John Thune

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
John Thune
John Randolph Thune
John Randolph Thune
Geboren 7 januari 1961
Murdo, South Dakota
Politieke partij Republikeinse Partij
Partner Kimberley Thune
Religie Evangelisch
Senator voor South Dakota
Huidige functie
Aangetreden 3 januari 2005
Voorganger Tom Daschle
Afgevaardigde voor South Dakota
At-Large
Aangetreden 3 januari 1997
Einde termijn 3 januari 2003
Voorganger Tim Johnson
Opvolger Bill Janklow
Portaal  Portaalicoon   Politiek

John Randolph Thune (Murdo (South Dakota), 7 januari 1961) is een Amerikaans politicus. Hij is een Republikeins senator namens de staat South Dakota. In het verleden had hij ook zitting in het Huis van Afgevaardigden.

Thune behaalde in 1983 een bachelor in de bedrijfskunde aan Biola University, een universiteit met een evangelicale achtergrond. Een master zou hij een jaar later behalen aan de University of South Dakota.

De senator is sinds 1984 getrouwd met Kimberley Weens. Samen hebben zij twee dochters. Beiden zijn lid van een evangelische gemeente.

Werkzame leven[bewerken]

Thune behoorde tot de Republikeinse Partij. Hij begon zijn werkende leven als assistent onder senator James Abdnor. Onder president Ronald Reagan zijn bewind werkte hij op het ministerie van Economische Zaken. In 1991 werd hij door de gouverneur van South Dakota benoemd als hoofd van de spoorwegen van die staat. Van 1993 tot 1996 werkte hij voor de South Dakota Municipal League.

Politieke carrière[bewerken]

Huis van Afgevaardigden[bewerken]

Zijn politieke carrière begon in 1996 toen hij zich voor de eerste maal verkiesbaar stelde voor het Huis van Afgevaardigden. Hij beloofde niet meer dan drie termijnen zitting te nemen, en hield zich ook die belofte. Daarna stelde hij zich echter kandidaat voor de Senaat, maar verloor de verkiezingen met een verschil van 524 stemmen. Van 2002 tot 2004 werkte hij daarom als lobbyist voor Dakota, Minnesota & Eastern Railroad.

Verkiezingscampagne tegen Tom Daschle[bewerken]

Een tweede poging om gekozen te worden in de Senaat lukte in 2004 wel. In een spectaculaire verkiezingscampagne versloeg hij Tom Daschle, op dat moment leider van de Democratische Partij in de Senaat. Het Republikeinse partijleiderschap was erop uit om een herverkiezing van Daschle te voorkomen. In de campagne werd ruim 30 miljoen dollar geïnvesteerd. Dit deden zij omdat Daschle in de Senaat verschillende keren had gedreigd om wetsvoorstellen en rechterlijke benoemingen tegen te houden door middel van een filibuster. Thune wist vooral de christelijke stemmers aan zich te binden, door onder andere zijn standpunten over het homohuwelijk en abortus. Op beide is hij tegen. Uiteindelijk zou Thune de verkiezingen winnen met een kleine vijfduizend stemmen verschil.

Senaat[bewerken]

In de Senaat zou Thune meteen met een voorstel komen waardoor het voor kleine spoorwegmaatschappijen makkelijker zou zijn om geld te lenen bij de federale overheid. Daar had hij zich eerder als lobbyist eerder ook al hard voor gemaakt. In de Senaat heeft hij zich ook ingezet voor het stimuleren en investeren in het gebruik van ethanol en windenergie als alternatieve energie-bronnen.

Voor de presidentsverkiezingen van 2012 werd Thune genoemd als eventuele kandidaat voor de Republikeinse Partij, maar in februari 2011 maakte hij bekend zich niet verkiesbaar te stellen. Volgens de krant USA Today was hij ook kandidaat voor de nominatie voor het vicepresidentschap van zijn partij.

Huidige leden van de Senaat van de Verenigde Staten
Senaat

Alabama: Shelby (R) · Strange (R)
Alaska: Murkowski (R) · Sullivan (R)
Arizona: McCain (R) · Flake (R)
Arkansas: Cotton (R) · Boozman (R)
Californië: Feinstein (D) · Harris (D)
Colorado: Gardner (R) · Bennet (D)
Connecticut: Blumenthal (D) · Murphy (D)
Delaware: Carper (D) · Coons (D)
Florida: Nelson (D) · Rubio (R)
Georgia: Perdue (R) · Isakson (R)
Hawaï: Schatz (D) · Hirono (D)
Idaho: Crapo (R) · Risch (R)
Illinois: Durbin (D) · Duckworth (D)
Indiana: Donnelly (D) · Young (R)
Iowa: Grassley (R) · Ernst (R)
Kansas: Roberts (R) · Moran (R)
Kentucky: McConnell (R) · Paul (R)

 

Louisiana: Cassidy (R) · Kennedy (R)
Maine: Collins (R) · King (O)
Maryland: Cardin (D) · Van Hollen (D)
Massachusetts: Warren (D) · Markey (D)
Michigan: Peters (D) · Stabenow (D)
Minnesota: Klobuchar (D) · Franken (D)
Mississippi: Cochran (R) · Wicker (R)
Missouri: McCaskill (D) · Blunt (R)
Montana: Daines (R) · Tester (D)
Nebraska: Fischer (R) · Sasse (R)
Nevada: Heller (R) · Cortez Masto (D)
New Hampshire: Shaheen (D) · Hassan (D)
New Jersey: Menendez (D) · Booker (D)
New Mexico: Udall (D) · Heinrich (D)
New York: Schumer (D) · Gillibrand (D)
North Carolina: Burr (R) · Tillis (R)

 

North Dakota: Hoeven (R) · Heitkamp (D)
Ohio: Brown (D) · Portman (R)
Oklahoma: Inhofe (R) · Lankford (R)
Oregon: Wyden (D) · Merkley (D)
Pennsylvania: Casey (D) · Toomey (R)
Rhode Island: Reed (D) · Whitehouse (D)
South Carolina: Graham (R) · Scott (R)
South Dakota: Rounds (R) · Thune (R)
Tennessee: Alexander (R) · Corker (R)
Texas: Cornyn (R) · Cruz (R)
Utah: Hatch (R) · Lee (O)
Vermont: Leahy (D) · Sanders (O)
Virginia: Warner (D) · Kaine (D)
Washington: Murray (D) · Cantwell (D)
West Virginia: Moore Capito (R) · Manchin (D)
Wisconsin: Johnson (R) · Baldwin (D)
Wyoming: Enzi (R) · Barrasso (R)

(D): Democraat · (R): Republikein · (O): Onafhankelijk