DB Baureihe 10

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
DB Baureihe 10
DB loc 10 001 op 3 mei 2006 in Eisenbahnmuseum Bochum-Dahlhausen
DB loc 10 001 op 3 mei 2006 in Eisenbahnmuseum Bochum-Dahlhausen
Aantal 2
Nummering 10 001-002
Fabrikant Friedrich Krupp AG in Essen
In dienst 1957
Uit dienst 1968
Asindeling 2’C1’ h3 + 2’ 2’ (Pacific)
Spoorwijdte (normaalspoor) 1.435 mm
Massa 118.9 ton
Lengte over buffers 22.18 m
Hoogte 4.55 m
Maximumsnelheid 140 km/h
Aandrijving mechanisch
Treinbeïnvloeding Indusi
Remsysteem mechanisch
Keteldruk maximaal 18 bar
Portaal  Portaalicoon   Verkeer & Vervoer

De Baureihe 10 is een kleine serie van twee sneltreinlocomotieven gebouwd voor de Deutsche Bundesbahn volgens het conceptplan Neubaulokomotive.

Geschiedenis[bewerken]

Deze locomotieven werden na de Tweede Wereldoorlog door Krupp voor de Deutsche Bundesbahn (DB) ontworpen ter vervanging de series Baureihe 01, 01.10 en locseries van Landernbahnen. De serie is kwam echter te laat om verder doorgebouwd te worden tot een grote en belangrijke serie en werd al snel afgevoerd. Daardoor heeft deze serie nooit een computernummer gekregen.

Constructie en techniek[bewerken]

De locomotief heeft een stalen bar- of platenframe, een driecilinderdrijfwerk en een ketel die grote gelijkenis vertoonde met de nieuwe eendommige ketels van de serie 01.10 met wie zij ook de asindeling 2'C'1' deelde. Loc 10 001 was eerst een kolengestookte machine terwijl loc 10 002 met stookolie werd gestookt, later werd loc 10 001 eveneens tot oliestook verbouwd. De serie was gestroomlijnd, waarbij het drijfwerk echter vrij werd gehouden om oververhitting daarvan te voorkomen. De tender type T-40 is speciaal voor deze serie ontwikkeld en is gedeeltelijk ook voorzien met een stroomlijnbeplating. Door die stroomlijning en hun puntige rookkastdeur oogden zij fraai en de machinisten waren over het algemeen tevreden over hun prestaties. De locs konden met lichte sneltreinen een snelheid van 140 km/uur aanhouden en ontwikkelde daarbij een maximaal vermogen van 2500 PKi aan de trekhaak.

Een groot nadeel was de hoge asdruk van de drijfwielen van 22,4 ton, waardoor het inzetgebied beperkt bleef tot trajecten die daarvoor geschikt waren. Bovendien is de toelevering van reserveonderdelen bij kleine series altijd problematisch en duur. De diensten voor deze locs werden daarom snel overgenomen door de stoomlocs van serie 01.10 en de dieselhydraulische locs van serie V200.

Loc 10 001 is te bezichtigen in het Deutsches Dampflokomotiv-Museum te Neuenmarkt en loc 10 002 is gesloopt.

Literatuur[bewerken]

  • Jürgen-Ulrich Ebel: Baureihe 10. Die stärkste deutsche Schnellzugdampflok. In: Eisenbahn-Kurier. Nr. 306/Jahrgang 32/1998. EK-Verlag GmbH, ISSN 0170-5288, S. 28-32.
  • Jürgen-Ulrich Ebel: "Die Baureihe 10"; EK-Verlag, Freiburg 1998, ISBN 978-3-88255-101-3
  • Jürgen-Ulrich Ebel: Zugkraft für das Wirtschaftswunder. 1. Aufl., DGEG Medien GmbH, 2009. ISBN 978-3-937189-37-6
  • Manfred Weisbrod, Hans Müller, Wolfgang Petznick: Dampflokarchiv, Band 1. transpress VEB Verlag für Verkehrswesen, Berlin 1976, S. 69 ff-., S. 252
  • Taschenbuch Deutsche Dampflokomotiven. Horst J. Obermayer. Uitgeverij Franckh’sche Verlagshandlung, Stuttgart. ISBN 3-440-03643-x

Foto's[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties