Balthazar de Moucheron

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pierre de Moucheron met gezin (1563). (Op dit schilderij was Balthazar 11 jaar en waarschijnlijk de jongen uiterst links voor.)
Portal.svg Portaal VOC

Balthazar de Moucheron (Antwerpen,1552 - Frankrijk, ± 1630) was een Nederlands koopman en reder. Zijn vader Pierre de Moucheron (1508-1565) kwam uit de (toenmalige) Franse provincie le Perche (parochie Boissy-le-Sec gelegen zuidelijk van Verneuil-sur-Avre) en stamde uit het verarmde adellijke huis Bouley Moucheron. Hij zocht zijn geluk in 1530 in Middelburg, kwam in dienst van de koopman Antoine de Gerbier en trouwde in 1533 diens dochter Isabeau. Hij bracht het tot een en vermogend handelaar die handel dreef in het de Nederlanden, Frankrijk, Spanje en Engeland. In 1545 verhuisde hij zijn handelshuis om zakelijke en waarschijnlijk ook godsdienstige redenen naar Antwerpen, toen nog de belangrijkste handelsstad van de Nederlanden. Toen Pierre de Moucheron in 1565 overleed, waren zijn zonen te jong om het handelshuis over te nemen; het werd in de tussentijd geleid door twee schoonzonen, Allart de la Dale en François le Fort.

Alexander Farnese voerde in die jaren een succesvolle campagne om de zuidelijke Nederlanden te onderwerpen. In 1584 was het gebied op een paar grote steden na in de greep van de Spanjaarden geraakt. In het omsingelde Antwerpen werd een stadsburgerwacht opgericht, waarvan Balthasar de Moucheron een van de kolonels was. Nadat een poging van Holland en Zeeland om de stad te ontzetten mislukt was, gaf Antwerpen zich over. Balthasar was een van de ondertekenaars van de capitulatie, waarbij Farnese had bepaald dat de inwoners van de stad vier jaar de tijd kregen om te besluiten of men er wilde blijven of wilde vertrekken. Balthazar heeft die tijd niet afgewacht; na de val van Antwerpen verplaatste hij het handelshuis in 1585 weer naar Middelburg. In 1597 ging hij in op het aanbod van Veere om voor een aanzienlijk huis in die stad jaarlijks 18 schepen uit te zenden vanuit Veere. Zijn Middelburgs huis liet hij aan zijn broer Pieter, die het een paar jaar later verkocht aan Jacob Cats.

Hoewel zijn naam vooral verbonden is met de vroege reizen naar Indië, handelde Balthazar de Moucheron in een veel groter gebied, zoals de Middellandse Zee, Amerika[1], de westkust van Afrika, de Oostzee en de Witte Zee. Balthazar de Moucheron stuurde zijn broer Melchior als handelsagent met uitgebreide volmachten naar de monding van de Dwina aan de Witte Zee.

Balthazar de Moucheron is tweemaal getrouwd geweest. Zijn eerste vrouw was Jacqueline de la Croix. Uit dit huwelijk zijn ook kinderen voortgekomen. Hij hertrouwde in 1591 in Delft met Elysabeth Berwoudts Van Crompvliet.[2] In 1603 ging zijn bedrijf failliet en vluchtte hij naar Frankrijk. Elysabeth ging terug naar Delft.

Noordelijke doorvaart[bewerken]

Het noordelijke handelsgebied zoals het bekend was in 1589, van de Noordkaap tot aan Waygats. Links de Witte zee en Archangel aan de Dwina (Defina Fluvius)

Balthazar de Moucheron heeft pogingen ondernomen om via het noorden een route naar China te vinden. Hij werd waarschijnlijk geïnspireerd door berichten van Olivier Brunel. Een eerste verzoek tot steun daarvoor, gericht aan prins Willem I van Oranje in 1584 bleef door de roerige tijd waarin de republiek zich bevond, onbeantwoord. De reis werd daarom in eigen beheer samen met Brunel uitgevoerd, zonder echter resultaat op te leveren. Een nieuw verzoek in 1594 werd aanvaard, maar het staatsbelang werd zo hoog geacht, dat de Staten Generaal de reis onder eigen verantwoordelijkheid uitvoerden. In 1594 werden door Zeeland en Amsterdam vier schepen uitgerust. Willem Barentsz voer voor Amsterdam en Cornelis Nay voor Zeeland. Moucheron accepteerde met tegenzin dat hij bij de onderneming slechts als adviseur werd betrokken. De vloot zeilde 5 juni 1594 uit. Ze troffen veelvuldig ondoordringbaar ijs, maar op 11 augustus vonden ze in de Karazee open water, en veronderstelden dat dit de gezochte doorgang was naar China. De vloot zeilde terug en bracht verslag uit. Moucheron adviseerde de Staten van Holland ook over de volgende reis. Die reis van zeven schepen (1595) mislukte echter omdat men met tegenwind, ijs en storm te kampen had. Vanwege de kosten en het risico zagen de Staten Generaal af van een volgende staatsonderneming, maar loofden een rijke premie uit aan degene die een doortocht zou vinden. Hoewel het Balthazar nu vrij stond zelf een zoektocht te ondernemen heeft hij niet meer deelgenomen aan de beruchte reis van Willem Barentsz van 1596.

Reizen via Kaap de Goede Hoop[bewerken]

In 1597 was het Cornelis de Houtman in de zogenaamde Eerste Schipvaart gelukt om via Kaap de Goede Hoop naar Indië te zeilen, en Moucheron richtte zich vanaf dat moment op die route. Moucheron werd vennoot in de door hem opgerichte Veerse Compagnie. De Veerse Compagnie zond in 1598 twee schepen, De Leeuw en de Leeuwin, onder leiding van de broers Cornelis en Frederik de Houtman naar Oost-Indië. De vloot zou in 1600 zonder de gebroeders terugkeren. Cornelis was gedood en Frederik was op Atjeh gevangengenomen. De reis was financieel geen succes.

In 1598 zond Moucheron nog vijf schepen, bemand met 100 matrozen en 150 soldaten, uit om het eiland Principe voor de West-Afrikaanse kust te veroveren, met de bedoeling een verversingsplaats voor zijn vloot in te richten.[3] Door list en geweld slaagden ze er in het eiland op de Portugezen te veroveren, maar voordat versterking kwam opdagen, werd het eiland heroverd.

Joris van Spilbergen voer in mei 1600 in opdracht van Moucheron met een viertal schepen uit maar hij keerde, zonder Indië te hebben bereikt, in hetzelfde jaar terug na een Spaans schip te hebben veroverd.

Uit de Veerse compagnie en de Middelburgse Compagnie (Compagnie van Ten Haeff) is in november 1600 de Verenigde Zeeuwse Compagnie ontstaan, maar Moucheron was daarvan geen vennoot meer, mogelijkerwijze omdat er onenigheid ontstond over de grootte van de inlegsom en het bewindvoerderschap. Moucheron wilde wel meewerken aan de oprichting van de VOC, maar eiste vrije vaart op de oostkust van Afrika en uitstel van betaling.

In 1601 zond hij Joris van Spilbergen met drie schepen opnieuw uit, die vervolgens een succesvolle reis uitvoerde en betrekkingen met de koning van Kandy aanknoopte, en vervolgens Atjeh bereikte. Toen echter Van Spilbergen in 1604 in Zeeland terugkeerde, waren de afzonderlijke compagnieën in Holland en Zeeland in de nieuw opgerichte Vereenigde Oostindische Compagnie opgegaan. Balthazar de Moucheron was het jaar daarvoor voor zijn schuldeisers naar Frankrijk gevlucht.

Enkele jaren later heeft Balthazar de Moucheron kortstondig hand-en-spandiensten verleend aan koning Hendrik IV van Frankrijk, die een Franse Oostindische Compagnie wilde oprichten.

Van zijn latere leven is weinig of niets bekend. Hij overleed waarschijnlijk in armoede.


Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen:

Noten en referenties:

  1. Uit het Registre van de Besoignee van de gemeyne saecken der cooplieden tracerende op Spaengien ende andere plaetsen Westwaerts tsindts den jare 1581, fol. 15 en A.A.B. Deel 32, blz. 22. in het Stadsarchief van Antwerpen blijkt dat hij in 1583 een van de initiatiefnemers was voor een op te richten compagnie (overigens vergeefs) voor de handel op Amerika
  2. Doop- Trouw- en Begraafboeken - Gemeentearchief Delft
  3. De Kaapkolonie zou door Jan van Riebeeck pas een halve eeuw later worden gesticht.