Oosterparkwijk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oosterparkwijk
Wijk van Groningen
Kaart van oosterpark (Groningen)
Kerngegevens
Gemeente Groningen
Coördinaten 53° 14′ NB, 6° 35′ OL
Oppervlakte 165 ha.  
Inwoners (2017) 11.840[1]

De Oosterparkwijk is een wijk in de Nederlandse stad Groningen. De wijk ligt rond het gelijknamige park. In dat park stond tot 2006 het Oosterparkstadion, voormalig thuishaven van voetbalclub FC Groningen. Bekende (voormalige) inwoners van de Oosterparkwijk zijn onder andere Dick Nanninga, Joop Gall, Hugo Hovenkamp, Wayne van Dorp en Piet Fransen.

De wijk bestaat uit de buurten Bloemenbuurt, Damsterbuurt, Florabuurt, Gorechtbuurt en Vogelbuurt.

Plan Oost[bewerken]

De Wielewaalflat (2010)
De Siebe Jan Boumaschool aan de Oliemuldersweg (2010)
De Franciscuskerk (2010)


Het Oosterpark, vroeger ook bekend als 'Plan Oost' is een typisch voorbeeld van de sociaaldemocratische idealen van voor de Tweede Wereldoorlog. Bij het ontwerp van de wijk is getracht om een grote hoeveelheid woningen zodanig te bouwen dat er toch sprake bleef van kleinschaligheid. Dat idee is goed terug te vinden in het deel van de wijk dat bekendstaat als het Blauwe Dorp, een Tuindorp, dat sinds juni 2007 erkend is als Gemeentelijk monument[2].

Het Blauwe Dorp[bewerken]

Het oudste deel van de Oosterparkwijk is het buurtje 'het Blauwe Dorp'. Dit in 1919 gebouwde tuindorp, dat eigenlijk bestemd was als een tijdelijke opvang voor de armen, bestaat uit een ring van zogenaamde randwoningen met binnenin een achttiental boerderijwoningen. De tegenhanger van het Blauwe Dorp; het Rode Dorp, werd eind jaren 1960 gesloopt.

In september 2009 is gestart met de renovatie van het Blauwe Dorp. Corporatie Nijestee heeft samen met de gemeente Groningen en KUUB centrum particuliere bouw, en in nauw overleg met de huidige en toekomstige bewoners, een plan ontwikkeld waarbij het grootste deel van de zogenaamde randwoningen zijn verkocht. Deze zijn samen met de huurwoningen en alle boerderijwoningen van de buitenzijde volledig gerenoveerd. De huurwoningen zijn ook aan de binnenzijde aangepakt. Naast de woningen is ook aandacht besteed aan de aanpak van het groen in de vorm van erfafscheidingen. De laatste woningen zijn in juli 2010 opgeleverd. Tevens heeft de gemeente Groningen een miljoen euro beschikbaar gesteld voor de aanpak van het openbare gebied.

Bewoners van dit oude stukje Groningen kwamen in opstand tegen de sloop van het Blauwe Dorp. De gemeente Groningen heeft in 2007 gehoor gegeven aan de oproep de woningen te behouden door de woningen de status van monument te verlenen en hiermee een renovatieopgave mee te geven.

Noordzijde[bewerken]

In het nieuwere deel van de wijk aan de noordzijde, dat na de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd, staat de Wielewaalflat, een voormalig gemeentelijk monument dat in 2007 is voorgedragen als rijksmonument en die status inmiddels heeft verworven.

Zuidzijde[bewerken]

De zuidzijde van de Oosterparkwijk heeft een wat apart karakter en behoort niet tot het 'Plan Oost'. De zuidelijke begrenzing van 'Plan Oost' wordt gevormd door het Damsterdiep. Aan de noordzijde van dit gedempte middeleeuwse kanaal staan vooral zogenaamde schippershuisjes van rond 1900 (naar het oosten) en grotere huizen uit de late negentiende en de twintigste eeuw (naar het westen).

Damsterbuurt[bewerken]

In het huidige midden van de Oosterparkwijk is in 1913-1915 het Treslinghuis als een ‘verzorgingstehuis voor de a-socialen’ gebouwd. Het ontwikkelde zich tot een multifunctioneel gebouw waarin meerdere, deels maatschappelijke, organisaties samenwerkten. Het was mogelijk om kantoorruimte, maar ook een grote zaal te huren en er was ook een Grand Café gevestigd. In 2018 zijn ze begonnen met de sloop van het Treslinghuis. Op de plek van het Treslinghuis komen een nieuwe school en vijftig appartementen.

Het zuidelijkste gedeelte van de Oosterparkwijk ligt tussen het Damsterdiep zuidzijde en het Eemskanaal. De oostzijde (de kant van het centrum) van dit gebied heet de Damsterbuurt en wordt begrensd door het Damsterdiep (noord), de Damstersingel (oost), het Eemskanaal Noordzijde (zuid) en het Balkgat (west). In dit gebied staat onder meer het gebouw van het huisartsenlaboratorium en de regionale doktersdienst, een flatgebouw uit de jaren 1960 (Damstersingel), woonhuizen uit de late negentiende eeuw (Eemskanaal Noordzijde) en een nieuwbouwproject uit 1980, ontworpen door de architect Wim Quist en bestaande uit gemengde bebouwing van eengezinswoningen en portiekwoningen, allemaal in één stijl. Op het terrein van dit project bevond zich van oudsher de houtzagerij van Van Houten (vandaar de straatnamen Balkgat, Holtstek en Zagerij). Na de Tweede Wereldoorlog werd op het braakliggende terrein het puin gestort dat afkomstig was van de door gevechtshandelingen beschadigde gebouwen in de Groningse binnenstad.

De westzijde van het gebied tussen Damsterdiep en Eemskanaal Noordzijde bestaat uit gemengde bebouwing met kantoren en lichte industrie en sinds 2005 staat hier ook een aantal containerflats voor studenten.

Rellen[bewerken]

Op 29 december 1997 werden verscheidene brandjes gesticht, alvast vanwege de aankomende jaarwisseling. De brandjes werden geblust maar brandweerlieden werden bekogeld door Oosterparkers. Een dag later sprak SP-statenlid Sjon Lammerts in een interview met het Nieuwsblad van het Noorden de vrees uit dat de rellen zouden escaleren. De politie gaf aan dat dit hoort bij de Oosterparkwijk rond de jaarwisseling en trad niet op.[3] Diezelfde dag werden de ramen van Lammerts' huis ingegooid en werden twee woningen geplunderd. De politie trad wederom niet op omdat ze de situatie te onveilig vond en de ME kwam te laat aan. De relschoppers ontkwamen hierdoor.[4] Een week later, op 7 januari 1998, trad politiekorpschef Jaap Veenstra af. Na een rapport, kamervragen en gesprekken tussen burgemeester Hans Ouwerkerk en ministers Hans Dijkstal (Binnenlandse zaken) en Winnie Sorgdrager (Justitie) diende GroenLinks op 22 januari een motie van wantrouwen in tegen Ouwerkerk. Op 28 januari trad ook hij vrijwillig af, hoewel een krappe meerderheid van de gemeenteraad hem steunde.[5]

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

Externe link[bewerken]