Laudanum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Laudanum is een tinctuur van opium. Het is een oplossing van ca. 10% (naar gewicht) gedroogd melksap van de opiumpapaver. Het is een bittere, rood-bruine vloeistof die vrijwel alle opium-alkaloïden bevat, waaronder morfine en codeïne. Het heeft een sterk anesthetische (pijnstillende) werking en wordt beschouwd als zeer verslavend.

Laudanum werd sinds de 16e eeuw ingezet tegen een groot aantal kwalen maar de voornaamste toepassingen waren pijnbestrijding en het onderdrukken van hoestprikkels. Het was tot het begin van de 20e eeuw zonder recept verkrijgbaar maar de verstrekking is sindsdien vrijwel over de gehele wereld gereguleerd.

De uitvinder ervan, de arts en onderzoeker Theophrastus Bombastus von Hohenheim (1493-1541), beter bekend als Paracelsus dacht dat hij met Laudanum een geneesmiddel tegen alle kwalen gevonden had. De herkomst van de naam is niet eenduidig vastgesteld. Veel bronnen verwijzen naar het Latijnse woord ladanum, waarmee het hart van de Cistus salviifolius wordt aangeduid. Het Latijnse woord laudare betekent "loven", en misschien heeft Paracelsus die twee woorden samengetrokken tot 'laudanum'.

De bestanddelen waren oorspronkelijk zo'n 90% wijn (of andere alcoholische drank) en tot 10% opium. In enkele bronnen wordt ook Bilzekruid als ingrediënt genoemd en verder behoorden waarschijnlijk ook kaneel en kruidnagelen tot de ingrediënten. Tegenwoordig wordt bij de bereiding gebruik gemaakt van zuivere alcohol en wordt de stof noscapine uit het extract verwijderd omdat deze sterk braakneigingen opwekt.

Opkomst[bewerken]

Na de uitvinding, rond het jaar 1500, verspreidde het middel zich over heel Europa. In de daaropvolgende eeuwen genoot het een grote populariteit als wondermiddel tegen allerlei kwalen. De grootste verdienste van het middel was echter niet de levensverlengende eigenschap, maar de pijnstillende en kalmerende werking. Zelfs kinderen kregen het middel toegediend om ze rustig te krijgen.

Laudanum was vrij verkrijgbaar en relatief goedkoop, en dus in alle lagen van de bevolking populair. Het gebruik in de 18e en 19e eeuw is te vergelijken met het tegenwoordige gebruik van aspirine. Een tijd lang was het woord 'laudanum' synoniem met pijnstillend middel in het algemeen.

Problemen[bewerken]

In schrijverskringen werd laudanum wel gebruikt om de creativiteit te stimuleren, hoewel langdurig gebruik de eigen creativiteit niet ten goede scheen te komen. Bekende (en tevens bekennende) gebruikers waren bijvoorbeeld de Brit Samuel Taylor Coleridge (1772-1834) en Thomas de Quincey (1785-1859). Beiden gingen gebukt onder ernstige verslaving aan het middel.

Ondergang[bewerken]

Pas vanaf de 19e eeuw ging men zich in Europa serieus bezighouden met onderzoek naar de verslavende en schadelijke aspecten van langdurig opiumgebruik, en daarmee van laudanumgebruik. Tegen het eind van de 19e eeuw had de geneeskunde de beschikking over nieuwe middelen die de bedenkelijke opiaten konden vervangen. In 1920 werd de vrije verkoop van opiaten in Engeland uiteindelijk verboden en in datzelfde jaar trad in Duitsland de Opiumwet in werking.