Portaal:Verpleegkunde/Uitgelicht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina geeft een overzicht van alle uitgelichte artikels en/of afbeeldingen op het portaal Verpleegkunde. Voor elke week van het jaar is er zo'n artikel en/of afbeelding. Voel u vrij om deze te bewerken door de bijhorende bewerk-link te volgen.
Uitgelicht deze week (43)
Een rode wond.

Bij wondverzorging wordt geprobeerd een optimale toestand te verkrijgen, waardoor een wond zo snel mogelijk geneest. Wonden beginnen altijd als een acute wond. De meeste genezen vanzelf, maar er kunnen factoren zijn die de genezing belemmeren. Daardoor kunnen wonden chronisch worden.

[bewerk]

Ga naar week
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53


Week 1
Een traumahelicopter

Het Mobiel Medisch Team (afgekort: MMT, ook wel traumateam genoemd) is in Nederland een team bestaande uit een drietal personen om dagelijks medische bijstand te verlenen. Een MMT werkt vanuit een van de 10 traumacentra in Nederland. Alle 10 MMT's kunnen beschikken over een voertuig, 4 locaties beschikken ook over een helikopter (de zogenaamde Lifeliner of traumaheli). Deze helikopter wordt primair gebruikt voor het transport van personeel, patiënten worden alleen bij uiterste noodzaak per heli vervoerd.

Het team bestaat uit een arts (anesthesist of chirurg), een piloot en een verpleegkundige. De arts is opgeleid om eerste hulp te verlenen buiten het ziekenhuis in alle omstandigheden. Op deze manier hoeft behandeling door een arts niet pas in het ziekenhuis gestart te worden.

[bewerk]

Week 2
Het inbrengen van de opzuignaald.

Venapunctie is het aanprikken (punctie) van een ader (vena) met een holle naald. Voor het afnemen van bloed worden meestal vacuümbuizen gebruikt die een nauwkeurig bepaald vacuüm hebben, daardoor kan een vaste hoeveelheid bloed opgezogen worden. Aan deze buizen kunnen stoffen toegevoegd zijn (anticoagulantia) zodat het bloed niet stolt. Uit deze buizen worden in het laboratorium plasma of bloedcellen geïsoleerd voor verder analyse. Er zijn ook buizen die geen toevoegingen hebben zodat het bloed stolt. Hieruit wordt serum geïsoleerd voor verdere analyse in het laboratorium.

[bewerk]

Week 3
Een pacemaker

Een pacemaker is een apparaat om het menselijk hart te ondersteunen. Aanvankelijk werden pacemakers gebruikt om een te traag hartritme (bradycardie) te corrigeren. Tegenwoordig worden ze ook gebruikt bij een te snel hartritme (tachycardie), en bij patiënten met een risico op een hartstilstand of met hartfalen. Het apparaat ter voorkoming van een hartstilstand wordt met implanteerbare cardioverter-defibrillator (ICD) aangeduid, en bij hartfalen wordt het apparaat een biventriculaire pacemaker genoemd. In het geval dat het hart stil komt te staan of onregelmatig klopt, zal de pacemaker een elektrische prikkel geven, waarmee de normale hartslag weer hersteld wordt.

[bewerk]

Week 4
Schematisch afbeeldingen van intuberen.

Intubatie is het aanbrengen van een buis (endotracheale tube) in de luchtpijp ten behoeve van beademingsapparatuur of om de luchtweg vrij te maken bijvoorbeeld bij een acute vernauwing van de luchtwegen.

Indicatie zijn:

  • Algehele anesthesie: voor de meeste operaties die niet onder lokale verdoving plaatsvinden wordt de patiënt tegenwoordig geïntubeerd in het kader van de narcose.
  • Longoperaties: hierbij kunnen speciale beademingbuizen het mogelijk maken om longdelen afzonderlijk te beademen, zodat de chirurg verwijdering van longdelen veilig kan uitvoeren.
  • Acute luchtwegvernauwingen: bijvoorbeeld epiglottitis en laryngitis subglottica, een ontsteking van het slijmvlies vlak onder de stembanden, met slijmvlieszwelling en dientengevolge benauwdheid. Dit kwam vroeger vrijwel uitsluitend voor bij difterie, een bacteriële infectie, waartegen kinderen tegenwoordig ingeënt worden, zodat de echte kroep niet meer voorkomt. De laryngitis subglottica komt nog wel voor bij virale en andere banale infecties en heet dan "pseudokroep".
  • Levensbedreigende ziekten: veel ernstige ziekten gaan gepaard met het tekortschieten van de zuurstoftoevoer aan het lichaam. b.v. ernstige longontstekingen, inademen van rook, uitvallen van de pompfunctie van het hart, algehele ontstekingen en bloedinfecties sepsis. De patiënt kan dan in de ademhaling worden ondersteund door beademing met een beademingsmachine.

[bewerk]

Week 5
Het aanleggen en aflezen van een Holter-ecg is een veel voorkomende taak

Een Cardiac Care Verpleegkundige of CCU-verpleegkundige is een verpleegkundige met een vervolgopleiding die werkzaam is op de Cardiac Care Unit (CCU) ook wel hartbewaking genoemd.

Een Cardiac Care Verpleegkundige werkt met patiënten met levensbedreigende aandoeningen van cardiologische aard, waarbij de vitale functies 24 uur bewaakt moeten worden. Een Cardiac Care verpleegkundige werkt veel met medische apparatuur. Ook maakt de Cardiac Care verpleegkundige in het ziekenhuis deel uit het van reanimatieteam.

[bewerk]

Week 6
Een digitale bloeddrukmeter.

De bloeddruk of tensie is de vloeistofdruk in het slagadersysteem. De bloeddruk wordt weergegeven door middel van twee kengetallen, de systolische druk of bovendruk en de diastolische druk of onderdruk, gescheiden door een schuine streep, b.v. RR 120/80 mm Hg. De getallen geven de druk aan in millimeters kwikdruk (symbool: mmHg), dat wil zeggen de druk uitgeoefend door een kolom kwik van 120 mm hoogte in het voorgaande voorbeeld. Een meer wetenschappelijke eenheid om bloeddruk in uit te drukken zou de kilopascal zijn, maar die wordt om historische redenen tot nu toe nauwelijks gebruikt. In sommige landen is het gebruikelijk de bloeddruk in cm Hg aan te geven, dus met een nul minder.

[bewerk]

Week 7
Een behandelkamer voor spoedeisende hulp

De spoedeisende hulp (SEH) of centrale spoedopvang (CSO) is een relatief makkelijk toegankelijke afdeling van een ziekenhuis waar men op eigen initiatief, na doorverwijzen van een arts of via de ambulance terecht kan voor dringende medische hulp. Deze afdeling fungeert als 'poort' voor het ziekenhuis voor analyse en soms behandeling van spoedeisende aandoeningen, zoals een verwonding of een appendicitis.

[bewerk]

Week 8
Een trachecanule

Een tracheotomie is het aanbrengen van een buisje (tracheacanule) in de luchtpijp via een snede in de hals van de patiënt. Deze medische ingreep is afgeleid van de Latijnse woorden trachea (luchtpijp) en tomie (snijden) en wordt gebruikt om de persoon te kunnen laten ademhalen, veelal als dit via de mond en neus niet gaat of wanneer langdurige beademing nodig is. Als het buisje geplaatst is, spreekt men van een patiënt met een tracheacanule. Van een tracheostoma spreekt men als de luchtpijp eindigt stoma (mond / uiteinde) in de hals, dit is alleen het geval na een laryngectomie.

[bewerk]

Week 9
Een bloedtransfusie van een bloedonor.

Bij een bloedtransfusie brengt men bloed, afkomstig van een bloeddonor, in de aderen van een patiënt die dit bloed nodig heeft vanwege ernstige bloedarmoede door bijvoorbeeld bloedverlies of door een probleem met de bloedaanmaak.

Een bloedtransfusie is alleen mogelijk als ontvanger en donor dezelfde of een compatibele (uitwisselbare) bloedgroep hebben, omdat anders gevaarlijke afweerreacties kunnen optreden. Voorafgaand aan de bloedtransfusie wordt dan ook altijd een compatibiliteitsonderzoek uitgevoerd.

[bewerk]

Week 10
Een transuretrale twee-weg blaaskatheter bij een man

Blaaskatheterisatie is een medische handeling, waarbij een flexibele holle slang (blaaskatheter) in de urineblaas wordt ingebracht. Een blaaskatheter is meestal van pvc, latex, siliconen of hydrogel gemaakt. Dit is afhankelijk van hoe lang het gebruikt wordt. Het doel van blaaskatheterisatie is het ledigen van de urineblaas.

[bewerk]

Week 11
Twee ambulanceverpleegkundigen aan het werk (Verenigde Staten)

Een ambulanceverpleegkundige of ambulancier is een verpleegkundige die werkzaam is bij een ambulancedienst en dus meestal op een ambulance. Het kan zowel gaan om niet-spoedeisende ambulanceritten als om spoedgevallen. Bij spoedgevallen is de ambulanceverpleegkundige vaak de eerste geneeskundige professional die ter plaatse is. Hij of zij heeft dan tot taak om adequaat eerste hulp te verlenen en de patiënt te stabiliseren voor vervoer naar het ziekenhuis. Een ambulanceverpleegkundige heeft doorgaans een speciale opleiding gevolgd.

[bewerk]

Week 12
Een ileostoma

Stomaverzorging is het zo hygiënisch mogelijk omgaan met een stoma zodat deze in optimale toestand blijft of komt, en ontstekingen en huidaandoeningen worden voorkomen. Een stoma wordt meestal door de stomapatiënt zelf verzorgd. Indien dat noodzakelijk is, wordt de stoma door een verpleegkundige, verzorgende of stomaverpleegkundige verzorgd.

[bewerk]

Week 13
Heimlichmanoeuvre

De Heimlichmanoeuvre is een methode om een blokkade van de luchtwegen te verhelpen en zo verstikking te voorkomen. Als het slachtoffer door een blokkade van de luchtwegen dreigt te stikken (bijvoorbeeld door een snoepje) en hoesten niet helpt, is het mogelijk om als hulpverlener de blokkade op te heffen. De hulpverlener laat het slachtoffer staan of op een stoel zitten, gaat achter het slachtoffer staan, slaat beide armen om het slachtoffer en balt één hand tot een vuist. Vervolgens wordt de vuist halverwege tussen de navel en het begin van het borstbeen geplaatst. De hulpverlener pakt de eigen vuist met de andere hand beet en drukt krachtig en snel de vuist in de buik en licht omhoog. De plotselinge samendrukking van de buik (middenrif) zal de lucht uit de longen van het slachtoffer drukken en zo de blokkade mogelijk uit de luchtpijp verwijderen.

[bewerk]

Week 14
Een intracardiale injectie bij een rat

Een intracardiale injectie is een injectie die rechtstreeks in het myocard (hartspierweefsel) of een ventrikel gespoten wordt. Deze vorm van injecteren komt alleen in noodsituaties voor, waarbij geen andere mogelijkheid tot injecteren is zoals intraveneus. Een intracardiale injectie wordt voornamelijk toegepast bij een hartstilstand. Het toedienen van een intracardiale injectie is vrij lastig, vanwege de grote kans op complicaties en vanwege de aanwezigheid van ribben. Voordat de injectie gegeven mag worden, moeten eerst de ribben gevoeld worden, zodat er tussen de ribben door geprikt kan worden. Vervolgens gaat de naald dwars door het pericard en epicard.

[bewerk]

Week 15
Een pasgeboren baby wordt gewogen

Een obstetrie- en gynaecologieverpleegkundige (o&g-verpleegkundige) of kraamverpleegkundige is een verpleegkundige met een vervolgopleiding die zwangeren, barende en pasgeborene verpleegt en begeleidt.

[bewerk]

Week 16
Het meten van de hartslag kan d.m.v. een monitor of handmatig.

Een hartslagmonitor is een instrument waarmee kan worden bewaakt of het hart nog klopt en zo ja, hoe snel.

Wanneer de precieze golfvorm van de hartslag niet van belang is, maar alleen het tempo van de hartslag, spreekt men vaak van een "hartslagmonitor". De hartslag kan dan op eenvoudigere manieren gemeten worden dan met een elektrocardiograaf.

Bij sporters die trainen kan de hartslag gecontroleerd worden om zo de grenzen beter te leren kennen. Hierbij gebruikt men vaak een sensor die met een band rond de borst vastgemaakt wordt, deze sensor staat dan in contact met een display dat om de pols gedragen wordt. Dit display fungeert dan vaak ook als horloge en stopwatch.

[bewerk]

Week 17
Continuous Positive Airway Pressure-machine

Continue positieve luchtwegdruk of kortweg CPAP is een vorm van ondersteuning van de ademhaling bij mensen met longproblemen, maar ook wel bij mensen die lijden aan slaapapneu. Letterlijk betekent het 'voortdurend positieve druk in de ademwegen'.

Vroeger werd dit bewerkstelligd door bij een patiënt met een ETT of slaapapneu die geen actieve beademing krijgt een klep op de expiratoire zijde aan te brengen die altijd een licht-positieve druk handhaaft en aan de inspiratoire zijde een grote ballon aan te brengen die door zijn elasticiteit het systeem onder druk houdt, ook als de patiënt inademt (en dus lucht aanzuigt en de druk normaal zou dalen).

[bewerk]

Week 18
Pillenbakje voor dagelijks gebruik, met vakindeling voor morgen, middag, avond en nacht

Een geneesmiddel (ook medicijn en medicament) is een chemische stof of complex van chemische stoffen met een beoogd farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect op het (dierlijk of menselijk) lichaam. In de Europese richtlijn (2001/83/EG) wordt de volgende definitie gegeven: "Geneesmiddel: elke enkelvoudige of samengestelde substantie, aangediend als hebbende therapeutische of profylactische eigenschappen met betrekking tot ziekten bij de mens of elke enkelvoudige of samengestelde substantie die bij de mens kan worden gebruikt of aan de mens kan worden toegediend om hetzij fysiologische functies te herstellen, te verbeteren of te wijzigen door een farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect te bewerkstelligen, hetzij om een medische diagnose te stellen” (nieuwe definitie ingevoerd door de Europese richtlijn 2004/27/EG van 31 maart 2004).

[bewerk]

Week 19
Paleis 2.jpg

Een medisch tuchtcollege is een vorm van tuchtrecht dat ten doel heeft de kwaliteit van de beroepsbeoefening door fysiotherapeuten, gezondheidszorgpsychologen, psychotherapeuten, apothekers, artsen, tandartsen, verloskundigen en verpleegkundigen te toetsen met het doel dit op een bepaald niveau te houden. Medisch tuchtrecht wordt in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg vastgelegd.

[bewerk]

Week 20
Florence Nightingale

De Dag van de Verpleging wordt elk jaar op 12 mei gehouden. 12 mei 1820 is de geboortedatum van Florence Nightingale, die algemeen wordt beschouwd als grondlegster van de moderne verpleegkunde. Sinds 1965 is 12 mei International Nurses Day. Op deze dag organiseren verpleegkundigen en verzorgenden vaak bijeenkomsten over het beroep en de patiëntenzorg. Veel instellingen voor gezondheidszorg besteden er op feestelijke wijze aandacht aan.

[bewerk]

Week 21
Twee voorgevulde insulinepennen met een naald er al opgeschroefd

Een insulinepen wordt door diabetici gebruikt om insuline mee te injecteren.

Er zijn twee soorten insulinepennen: voorgevulde en navulbare. Beide bestaan uit een soort pen waarop een wegwerpnaaldje geschroefd kan worden. Verder heeft de pen een doseerknop om de dosis te regelen. Het verschil is dat een voorgevulde pen bij levering gevuld is met insuline. Wanneer de pen leeg is wordt deze weggegooid. Een hervulbare pen bevat een ampul met insuline die vervangen kan worden wanneer deze leeg is.

Insuline wordt altijd subcutaan (in het vet onder de huid) toegediend. De gebruikte naalden zijn dan ook vrij klein vergeleken met andere injectienaalden. Voordat de insulinepen ontwikkeld werd dienden diabetici hun insuline toe met een gewone injectiespuit.

[bewerk]

Week 22
Iemand die een gastroscopie ondergaat

Een gastroscopie, gastroduodenoscopie, oesophagogastroduodenoscopie of in de volksmond maagonderzoek is een geneeskundig onderzoek waarbij het slijmvlies en de (peristaltiek) van de slokdarm, maag, en twaalfvingerige darm worden onderzocht om eventuele afwijkingen op te kunnen sporen.

[bewerk]

Week 23
Uitleg geven over eventuele vervelende complicaties zoals vergroeiingen is een van de taken.

Een Reumaverpleegkundige of Reumaconsulent is een verpleegkundige met een vervolgopleiding die patiënten met reumatische aandoeningen begeleidt. Patiënten die van de reumatoloog of internist te horen hebben gekregen dat ze een reumatische aandoeningen hebben zoals: jicht, reuma of polio, kunnen eventueel doorverwezen worden naar een reumaverpleegkundige. Deze begeleidt de patiënt en licht voor over het ziektebeeld, medicatie, behandeling en leefregels. Een reumaverpleegkundige kan bijvoorbeeld ook uitleg geven over lichaamsoefeningen of doorverwijzen naar een fysiotherapeut.

[bewerk]

Week 24
Een intensivecareafdeling van een algemeen ziekenhuis

Intensieve zorg of intensive care (vaak afgekort tot IC) is een onderdeel van de geneeskunde dat is gespecialiseerd in de behandeling van patiënten met levensbedreigende aandoeningen. Bij deze kritiek zieke patiënten zijn de zogenoemde vitale functies, die lichaamsfuncties dus die nodig zijn om in leven te blijven, bedreigd. In het algemeen zijn dat functies als de werking van het hart en de bloedsomloop en de longen maar soms ook die van nieren, lever en andere organen.

[bewerk]

Week 25
Een stomazakje aan een ileostoma.

Stomaverzorging is het zo hygiënisch mogelijk omgaan met een stoma zodat deze in optimale toestand blijft of komt, en ontstekingen en huidaandoeningen worden voorkomen. Een stoma wordt meestal door de stomapatiënt zelf verzorgd. Indien dat noodzakelijk is, wordt de stoma door een verpleegkundige, verzorgende of stomaverpleegkundige verzorgd.

[bewerk]

Week 26
Een operatieassistent aan het werk
(persoon links op de foto)

Een operatieassistent is een persoon, met eventueel een verpleegkundige achtergrond, die de snijdend specialist tijdens een operatie assisteert.

Een operatieassistent heeft drie kerntaken: instrumeren, assisteren en omlopen. Tijdens de operatie geeft de instrumenterende de juiste instrumenten en benodigdheden aan de snijdend specialist. De assisterende is tijdens de operatie het tweede paar handen van de snijdend specialist en houdt bijvoorbeeld wondhaken vast, zorgt dat het wondgebied schoon blijft door de zuigslang te gebruiken of te deppen met gazen. Vaak sluit de instrumenterende of assisterende het wondgebied na de operatie door hechtingen te plaatsen. De omloop is tijdens de operatie de schakel tussen steriel en onsteriel. Deze kan steriele instrumenten, gazen, hechtingen e.d. aangeven door de onsteriel verpakking te openen en zonder aan te raken de inhoud aan te reiken aan de instrumenterende. Een instrumenterende of assisterende operatieassistent behoort samen met de snijdend specialist en eventueel arts-assistent tot het steriele team. De omloop en anesthesiemedewerker behoren niet tot het steriele team.

[bewerk]

Week 27
Vaccinatie door middel van een injectie

Een injectie (populaire benaming: prik) is een toedieningsvorm van medicamenten met behulp van een injectiespuit.

Een aantal manieren zijn: intraveneus, intramusculair, subcutaan, intracutaan, intra-arterieel en intracardiaal.

[bewerk]

Week 28
Complete IV Canule

Een IV Canule (Intraveneuze Canule) is een infuusnaald, welke dus intraveneus (in een ader) wordt ingebracht. Deze "naalden" bestaan uit een canule (flexibel kathetertje) met daarin een holle naald. Zodra er juist geprikt is (in een vat) dan zal via de holle naald bloed stromen, de bloedkamer in. Dit is voor de prikker een indicatie dat hij/zij goed zit. Vervolgens zal hij/zij voorzichtig de naald terugtrekken en de canule verder in het vat invoeren, tot uiteindelijk de naald compleet verwijderd is en de canule geheel ingebracht is. Eenmaal goed ingebracht kan de canule worden gefixeerd en aangesloten worden aan bijvoorbeeld een infuus.

Het is belangrijk dat de naald verwijderd kan worden, anders zou je tijdens het prikken, of daarna door een beweging door de andere kant van het vat kunnen prikken waardoor de canule niet meer goed zit.

[bewerk]

Week 29
Een ziekenhuis in de Verenigde Staten.

Ziekenhuis is de algemene term voor een instelling waar zieken verzorgd worden en waar professionele gezondheidszorg verleend wordt. Dit gebeurt door artsen, medisch specialisten en verpleegkundigen. Een verwante benaming is kliniek, dit zijn veelal gespecialiseerde ziekenhuizen, bijvoorbeeld abortuskliniek of hartkliniek. In Vlaanderen is kliniek synoniem aan algemeen ziekenhuis. Vroeger gebruikte men vaak de begrippen gasthuis of hospitaal, nu wordt met dat laatste meestal een militair ziekenhuis bedoeld.

[bewerk]

Week 30

Automutilatie is het woord voor zelfbeschadiging of zelfverminking, zoals gebruikt in de geneeskunde in het algemeen en in de psychiatrie en de zorg voor mensen met een verstandelijke handicap in het bijzonder.

De ernst varieert van nauwelijks bemerkbaar (b.v. zich de huid openkrabben bij jeuk) tot gedrag dat leidt tot doofheid, blindheid, amputatie van hele ledematen of de dood. Zelfdoding is nadrukkelijk geen doel bij automutilatie.

Soms is het doel van automutilatie het zichzelf opzettelijk pijn doen. Dit kan op allerlei manieren plaatsvinden zoals in de eigen huid krassen of snijden (deze manieren worden het meest gebruikt), schaven, branden, slaan, haren uit trekken, met het hoofd tegen de muren bonken, zichzelf schoppen of zelfs in extreme gevallen, giftige middelen drinken of botten breken.

[bewerk]

Week 31
Slingerhes (met staartstuk), in dit geval voor fixatie op bed

Onder fixatie of vrijheidsbeperkende maatregelen wordt binnen verschillende werkvelden in zorg en welzijn, in het bijzonder in de psychiatrie, het op enigerlei wijze beperken van iemands bewegingsmogelijkheden verstaan.

[bewerk]

Week 32
Ingang van het BovenIJ Ziekenhuis, een ziekenhuis met een leerafdeling

Een leerafdeling is een verpleegafdeling binnen een ziekenhuis, verzorgingshuis, psychiatrisch ziekenhuis of verpleeghuis in Nederland waar het merendeel van het personeel uit verzorgenden en/of verpleegkundigen in opleiding bestaat. In januari 2010 telde Nederland 200 leerafdelingen. Het concept leerafdeling doet langzaam ook zijn intrede binnen Belgische gezondheidsinstellingen.

[bewerk]

Week 33
Kind met een maagsonde

Een maagsonde is een hulpmiddel om vloeibare voeding toe te dienen aan mensen die niet op een normale manier kunnen eten of drinken. Een sonde kan ingebracht worden via de neus. Een sonde kan ook via de huid rechtstreeks in de maag geplaatst worden. Dit wordt een PEG-sonde genoemd. Indien de sonde rechtstreeks in de nuchtere darm zit, wordt het een PEJ-sonde genoemd.

[bewerk]

Week 34
Een AED-apparaat in het centrum van Monaco

Een automatische externe defibrillator (Engels: Automated External Defibrillator, afgekort met AED) is een draagbaar toestel dat wordt gebruikt bij een persoon met een circulatiestilstand door ventrikelfibrilleren, waardoor op een geautomatiseerde manier een elektrische schok wordt toegediend, met als doel een gestoord hartritme te stoppen, om zo de sinusknoop weer de kans te geven de controle over het hartritme terug te krijgen, waardoor het hart weer in een normaal ritme gaat kloppen.

[bewerk]

Week 35
Een beenmergpunctienaald met verwijderbare mandrijn.

Bij een beenmergpunctie wordt merg uit het bot gehaald. De meest geschikte plaats om dit te doen is de heup (cristapunctie). Daarnaast wordt ook vaak het borstbeen gebruikt (sternumpunctie).

Een beenmergpunctie wordt vooral gebruikt in de diagnostiek van hemato-oncologische aandoeningen, zoals leukemie. Als er na behandeling van leukemie geen afwijkende cellen meer gevonden worden dan is geen verdere behandeling meer nodig en is men op dat moment gezond verklaard. Dit noemt men complete remissie.

[bewerk]

Week 36
Woontoren van verzorgingshuis Maaszicht te Grave

Een bejaardentehuis, bejaardenhome, rusthuis, verzorgingshuis of woonzorgcentrum is een instelling waar ouderen tijdelijk of definitief wonen omdat ze verzorging of verpleging nodig hebben die in de oorspronkelijke woonsituatie niet kan worden geboden.

[bewerk]

Week 37
Een klysma

Een klysma is het inbrengen van een vloeistof in de darmen via de anus (darmspoeling). Een klysma bestaat uit een slang die in de anus dient te worden ingebracht, met daaraan vast een (knijp)zak en/of een installatie die het inbrengen van de vloeistof controleert.

Er zijn ook kleinere klysma's, die gebruikt kunnen worden om geneesmiddelen in te brengen. Er zijn verschillende redenen om een farmacon via een klysma toe te passen: zo kan het soms niet mogelijk zijn het geneesmiddel oraal in te nemen (diazepam bij status epilepticus) of moet het geneesmiddel juist lokaal werkzaam zijn (bij ziekte van Crohn). Dit type klysma's hebben een volume van 10-150 ml.

Klysma's kunnen om medische redenen worden uitgevoerd, maar ook voor seksueel plezier. Dit wordt klysmafilie genoemd. Om de darm te reinigen bestaat een klysma meestal uit lauw water. Circa 5-20 minuten na het klisteren ontstaat een hevige aandrang, waarna vloeistof en ontlasting naar buiten komen en de darm schoon is.

[bewerk]

Week 38
Verpleegkundige in het ziekenhuis.

Verpleeguniform is de benaming van de werkkleding dat verpleegkundigen of verzorgenden in een ziekenhuis, verpleeghuis of andere instelling voor gezondheidszorg dragen.

Het verpleeguniform bestaat al vrij lang. De eerste uniformen waren afgeleid van de nonnenkledij. Deze kleding was gemaakt van dikke stoffen, bestond uit meerdere lagen en was niet comfortabel in het dragen. In de jaren zeventig, '80 en '90 van de 20e eeuw onderging het uniform drastische veranderingen. De gebruikte stof werd steeds dunner, de verschillende lagen verdwenen en uiteindelijk werd het vervangen door 'scrubs', bestaande uit een broek en een jasje (ook wel geassocieerd met een pyjama). Dames droegen tot de jaren zeventig vaak een kapje.

[bewerk]

Week 39
Een behandelkamer waar een CAG wordt uitgevoerd.

Hartcatheterisatie of Coronaire angiografie (CAG) is het door middel van een katheter en contrastvloeistof in kaart brengen (angiografie) van de kransslagaders van het hart. Daarnaast kunnen drukken in het hart worden gemeten door middel van een rechts-katheterisatie.

Het hart wordt voorzien van zuurstof door omliggende hartvaatjes ofwel kransslagvaten. Er zijn twee kransslagaders (arteriae coronariae) die het linker en het rechter deel van het hart van zuurstofrijk bloed voorzien. De linker arteria coronaria vertakt zich in de circumflex en LAD (left anterior descending). In de lies wordt na plaatselijke verdoving met behulp van een aanpriknaald de linker of rechter dijbeenslagader (arteria femoralis) aangeprikt. Via deze naald wordt een introducer ingebracht. Via deze introducer kan geen bloed ontsnappen, maar kan er wel wat naar binnen worden geschoven. Er wordt via dit systeem een katheter met voerdraad via de arterie naar het hart geschoven.

[bewerk]

Week 40

Palliatieve zorg is zorg die gericht is op palliatie, dat wil zeggen verzachting of verlichting. Het wordt meestal gebruikt als impliciet contrast met curatieve zorg, medisch en verzorgend handelen met als doel genezing te bereiken. Palliatieve zorg is dus meestal van toepassing als genezing niet (meer) mogelijk is.

Binnen de stervensbegeleiding is tegenwoordig veel aandacht voor palliatieve zorg. Bij mensen die ongeneeslijk ziek zijn en in een vergevorderd stadium van hun ziekte, probeert de palliatieve zorg een continue en totale zorg te bereiken die het lijden zo veel mogelijk beperkt en verzacht. Er zijn instellingen die dergelijke zorg op professionele grondslag aanbieden, maar ook wordt vaak gebruikgemaakt van vrijwilligers en familieleden.

[bewerk]

Week 41
ampullen in verschillende maten.

Een ampul is een glazen container waarin men voornamelijk medicijnen bewaart.

Ampullen worden gemaakt van glazen buizen welke een specifieke diameter hebben (bekende leveranciers van deze buizen zijn Schott, NAF, VSM, Alcan en Kimble). Deze buizen worden aan de ampulfabrikant geleverd welke de uiteindelijke vorm verkrijgt door deze buizen in een carrousel te plaatsen. Een carrousel heeft een vast aantal posities (30, 32, 36) en door rotatie van de buis en het toevoegen van hitte (door middel van vlammen) wordt een specifieke vorm verkregen. Nadat de vorm verkregen is, worden de ampullen verder verwerkt op een productielijn. Hier gaan zij door een ontspanningsoven, wordt OPC, scorering of color break ring aangebracht (al dan niet met kleurcodering ter identificatie) en eventueel wordt een opschrift aangebracht. Vaak wordt visuele controle uitgevoerd waarna de ampullen verpakt worden voor verscheping.

[bewerk]

Week 42
De juiste houding tijdens de hartmassage.

Reanimeren is het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop, indien er sprake is van een circulatiestilstand. Indien zowel de ademhaling, als de circulatie weer op gang gebracht moeten worden, spreekt men ook wel over Cardiopulmonaire Resuscitatie (CPR).

Om te kunnen leven, is de constante aanvoer van zuurstofrijk bloed van levensbelang. Onze organen kunnen niet functioneren zonder zuurstof. De hersenen zijn het kwetsbaarst: na vier tot zes minuten zonder zuurstof raakt al een (groot) gedeelte zo beschadigd, dat normaal functioneren misschien niet meer mogelijk is.

[bewerk]

Week 43
Een rode wond.

Bij wondverzorging wordt geprobeerd een optimale toestand te verkrijgen, waardoor een wond zo snel mogelijk geneest. Wonden beginnen altijd als een acute wond. De meeste genezen vanzelf, maar er kunnen factoren zijn die de genezing belemmeren. Daardoor kunnen wonden chronisch worden.

[bewerk]

Week 44
Borstkanker op een röntgenopname van de borst van een vrouw

Een mammacareverpleegkundige is een specialistisch-verpleegkundige en begeleidt zowel vrouwelijke als mannelijke patiënten, waarbij de diagnose borstkanker is vastgesteld.

Mammacareverpleegkundigen zijn te vinden op de polikliniek van een ziekenhuis. In sommige ziekenhuizen bestaat hiervoor zelfs de zogenaamde Mammapoli. De verpleegkundige begeleidt patiënten, nadat zij van de arts te horen hebben gekregen borstkanker te hebben. De verpleegkundige zal de patiënt voorlichten over de behandelmethodes, operaties, onderzoeken en eventuele veranderingen in de leefstijl.

[bewerk]

Week 45
Het meten van de bloedsuiker is een veel voorkomende vaardigheid.

Een diabetesverpleegkundige is een specialistisch-verpleegkundige die patiënten met Diabetes Mellitus begeleidt.

Een diabetesverpleegkundige licht zorgvrager voor over diabetes, de daarbij behorende medicatie, eventuele aanpassingen in de leefstijl en hoe een diabetespatiënt zijn eigen bloedsuiker en insuline kan prikken. Buiten dat werkt een diabetesverpleegkundige nauw samen met de internist en kan daarmee in overleg medicatie aanpassen of eventueel iemand op laten nemen, vanwege verergering van de symptomen of het signaleren van een diabetesvoet.

[bewerk]

Week 46
Een PEG-sonde zonder verband en splitgaas

Een PEG-katheter (Percutane endoscopische gastrostomie) is een techniek om een sondeslang in de maag te leggen via de buikwand. Deze dunne slang wordt gebruikt om een patiënt te voeden die geen voeding op de normale wijze tot zich kan nemen. Zo'n PEG-sonde of PEG-katheter heeft bij chronische toepassing minder complicaties dan een neussonde, een slang die via neus, keel en slokdarm naar de maag wordt gevoerd.

[bewerk]

Week 47
Een Port-a-Cath met een grippernaald.

Een Port-A-Cath is een implanteerbaar hulpmiddel waarmee artsen gemakkelijk toegang kunnen krijgen tot grote, diep gelegen aders in het menselijk lichaam. Het bestaat uit een door een siliconenrubberen membraan afgesloten injectiekamer waar een dun slangetje op is aangesloten.

De injectiekamer wordt onderhuids geïmplanteerd, meestal op de borst of in de arm, waar het net onder de huid ligt en gemakkelijk voelbaar is. Het uiteinde van het slangetje wordt in een grote ader, zoals de bovenste holle ader of net in de rechter hartboezem gelegd. Het systeempje wordt gevuld met fysiologische zoutoplossing met een klein beetje heparine erin om te voorkomen dat zich bij het uiteinde bloedstolsels vormen. De implantatieprocedure is een kleine ingreep die weliswaar onder strenge asepsis maar wel onder lokale verdoving kan geschieden.

[bewerk]

Week 48
3 december is het de Internationale dag van de gehandicapten.

Gehandicaptenzorg (ook: zorg voor personen met een handicap of zorg voor mensen met een functiebeperking) is de overkoepelende term voor alle organisaties, diensten en instellingen binnen de gezondheidszorg die als missie de zorg-, hulp- en dienstverlening aan de genoemde doelgroep hebben.

[bewerk]

Week 49
Persoon die een dialyse ondergaat.

Dialyse is de uitwisseling van in water opgeloste stoffen door een semipermeabel membraan. Vaak wordt dialyse gebruikt als synoniem voor hemodialyse, een van de bestaande nierfunctievervangende therapieën. Therapieën die gebruikt worden om patiënten met nierfalen in leven te houden, al dan niet in afwachting van een niertransplantatie.

[bewerk]

Week 50
Een endoscopieverpleegkundige assisteert de arts tijdens een endoscopisch onderzoek.

Een endoscopieverpleegkundige is een verpleegkundige met een vervolgopleiding die een medisch specialist assisteert bij een endoscopisch onderzoek. De endoscopieverpleegkundige moet een patiënt die voor een endoscopisch onderzoek gaat voorbereiden zoals het verdoven van de keel en het klaarleggen van de materialen. Ook is de verpleegkundige verantwoordelijk voor het steriliseren van de endoscoop. De endoscopieverpleegkundige werkt tijdens het onderzoek samen met de longarts, internist en mdl-arts afhankelijk van het welk onderzoek.

[bewerk]

Week 51
EEG

Elektro-encefalografie is een methode om elektrische potentiaalverschillen die in de hersenen zijn ontstaan, via de hoofdhuid te registreren. Het elektro-encefalogram (EEG) kan bij ziekteprocessen inlichtingen geven over zowel de aard als de plaats van de afwijking.

Bij het maken van een EEG wordt een aantal elektroden op het hoofd geplaatst. Meestal zijn dit er ongeveer 20 en zijn ze bevestigd in een soort muts. Een standaardsysteem om deze elektroden op de scalp te bevestigen is het zogeheten 10-20 systeem. Om goed contact te kunnen maken met de hoofdhuid wordt tussen de elektroden en de huid een geleidende contactvloeistof aangebracht. De gemeten spanning is bijzonder klein (ca 100 µV) ten opzichte van de eveneens aanwezige stoorvelden van het lichtnet (1-10 V), het elektrocardiogram (ca 1 mV) en elektromyogrammen van spiercontracties elders in het lichaam.

[bewerk]

Week 52
Infuuszakken aan een infuuspaal

Een infuus is een waterige oplossing, vaak van fysiologisch zout of glucose, maar ook wel bloed of een suspensie van rode bloedcellen, die langzaam en automatisch intraveneus (via een canule, een slangetje dat in een ader ligt) aan een patiënt wordt toegediend. Dit proces noemt men infunderen.

De toediening kan onder invloed van de zwaartekracht via een druppelmechanisme, of door gebruik te maken van een infuuspomp plaatsvinden. Soms wordt een geneesmiddel aan de infuusvloeistof toegevoegd. Dit wordt een IV push genoemd, m.a.w. een injecteerbare infuus of infuusinjectieapparaat.

De canule (vaak, naar het merk, 'Venflon' (Nederland) of 'Baxter' (België) genoemd) wordt steriel in een ader op een toegankelijke plaats ingebracht, vaak op de handrug of op de onderarm. Hierop wordt dan na fixatie met pleister een toedieningsset aangesloten. Andere plaatsen en methoden zijn ook mogelijk.

[bewerk]

Week 53
Veel kankerpatiënten ondergaan radiotherapie, ook wel bestraling genoemd

Een oncologieverpleegkundige is een verpleegkundige met een vervolgopleiding die gespecialiseerd is in het begeleiden van kankerpatiënten.

Een oncologieverpleegkundige is het eerste aanspreekpunt van een kankerpatiënt, nadat deze van de arts te horen heeft gekregen kanker te hebben. Hij of zij begeleidt de patiënt en licht deze voor over de behandeling, ziekte en complicaties. Een oncologieverpleegkundige moet daarom veel kennis hebben van de verschillende soorten tumoren en behandelingen, zoals bestraling en chemotherapie (behandeling met cytostatica). Hierbij wordt nauw samengewerkt met de oncoloog.

[bewerk]