DRG Baureihe 01

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
DRG Baureihe 01
01 118 tijdens het Bahnhofsfest in Königstein op 27 mei 2007
01 118 tijdens het Bahnhofsfest in Königstein op 27 mei 2007
Verein Pacific 01 202 op 3 februari 2007 te William Barbey YSteC
Verein Pacific 01 202 op 3 februari 2007 te William Barbey YSteC
Aantal 231
10 (ex serie 02)
Nummering 01 001-010
01 011 (ex serie 02)
01 012-101
01 102-232
01 233-241 (ex serie 02)
Fabrikant AEG in Hennigsdorf
Berliner Maschinenbau in Berlijn
Borsig in Berlijn
Henschel
Hohenzollern in Düsseldorf-Grafenberg
Friedrich Krupp AG in Essen
Maffei in München-Allach
In dienst 1925-1938
Uit dienst 1972
Asindeling 2'C1' h3 + 2' 2' (Pacific)
Spoorwijdte 1.435 mm (normaalspoor)
Massa 108,9 ton
Aslast 20 ton
Lengte over buffers 23,94 m
Hoogte 4,45 m
Maximumsnelheid 120/130 km/h
50 km/h (achteruit)
Aandrijving mechanisch
Vermogen 1648 kW
Treinbeïnvloeding Indusi
Remsysteem mechanisch
Keteldruk maximaal 16 bar
Portaal  Portaalicoon   Verkeer & Vervoer

De Baureihe 01 was een serie stoomlocomotieven voor de zware sneltreindienst die vanaf 1926 gebouwd zijn voor de Deutsche Reichsbahn Gesellschaft (DRG). De serie is de eerste sneltreinlocomotief gebouwd volgens een meerjarenplan voor de bouw van verschillende gestandaardiseerde types stoomlocomotieven, de zogenaamde Einheitsdampflokomotiven.

Geschiedenis en inzet[bewerken]

Ter vervanging van de sneltreinlocomotieven van de verschillende Länderbahnen werden twee types van tien stuks sneltreinlocomotieven ontwikkeld, de serie 01 met twee cilinders en de serie 02 met vier cilinders in compoundwerking. Na testritten en een evaluatie werd de serie 02 geschrapt en teruggebouwd tot een normale 01 met enkelvoudige expansie. De serie 01 werd gebouwd door AEG en Borsig en later ook door Henschel, Hohenzollern, Krupp en Schwartzkopff. Er werden tussen 1926 en 1938 in totaal 231 locomotieven voor het personenvervoer van de Deutsche Reichsbahn Gesellschaft gebouwd.

De serie vormde jarenlang het hart van het vervoer van zware personen- en sneltreinen op de hoofdtrajecten en de locs waren overal te zien in Duitsland. Ze waren gekoppeld aan de tenders van het type T 30, T 32 en T 34 en bereikte een snelheid van max. 130 km/uur. Een nadeel was de hoge asdruk van 20 ton, de locs konden daarom niet ingezet worden op trajecten met een lichte bovenbouw. De DRG besloot daarom een een lichtere versie te ontwerpen met een asdruk van 18 ton, de serie 03. Ook stond de serie model voor het ontwerp van een iets snellere versie met 3 cilinders wat zou resulteren in de serie 01.10.

Ombouw voor de Deutsche Bundesbahn[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog kwam een groot aantal locs terecht bij de Deutsche Bundesbahn en daar kon men de locs nog niet missen. Na een kleine verbouwing (andere voorverwarmer en voedingspomp) volgde in 1957 een grote ingrijpender verbouwing. Bij een aantal locs waren de ketels in een slechte staat en men besloot die locs te voorzien van een hoogrendementsketel die vrijwel gelijk was als die van de serie 01.10. Ook werden de glijlagers vervangen door kogellagers. Het uiterlijk verdween drastisch door de nieuwe hoge, met slechts één stoomdom uitgeruste ketel en de kleine Witte windleiplaten. Toch hebben beide versies de eindstreep voor de inzet bij de DB van deze serie gehaald. Het laatste traject waar ze dienst deden was op de Schiefe Ebene een zeer steil traject van 23 promille tussen Bamberg en Hof in het Fichtelgebergte. Bij meer dan 5 rijtuigen werden de personentreinen daar tussen de stations Neuenmarkt-Wirsberg en Marktschorgast in de regel opgedrukt (geduwd) door een andere loc, eerst een zware tenderloc, later ook een diesellocs.

Ombouw voor de Deutsche Reichbahn[bewerken]

Ook bij de Deutsche Reichbahn in de DDR werden een aantal locs ingrijpend verbouwd en ingedeeld in de serie DR Baureihe 01.5. Deze verbouwing was veel ingrijpender als bij de verbouwing door de DB, in de DDR sprak men dan ook van Rekonstruktionslokomotive of afgekort Rekolok.

Nummers[bewerken]

De volgende locomotieven zijn bewaard gebleven:

Lijst van de 01
Nummer
DRG
Eigenaar
na 1945
Nummer
na 1968 / 1970
Huidige eigenaar Standplaats Opmerkingen
01 005 DB 001 005 VM Dresden
01 008 DB 001 008 EM Bochum-Dahlhausen
01 066 DR 001 066 EM Nördlingen
01 111 DB 001 111 DDM Neuenmarkt
01 118 DB 001 118 HEF Frankfurt am Main
01 137 DB 001 137 EM Dresden-Altstadt
01 150 DB 001 150 VM Nürnberg met brandschade in Meiningen
01 164 DB 001 164 privé
01 173 DB 001 173 UE
01 180 DB 001 180 privé
01 202 DB 001 202 Verein Pacific Lyss in november 2012 voor ketel revisie naar Meiningen [1]
01 204 DB 001 204 privé
01 220 DB 001 220 DB Standbeeld in Treuchtlingen

Foto's[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Manfred Weisbrod, Wolfgang Petznick: Baureihe 01. 3. Auflage. Transpress, Berlin 1993, ISBN 3-344-70769-8.
  • Gustav Nagel: Dampf, letzter Akt. 1962: Die Rekonstruktion der Baureihe 01 beginnt. In: Lok-Magazin. Nr. 248/Jahrgang 41, GeraNova Zeitschriftenverlag, München 2002, ISSN 0458-1822, S. 92-95.
  • Peter Melcher: Vom Winde verweht… Abschied von der DB-01. In: Lok-Magazin. Nr. 263/Jahrgang 42, GeraNova Zeitschriftenverlag, München 2003, ISSN 0458-1822, S. 104-111.
  • Konrad Koschinski: Legendäre Baureihe 01 - Eisenbahn-Journal Sonderausgabe 2. Verlagsgruppe Bahn, 2006, ISBN 3-89610-156-0.
  • Taschenbuch Deutsche Dampflokomotiven. Horst J. Obermayer. Uitgeverij Franckh’sche Verlagshandlung, Stuttgart. ISBN 3-440-03643-x
Bronnen, noten en/of referenties
  1. (de) News aus dem Dampflokwerk Nr. 7
  2. In 1975 tijdelijk opgeslagen bij Bw Haltingen, later gereviseerd en in gebruik bij (de) Verein Pacific 01 202 te Lyss (Zwitserland).