Bloemdieren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bloemdieren
Fossiel voorkomen: Ediacarium[1]holoceen
Koraalrif in de Great Barrier Reef
Koraalrif in de Great Barrier Reef
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Cnidaria (Neteldieren)
Klasse
Anthozoa
Ehrenberg, 1834
Onderklassen
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Bloemdieren op Wikispecies Wikispecies
(en) World Register of Marine Species
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Bloemdieren (Anthozoa) vormen een klasse van neteldieren, waartoe de zeeanemonen, rifkoralen en zachte koralen behoren. Bloemdieren zijn poliepen: eenvoudig gebouwde organismen die zich vastzetten in de zeebodem en voedsel vangen met een tentakelkrans. Ze kunnen solitair zijn, zoals zeeanemonen, maar ook grote kolonies vormen zoals bij de koralen. Kolonies worden verstevigd met calciumcarbonaat en andere materialen en nemen uiteenlopende vormen aan, die vaak doen denken aan plantaardig leven.

Bloemdieren maken deel uit van de neteldieren, en zijn zodoende verwant aan de schijfkwallen, kubuskwallen en parasitaire Myxozoa. De twee belangrijkste subklassen van bloemdieren zijn de Hexacorallia, waarvan de leden een zesvoudige symmetrie vertonen (rifkoralen, zeeanemonen en zoanthiden) en de Octocorallia, die een achtvoudige symmetrie vertonen (zachte koralen, hoornkoralen en zeeveren). De kleinste subklasse, Ceriantharia, bevat anemonen met een buisachtige morfologie.

Anthozoa zijn carnivoor, ze vangen kleine prooien met hun tentakels. Veel soorten vullen hun energiebehoefte aan door gebruik te maken van fotosynthetische, eencellige algen (zoöxanthellen) die in hun weefsels leven. Deze symbiotische bloemdieren komen uitsluitend voor in ondiep water en bouwen riffen. Andere soorten hebben een zelfstandige levenswijze en komen voor in de diepere lagen van de zee.

In tegenstelling tot andere neteldieren hebben bloemdieren geen medusestadium in hun ontwikkeling: ze zijn hun hele leven vastgehecht aan het substraat. De meeste bloemdieren planten zich geslachtelijk voort. Na bevruchting ontstaan vrijzwemmende larfjes die deel uitmaken van het plankton. De larven vestigen zich op een juiste locatie en hechten zich aan het substraat, waarbij ze een metamorfose ondergaan en zich ontwikkelen tot poliepen. Sommige bloemdieren kunnen zich ongeslachtelijk voortplanten door knopvorming of fragmentatie. Er zijn meer dan 16.000 soorten beschreven.

Diversiteit[bewerken | brontekst bewerken]

De hoornkoraal Annella mollis. Hoornkoralen zijn bloemdieren die boomachtige vertakkingen vormen langs steile rifwanden

De naam 'Anthozoa' is afkomstig van de Griekse woorden άνθος (ánthos; 'bloem') en ζώα (zóa; 'dier'), waarvan ook de Nederlandse naam 'bloemdieren' is ontleend. De naam is een verwijzing naar het bloemige uiterlijk van hun meerjarige poliepstadium.[2]

Bloemdieren komen uitsluitend voor in de zeeën en oceanen. Tot de bloemdieren behoren de zeeanemonen, rifkoralen, zachte koralen, zeeveren en hoornkoralen. Bloemdieren zijn de grootste groep neteldieren (Cnidaria); er zijn meer dan 6000 soorten beschreven. Ze variëren in grootte van minder dan een halve centimeter tot grote kolonies die meters lang kunnen worden.

Bloemdieren kennen een bijzondere vormenrijkdom. Veel soorten zijn bekleed met kleurrijke materialen die uit kunnen groeien tot complexe rifsystemen.[3] Hoewel er veel verschillende soorten bloemdieren een onderdeel zijn van riffen en ondiepe wateren, leven de meeste soorten in de diepere lagen van de zee. Veel taxa zijn tijdens hun evolutionaire ontwikkeling verschoven van ondiep naar diep water en vice versa.[4]

Leefwijze[bewerken | brontekst bewerken]

Deze dieren leven gedurende hun volwassen leven als poliep op de bodem van de zee. De grootte loopt sterk uiteen van nog geen millimeter breed tot een doorsnede van 10 meter. De naam danken ze aan de vaak gekleurde vangarmen waarmee ze prooidieren zoals plankton uit het water filteren of kleine vissen grijpen die worden verdoofd door de netelcellen. Op deze wijze verdedigen ze zich ook tegen belagers, zoals slakken, borstelwormen, zeespinnen en zeesterren. Ze kunnen zich zowel geslachtelijk als ongeslachtelijk voortplanten.

Symbiose[bewerken | brontekst bewerken]

Veel bloemdieren kennen een symbiose met eencellige algen, zooxanthellae genaamd. Deze algen voorzien de dieren van voedingsstoffen die ze zelf niet aan kunnen maken. Ook de kleuren van veel anemonen en koralen zijn afkomstig van eencelligen, die leven van de afvalstoffen waar het dier niets meer mee kan. Een vergelijkbare symbiotische samenwerking vindt men bij de korstmossen.

Fylogenie[bewerken | brontekst bewerken]

De bloemdieren worden onderverdeeld in drie subklassen: Octocorallia, Hexacorallia en Ceriantharia. Elk van deze groepen is monofyletisch, wat wil zeggen dat alle leden binnen de groep afstammen van dezelfde voorouder. De subklassen onderscheiden zich door verschillen in symmetrie van de poliepstructuur. De verwantschappen binnen de subklassen zijn nog niet geheel opgehelderd.[5]

Anthozoa
 Hexacorallia 

Actiniaria Heteractis malu.JPG



Antipatharia Blackcoral colony 600.jpg



Corallimorpharia Scheibenanemone.JPG



Scleractinia Brain coral.jpg



Zoantharia Parazoanth2.JPG



 Octocorallia 

Alcyonacea Pink soft coral Nick Hobgood.jpg



Helioporacea Blaue Koralle 4.jpg



Pennatulacea Ptilosarcus gurneyi California.JPG



 Ceriantharia 

Penicillaria Arachnanthus nocturnus, Koh Phangan.jpg



Spirularia Cerianthus filiformis.jpg