Europese tjitjak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Europese tjitjak
Hemidactylus turcicus.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde: Gekkota (Gekko's)
Familie: Gekkonidae
Geslacht: Hemidactylus
Soort
Hemidactylus turcicus
Linnaeus, 1758
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

De Europese tjitjak[1] (Hemidactylus turcicus) is een hagedis uit de infraorde gekko's (Gekkota) en de familie Gekkonidae. Andere benamingen voor deze soort zijn Turkse huisgekko, Europese huisgekko of gewone huisgekko.

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De Europese tjitjak is meestal witgeel met een luipaard-achtig patroon van bruine vlekjes op de rug en een bruin en geel gebandeerde staart. Er zijn minder variaties dan bij de tjitjak (Hemidactylus frenatus), maar het verspreidingsgebied is ook aanzienlijk kleiner. De huid van deze soort is een beetje doorzichtig, vooral de eieren van de vrouwtjes zijn goed te zien en de gekko wordt maximaal 13 centimeter lang. De tenen hebben kleine lamellae (hechtkussentjes) en huidflappen over de tenen. Op de flanken en de staartwortel bevinden zich kleine stekelachtige bultjes en de ogen hebben een verticale pupil.

Verspreiding en levenswijze[bewerken]

Deze gekko leeft in het Middellandse Zeegebied, in droge, zanderige bosgebieden, en prefereert hagen en struiken, maar kruipt ook op muren en steenhopen. De soort heeft zich ook verspreid naar enkele staten in de Verenigde Staten, te weten: Florida, Louisiana en Texas. Hier is de gekko waarschijnlijk geïntroduceerd tussen de 15e en de 18e eeuw door toedoen van de mens; de slavenhandel of de massale immigratie rond die tijd hebben hieraan bijgedragen.

Het is een schemeractieve soort die ook 's nachts actief is op zoek naar insecten en larven. Dieren die aan de randen van steden leven, komen op de insecten af die weer op licht afkomen, waardoor het lijkt alsof ze de mens opzoeken. De mannetjes lokken de vrouwtjes met jammerende geluiden die lijken op het miauwen van een kat. Als de mannetjes om een vrouwtje vechten, of als ze worden aangeraakt, kunnen ze ook knorrende of gillende geluiden produceren.

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 180 ISBN 90 274 8626 3.

Bronnen

  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database – Hemidactylus turcicus - Website Geconsulteerd 27 februari 2012