Vrije Stad Frankfurt
| Freie Stadt Frankfurt | ||||||
| Lid van de Duitse Bond (1815-1866) |
||||||
|
||||||
| Symbolen | ||||||
|
||||||
| Kaart | ||||||
| Algemene gegevens | ||||||
| Hoofdstad | Frankfurt am Main | |||||
| Bevolking | ± 91,150 (1864) | |||||
| Talen | Duits | |||||
| Politieke gegevens | ||||||
| Regeringsvorm | Republiek | |||||
| Staatshoofd | Burgemeester | |||||
|
||||||
De Vrije Stad Frankfurt, rond Frankfurt am Main, was een stadstaat die bestond van 1813 tot 1866 als deel van de Duitse Bond. Deze staat was een voortzetting van de vrije rijksstad die tot 1806 binnen het Heilige Roomse Rijk bestond.
Inhoud |
Geschiedenis [bewerken]
Frankfurt had vanaf 1220 een eigen bestuur en werd in 1372 een vrije rijksstad binnen het Heilige Roomse Rijk. In de 14e eeuw werd Frankfurt de stad waar de keizer werd gekozen, en in de 16e eeuw werd het de ook stad waar de Duitse keizers werden gekroond.
In de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 werd aan de zelfstandigheid van vrijwel alle rijkssteden een eind gemaakt. In paragraaf 27 werd echter geregeld dat Frankfurt één van de zes steden was die zijn status behield. Verder kreeg de stad een schadeloosstelling voor het verlies van zijn aandeel in de rijksdorpen Soden en Sulzbach. Deze schadeloosstelling bestond uit alle geestelijke goederen en inkomsten binnen zijn gebied. Verder wordt de stad vrijgemaakt van de handelsbeperkingen die andere Duitse Staten tot dan toe konden opleggen.
Tijdelijke onderbreking van de onafhankelijkheid [bewerken]
In de Rijnbondsakte van 12 juli 1806 maakte artikel 22 een eind aan de zelfstandigheid: de stad en het gebied werden toegekend aan de vorst-primaat. Volgens artikel 6 zou er een bondsdag te Frankfurt worden ingesteld onder voorzitterschap van de vorst-primaat, maar daar is nooit iets van terechtgekomen. De beoogde annexatie vond op 9 september plaats.
Op 16 september 1810 sloot de vorst-primaat een verdrag met Frankrijk, waarin geregeld werd dat een deel van zijn landen opging in een nieuw groothertogdom Frankfurt, waarvan het de hoofdstad was. Na de nederlagen van Napoleon in 1812 en 1813 vluchtte de groothertog op 30 september 1813 naar Konstanz. Russische en Beierse troepen bezetten het groothertogdom, waarover prins Philips van Hessen-Homburg op 6 november gouverneur-generaal werd.
Op 14 december wordt de stad losgemaakt van het groothertogdom, maar blijft nog wel onder de gouverneur-generaal. De losmaking gebeurde na bemiddeling door Heinrich Friedrich Karl vom und zum Stein.
Vrije Stad Frankfurt [bewerken]
In de Wener slotakte van 9 juni 1815 werd tenslotte vastgelegd dat Frankfurt een vrije stad werd en de zetel van de bondsdag van de nieuw gevormde Duitse Bond, die samenkwam in het Frankfurtse Paleis Thurn und Taxis.
De stad was ook een centrum van de nationaal-liberale bewegingen van de Vormärz. In 1833 trachtten opstandelingen in de zogenaamde Frankfurter Wachensturm een revolutie te ontketenen. De stad sloot zich in 1836 aan bij de Zollverein. Na de Maartrevolutie van 1848 kwam in de Paulskirche te Frankfurt het liberale Frankfurter Parlement bijeen. Te Frankfurt vond in 1863 de Frankfurter Vorstendag plaats. In 1864 werd een nieuwe grondwet ingevoerd die voorzag in vrijheid van uitoefening van een ambacht en in de emancipatie van joden.
In de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 stond Frankfurt aan de Oostenrijkse kant. Op 18 juli 1866 bezetten Pruisische troepen de stad. Bij wet van 7 september annexeerde Pruisen de stad gelijktijdig met o.a. het keurvorstendom Hessen-Kassel en het hertogdom Nassau. Op 7 december 1868 werd uit deze drie voormalige bondsstaten de provincie Hessen-Nassau gevormd.
Burgemeester Karl Konstanz Viktor Fellner pleegde naar aanleiding van de ondergang van de zelfstandigheid zelfmoord.
Territorium [bewerken]
De Vrije Stad Frankfurt omvatte naast de stad zelf ook de direct aangrenzende dorpen Bornheim, Oberrad en Niederrad, die zich tot voorsteden ontwikkelden, en de dorpen Hausen, Niederursel, Bonames, Niedererlenbach en Dortelweil, die als exclaves in Hessen-Kassel of Nassau lagen. Ook een deel van Nieder-Ursel hoorde bij het gebied.
Inwoners [bewerken]
| Jaar[1] | 1837 | 1840 | 1843 | 1846 | 1849 | 1852 | 1855 | 1858 | 1861 | 1864 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stad Frankfurt | 54.037 | 56.217 | 56.348 | 58.519 | 59.366 | 62.561 | 64.316 | 68.049 | 71.564 | 78.221 |
| Voorsteden | 6.296 | 6.562 | 6.630 | 6.860 | 7.052 | 7.587 | 7.522 | 8.254 | 8.880 | 9.866 |
| Exclaves | 2.818 | 2.743 | 2.853 | 2.861 | 2.936 | 3.002 | 2.946 | 2.975 | 2.946 | 3.063 |
| Totaal | 63.151 | 65.522 | 65.831 | 68.240 | 69.354 | 73.150 | 74.784 | 79.278 | 83.390 | 91.150 |
Burgemeesters [bewerken]
Het staatshoofd van de Vrije Stad Frankfurt was de Oudere Burgemeester. Zijn plaatsvervanger was de Jongere Burgemeester. Ze werden door de gemeenteraad gekozen voor de duur van één jaar. Een jaar na hun aftreden konden ze worden herkozen.
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Duitse Bond (1815-1866) | |
|---|---|
|
Anhalt (1863-1866) · Anhalt-Bernburg (1815-1863) · Anhalt-Dessau-Köthen (1853-1863) · Hertogdom Anhalt-Dessau (1815-1853) · Anhalt-Köthen (1815-1853) · Baden · Beieren · Bremen · Brunswijk · Frankfurt · Hamburg · Hannover · Hessen-Darmstadt · Hessen-Homburg · Hessen-Kassel · Hohenzollern-Hechingen · Hohenzollern-Sigmaringen · Holstein · Lauenburg · Liechtenstein · Limburg · Lippe · Lübeck · Luxemburg · Mecklenburg-Schwerin · Mecklenburg-Strelitz · Nassau · Oldenburg · Oostenrijk · Pruisen · Reuss jongere linie · Reuss oudere linie · Saksen · Saksen-Altenburg · Saksen-Coburg en Gotha · Saksen-Meiningen · Saksen-Weimar-Eisenach · Schaumburg-Lipp · Schwarzburg-Rudolstadt · Schwarzburg-Sondershausen · Waldeck-Pyrmont · Württemberg |
|