Internetgiganten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Met de term Internetgiganten wordt een kleine groep mondiale internetbedrijven bedoeld die, in het algemeen of in een bepaalde sector, via het internet een marktoverwicht vertonen, of minstens toonaangevend zijn.

Deze multinationals vertonen meestal volgende kenmerken:

Bij internetgiganten in de ruime zin gaat het om wereldbedrijven zoals Airbnb, Alibaba, Amazon, Apple, Facebook, Google, LinkedIn, Microsoft, Netflix, Twitter, Uber, Yahoo enz. In een meer beperkte betekenis gaat het om Google, Amazon, Facebook en Apple (Frans “GAFA”), soms aangevuld met Microsoft. Deze vier (Amerikaanse) spelers brachten in het begin van de 21e eeuw belangrijke sociale veranderingsprocessen op gang via hun dominantie en rol in cyberspace.[1][2]

Benamingen en afkortingen[bewerken]

Reeds in 2011 noemde voormalig Google CEO Eric Schmidt Google, Amazon, Facebook en Apple de “vier ruiters”[3] en zelfs de “bende van vier”,[4] een term die ook werd gebruikt door Phil Simon.[5] Onder meer de Amerikaanse hoogleraar marketing Scott Galloway houdt het bij de term “Big Four” of “Grote Vier”. Het gaat daarbij niet zozeer om de grootste computerbedrijven als zodanig: technische multinationals zoals IBM of HP brengen volgens hem minder sociale dynamiek op gang dan de Grote Vier.[1]

In de pers heeft men het over de “internetgiganten”,[6] “techreuzen”[7] of de “Big Five”[8] of “Big Tech”[9]

In het Franse taalgebied is de afkorting “GAFA” gangbaar, of “GAFAM” indien ook Microsoft wordt bedoeld.[10]

Voor de uitdagers van de grote vier gebruikt men wel eens het acroniem “NATU”: Netflix, Airbnb, Tesla en Uber); in China, “BATX” (voor Baidu, Alibaba, Tencent en Xiaomi).

Geschiedenis[bewerken]

De dominantie van een kleine groep technologische bedrijven is niet nieuw: in de jaren 1990 waren dat Microsoft, Intel, Cisco en Dell.[4] Het overwicht van de nieuwe internetgiganten liet zich vooral voelen vanaf de jaren 2010.

Kritiek[bewerken]

Privacy[bewerken]

De grootste internetbedrijven beschikken over een brede waaier aan persoonsgegevens van hun (soms honderden miljoenen) gebruikers. Deze gegevens vormen samen een berg aan big data, waarbij ook de persoonlijke privacy op de helling kan komen te staan, zoals in 2018 bleek met het datalekschandaal bij Cambridge Analytica. De Amerikaanse onderzoeker Shoshana Zuboff ontwikkelde in dit verband het concept 'toezichtskapitalisme' of 'surveillancekapitalisme'.[11][12] In 2016 keurde de Europese Unie de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) goed, waarbij bedrijven regels opgelegd krijgen voor de verwerking van persoonsgegevens.

Monopolievorming[bewerken]

Met name Google ligt al langer in het vizier bij de Europese Commissie, met in 2017[13] en in 2019[14] miljardenboetes tot gevolg.

In de zomer van 2019 kwam de Amerikaanse overheid in actie: het Amerikaanse Ministerie van Justitie kondigde een kartelonderzoek aan naar de grote technologiebedrijven.[15] Los daarvan was de parlementaire antitrustcommissie een onderzoek begonnen naar het monopoliegedrag van de grote vier.[16] Eerder al had de Dienst voor Consumentenbescherming FTC een onderzoek uitgevoerd inzake privacy, met een fikse boete voor Facebook als resultaat.[17] Ook de Amerikaanse staten, met uitzondering van Californië en Alabama, kondigden aan gezamenlijk onder leiding van Texas een onderzoek in te stellen naar misbruik van marktpositie door Google.[18]

Belastingen[bewerken]

Het is bekend dat de internetgiganten relatief weinig belastingen betalen. Daartoe vestigden de bedrijven die in de EU actief zijn, zich in fiscaal aantrekkelijke landen als Ierland en Luxemburg, terwijl ze enorme omzetten draaien in andere lidstaten, die bijgevolg belastinginkomsten mislopen.[7] Een traditioneel Europees bedrijf betaalde volgens de Europese Commissie gemiddeld 23 procent winstbelasting, zijn hightech concurrent 9,5 procent.[19]

Werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden[bewerken]

In het algemeen hebben de internetgiganten een relatief klein aantal, meestal hooggekwalificeerde medewerkers in eigen dienst, in vergelijking met hun beurswaarde, bijvoorbeeld:

  • Facebook heeft circa 40.000 mensen in dienst,[20] bij een beurswaarde van bijna 600 miljard dollar[21] (ter vergelijking: Walt Disney heeft ongeveer 200.000 mensen in dienst, bij een beurswaarde van 250 miljard dollar)[22]
  • Amazon: meer dan 600.000 mensen in dienst, beurswaarde 900 miljard dollar (ter vergelijking: Walmart, 2,2 miljoen mensen in dienst, beurswaarde 310 miljard dollar)[22]

Worden dan toch externe of hulpkrachten ingeschakeld, dan gebeurt dit vaak onder minder gunstige arbeidsvoorwaarden en precaire statuten.[23][24]