksualiteit tot onderwerp hadden. Tevens maakte hij het Jood-zijn tot zijn thematiek, zoals al blijkt uit de titel van zijn tweedelige Het Joodsche lied. Het bekendst zijn de postuum uitgegeven Kwatrijnen, een omvangrijke bundel intieme, gevoelige poëzie. Mede om zijn gedichten, emotioneel, eigenzinnig, met een persoonlijke ritmiek, is hij bekend gebleven. In 1952 werden zijn Verzamelde gedichten uitgegeven, geredigeerd door K. Lekkerkerker; daarna zijn er nog bloemlezingen verschenen. Op 1 juni 1952 werd in Amsterdam het Genootschap Jacob Israel de Haan opgericht, onder voorzitterschap van Garmt Stuiveling en met Wim Simons als secretaris. Ook K. Lekkerkerker maakte deel uit van dit Genootschap. In september 2008 werd het Genootschap Jacob Israël de Haan heropgericht, nu als Stichting Jacob Israël de Haan, met als voorzitter de hoogleraar Marita Mathijsen.
[bewerken] In Amsterdam
Hoewel naar veel van De Haans collega-schrijvers, inclusief zijn zuster Carry van Bruggen, een straat werd vernoemd in Amsterdam-West, werd Jacob de Haan overgeslagen. In 1993 werd dat hersteld, en werd in de Amsterdamse Pijp, tussen de Van Woustraat en de Amsteldijk, een zijstraat van de Van Ostadestraat en de Rustenburgerstraat naar hem vernoemd. Daar bevindt zich ook een klein aan hem gewijd monument. Ook in de Groningse wijk De Held bestaat een Jacob Israël de Haanstraat.
De tekst op het homomonument in Amsterdam is een dichtregel van Jacob Israël de Haan: Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen. Dezelfde dichtregel diende in 1979 als titel van een bloemlezing van Nederlandse homo-erotische poëzie, samengesteld door Hans Hafkamp.
[bewerken] Werk
Belangrijkste titels:
[bewerken] Poëzie
- 1914 - Libertijnsche liederen
- 1915 - Het Joodsche lied. Eerste boek
- 1917 - Liederen
- 1919 - Een nieuw Carthago
- 1921 - Het Joodsche lied. Tweede boek
- 1924 - Kwatrijnen
- 1952 - Verzamelde gedichten (bezorgd door Kees Lekkerkerker)
- 1982 - Ik ben een jongen te Zaandam geweest (bloemlezing door Gerrit Komrij)
[bewerken] Proza
- 1904 - Pijpelijntjes (laatstelijk herdrukt in 2006)
- 1904 - Kanalje (heruitgegeven in 1977)
- 1907 - Ondergangen (heruitgegeven in 1984)
- 1907-1910 - Besliste volzinnen (Deze aforismen verschenen in De Amsterdammer en het Vlaamse maandblad Ontwaking. Ze werden voor het eerst bijeengebracht in 1954)
- 1908 - Pathologieën. De ondergang van Johan van Vere de With (laatstelijk herdrukt in 2003)
- 1983 - Nerveuze vertellingen (Eerder verschenen in verschillende tijdschriften in het begin van de 20e eeuw)
[bewerken] Non-fictie
- 1913 - In Russische gevangenissen
- 1916 - Rechtskundige significa en hare toepassing op de begrippen: "aansprakelijk, verantwoordelijk, toerekeningsvatbaar" (dissertatie)
- 1919 - Rechtskundige significa
Vanuit Palestina schreef De Haan vele honderden scherpzinnige reisverslagen voor het Algemeen Handelsblad. Ondanks verschillende plannen zijn deze nooit in hun geheel uitgegeven. Wel zijn er bundelingen:
- 1922 - Jeruzalem
- 1925 - Palestina met inleiding van Carry van Bruggen
- 1941 (!) - Brieven uit Jeruzalem bezorgd door David Koker
- 1981 - Jacob Israël de Haan - correspondent in Palestina, 1919-1924. Samengesteld en ingeleid door Ludy Giebels
[bewerken] Brieven
Naast de brieven uit Palestina zijn er ook eerdere correspondenties gebundeld:
- 1957 - Brieven aan een jongen Ingeleid door Arnold Saalborn
- 1994 - Brieven van en aan Jacob Israël de Haan 1899-1908. Bezorgd door Rob Delvigne en Leo Ross
Honderden andere brieven zijn bewaard gebleven, maar niet gepubliceerd.
[bewerken] Over De Haan
- Een vriend komt thuis. Jacob Israël de Haan-nummer van Uitgelezen Boeken, katern voor boekverkopers en boekenkopers, jaargang 13 nr. 2 (september 2009), samengesteld door de Stichting Jacob Israël de Haan.
- Rob Delvigne en Leo Ross, Een uitmuntend letterkundig kunstenaar; opstellen over Jacob Israël de Haan. Servo, Assen, 2002. ISBN: 9057860333
- Elisabeth Leijnse, 'Jacob Israël de Haan'. In: Kritisch Lexicon van de Moderne Nederlandstalige Literatuur. Afl. 69, mei 1998. (Biografie, kritische beschouwing, primaire en secundaire bibliografie).
- J. Meijer, De zoon van een gazzen. Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1967.
- Shlomo Nakdimon & Shaul Mayzlish, De Haan: The first political assassination in Palestine. Modan Press, Tel Aviv, 1985.
- Wim J. Simons, Een onzedelijk boek, Maatstaf , jrg. 6, 1958/59. (Over Pijpelijntjes)
[bewerken] Externe link
- Biografie en uitgebreide achtergrondinformatie over De Haans antizionistische activiteiten en zijn dood (Engels)
- Biografieën, werken en teksten bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (dbnl)
Referenties
|
| Wikiquote heeft een collectie citaten gerelateerd aan Jacob Israël de Haan. |