Val van het communisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De val van de Berlijnse Muur vond plaats op 9 november 1989.

De val van het communisme[1] vond plaats in de jaren 80 en 90 van de 20e eeuw.

Verloop[bewerken]

Onder invloed van de ideologie van glasnost (politieke openheid; vrijheid) en perestrojka (economische vernieuwing; geleidelijke overgang naar vrije markteconomie), ingevoerd door Michail Gorbatsjov in 1986, ging er een nieuwe wind waaien door de communistische regimes. Gorbatsjov besefte dat de oude vorm van het communisme had afgedaan. Het volk werd onderdrukt, vrije meningsuiting bestond niet en het ging economisch erg slecht al vanaf de jaren zeventig, mede door de enorme uitgaven aan de wapenwedloop. Bovendien had Polen net met moeite de vrije vakbond Solidarność de kop ingedrukt, die voor onrust bij de machthebbers had gezorgd, ook in Moskou. De Sovjet-Unie stond op de rand van de economische afgrond, dit dwong Gorbatsjov tot radicale wijzigingen. Door deze nieuwe ideeën kwam een einde aan de almacht van de communistische partij in de Sovjet-Unie. Omdat het Oostblok onder directe invloed lag van de Sovjet-Unie, zagen ook deze landen in dat de tijd rijp was voor hervormingen én dat de Sovjet-Unie niet meer zou binnenvallen om een revolutie te belemmeren, zoals eerder tijdens de Hongaarse opstand (1956) en de Praagse Lente (1968) het geval was.

In 1989, het jaar van de revoluties, verdwenen bijna alle communistische regimes uit de Oost-Europese landen, tot dan bekend als "Oostbloklanden". Polen beet in de lente van dat jaar de spits af met onderhandelingen die zouden leiden tot de eerste vrije verkiezingen achter het IJzeren Gordijn. De sinds 1961 met de beruchte Berlijnse Muur (hét symbool van de Koude Oorlog) afgesloten grens tussen Oost- en West-Berlijn werd op 9 november 1989 geopend. Dit historische feit wordt symbolisch gezien als de val van het communisme. Kort daarna ging de rest van het IJzeren Gordijn open. Tegen 1990, in de tijdsspanne van een paar maanden, waren de meeste Oostbloklanden overgestapt naar een parlementaire democratie. Door deze gebeurtenissen werd de voedingsbodem van de Koude Oorlog weggenomen. Deze eindigde aldus rond 1991, toen de grootste Oostblokcombinatie, de Sovjet-Unie, transformeerde naar het GOS.

Landen[bewerken]

Europa[bewerken]

  • Polen: 4 juni 1989. De vakbond Solidariteit (Pools: Solidarność), dwong de communistische regering door middel van stakingen en onderhandelingen tot vrije verkiezingen. Op 4 juni was het eindelijk zover: de eerste vrije verkiezingen achter het ijzeren gordijn. De communistische partij leed zware verliezen. Op 25 augustus werd de niet-communist Tadeusz Mazowiecki als premier geïnstalleerd. Op het laatste partijcongres van de Poolse communistische partij (PZPR), in januari 1990, hief deze zichzelf op.
  • Hongarije: oktober 1989. Revolutie in Hongarije, de meest liberale staat van het Warschaupact. Sinds 1988 werd al gesproken over een terugkeer naar een meerpartijenstelsel. In 1989 werden de leiders van de opstand van 1956 in ere hersteld. De Hongaarse regering onderstreepte vanaf nu de relaties met het Westen en het IJzeren Gordijn, de grens met Oostenrijk werd opengezet op 23 augustus 1989. In oktober 1989 hief de Volksrepubliek zichzelf op en werd ze vervangen door de Republiek Hongarije.
  • Duitse Democratische Republiek: 9 november 1989. Na nog een maand tevoren het 40-jarig bestaan van de republiek in het bijzijn van Sovjetleider Gorbatsjov groots te hebben gevierd, ging op 9 november de grens tussen Oost- en West-Berlijn open. De Berlijnse muur "valt". Kort daarna werd ook de oostgrens opengesteld. Wat bijna niemand voor mogelijk hield: binnen een jaar, in oktober 1990, werden Oost- en West-Duitsland herenigd tot één republiek.
  • Bulgarije: 10 november 1989. Todor Zjivkov werd afgezet als partijleider en op 16 november volgde zijn ontslag als staatshoofd. In beide functies werd hij opgevolgd door de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Petar Mladenov. Zjivkov werd vervolgens in staat van beschuldiging gesteld wegens wanbeleid en schending van de mensenrechten. Het Politbureau, de regering en andere machtsorganen werden eind 1989 gezuiverd van aanhangers van Zjivkov. Begin 1990 begon de Bulgaarse Communistische Partij na massale protestdemonstraties van de bevolking een rondetafeldialoog met de oppositie. Die gesprekken resulteerden in het toelaten van nieuwe politieke partijen, vrije verkiezingen in juni 1990 en het schrappen van de leidende rol van de communistische partij uit de grondwet.
  • Tsjecho-Slowakije: 17 november 1989. Na het zien van de gebeurtenissen in de rest van het Oostblok, beginnen de Tsjecho-Slowaken met massale demonstraties. Op 28 november geeft de Communistische Partij van Tsjecho-Slowakije haar monopolie-positie op en op 29 december wordt Václav Havel, lid van de dissidentenbeweging Charta 77, tot president gekozen. Het succesvolle einde van de vreedzame Fluwelen Revolutie.
Demonstratie in Boekarest in december 1989
  • Roemenië: 21 december 1989. Op 16 december 1989 leidde de poging om dominee László Tökës, een etnische Hongaar, te deporteren tot onrust in Timişoara. Steeds meer mensen voegden zich bij de mensenmassa en samen met het leger bevrijdden ze de stad. De veiligheidsdienst Securitate leverde dagenlang strijd met de bevolking. Een paar dagen later braken grote protesten uit in de hoofdstad Boekarest. Meer dan 100.000 mensen verzamelden zich voor het hoofdkwartier van de communistische partij. Het leger weigert het vuur te openen op de massa, en werkt uiteindelijk zelfs samen met het volk. Ceauşescu's laatste toespraak op 22 december, vanaf het paleisbalkon, liep uit op een volksopstand tegen hem. De president Nicolae Ceauşescu en zijn vrouw Elena moeten vluchten. Ze ontsnappen uit hun paleis met een helikopter, maar worden al na enkele uren gearresteerd. Na een schijnproces op kerstdag 1989 worden ze beiden geëxecuteerd. Deze revolutie was de enige bloedige val van het communisme in een Oost-Europees land, en heeft vermoedelijk meer dan 1200 mensen het leven gekost.
  • Joegoslavië: januari 1990. Na de dood van de Joegoslavische leider Josip Tito in mei 1980 stak het nationaliteitenprobleem in de Balkan, dat Tito jarenlang probeerde te onderdrukken, weer de kop op. Op het congres van de Joegoslavische communistische partij in januari 1990 wilden de Sloveense communisten een meerpartijenstelsel en daarnaast meer autonomie voor de communistische partijen van de diverse republieken. De Servische communisten vreesden opsplitsing van Joegoslavië (en aantasting van hun macht). Uiteindelijk gaf de Joegoslavische communistische partij haar leidende rol op. Voor de Slovenen was dit niet genoeg. Slovenië en Kroatië, de welvarendste deelstaten van Joegoslavië wilden echter hun onafhankelijkheid. De Sloveense communistische partij besloot op haar eigen congres in februari tot ontwerp van een nieuw sociaaldemocratisch verkiezingsprogramma. Zij veranderde haar naam in Partij van Democratische Vernieuwing. In april 1990 werden in Slovenië en Kroatië de eerste vrije verkiezingen gehouden, uitmondend in een overwinning voor de anticommunistische coalities.
  • Albanië: juni 1991. In Albanië werden in december 1989 en januari 1990 demonstraties voor democratische hervormingen met geweld uiteengeslagen. In juli 1990 mochten bijna 5000 Albanezen, die in buitenlandse ambassades hun toevlucht hadden gezocht, het land verlaten. In maart 1991 werden onder toezicht van westerse waarnemers vrije verkiezingen georganiseerd.
  • Sovjet-Unie: 25 december 1991. De Sovjet-Unie houdt op te bestaan. In 1991 besloot de Sovjet-Unie bij meerderheid van stemmen dat zij niet meer bestond. Voor die tijd kregen hervormingsgezinde politici de leiding over de Communistische Partij en werden vele hervormingen doorgevoerd.

Afrika[bewerken]

Midden-Oosten[bewerken]

  • Afghanistan: de regering viel nadat Rusland zijn olielevering had stopgezet in 1992 en de moslimextremisten kwamen aan de macht met Amerikaanse steun
  • Zuid-Jemen Zuid-Jemen schafte zijn marxistisch-leninistische ideologie af en herenigde met het kapitalistische Noord-Jemen wat later leidde tot een burgeroorlog

Azië[bewerken]

  • Volksrepubliek China: de regering had al in de jaren 70 kapitalistische economische hervormingen doorgevoerd
  • India: India schafte de socialistische economie af en onderging economische hervormingen
  • Noord-Korea: alle verwijzingen naar het marxisme-leninisme in de grondwet werden verwijderd
  • Vietnam: in de jaren 80 had de regering net als China al kapitalistische economische hervormingen doorgevoerd

Gevolgen[bewerken]

De gevolgen van deze omwenteling verschilden van land tot land. Dit was deels te wijten aan de verschillende transities van een planeconomie naar een markteconomie en deels aan de mate van democratisering na de omwenteling. Zo onderging Polen van alle landen de hardste transitie van een planeconomie naar een markteconomie (schoktherapie) maar koos het bewust om geen, algemene, zuivering van het communistische apparaat door te voeren. Hongarije en Tsjechië deden dat grotendeels wel. Bijna alle landen voerden wel direct de democratische vrijheden in, dat wil zeggen persvrijheid, algemeen kiesrecht, enz. Het aanvankelijke enthousiasme onder de bevolking temperde enigszins toen de gevolgen van de nieuwe markteconomie duidelijk werden.

Bij opiniepeilingen blijkt dat er in Oost-Europa nog een aanzienlijk deel van de bevolking hun situatie tijdens het communisme beter vond. De uitkomsten wisselen van land tot land en van peiling tot peiling:

  • Armenië: 66 procent betreurde de val van Sovjet-Unie en maar 12% vond het een goede zaak[2]
  • Oost-Duitsland: 57 procent verdedigde de voormalige DDR[3]
  • Hongarije: 72 procent vond het leven beter onder het communisme[4]
  • Kirgizië: 61 procent betreurde de val van Sovjet-Unie en maar 16% vond het een goede zaak[2]
  • Oekraïne: 56 procent betreurde de val van Sovjet-Unie en maar 23% vond het een goede zaak[2]
  • Roemenië 63 procent vond het leven beter onder het communisme[5],
  • Servië: 81 procent vond het leven het best in het voormalige Joegoslavië[6]
  • Slowakije: 66 procent vond het leven beter onder het communisme[7].

Een deel van de verklaring is te vinden in hooggespannen verwachtingen die niet uitgekomen zijn.[4]

Bronnen, noten en/of referenties