Geschiedenis van Syrië

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Syrië ligt in de zogenaamde Vruchtbare Sikkel, de streek in het Midden-Oosten waar de landbouw zo'n 10.000 jaar geleden is ontstaan. De strategische ligging van Syrië heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis. De westkant van Syrië, de streek Levant is vruchtbaar en bewoond. In het oosten ligt Mesopotamië, eveneens zeer vruchtbaar. Hier tussen vormt het hartland van Syrië een belangrijke verbinding, want ten zuiden is een woestijn en ten noorden het bergachtige Anatolië.

Het land werd in pre-historische tijden bewoond door verschillende stammen. De voormalige stad Ebla in Noord-Syrië werd ongeveer in 3000 v.Chr. gesticht en had op een gegeven moment zo'n 260.000 inwoners. Vermoedelijk is de stad in 2260 v.Chr. door de Akkadiërs veroverd, maar werd het opnieuw een hoofdstad onder de Amorieten. Later veroverden de Hettieten de stad en streek, maar ook de Hettieten, Hurrieten, Assyriërs en Babyloniërs hebben het land bewoond.

Ook de Perzische Achaemeniden bwoonden Syrië. Het was Alexander de Grote die het land veroverde. Na zijn dood vestigde het hellenistische Seleucidenrijk zich in Syrië.

Romeinse Rijk en opkomst van het christendom[bewerken]

In 83 v. Chr. werd Syrië veroverd door Tigranes van Armenië. Bij diens val in 63 v. Chr. lijfde Pompejus het als Romeinse provincie in en de Romeinen vestigden er belangrijke bases in hun nieuwe provincia Syria. Zo breidden zij de stad Palmyra sterk uit. In het Romeinse keizerrijk was het een militair bijzonder belangrijke provincie, vooral gezien de macht en de dreiging van de Parthen in het achterland.

Syrië wordt de bakermat van het christelijk geloof genoemd. Hier begon Paulus in de 1e eeuw zijn bekeringstocht door Klein-Azië. Bekend is het verhaal dat Paulus, de joodse christenvervolger, op weg naar Damascus een visioen kreeg, zich bekeerde en vervolgens het christendom ging prediken. In Syrië vinden we de vroegste christelijke kerken.

Byzantijnse periode (395 - 636)[bewerken]

Bij de splitsing van het Romeinse Rijk (395) kwam het gebied onder Constantinopel te staan dat Syrië tot in de 7e eeuw bestuurde. Ten tijde van Justinianus I (527-565) en later weer onder Heraclius (610-641) werden de belangrijkste steden van Syrië door de Perzen veroverd.

Arabische verovering (636 - 750)[bewerken]

In de 7e eeuw verovert het Arabische Rijk Syrië (Slag bij Ajnadayn, 634 en Slag bij de Jarmuk, 636). Doordat de Arabische stadhouder van Damascus Moe’awijja in 661 zegevierde in de strijd om het kalifaat, werd Damascus een eeuw lang de hoofdstad van de dynastie van de Omajjaden. De Arabieren bouwen onder andere de Grote Moskee van Damascus (706-715) op de plaats van een christelijke basiliek toegewijd aan Johannes de Doper.

Abbasiden (750)[bewerken]

Damascus blijft de hoofdstad van het rijk totdat in 749 de Omajjaden verslagen worden door de Abbasiden, die de hoofdstad van het Arabische Rijk al gauw naar Bagdad verplaatsen.

Seltsjoeken (1055)[bewerken]

Bagdad werd in 1055 door de Turkse Seltsjoeken veroverd. De Turken erkenden de suzereiniteit van de kalief, maar namen wel een groot deel van de (wereldlijke) macht in handen. Later veroverden zij ook Syrië en Anatolië, maar na de dood van hun leider Malik Sjah I in 1092 viel het rijk uiteen in vele kleine staatjes.

Kruistochten (-1187)[bewerken]

De verdeeldheid in het rijk van de Seltsjoeken maakte het voor de kruisvaarders mogelijk het westen van Syrië te veroveren en daar enkele kruisvaardersstaten te stichten rond Tyrus, Beiroet, Tripoli en Antiochië. Damascus bleef echter Seltsjoeks. De reactie tegen de kruisvaarders ging uit van Zengi, atabek van Mosoel en de uit Koerdistan afkomstige Saladin die de kruisvaarders uiteindelijk verdreef en Jeruzalem heroverde (1187). Saladin stichtte de dynastie der Ajjoebiden die enige tijd over Syrië heerste.

Mongoolse Rijk[bewerken]

Begin dertiende eeuw werd het Midden-Oosten opgeschrikt door het Mongoolse Rijk. Zij veroverde in korte tijd Iran en in 1258 Bagdad, waarna zij oprukten naar het westen. De Turkse Mammelukken, een soldatenklasse met hun basis in Egypte, wist hen echter te verslaan en kwamen daarna in opstand tegen de falende Ajjoebiden-dynastie.

Ottomaanse provincie (1516-1916)[bewerken]

De Mammelukken heersten in Syrië tot het in 1516 door de sultan der Osmanen, Selim I veroverd werd. Het vormde na die tijd een Turkse provincie. Niettemin kwamen zijn emirs meerdere malen in opstand tegen de Turkse machthebbers. In 1833 kwam Syrië onder de heerschappij van Mohammed Ali, onderkoning van Egypte, maar door tussenkomst van de Europese mogendheden keerde het in 1840 terug onder de heerschappij van de Hoge Porte. Voortdurende oorlogen en binnenlandse ongeregeldheden hielden in deze periode een voorspoedige ontwikkeling van land en volk lang tegen. De Osmanen wisten tot de Eerste Wereldoorlog hun greep op het Midden-Oosten te behouden.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog lukte het de Britse officier T.E. Lawrence, beter bekend als Lawrence van Arabië om de Arabieren over te halen een opstand tegen de Turken te beginnen, ondanks het feit dat de Turkse sultan had opgeroepen tot een jihad. Tijdens de Arabische Opstand vochten Arabieren onder leiding van Hoessein ibn Ali zij aan zij met geallieerde soldaten. De Britse generaal Allenby liet Feisal, de zoon van Hoessein, triomfantelijk Damascus binnen rijden, hoewel met name Australische troepen hard gevochten hadden om de stad te veroveren.

De Britten hadden in de Hoessein-McMahon-correspondentie aan de Arabieren onafhankelijkheid beloofd in het Midden-Oosten, maar sloten kort daarna in 1916 de Sykes-Picot-overeenkomst, die het Midden-Oosten opdeelde in een Frans en een Brits gebied.

Frans Mandaatgebied (1920-1946)[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Frans Mandaat Syrië voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1920 werd het onafhankelijk koninkrijk Syrië opgericht onder koning Faisal I, die ook later koning van Irak zou worden. Zijn heerschappij duurde slechts enkele maanden totdat het Syrische leger de Slag van Maysalun had verloren van de Fransen. Hierna plaatste de Volkerenbond Syrië onder een Frans mandaat. Dit bleef zo totdat in de Tweede Wereldoorlog Syrië onder het bewind van Vichy-Frankrijk viel en het in juli 1941 door de Britten samen met de Vrije Fransen heroverd werd. Hierna riep Syrië zijn onafhankelijkheid uit, maar die werd pas in 1944 erkend door de meeste landen. De Fransen bleven in Syrië tot 1946.

Onafhankelijkheid (1946-heden)[bewerken]

Onafhankelijk Syrië werd een republiek die, gesteund door de Sovjet-Unie, toenadering zocht tot andere Arabische landen. In 1950 kwam de eerste Syrische grondwet tot stand. Van 1958 tot 1961 vormde Syrië een staatkundige eenheid met Egypte als de Verenigde Arabische Republiek (VAR). In 1961 maakte een militaire coup een einde aan de VAR.

In 1963 werd een staatsgreep gepleegd die de Ba'ath-partij aan de macht bracht. Op 22 februari 1971 werd Hafiz al-Assad president van de Syrië. Na zijn overlijden in 2000 werd hij als president opgevolgd door zijn zoon Bashar al-Assad.

De buitenlandse politiek werd bepaald door de conflicten met Israël en Libanon. In 1967 veroverde Israël de Golanhoogten op Syrië. In 1973 opende Syrië tijdens de Jom Kipoeroorlog de aanval op Israël, maar zag geen kans de bezetting van de Golanhoogten ongedaan te maken. In 1976 viel Syrië het in burgeroorlog verkerende Libanon binnen. Het verliet Libanon pas weer in 2005.

Op 26 januari 2011 ontstonden er protesten onder invloed van andere opstanden in de regio. De betogers vroegen om politieke hervormingen en burgerrechten, en het einde van de noodtoestand die al bestond sinds 1963.

Op 29 maart 2011 nam het hele Syrische kabinet ontslag als een toegeving aan de betogers.[1] Op 19 april 2011 werd de noodtoestand opgeheven.

Referenties[bewerken]

  1. http://www.guardian.co.uk/world/2011/mar/29/syrian-cabinet-resigns-bashar-assad

Zie ook[bewerken]