Renault F1 Team

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lotus Renault GP
Formule 1-team
Bruno Senna tijdens een test op Jerez, 2011
Bruno Senna tijdens een test op Jerez, 2011
Algemene informatie
Nationaliteit Vlag van Frankrijk Frankrijk/Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Basis Enstone, Verenigd Koninkrijk
Viry-Châtillon, Frankrijk
Leiding Éric Boullier
Technisch directeur James Allison
Actieve jaren 1977 - 1986

1989 - 1997
2000 - 2011

Sportieve prestaties
Aantal F1-races 282
Coureurs-kampioenschap(pen) 2 (laatste uit 2006)
Constructeurs-kampioenschap(pen) 2 (laatste uit 2006)
Overwinningen 35
Totaal punten 1260
Aantal polepositions 51
Aantal snelste rondes 31
Eerste grand prix Groot-Brittannië 1977
Eerste overwinning Frankrijk 1979
Laatste overwinning Japan 2008
Laatste grand prix Brazilië 2011
Noemenswaardige coureurs Fernando Alonso
René Arnoux
Alain Prost
Jenson Button
Giancarlo Fisichella
Jarno Trulli
Robert Kubica
Vitaly Petrov
Portaal  Portaalicoon   Autosport
Renault F1 RS01
Renault F1 R203

Renault was een autosportteam actief in de Formule 1.

De beginjaren[bewerken]

Het officiële debuut van Renault in de Formule 1 vond plaats in 1977. Tijdens de Britse Grand Prix op 16 juli 1977 kwam de RS01 voor het eerst in actie. Al na zestien ronden moest de Franse coureur Jean Pierre Jabouille de wedstrijd staken. Ondanks deze matige start zou dit leerjaar Renault later tot grote hoogten brengen. De RS01 was overigens de eerste Formule 1-auto met een turbo.

In 1979 wist Renault haar eerste overwinning binnen te halen. In de Franse Grand Prix op Dijon-Prenois behaalde Jabouille de eerste plaats, en liet zo Gilles Villeneuve (Scuderia Ferrari) en René Arnoux (Renault F1) achter zich, die beiden een heroïsch gevecht om de tweede plaats hadden uitgevochten.

Drie jaar later kon Renault in alle wedstrijden van het seizoen van 1982 laten zien, dat het in de top drie thuis hoorde. In datzelfde jaar behaalde Renault F1 haar eerste 1-2 zege. In de thuiswedstrijd werd Arnoux eerste en Alain Prost tweede.

Renault trok zich in 1986 terug als team uit de Formule 1.

Williams-Renault[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Williams F1 voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, keerde Renault in 1989 terug in de hoogste tak van de autosport, ditmaal als motorenleverancier voor Williams. Dit legde de Fransen geen windeieren, want vanaf 1992 werd de combinatie vijf keer de nummer één van het constructeurskampioenschap. Uitzondering hierop was 1995, want in dat jaar werd het team van Benetton kampioen. In totaal is Renault dus die zes jaar aaneengesloten constructeurskampioen geweest. Na deze overwinningszege trok Renault zich terug uit het kampioenschap (eind 1997), mede door slechte resultaten bij de autodivisie van Renault.

De terugkeer[bewerken]

In 2002 keerden de Fransen opnieuw terug, ditmaal niet alleen als motorenleverancier, maar als een geheel eigen team (feitelijk de voortzetting van Benetton). Een jaar later behaalde de jonge Spaanse coureur Fernando Alonso een uniek record in z'n R23, hij werd namelijk de jongste Formule 1-winnaar ooit. Met zijn zege in de Grand Prix van Hongarije schreef deze (toen 22 jaar en 27 dagen oude) coureur geschiedenis.

Fernando Alonso werd in het seizoen 2005 wereldkampioen (de jongste wereldkampioen ooit) en zorgde er daarmee in de laatste Grand Prix (Shanghai) voor, dat Renault ook het kampioenschap van constructeurs won. Ook in het daaropvolgende seizoen was het Renault F1 team het beste. Fernando Alonso kroonde zich in 2006 opnieuw tot wereldkampioen en zo eindigde de Franse renstal net voor Ferrari met een voorsprong van vijf punten.

Bij beide kampioenschappen had Alonso een dosis geluk aan zijn zijde. In 2005 was het de McLaren-bolide die het op cruciale momenten liet afweten. En 2006 was Michael Schumacher niet gunstig gestemd; na een geweldige inhaalrace in de tweede helft van het seizoen had Ferrari te maken met pech: een zeer zeldzame ploffende motor en een defect brandstofsysteem.

Seizoen 2007[bewerken]

  • Met ingang van het seizoen 2007 werd het team omgedoopt van Mild Seven Renault F1 Team naar ING Renault F1 Team, dit omdat het Nederlandse bedrijf ING Groep de nieuwe hoofdsponsor werd. Dit werd op maandag 16 oktober 2006 bekendgemaakt. Er werd een sponsorcontract getekend voor drie jaar.
  • Fernando Alonso vertrok naar het team van Vodafone Mclaren Mercedes en het team moest op zoek naar een nieuwe rijder; die werd gevonden in de persoon van de Fin Heikki Kovalainen.
  • Giancarlo Fisichella was in het seizoen 2007 de eerste coureur.
  • Op donderdag 25 januari 2007 presenteerde Renault de nieuwe bolide, de R27, in Amsterdam bij het hoofdkantoor van ING; daarbij waren beide coureurs en Flavio Briatore aanwezig.[1]
  • Naast McLaren werd ook Renault verdacht van spionage in de Formule 1. Op 6 december moest het team voor de World Motor Sport Council verschijnen, maar hier kwam niets uit.

Seizoen 2008[bewerken]

  • Na één jaar te zijn weggeweest keerde Fernando Alonso terug naar Renault. Op 10 december 2007 werd bekend dat hij een tweejarig contract had getekend.[2]
  • Op 31 januari 2008 presenteerde Renault zijn auto voor het seizoen 2008.
  • Midden januari testte Alonso opnieuw met een Renault op het circuit van Valencia; hij zette daar ook de beste tijd neer.
  • Alonso verklaarde tijdens de teampresentatie het team opnieuw naar de top te brengen.
  • Op 13 augustus 2008 overleed de voormalige directeur Aerodynamica Dino Toso thuis op 39-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Enige tijd ervoor nam hij officieel afscheid van het team waar hij meerdere jaren voor had gewerkt.[3]

Seizoen 2009[bewerken]

"Singapore schandaal" - "Crashgate"[bewerken]

Na het ontslag van Nelson Piquet Jr. in 2009 maakte de FIA bekend, dat Piquet een belastende verklaring had afgelegd tegen zijn voormalige werkgever. Piquet had tijdens de race in Singapore in 2008 zijn auto opzettelijk laten crashen om zo zijn teamgenoot Fernando Alonso in winnende positie te krijgen. Uiteindelijk bekende Renault tegenover de FIA schuldig te zijn en ontsloeg het team Flavio Briatore en technisch manager Pat Symonds. Briatore en Symonds zouden samen verantwoordelijk zijn geweest voor het plan en Piquet onder druk hebben gezet om zich hieraan te houden.
Op 21 september 2009 deed de FIA uitspraak in de zaak: Piquet en Alonso gingen vrijuit, Renault ontving een voorwaardelijke schorsing van twee seizoenen, met een proeftijd van vijf jaar. Die proeftijd hield in dat als Renault vóór 2012 een vergelijkbare overtreding maakte, het team voor altijd uit de Formule 1 zou worden gezet. Verder kreeg Flavio Briatore een levenslang werkverbod in de Formule 1, terwijl Pat Symonds gedurende vijf jaar geen activiteiten mocht hebben in de sport.
Hierdoor werd nu Bob Bell als nieuwe teammanager aangewezen ter vervanging van Flavio Briatore. Bob Bell bleef daarnaast tevens technisch directeur. Jean-Francois Caubet (voorheen hoofd van de marketing-afdeling) volgde Pat Symonds op als manager.
Op 25 september maakte ING bekend per direct te stoppen met de sponsoring van het team als gevolg van het schandaal in Singapore.
Op 5 januari 2010 maakte de Franse rechter de schorsing van Briatore en Symonds ongedaan.[4][5]

Overnames[bewerken]

Op 16 december 2009 werd officieel bevestigd dat Renault voor de helft was overgenomen door investeringsmaatschappij Genii Capital. Het team bleef onder de naam Renault racen in 2009 en gebruikte ook de motoren van Renault.[6]

Op 8 december 2010 werd officieel bevestigd, dat Renault de andere helft van de aandelen had verkocht aan Group Lotus. Lotus werd nu titelsponsor, maar Renault bleef nog wel in de teamnaam staan. Renault zelf was dus nog slechts motorleverancier en had geen aandelen meer.[7] Eind 2011 werd er dan toch besloten om 'Renault' uit de teamnaam te halen en verder door het leven te gaan als 'Lotus F1 Team'. Het team bleef 'intern' nog wel steeds het 'oude Renault'.

Hoogtepunten[bewerken]

Renault R24
  • 6 keer winnaar van het constructeurskampioenschap
  • 5 keer winnaar bij de coureurs
  • 336 starts
  • 96 overwinningen
  • 2138 punten
  • 137 keer poleposition
  • 106 keer de snelste ronde

Coureurs Renault 1977 - 2014[bewerken]

- Jean Pierre Jabouille (Renault F1) - René Arnoux (Renault F1) - Alain Prost (Renault F1,Williams-Renault) - Eddie Cheever (Renault F1) - Nigel Mansell (Lotus-Renault,Williams Renault) - Elio de Angelis (Lotus Renault) - Derek Warwick (Renault F1) - Patrick Tambay (Renault F1) - François Hesnault (Ligier-Renault) - Andrea de Cesaris (Lotus-Renault) - Ayrton Senna (Lotus-Renault,Williams-Renault) - Jacques Laffite (Ligier-Renault) - Philippe Streiff (Ligier-Renault) - Ivan Capelli (Ligier-Renault) - Stefan Bellof (Ligier-Renault) - Martin Brundle (Ligier-Renault) - Philippe Alliot (Ligier-Renault) - Ricardo Patrese (Williams-Renault) - Thierry Boutsen (Williams-Renault) - Damon Hill (Williams-Renault) - Mark Blundell (Ligier-Renault) - David Coulthard (Williams-Renault,Red Bull-Renault - Olivier Panis (Ligier-Renault) - Franck Lagorce (Ligier-Renault) - Michael Schumacher (Benetton-Renault) - Jos Verstappen (Benetton-Renault) - Johnny Herbert (Benetton-Renault) - Jacques Villeneuve (Williams Renault,Renault F1) - Jean Alesi (Benetton-Renault) - Gerhard Berger (Benetton-Renault) - Heinz-Harald Frentzen (Williams-Renault) - Giancarlo Fisichella (Benetton-Renault,Renault F1) - Jenson Button (Benetton-Renault,Renault F1) - Jarno Trulli (Renault F1) - Fernando Alonso (Renault F1) - Heikki Kovalainen (Renault F1, Team Lotus-Renault, Caterham-Renault, Lotus-Renault) - Nelson Piquet Jr. (Renault F1) - Romain Grosjean (Renault F1, Lotus-Renault) - Robert Kubica (Renault F1) - Vitali Petrov (Lotus Renault GP, Caterham-Renault) - Nick Heidfeld(Lotus Renault GP) - Bruno Senna (Lotus Renault GP, Williams-Renault) - Karun Chandhok (Team Lotus-Renault) - Sebastian Vettel (Red Bull-Renault) - Mark Webber (Red Bull-Renault) - Pastor Maldonado (Williams-Renault, Lotus-Renault) - Kimi Räikkönen (Lotus-Renault) - Valtteri Bottas (Williams-Renault) - Charles Pic (Caterham-Renault) - Giedo van der Garde (Caterham-Renault) - Alexander Rossi (Caterham-Renault) - Will Stevens (Caterham-Renault) - Daniel Ricciardo (Red Bull-Renault) - Carlos Sainz jr. (Red Bull-Renault) - Susie Wolff (Williams-Renault) - Daniel Juncadella (Williams-Renault) - Kamui Kobayashi (Caterham-Renault) - Marcus Ericsson (Caterham-Renault) - Robin Frijns (Caterham-Renault) - Jean-Éric Vergne (Toro Rosso-Renault) - Daniil Kvyat (Toro Rosso-Renault) - Sébastien Buemi (Red Bull-Renault) - António Félix da Costa (Red Bull-Renault)

  • de vetgedrukte coureurs zijn momenteel actief voor Renault Sport in de Formule 1.

Formule 1[bewerken]

  • R24
  • R25 (kampioensauto 2005)
  • R26 (kampioensauto 2006)
  • R27
  • R28
  • R29
  • R30
  • R31

Resultaten (1993-2011)[bewerken]

1993 1994 1995 1996 1997* 2000 2001* 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011
Aantal zeges 1 8 11 1 1 1 8 7 2
Aantal pole-positions 6 4 2 2 2 7 7
Aantal podiumplaatsen 11 12 15 10 7 3 1 5 6 18 19 1 3 1 3 2
Aantal WK-punten 72 103 137 68 67 20 10 23 88 105 191 206 51 72 26 114* 73
Eindstand WK 3e 2e 1e 3e 3e 4e 7e 4e 4e 3e 1e 1e 3e 5e 8e 5e* 5e
  • Tot en met 1997 nam Renault deel aan het kampioenschap als motorleverancier aan Williams
  • In 2000 en 2001 nam Renault deel aan het kampioenschap onder de naam Benetton.
Bronnen, noten en/of referenties

Externe links