Sigaret

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een brandende sigaret

Een sigaret is een rolletje tabak, meestal korter dan 10 centimeter, bijeengehouden door een dun papieren kokertje. Dit kokertje kan al dan niet een filter bevatten. De diameter is 5-10 millimeter. Het papier en de tabak worden aan één zijde aangestoken en de sigarettenrook wordt via het andere uiteinde door de mond naar binnen gezogen. Als daarbij tot in de longen wordt ingeademd, wordt dit inhaleren genoemd. Aan een sigaret kan een bepaalde smaak worden toegevoegd, zoals cacao, vanille of menthol. Een fabrieksmatig geproduceerde sigaret is erop gemaakt de verbranding van tabak te versnellen. Sigaret komt van het Franse Cigarette (Sigaartje) en is een afgeleide van de sigaar, maar in de Nederlandse straattaal verwijst men doorgaans naar het woord gerro of garo. Het restant van een opgerookte sigaret heet peuk. De as van een sigaret wordt er doorgaans van afgetikt in een asbak.

Geschiedenis[bewerken]

De sigaret is ontstaan in de Krimoorlog (1854-1856). De munitie uit die tijd bestond niet, zoals tegenwoordig, uit patronen, maar zg. kardoezen, een met de juiste hoeveelheid kruit en kogel gevuld stuk papier. Omdat pijpen duur en schaars waren, en bovendien vrij kwetsbaar, rookten de soldaten hun tabak in verbruikte kardoezen. Hieruit ontstond de sigaret.

Pas in 1880 kwam er een doorbraak, toen in Amerika door James 'Buck' Duke de eerste sigarettenmachine werd uitgevonden. Deze kon 200 sigaretten per minuut produceren. Ook nu waren het soldaten die de sigaret verspreidden: Amerikaanse en Britse soldaten deelden tijdens en na de Eerste en de Tweede Wereldoorlog sigaretten uit aan de bevolking. Na 1944 ging het roken van sigaren geleidelijk achteruit en werd voor een belangrijk deel verdrongen door de sigaret.

Gezondheidsrisico's[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Tabak.

In Nederland sterven er jaarlijks ruim 20.000 mensen aan de gevolgen van roken.[1] De helft hiervan (ruim 10.000) sterft door longkanker.[2] Bij het inhaleren van de rook komen namelijk meer dan 70 stoffen vrij, waaronder nicotine, koolmonoxide en teer in het lichaam van de roker of rookster. Het roken van (filter)sigaretten verhoogt de kans op tal van ziekten en aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, verschillende vormen van kanker en parodontitis. Het al dan niet aanwezig zijn van een filter aan het mondstuk heeft geen effect op de gezondheidsrisico's.[3] Verder worden er ook meerdere radioactieve stoffen geinhaleerd bij het roken van een sigaret. Een van deze aanwezige radioactieve stoffen in tabak en sigarettenrook is polonium 210 (afkomstig van lood 210). Volgens onderzoek inhaleert een roker gemiddeld 0,04 picocuries (aan alfastraling) per sigaret, waardoor een roker aantoonbaar meer polonium 210 in de longen heeft dan een niet-roker.[4] Polonium 210 zendt kankerverwekkende alfastraling uit; de meest gevaarlijke soort straling wat betreft longkanker. Dit polonium 210 centreert zich in specifieke plekken in de longen: de zogenaamde hot spots. Volgens de wereldgezondheidsorganisatie WHO (2011) is roken de meest te vermijden doodsoorzaak.[5] Door de gevolgen van actief c.q. passief roken sterven per jaar rond de 6 miljoen wereldburgers (0,1%).[6] Het WHO schat dat er wereldwijd per jaar 1,3 miljoen mensen sterven aan longkanker, 90 procent hiervan door de gevolgen van het roken.[7]

Verkoop[bewerken]

Een verouderde, niet vergrendelde sigarettenautomaat in het Nederlands Openluchtmuseum.

Sigaretten worden verkocht in pakjes met verschillende hoeveelheden. Negentien stuks is in Nederland het minimum volgens de tabakswet.[8] Dit minimum is ingesteld om ervoor te zorgen dat sigaretten niet te goedkoop worden en jongeren ze makkelijk kunnen kopen.[9] Dit is niet in alle landen hetzelfde: in verschillende landen zijn er ook pakjes met minder dan negentien sigaretten verkrijgbaar.[10] Een slof sigaretten bestaat meestal uit tien pakjes. Uit een pakje shag van 42,5 gram kunnen ongeveer vijfendertig tot vijfenveertig sigaretten, afhankelijk van de hoeveelheid gebruikte tabak, gerold worden. Deze worden met de hand gemaakt met behulp van een dun papiertje, in Nederland een vloeitje, in Vlaanderen ook wel een blaadje genoemd. De in België en Nederland verkochte pakjes zijn hersluitbaar, in veel andere landen (o.a. de Verenigde Staten) moet de gebruiker het pakje open krabben en kan het daarna niet meer sluiten.[bron?]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties