Zwerfafval

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zwerfafval op een recreatieplek
Zwerfafval langs het spoor. Machelen, 1986.

Zwerfafval of zwerfvuil is al het afval dat rondslingert op straat, in de berm, op het strand of bijvoorbeeld in natuurparken. Het is gewoonlijk afval dat daar door menselijk handelen of door nalatigheid achtergebleven is en in sommige gevallen is het door natuurkrachten zoals water en wind terechtgekomen is op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn.

Zwerfafval bestaat voornamelijk uit verpakkingsmateriaal van consumpties: blikjes, flesjes, wikkels en bijvoorbeeld patatbakjes. Ook sigarettenpeuken, kauwgomresten ("spum") en papier slingeren vaak op straat, in parken of langs de weg rond.

Zwerfafval in Nederland[bewerken]

ANWB-bord tegen zwerfvuil (ca. 1900)
Amsterdam houdt de stad schoon, Polygoonjournaal 1961

In Nederland hebben gemeenten en Rijkswaterstaat namens de overheid een taak bij het opruimen van zwerfafval. De politie en gemeentelijke opsporingsambtenaren beboeten burgers die blikjes, flesjes of ander afval op straat gooien. De boete bedraagt 130 euro, behalve indien de verdachte ouder dan 12 en jonger dan 16 jaar oud is, dan wordt de boete gehalveerd.

Ter voorkoming van zwerfafval langs fietspaden, zijn daar soms blikvangers geplaatst. Na het mislukken van het verpakkingsconvenant tussen overheid en bedrijfsleven is er sinds 2007 de publiekscampagne 'Nederland schoon'. Sinds 2010 is er het Focusprogramma zwerfafval. Hierin werken overheden en bedrijfsleven samen bij het bestrijden van zwerfafval. De Agentschap NL en de NVRD ondersteunen, in opdracht van de VNG, de gemeenten via het Actieprogramma Gemeente Schoon. Namens het bedrijfsleven richt Nederland Schoon zich met name op gedragsverandering van het publiek en verpakkinginnovaties.

Hoeveelheden[bewerken]

In de afgelopen jaren is de hoeveelheid zwerfafval enorm toegenomen. Door veranderde eet- en drinkgewoontes zijn meer levensmiddelen in kleinere verpakkingen verkrijgbaar, die ook gemakkelijk onderweg zijn te gebruiken. Niet iedereen gooit de verpakkingen na gebruik in de vuilnisbak. In 2001 is in het onderzoek 'Inzamel- en beloningssystemen ter vermindering van zwerfafval' berekend dat jaarlijks 50 miljoen blikjes en flesjes in het zwerfafval terechtkomen.

Rijkswaterstaat is rond 2003 jaarlijks ruim 8 miljoen euro kwijt aan het opruimen van zwerfafval langs rijkswegen. Alleen de directie IJsselmeergebied van Rijkswaterstaat treft per jaar al zo'n 900.000 kilogram zwerfafval aan langs de 125 kilometer die ze aan wegen beheert. Het meeste zwerfafval wordt echter opgeruimd door de gemeenten. Met tal van maatregelen houden ze de openbare ruimte zo schoon mogelijk. Lokaal zijn de grootste probleemgebieden de schoolomgeving, winkelgebieden en OV-gebieden.

Gevolgen[bewerken]

Het duurt vaak heel lang voordat zwerfafval uit het milieu verdwijnt. Biologisch afbreekbaar afval verdwijnt het snelst, maar zelfs in dat geval spreken we nog over maanden tot jaren. Zo duurt het soms tot een half jaar voordat papier en karton volledig is afgebroken. Kunststof en metaal zijn niet biologisch afbreekbaar en kunnen slechts door chemische processen worden afgebroken, zoals verwering en oxidatie, fotodegradatie, etc. Een blikje roest na enkele tot tientallen jaren weg, maar roestvrijstalen, glazen en styrofoam voorwerpen kunnen duizenden jaren in het milieu aanwezig blijven. Gedurende deze tijd kunnen ze hinder of zelfs gevaar opleveren voor mens, dier en milieu. Bovendien zijn de afbraakproducten van kunststof materiaal vaak zelf ook schadelijk, en kunnen makkelijk in de voedselketen worden opgenomen.

Burgers ergeren zich vaak aan zwerfafval. Zwerfafval is een milieuprobleem en een probleem voor de leefomgeving. Uit het onderzoek 'Inzamel en beloningssystemen ter vermindering van zwerfafval' blijkt dat Nederlanders zich meer ergeren aan de vervuiling en verloedering van hun directe leefomgeving dan aan files en sigarettenrook. Zwerfafval draagt bij aan de verloedering van steden en vergroot daarmee het gevoel van onveiligheid bij burgers. Ook voor toeristische centra is een schone omgeving van groot belang. Daarnaast kan zwerfafval langs en op de weg gevaren voor de verkeersveiligheid opleveren.

Kunststof voorwerpen kunnen gevaar opleveren voor de volksgezondheid, wanneer zich in holtes (plastic zeil, autoband) door neerslag kleine poelen regenwater vormen. Deze poelen zijn broeiplaatsen voor ziekten. Dieren kunnen gezondheidsschade ondervinden doordat ze zich aan de voorwerpen bezeren, ze per ongeluk opeten, of erin verstrikt raken. Plastic sixpack-houders kunnen bijvoorbeeld jonge dieren verstikken wanneer deze om hun nek gewikkeld raken. Wanneer de dieren groeien gaan de houders steeds strakker om de nek zitten, tot de dieren stikken. Verder kunnen dieren gezondheidsschade ondervinden van de afbraakproducten. Ook organisch afval kan negatieve gevolgen hebben. Organisch afval in het water kan algenbloei veroorzaken.

Smeulende sigarettenpeuken kunnen in een voldoende droge omgeving brand veroorzaken.

Het opruimen van zwerfafval is derhalve noodzakelijk, maar brengt hoge kosten met zich mee. In zekere zin kan opruimen ook preventief werken: mensen zijn eerder geneigd afval neer te gooien op plekken waar al rommel ligt, dan op schone plekken.

Veroorzakers[bewerken]

Volgens het onderzoek onderschrijft 80% van de mensen de stelling 'iedereen laat wel eens iets van een papiertje, blikje of zo, op straat achter'. Jongeren van 12 tot 24 jaar veroorzaken meer zwerfafval dan de gemiddelde Nederlander of Belg. Maar ook ouderen veroorzaken zwerfafval. Zo is 18% van de mensen die regelmatig zwerfafval veroorzaakt, 50 jaar of ouder. Automobilisten, recreanten, rokers en jongeren zijn specifieke doelgroepen binnen de campagne die gevoerd wordt door de stichting Nederland Schoon.

Boetes[bewerken]

Waarschuwing. Het bedrag is in 2009 € 90

Een persoon die afval op straat weggooit kan daarvoor een boete krijgen. De gemeenteraad moet een afvalstoffenverordening vaststellen. Dat staat in artikel 10.23 van de Wet milieubeheer. In zo'n afvalstoffenverordening kunnen regels worden opgenomen om te voorkomen dat zwerfafval in het milieu terecht komt. In de verordening kan bijvoorbeeld staan dat geen papiertjes, blikjes of flesjes op straat mogen worden gegooid. Wie dit dan toch doet, pleegt een zogenaamd economisch delict. Dat is geregeld in artikel 1a, onder 3°, van de Wet op de economische delicten. Deze wet vermeldt ook de strafmaat voor overtredingen van de Algemene Plaatselijke Verordening die gebaseerd zijn op de Wet milieubeheer. In dit geval een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de vierde categorie. De hoogte van de geldboete staat weer in het Wetboek van Strafrecht. Artikel 23, vierde lid, stelt dat een geldboete van de vierde categorie maximaal 11.250 euro bedraagt. De rechter bepaalt de feitelijke hoogte.

Artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht geeft de Officier van Justitie de mogelijkheid om strafvervolging te voorkomen en de zaak af te doen met een boete. Het Openbaar Ministerie heeft richtlijnen opgesteld voor boetes. Voor het niet op de juiste wijze aanbieden van huishoudelijk afval (en dus ook het veroorzaken van zwerfafval als een papiertje, blikje of flesje) staat een standaard boete van 130 euro. (feitcode H022) Door dit te betalen, vindt geen strafvervolging plaats. Wordt de boete niet betaald, dan komt de zaak alsnog voor de rechter.

Bedrijfsleven[bewerken]

Om de hoeveelheid verpakkingsafval te beperken is door de Nederlandse overheid een convenant afgesproken met het bedrijfsleven. Daarbinnen is een deelconvenant zwerfafval. De afspraken in het deelconvenant vallen binnen het gedachtegoed van de producentenverantwoordelijkheid. Dit betekent dat producenten en bedrijven die producten op de markt brengen (mede)verantwoordelijk zijn voor die producten in het afvalstadium.

Het convenant bevat afspraken tussen overheid en bedrijfsleven over het terugdringen van de hoeveelheid verpakkingsafval en het zwerfafval. Eind 2002 is VROM, namens de Rijksoverheid, met het bedrijfsleven en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het deelconvenant zwerfafval overeengekomen.

De doelstellingen van het deelconvenant zwerfafval waren:

  • Het bedrijfsleven draagt er zorg voor dat uiterlijk in het jaar 2005 de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval met ten minste 80% is afgenomen (van 50 miljoen in 2001).
  • Het bedrijfsleven is verplicht zich aantoonbaar in te spannen zodat de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval voor 1 januari 2005 is afgenomen met ten minste 2/3 (van 50 miljoen in 2001).
  • De Rijksoverheid, de VNG en het bedrijfsleven dragen er zorg voor dat door een gezamenlijke inspanning uiterlijk in het jaar 2005 het overige zwerfafval met ten minste 45% ten opzichte van het jaar 2002 is verminderd.

In 2008 was hier nog niets van terechtgekomen, daarom werd op 1 januari 2008 het Activiteitenbesluit van kracht. Hierin werd onder andere geregeld dat ondernemers de openbare ruimte rond hun inrichting, (winkel, zaak), schoon moeten houden. Van het oorspronkelijke plan van de minister, 100 meter rondom de inrichting alles schoon, bleef niet veel over. Geregeld is dat de ondernemer tot een afstand van 25 meter het afval afkomstig uit zijn inrichting, of bestemd voor zijn inrichting, op moet ruimen. Handhaving is daardoor lastig, wanneer een snackbar en een supermarkt 25 meter van elkaar verwijderd liggen, kan voor de helft van het afval niemand aangesproken worden.

Statiegeld[bewerken]

Statiegeldflessen

Een mogelijkheid om het zwerfafval terug te dringen is het invoeren van statiegeld. Hiermee wordt de consument gestimuleerd de verpakking terug te brengen naar de winkel. En als iets toch wordt weggegooid, dan zal een vinder bereid zijn het naar de winkel te brengen. Het bedrijfsleven is hier echter erg op tegen vanwege het extra werk.

Het bedrijfsleven streefde er volgens het Convenant Verpakkingen III naar de hoeveelheid blikjes en flesjes in het zwerfafval in 2005 met ten minste 80% terug te dringen. Voor 1 januari 2005 moest het aantal flesjes en blikjes in het zwerfafval met ten minste twee derde zijn afgenomen. Lukte dat niet dan zou met ingang van 1 januari 2006 het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton in werking treden. Daarin was onder meer het statiegeld voor blikjes en flesjes geregeld. In 2008 werd echter in plaats daarvan een verpakkingsbelasting ingevoerd omdat de politieke wil om op grote schaal statiegeld in te voeren ontbrak en het bedrijfsleven wel verpakkingen die veel zwerfafval veroorzaken op de markt brengt maar zich er uiteindelijk niet verantwoordelijk voor voelt.

Burgerinitiatieven[bewerken]

In Lelystad heeft Willem Vos (bouwmeester van de Batavia) na zijn pensionering samen met Jan Vos en Olaf van Dijk een stichting opgericht om zwerfafval aan te pakken. De stichting heeft in 2011 ruim 1900 leden die zich vrijwillig met het opruimen van zwerfafval bezighouden. De stichting Vrijwillige Zwerfafval Opruimers heeft momenteel samenwerkingsverbanden met meer dan 80 grote en middelgrote gemeenten door heel Nederland. De stichting geeft op veel scholen voorlichting over de oorzaken en gevolgen van zwerfafval. De Stichting is landelijk gaan opereren om zo een grootschalige bijdrage te leveren in de bestrijding van zwerfafval.

In 2012 begon Annette Dölle op 21 september een nationale opruimdag, 'KeepitCleanDay' genoemd.

Een ander burgerinitiatief is 'Ik prik mee' van Nico van Paridon. Op de website van 'Ik prik mee' worden wandelaars en hardlopers opgeroepen onderweg zwerfafval op te rapen. Dit initiatief wordt inmiddels gesteund door meer dan 100 aangemelde particulieren, en daarnaast Staatsbosbeheer, Nederlandse Spoorwegen, Natuurmonumenten, Stichting Nederland Schoon en 20 bezoekerscentra van wandel- en natuurgebieden.

Zwerfafval in zee[bewerken]

De grootste hoeveelheid zwerfafval drijft rond op de wereldzeeën. In de Grote Oceaan drijven afvalophopingen die zo’n 100 miljard kilo afval bevatten. Deze draaikolk van afval wordt ook wel de plasticsoep genoemd omdat ze voor een groot deel bestaat uit nanodeeltjes plastic. Volgens onderzoek is ook de rest voornamelijk kunststofmateriaal, gaande van verpakkingen en visnetten tot kapotte kajaks. Het bestaan van deze vuilnisbelten is sinds 1997 bekend en sindsdien zijn ze in omvang alleen maar toegenomen. Door zeestromingen wordt het afval van overal vandaan naar dezelfde plaats in zee geloodst. Ook op andere oceanen zijn dit soort afvalconcentraties vastgesteld. Omdat het afval zich in internationale wateren bevindt is het moeilijk om tot afspraken te komen over het opruimen ervan.[1]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties
  • De tekst op deze pagina of een eerdere versie daarvan is afkomstig van de website van VROM.
  1. Vervuiling, The Green Miles