Gratis openbaar vervoer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Gratis openbaar vervoer is openbaar vervoer dat 'gratis' aan de reizigers wordt aangeboden. Hierbij dient men te bedenken dat het vervoer in werkelijkheid natuurlijk niet echt gratis is, maar alleen op een andere manier wordt bekostigd (via belastingen).

De meest genoemde voordelen van gratis openbaar vervoer zijn de vermindering van het aantal autoverplaatsingen en een toename van de mobiliteit voor mensen met een laag inkomen. De nadelen zijn de hoge kosten die er aan verbonden zijn door een toename van gemakzucht bij de reizigers.

Vlaanderen[bewerken]

Sinds 1 juli 1997 is in Hasselt de stadsbus gratis voor iedereen en de streekbus gratis voor Hasselaren binnen de stadsgrenzen. Burgemeester Steve Stevaert had de lage kostendekkingsgraad van 9% aanvankelijk afgekocht. Het aantal reizigers in de doorgaans bijna lege stadsbussen in Hasselt verachtvoudigde sindsdien. Op 1 januari 2014 kwam er na 16 jaar om budgettaire redenen een einde aan de Hasseltse gratis stadsbussen.[1]

Inmiddels heeft vervoerbedrijf De Lijn een vaste formule ontwikkeld zodat Belgische gemeenten op makkelijke wijze gratis of goedkoop (dat wil zeggen met goedkope abonnementen) openbaar vervoer voor hun burgers kunnen inkopen. Daardoor is in verschillende gemeenten het openbaar vervoer voor de inwoners gratis of erg goedkoop.

Volgens critici is de term gratis misleidend. Een betere term is inkomensherverdeling, waardoor we de kosten van de gratis dienst terug herverdelen via andere heffingen. In Vlaanderen wordt gratis of goedkoop openbaar vervoer daarom ook 'derdebetalersysteem' genoemd. Daarmee wordt bedoeld dat derden (gemeenten, scholen of werkgevers) (een deel van) de vervoerkosten voor hun rekening nemen.

Ouderen[bewerken]

Zowel in Vlaanderen (De Lijn) als in Wallonië rijden ouderen gratis. Daartoe ontvangen mensen ouder dan 65 in Vlaanderen een "Omnipas 65+", in Wallonië dient de "carte 65+" aangevraagd worden. Beide kaarten gelden op alle bussen in België, en deze kaarten zorgen er ook voor dat treinritten goedkoper worden (€5,20 per retour).

Nederlandse initiatieven[bewerken]

Door het succes van de gratis bus in Hasselt willen sommige lokale politici in Nederland ook gratis bussen in hun steden. Onderzoek naar mogelijkheden van gratis openbaar vervoer is gedaan in onder andere Arnhem en Utrecht. In Eindhoven werd een projectwethouder aangesteld om een proef voor te bereiden met gratis openbaar vervoer.

Een obstakel voor de invoering van gratis openbaar vervoer in Nederland vormt de huidige subsidiëring van het OV op basis van opbrengstsuppletie. Hierdoor verhoudt de subsidie zich lineair met de inkomsten uit de verkoop van nationale vervoerbewijzen. Bij het wegvallen van de kaartverkoop, vervalt ook het recht op rijksbijdrage voor de OV-exploitatie. Als in 2005/2006 de subsidie op basis van structuurkenmerken wordt ingevoerd, maakt een groot experiment met gratis OV in Nederland een grotere kans.

Voor beperkte "gratis OV"-acties is een daling in de kaartverkoop nauwelijks merkbaar en blijft de subsidie gewoon gehandhaafd. De gemeente of provincie hoeft dan alleen een inkomstenderving aan de vervoerder te betalen. Op deze wijze was de stadsbus in Dordrecht de laatste zes weken van 2002 gratis om de parkeerdruk tijdens de eindejaarsperiode te verminderen. De provincie Noord-Brabant hield gedurende een weekend in september 2006 een proef met gratis openbaar vervoer in het kader van de Week van de Vooruitgang. Deze proef trok veel nieuwe reizigers.[2]

Experiment Leiden - Den Haag[bewerken]

De vervoersautoriteit Zuid-Holland bood sinds maandag 5 januari 2004 gratis openbaar vervoer aan op de lijnen 95 (Den Haag Centraal - Katwijk - Noordwijk) en 88 (Den Haag Centraal - Oegstgeest). De gratis bussen moesten het drukke forenzenverkeer per auto op de A44 ontlasten. Automobilisten uit de regio Leiden konden op de gratis bus stappen bij transferium 't Schouw aan de A44.

De provincie hoopte dat dagelijks 300 extra forenzen de bus zouden nemen. Dit komt neer op 5% minder auto's op de A44. Het experiment kostte de provincie zo'n 1 miljoen euro.

Het experiment kreeg na de testperiode geen vervolg omdat de invloed op het autogebruik niet meetbaar was. Daarnaast bleek dat veelal studenten die in Leiden studeerden maar nog geen OV-kaart hadden gebruik te maken van deze buslijnen. De overige (betaalde) bussen tussen Leiden en Den Haag waren hierdoor minder vol dan gebruikelijk.

Lichtmis-Zwolle[bewerken]

Van 2004 tot 2006 zette Arriva gratis pendelbussen in tussen de carpoolplaatsen bij de Lichtmis (afslag 22 Nieuwleusen) en afslag 21 (Ommen) aan de Rijksweg 28 naar het station van Zwolle. Deze pendeldienst werd ingezet als alternatief tegen de files op de A28 ten gevolge van de aanleg van plusstroken op de A28 bij Zwolle. De bussen maakten gebruik van een parallelweg langs de autosnelweg.

Emmen[bewerken]

In Emmen zal de politieke partij BGE (Burgerbelangen Gemeente Emmen) zich nadrukkelijk uitspreken voor gratis openbaar vervoer. BGE wil hiermee bereiken, dat autogebruikers de overstap gaan maken naar openbaar vervoer ten gunste van het milieu, dat de openbaar vervoer binnen de gemeente onbeperkt toegankelijk is voor minder draagkrachtigen, dat de omliggende dorpen beter worden ontsloten en dat er minder asfalt in de groene gemeente wordt aangelegd zonder de mobiliteit aan te tasten.

Ameland[bewerken]

Op Ameland is op 1 april 2006 een proef gestart met gratis openbaar vervoer voor eilander 65-plussers. Op vertoon van een pasje kunnen deze senioren gratis gebruikmaken van de bus op het hele eiland. De gemeente heeft dit ingekocht bij de vervoerder, Arriva. Tegelijkertijd hebben 5 ondernemers voor eenzelfde bedrag kaartjes ingekocht waarmee men gasten gratis vervoer van- en naar hotel / camping biedt. Met de opbrengsten worden extra dienstregelingsuren ingezet. Doel van de proef is het remmen van de groei van het autoverkeer en het verbeteren van de mobiliteit van de ouderen.

Tilburg[bewerken]

Tilburg is een van de Nederlandse steden waar al enkele jaren met goedkoop en gratis Openbaar Vervoer wordt geëxperimenteerd. Sinds 1993 kent de stad een zogenaamd TOPticket; een busretourtje van € 0,50 op koopavonden, zaterdagen en zondagen van en naar het stadscentrum. Maximaal 4 kinderen tot 12 jaar kunnen gratis meereizen met een volwassene die met het TOP-ticket reist. Reizigers kopen TOPtickets bij de chauffeur in de bus. De tijdelijke proef met het TOPticket (1993-1998) bleek succesvol; het aantal reizigers in de bus nam toe en het ticket werd permanent ingevoerd.

In oktober 2006 voerde Tilburg gratis Openbaar Vervoer in voor 55 plussers. Het aantal reizigers in die doelgroep nam daarna toe; van 7% naar 23%. Vooralsnog gaat het om een proef die in de zomer van 2007 afloopt. De gemeente bekijkt mogelijkheden om de proef te verlengen in samenwerking met de provincie Noord-Brabant, die de sinds 1 januari 2007 verantwoordelijk is voor het busvervoer. In april maakt de gemeente Tilburg de definitieve resultaten van de proef bekend. Doel van het gratis vervoer voor de 55 plussers is volgens de gemeente het bevorderen van de maatschappelijke participatie en de sociale contacten van ouderen. Daarnaast zijn luchtkwaliteit en bereikbaarheid gebruikte argumenten voor het project.

Tilburg beschouwt zich als evenementenstad. Vanuit die hoedanigheid kijkt ze in 2007 of het wenselijk is gratis Openbaar Vervoer in te voeren tijdens evenementen. Een eerste proef hiermee was tijdens Carnaval 2007, waar de bus van vrijdagmiddag 16 februari 2007 17.00 uur tot aan het eind van de dienstregeling van de dinsdag erop reed. De gratis bus trok naar schatting van vervoerder Veolia 105.000 reizigers; ruim het dubbele van het aantal reizigers tijdens carnaval in eerdere jaren.

Eindhoven[bewerken]

Sinds 1 maart 2007 kunnen senioren (65+) en kinderen jonger dan 12 uit Eindhoven gratis met Eindhovense stadsbussen reizen. Hiervoor zijn pasjes aan alle gerechtigden in Eindhoven verstuurd. Deze pasjes zijn niet geldig op de streeklijnen die door Eindhoven rijden. Het pasje is ook verkrijgbaar voor inwoners van de randgemeenten, zoals Veldhoven, Best, e.d.

Nijmegen[bewerken]

Vanaf 1 juni 2007 t/m 31 december 2007 konden 65-plussers in de daluren gratis reizen met de stadslijnen 1 t/m 10 en met de lijnen 25, 31 en 32 naar Oosterhout of Lent. Met ingang van 1 januari 2009 in de daluren (op werkdagen na 09.00 uur en in het weekeinde) is het openbaar vervoer in Nijmegen definitief gratis voor Nijmegenaren van 65 jaar en ouder. Nijmegen is de eerste stad in Nederland die het openbaar vervoer voor 65-plussers structureel gratis maakt.

Helmond[bewerken]

De stad Helmond startte op 7 juli 2007 een project met gratis openbaar vervoer binnen de stad. Op vertoon van een identificatiebewijs is het vervoer per bus in de hele stad gratis voor kinderen onder 12 jaar en mensen vanaf 65 jaar. Op zaterdag is het vervoer voor iedereen gratis. Het project omvat alle stads- en streekbussen in de gemeente Helmond. Doorgaande reizigers op streeklijnen betalen pas buiten de stadsgrenzen. Het project had een looptijd van 1 jaar, maar is doorgegaan tot en met april 2010.

Lelystad[bewerken]

Sinds 1 januari 2008 kunnen senioren (65+) uit Lelystad gratis met stadsbussen binnen Lelystad reizen. Senioren uit Lelystad kunnen hiervoor een speciale OV-chipkaart aanvragen. Het gratis vervoer geldt niet voor de streeklijnen die door Lelystad rijden.

Hengelo[bewerken]

In Hengelo heeft de SP jarenlang geijverd voor 'Gratis met de bus voor 65+'. In april 2008 besloot het gemeentebestuur tot een experiment met gratis busvervoer voor 65-plussers. Het experiment dat duurt van 1 oktober 2008 tot 1 oktober 2009 kost € 50.000,- per jaar. Er is al geld gereserveerd tot 2012.

Goedkoop openbaar vervoer[bewerken]

Een andere ontwikkeling in het Nederlandse stadsvervoer is het goedkoop openbaar vervoer dat inmiddels in meerdere gemeenten ingang heeft gevonden.

Bij goedkoop openbaar vervoer wordt een speciaal voordelig kaartje geïntroduceerd. Het grote voorbeeld voor veel steden hierbij is Apeldoorn dat in 2000 het piekkaartje (ƒ1.-) heeft ingevoerd voor een enkele reis. Met de komst van de Euro in 2002 is de prijs verhoogd naar €1,- en in 2008 is het kaartje naar €1,50 gegaan. Het aantal reizigers is sindsdien met 38% gestegen. Dit is naast het euro-kaartje te danken aan frequentieverhogen van een aantal stadsdiensten.

Sindsdien hebben de vervoerders Arriva Personenvervoer Nederland, BBA, Qbuzz en Connexxion Eurokaartjes in verschillende delen van hun vervoersgebieden ingevoerd. Deze kaarten kunnen bij de chauffeur gekocht worden na 9:00, in het weekend en de vakanties de hele dag.

In Arnhem heeft Connexxion het 'Dalkaartje Arnhem' waarmee men voor €2, €3, €4 een enkele reis van of naar Arnhem kan maken, doordeweeks vanaf 9:00, en in het weekend en de vakantie de hele dag. Voorheen was het 'Dalkaartje Arnhem' het kaartje waarmee men echt goedkoop kon reizen. Men kon toen voor €1,00 een enkele rit maken, daarna werd het kaartje €1,10 en kon men hiermee een retourrit maken tot maximaal 1 uur na afstempelen van de heenrit. In midden 2010 besloot Connexxion het dalkaartje duurder te maken, €2, €3 en €4 voor een enkele rit.

BBA lanceerde op 30 april 2005 in Noord-Brabant het Met-Elkaartje waarbij twee of meer personen na 9 uur en in het weekend voor €2,50 per persoon de hele dag met BBA bussen door Noord-Brabant kunnen reizen. Hermes nam dit kaartje op 10 juli 2005 over waarmee het kaartje in de hele provincie geldig was. Arriva heeft na binnenkomst in Noord-Brabant het Met-Elkaartje ook overgenomen. Veolia Transport nam het Met-Elkaartje over voor de provincie Limburg, al lag het tarief hier hoger. Het was ook mogelijk om het Met-Elkaartje te kopen dat geldig is in de treinen van Veolia Transport in de provincie. Deze kaarten zijn op 12 september 2007 vervangen door Veolia Dagkaarten, één voor Noord- en Midden-Limburg en één voor Zuid-Limburg. Tevens introduceerde Veolia het Stadsretour, een retourkaartje voor de Limburgse steden.

Na het succes van het Met-Elkaartje lanceerde de provincie Noord-Brabant op 1 januari 2007 het Dalurendagkaartje voor de individuele reiziger. Hiermee kan een persoon voor €3,00 (€2,00 voor reductie gerechtigden) vanaf 9 uur en in het weekend door heel Noord-Brabant met de bus reizen, uitgezonderd van de bussen van Hermes en BBA in de regio Eindhoven. Op 1 maart nam het SRE het kaartje over voor haar concessies. Het kaartje is sindsdien in de hele provincie Noord-Brabant geldig.

Novio introduceerde in Nijmegen en omgeving het KAN-kaartje. Dit retourkaartje kost €2, €3 of €4 afhankelijk van waar men opstapt en is verkrijgbaar bij chauffeurs van Novio, Hermes en Connexxion.

Het voormalige Stadsvervoer Nederland had een soortgelijk kaartje in haar vervoersgebied, het EEM-kaartje.

Op 1 december 2005 lanceerde Hermes in Limburg het Limburgs Uitje, een dagkaart voor de provincie Limburg. Deze kostte €3 voor een enkele reiziger, €5 voor twee personen en €6 voor twee volwassenen met maximaal drie kinderen. Met de komst van Veolia Transport in Limburg is dit kaartje vervallen.

Verschil tussen België en Nederland[bewerken]

Het grote verschil tussen België en Nederland is de motivering voor gratis openbaar vervoer: In België baseert men zich in grote mate op sociale motieven, terwijl in Nederland vooral de congestieproblematiek in grote en middelgrote steden een rol speelt.

Veerdiensten[bewerken]

Sommige veerponten, met name in Amsterdam, zijn gratis. Zij zijn in zulke gevallen te beschouwen als een onmisbaar onderdeel van het wegennet en behoren hiermee niet met alle recht tot het openbaar vervoer.

Bronnen, noten en/of referenties