Sint-Andriesklooster (Maastricht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Sint-Andriesklooster
De Andrieskapel achter de fabrieksmuren van de Sphinx (2010)
De Andrieskapel achter de fabrieksmuren van de Sphinx (2010)
Land Vlag van Nederland Nederland
Plaats Maastricht-Centrum (Statenkwartier)
Kloosterorde franciscaner tertiarissen
Gebouwd in 14e-15e eeuw
Huidige bestemming woning, atelier, galerie
Monumentale status rijksmonument
Monumentnummer  26645
Architectuur
Bouwmateriaal  Limburgse mergel, Naamse steen, baksteen, leisteen
Stijlperiode gotisch
Tekening van rijksbouwmeester A. Mulder uit 1884
Tekening van rijksbouwmeester A. Mulder uit 1884
De Andrieskapel gezien vanuit het noorden (2014)
De Andrieskapel gezien vanuit het noorden (2014)
Portaal  Portaalicoon   Religie

Het Sint-Andriesklooster was een klooster voor vrouwelijke religieuzen in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. Van het in 1796 opgeheven klooster is alleen de kloosterkapel en een restant van een kloostervleugel over. De laatgotische dubbelkapel uit het derde kwart van de 14e eeuw werd in de 15e eeuw uitgebreid. Vanaf circa 1950 is de Andrieskapel niet langer in gebruik als kerk en vervult het gebouw diverse andere (culturele) functies. Sinds 1966 is het complex een rijksmonument.

Ligging[bewerken | brontekst bewerken]

De restanten van het Sint-Andriesklooster met de kapel lagen lange tijd verscholen achter de fabrieksmuren van de Koninklijke Sphinx. Door de verplaatsing van de sainitairfabriek naar het industrieterrein Beatrixhaven in 2007 (en de sluiting kort daarna), werd het mogelijk het uitgestrekte fabrieksterrein een nieuwe bestemming tegeven, met behoud van de belangrijkste industriële monumenten. Het Sphinxkwartier (aanvankelijk Belvédère Binnensingel genoemd; zie Plan Belvédère) wordt anno 2020 ontwikkeld als woon- en cultuurwijk. In 2019 is het Sphinxkwartier aangewezen als zogenaamd ankerpunt van de Europese Route voor Industrieel Erfgoed.[1]

Het voormalige kloostercomplex ligt aan de Andriespoort 11 (voorheen Achter de Barakken 31) in het noordelijke deel van het Statenkwartier. De naamgeving van de nieuwe straten in het Sphinxkwartier, waaronder de Andriespoort, dateert uit 2008. De naam suggereert dat er ooit een (stads)poort is geweest met die naam, wat niet het geval is. Het verwijst naar de poortfunctie die de straat heeft als toegangspoort tot het eens zo afgesloten terrein van De Sphinx.[2]

Achter de kapel ligt de oudst bekende Joodse begraafplaats van Maastricht, die vanaf eind 18e eeuw tot 1821 in gebruik was. De graven zijn waarschijnlijk nog onder het plaveisel van het fabrieksterrein aanwezig.[3]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Het klooster van Sint-Andries was een vrouwenklooster dat waarschijnlijk in de 14e eeuw werd gesticht in een deel van de stad dat pas vanaf het midden van de 14e eeuw ommuurd werd. Waarschijnlijk betrof het aanvankelijk een convent van begijnen, een eeuw later omgezet in een klooster van tertiarissen van Sint-Franciscus met een reguliere kloosterregel.[4] In 1376 preekte er al een franciscaner pater in de kapel, maar waarschijnlijk vond de omzetting van begijnenconvent naar franciscanessenklooster pas omstreeks 1439 plaats. In dat jaar werd het klooster onttrokken aan de invloedssfeer van de Sint-Matthiasparochie en kwam onder de jurisdictie van het kapittel van Sint-Servaas.[5] Een nabijgelegen straat werd al vroeg als Maagdendries aangeduid, verwijzend naar de onbebouwde grond bij de begijnen/zusters.

Nadat de 14e-eeuwse kerk met twee traveeën was uitgebreid, werd de kerk in 1471 door prins-bisschop Lodewijk van Bourbon opnieuw ingewijd. Zijn opvolger als prins-bisschop van Luik, Johan van Horne, liet zich in 1485, twee jaar na zijn bisschopswijding, tot priester wijden in de Sint-Andrieskerk. Rond 1500 telde het klooster ongeveer 40 kloosterlingen, maar dat aantal werd daarna niet meer gehaald.[6] Uit de periode 1470-1525 zijn een twaalftal handschriften bewaard gebleven, op een na allemaal in het Middelnederlands, waaruit blijkt dat het klooster een rol speelde bij de religieuze opleving van die periode.[7] Dat de kerk niet uitsluitend door de zusters gebruikt werd, blijkt behalve uit de aanwezigheid van een boven- en benedenkerk ook uit het feit dat in de 17e eeuw de wijbisschop van Luik, Joannes Antonius Blavier, diverse malen het vormsel kwam toedienen in de kerk.[8]

In 1696 werden de huidige steunberen aangebracht en kreeg de kerk een overwelfde grafkelder. Rond 1780 werd de kerk na oorlogsschade opnieuw hersteld. In de Franse tijd werd het klooster opgeheven en de goederen genationaliseerd (1797). Het klooster telde toen nog maar negen leden. De kerk werd ingericht als magazijn. Rond 1820 werden kerk en klooster verbouwd tot gevangenis, waarbij een kloostervleugel werd afgebroken, de indeling van de kerk werd gewijzigd, de kelder werd volgestort, een nieuwe deuropening in de westmuur werd gemaakt en de gotische ramen werden vervangen door rechthoekige, getraliede vensters.

De kapel tijdens de restauratie (2017-2018)

In 1893 werd de kerk verbouwd en ingericht als hulpkerk van de Sint-Matthiasparochie met als kerkpatroon de heilige Jozef. Bij de verbouwing werd aan de westzijde een ingangsportaal toegevoegd en aan de oostzijde een sacristie. Op 16 september 1896 werd de Sint-Jozefkerk door de bisschop van Roermond Franciscus Boermans ingewijd. Naast de kerk werd in 1904 een kleuterschool en lagere school in gebruik genomen voor 600 kinderen, vanaf 1906 tot begin jaren 60 bestierd door de Zusters van het Arme Kind Jezus, die vlakbij in de Refugie van Hocht in de Boschstraat hun klooster hadden. Daarna was begin jaren 70 de Toneelacademie Maastricht korte tijd in de schoolgebouwen gevestigd.

In 1918 werd de Sint-Jozefparochie afgescheiden van de Sint-Matthiasparochie en kerkte daarna in de voormalige Augustijnenkerk. De kerk bleef echter nog tot omstreeks 1940 dienstdoen als kinderkerk. Een aantal heiligenbeelden verhuisden van de Sint-Andrieskapel naar de kerk van Sint-Pieter boven. Een 18e-eeuwse sacristiekast kwam later in de Sint-Servaaskerk terecht. Vanaf de jaren 1950 werd de kerk als atelierruimte voor kunstenaars gebruikt. Zo maakte Charles Eyck er in 1951 het gipsmodel voor het bevrijdingsmonument op het Koningsplein. Later gebruikten Piet Killaars en Frans Gast de ruimte. In 1957 was de kerk dermate vervallen dat er een sloopvergunning werd afgegeven. In 1960 pleitte prof. J.J.M. Timmers in het blad van de Bond Heemschut voor behoud en restauratie van de gotische kerk.

In 1966 werd de kapel en de resterende klooservleugel op de monumentenlijst geplaatst. Een ingrijpende restauratie vond plaats van 1982 tot 1984, waarna het gebouw dienstdeed als archiefbewaarplaats van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg.[8] Begin 2016 verhuisde dit archief naar het Regionaal Historisch Centrum Limburg in het Jekerkwartier.

De kapel werd in 2017 verworven door de ontwerper René Holten. Om het gebouw geschikt te maken voor een nieuwe functie (wonen, atelier en galerie) was een ingrijpende verbouwing noodzakelijk, waarbij in feite de restauratie van 1982-1984 werd voltooid. In 2019 ontving de recente restauratie de Victor de Stuersprijs van de Gemeente Maastricht.[9]

1rightarrow blue.svg Zie Andrieskapel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Erfgoed[bewerken | brontekst bewerken]

Exterieur kerk en kloostervleugel[bewerken | brontekst bewerken]

De Sint-Andrieskerk is een eenbeukige kerk van zes traveeën met een driezijdig gesloten koor. De kerk is opgetrokken uit mergelsteen op een plint van Naamse steen. De steunberen rondom het koor zijn aan de bovenkant versierd met Andreaskruisen. In de westgevel bevinden zich twee kleine spitsboogvensters; alle overige ramen zijn rechthoekig. De dakpannen op het zadeldak zijn bij de laatste restauratie vervangen door leien.

Tegen de zuidzijde bevindt zich nog een vrijwel onherkenbaar restant van een kloostervleugel uit de 18e eeuw met een segmentboogingang en -vensters in hardsteen. De andere vleugel werd in 1820 afgebroken, maar de kelders zouden zich nog onder het terrein bevinden.[10]

Kerkinterieur[bewerken | brontekst bewerken]

De Sint-Andrieskapel was oorspronkelijk een dubbelkapel. In het interieur waren de vier meest westelijke traveeën door een tussenvloer verdeeld in twee verdiepingen, waardoor de zusters gescheiden van het kerkvolk van bovenaf de mis konden volgen. Deze tussenvloer werd door kruisribgewelven gedragen, die gesteund werd door vijf in de lengterichting van de kerk geplaatste zuilen. Bij de restauratie van 1982-'84 zijn sporen van de tussenvloer weer zichtbaar gemaakt. Ook werd het houten tongewelf gereconstrueerd en zijn restanten van muurschilderingen gerestaureerd.

Overig erfgoed[bewerken | brontekst bewerken]

Van de in het klooster vervaardigde handschriften zijn er diverse bewaard gebleven in bibliotheken in binnen- en buitenland. In de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bevinden zich onder andere een handschrift van de Limburgse Sermoenen uit omstreeks 1300,[11] een collectie religieuze astrologische en rekenkundige teksten uit de vroege 16e eeuw[12] en een Nederrijns paasspel[13] In de Universiteitsbibliotheek Leiden bevindt zich eveneens een vroeg-16e-eeuws manuscript met devotionele teksten en gebeden.[14] In de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam bevindt zich een manuscript uit 1481/1498 met werken van Hendrik Seuse en Jan van Ruusbroec, en een aantal heiligenlevens in het Middelhoogduits, Ripuarisch en Middelnederlands.[15] In de collectie van het Maastrichtse Gemeentearchief (thans Centre Céramique) bevindt zich een gebedenboek dat waarschijnlijk in 1515 tot stand is gekomen. Wellicht heeft het boek het klooster nooit verlaten: de annotaties op het schutblad zijn in het hetzelfde handschrift als het manuscript zelf.[16]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Bronnen en referenties[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Sint-Andriesklooster (Maastricht) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.