Geschiedenis van Siberië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Verovering van Siberië door Jermak (Vasili Soerikov, 1895)

Dit artikel behandelt de geschiedenis van Siberië.

Vroege geschiedenis[bewerken]

Siberië wordt reeds sinds prehistorische tijden bewoond. De eerste bewoners waren jagers, die jacht maakten op diersoorten zoals de mammoet, de wolharige neushoorn en het rendier. Behalve diverse Siberische volken, zijn ook de Amerikaanse Indianen vermoedelijke afstammelingen van deze zogenaamde paleo-Siberiërs.

De vroegste nederzettingen gebaseerd op gedomesticeerde dieren en granen duiken na 4500 v.Chr. op aan de bovenloop van Ob en Jenisej en een gebied aan de kust van het Aralmeer. Rond 2000 v.Chr. deden metalen voorwerpen hun intrede, en er ontwikkelde zich vanaf 1500 v.Chr. de Andronovo cultuur die zich over het uitgestrekte gebied van Oeral tot het Baikalmeer verspreidde. Het paard werd gedomesticeerd, hoewel dat mogelijk al eerder in het huidige Oekraïne gebeurd was, en centra van bronsbewerking kwamen op.

De eerste grotere staatkundige eenheid in het gebied was het rijk der Oeigoeren dat vanaf de 6e eeuw vanuit Mongolië onder meer over het gebied rond de Jenisej heerste. In de 9e eeuw werden zij afgelost door de Kirgiezen van de boven-Jenisej, waarna in de 13e eeuw de Mongolen onder Dzjengis Khan en zijn opvolgers West-Siberië en grote delen van de rest van Azië veroverden. Rond 1420 raakte het Mongoolse rijk in verval. In West-Siberië ontstond het kanaat Sibir.

Russische verovering[bewerken]

Russische steunpunten (selectie)
1586 - Tjoemen
1587 - Tobolsk
1598 - Verchotoerje
1600 - Mangazeja
1604 - Tomsk
1619 - Jenisejsk
1627 - Krasnojarsk
1631 - Bratsk
1632 - Jakoetsk
1647 - Ochotsk
1652 - Irkoetsk

In 1581 trok de kozak Jermak het kanaat binnen, en hij veroverde het het volgende jaar. In 1585 werd hij gedood en trokken zijn mannen zich terug, maar de troepen van de tsaar namen het gebied over. Geleidelijk breidden de Russen hun gebied uit, zoals men kan zien aan de stichting van hun forten en voorposten (zie de tabel rechts). In 1619 staken de Russen over van het dal van de Ob naar dat van de Jenisej, en begonnen ook dat te veroveren. Bij de verovering was het werk van de zemleprochodtsy van groot belang.

In 1631 werd de volgende stap gezet, en Peter Beketov begon de onderwerping van de Jakoeten langs de Lena. In 1639 bereikte een groep kozakken onder leiding van Ivan Moskvitin als eerste de kust van de zee van Ochotsk. Rond dezelfde tijd zakten de kozakken ook de Lena en andere rivieren af naar de Noordelijke IJszee. In 1648 voer Semjon Dezjnev door de Beringstraat.

Vele Siberische volken werden onder het jasak-systeem (verplichte jaarlijkse schatting aan de tsaar) geplaatst. De inkomsten van de jasak en de belasting op de bonthandel waren in deze tijden verantwoordelijk voor 10% van de Russische staatskas, en Siberisch bont was Ruslands belangrijkste exportproduct. De belangrijkste bron van pelzen was de sabelmarter (Martes zibellina), maar waar die door overbejaging zeldzaam of uitgestorven was, werden ook vossen, hermelijnen en eekhoorns voor hun huiden gedood.

Conflict met China[bewerken]

In 1643 trok Vasili Pojarkov zuidwaarts vanaf Jakoetsk, en bereikte de Amoer. Hij voer deze af tot aan de monding. In 1650 plunderde Jerofej Chabarov de streek Daurië en legde de lokale Daur, Evenken en Doetsjer de jasak op na een aantal gevechten. Dit leidde echter tot een reactie van de Mantsjoe-regering van China, aan wie het gebied schatplichtig was, en het kwam meerdere keren tot een treffen tussen de grootmachten, tot het verdrag van Nertsjinsk op 27 augustus 1689 de grens tussen beide rijken vaststelde, waarbij het dal van de Amoer volledig Chinees bleef. In 1727 werden de bepalingen aangevuld en nader gedetailleerd in het verdrag van Kjachta.

18e en 19e eeuw[bewerken]

In de 19e eeuw werden de veroveringen verder uitgebreid. De Beringstraat werd ontdekt en overgestoken, waarna de Russen via de kust van Alaska afzakten tot Californië, waar ze de Spanjaarden ontmoetten. Later werd Alaska aan de Verenigde Staten verkocht. In Centraal-Azië rukte men vanuit Tobolsk zuidwaarts op en werden de kanaten van onder andere Boechara onderworpen. Ten slotte wisten de Russen ook het verdrag van Nertsjinsk ongedaan te maken, en namen ze de Chinezen in 1860 de noordelijke Amoer- en de maritieme provincies af. Om zo veel mogelijk jasak binnen te kunnen halen, werd in 1822 het concept van inorodtsy ("andere oorsprong") ingesteld; nomadische volkeren die geen Slaven en niet christelijk (Russisch-orthodox) waren en daardoor aan andere belastingregels waren gebonden. Over de jaren heen werd dit concept echter opgerekt en kwamen ook andersoortige volken onder de term 'inorodtsy' te vallen.

Ondertussen werd de Siberische Trakt aangelegd en voegde zich aan de bontjagers, kozakken en gelukzoekers ook een schare bannelingen toe. Eind 19e en begin 20e eeuw bevonden zich onder hen ook latere vooraanstaande communistische leiders, zoals Stalin. De telegraaf verbeterde de communicatie, en tussen 1891 en 1904 werd de trans-Siberische spoorlijn aangelegd.

1900 tot 1953[bewerken]

Rond 1890-1900 ontpopte Japan zich echter meer en meer als een concurrent voor Rusland in zijn streven naar macht. In de Russisch-Japanse Oorlog wist Japan Rusland te verslaan, wat het verlies van de helft van het eiland Sachalin en verlies aan invloed in Mantsjoerije betekende. Rusland richtte zich hierop weer op de Balkan.

In de Russische Burgeroorlog viel het gebied aanvankelijk aan de Witten toe. Japanse en Amerikaanse troepen ontscheepten zich echter in Siberië. De Japanners zouden tot 1922 blijven, waarna ze onder druk van de Roden vertrokken, die snel langs de trans-Siberische spoorlijn oprukten.

In 1908 werd Siberië getroffen door een ruimterots met een doorsnede van zo'n 48 meter. Hierdoor sneuvelden zo'n tientallen miljoenen bomen.[1]

In de jaren hierop zou Siberië het leeuwendeel van de strafkampen herbergen: de Goelag. Politieke gevangenen werden door de goelag onder de zwaarste omstandigheden tewerkgesteld samen met de zwaarste misdadigers. Dissidenten, politieke tegenstanders, koelakken, Volga-Duitsers, Tsjetsjenen, Duitse en Japanse krijgsgevangenen, "lafaards" (Sovjetsoldaten die zich hadden overgegeven en uit de Duitse kampen bevrijd waren) en vele anderen werden na showprocessen naar Siberië gedeporteerd, waar ze vaak aan de erbarmelijke omstandigheden overleden. Het bekendste kampencomplex was de Sevvostlag, dat onderdeel vormde van het staatsgoudwinningsbedrijf de Dalstroj. Vooral tijdens de Grote Zuivering waren de kampregimes zeer zwaar.

In 1938 en 1939 kwam de Sovjet-Unie (de tweede keer samen met Mongolië) nogmaals in botsing met Japan tijdens de Slag bij het Chasanmeer en de Slag bij Halhin Gol. Deze keer dolven de Japanners het onderspit. In augustus 1945 vielen de Russische legers vanuit Siberië Japans Mantsjoerije, China en Korea binnen tijdens Operatie Augustusstorm. Dit zal, in combinatie met de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, hebben bijgedragen aan de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945. De in 1905 verloren gebieden werden teruggegeven en Rusland veroverde nog snel de Koerilen en verkreeg invloed in Mantsjoerije, dat pas na de dood van Stalin in 1953 werd ontruimd toen de betrekkingen tussen Mao en Stalins opvolger Chroesjtsjov bekoelden.

Na 1953[bewerken]

De Sovjet-Unie trachtte na Stalins dood, toen de Goelagkampen grotendeels verdwenen en veel gevangenen het gebied verlieten, met enig succes Siberië te bevolken. Men ontdekte dat het gebied een schatkamer aan delfstoffen bood. Industriesteden en fabriekscomplexen werden uit de grond gestampt, nieuw land werd in bezit genomen, de Baikal-Amoer Magistrale spoorlijn werd gelegd. Mensen die vrijwillig in Siberië gingen werken, vaak leden van de Komsomol, kregen "tropensalarissen" uitbetaald: hun loon werd verdubbeld of soms zelfs verzesvoudigd indien het gebied erg afgelegen of het klimaat erg slecht was. Dit proces was overigens al onder Stalin begonnen. Heden ten dage heeft Siberië een bevolking van ongeveer 30 miljoen zielen die sterk daalt (vooral in het Hoge Noorden), zowel door de negatieve natuurlijke groei als door terugkeer naar Europees Rusland. Het gebied is vooral voor de energievoorziening en delfstoffen van belang. Veel steden aan de zuidkant hebben handelsrelaties met de Volksrepubliek China, vanwaaruit veel investeringen in het gebied plaatsvinden. Ook migreren in toenemende mate Chinezen en andere volkeren naar het gebied. Dit wordt door sommige Russen, die bang zijn voor inname van het gebied door de Chinezen, met argusogen aangezien en zij spreken ook wel van "het gele gevaar". Vooralsnog lijkt het er meer op dat door de Chinese investeringen de economie in het gebied wordt versterkt en vormen de immigranten een aanvulling op het tekort aan werkkrachten door het verlies van de Russische bevolking.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. "Grote kans inslag asteroïde" NU.nl/algemeen, 21 december 2007