Resolutie 1716 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vlag van Verenigde Naties
Resolutie 1716
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 13 oktober 2006
Nr. vergadering 5549
Code S/RES/1716
Stemming
voor
15
onth.
0
tegen
0
Onderwerp Georgisch-Abchazisch conflict
Beslissing Verlengde de UNOMIG-waarnemingsmissie met 6 maanden.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 2006
Permanente leden
Niet-permanente leden
Vlag van Argentinië Argentinië · Vlag van Congo-Brazzaville Congo-Brazzaville · Vlag van Denemarken Denemarken · Vlag van Ghana Ghana · Vlag van Griekenland Griekenland · Vlag van Japan Japan · Vlag van Peru Peru · Vlag van Qatar Qatar · Vlag van Slowakije Slowakije · Vlag van Tanzania Tanzania
De Kodori-vallei.
De Kodori-vallei.

Resolutie 1716 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd op 13 oktober 2006 unaniem aangenomen door de VN-Veiligheidsraad, en verlengde de VN-waarnemingsmissie in Abchazië met een half jaar.

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Georgisch-Abchazisch conflict voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op het einde van de jaren 1980 wilde de Abchazische minderheid in Abchazië onafhankelijk worden van Georgië, waartoe ze behoorden, terwijl de Georgiërs wel de meerderheid van de bevolking uitmaakten. De Georgiërs zagen dat niet zitten en in 1992 leidde de situatie tot een gewapend conflict. Daarbij raakte ook grote buur Rusland betrokken, die het voor de Abchazen opnam. Begin 1993 braken zware gevechten uit om de Abchazische hoofdstad Soechoemi, die kortstondig waren onderbroken door een staakt-het-vuren.

Inhoud[bewerken | brontekst bewerken]

Waarnemingen[bewerken | brontekst bewerken]

In het conflict tussen Georgië en diens regio Abchazië werd nog steeds geen vooruitgang geboekt over enkele sleutelkwesties. Ook waren nieuwe spanningen gerezen; vooral door de speciale Georgische operatie in de Kodori-vallei.

Handelingen[bewerken | brontekst bewerken]

De Veiligheidsraad bleef achter het document met de basisprincipes voor de verdeling van bevoegdheden tussen Tbilisi en Soechoemi staan. Op Georgië werd aangedrongen te zorgen dat de situatie in de Kodori-vallei in overeenstemming met het Akkoord van Moskou bleef en dat er zich derhalve geen niet-geautoriseerde troepen bevonden.

Aan Georgische zijde werd opnieuw aangedrongen de Abchazische veiligheidszorgen serieus te nemen, geen stappen te zetten die als bedreigend konden worden ervaren en ook geen militaire retoriek meer te bezigen. De Abchazen moesten dan weer zorgen dat vluchtelingen in alle veiligheid en menswaardig konden terugkeren en dat hun rechten inzake huisvesting en identiteit werden gerespecteerd.

Ten slotte werd het mandaat van de UNOMIG-waarnemingsmacht ter plaatse verlengd tot 15 april 2007, en werd secretaris-generaal Kofi Annan gevraagd in zijn volgende rapport de ontwikkelingen in de Kodori-vallei te vermelden.

Verwante resoluties[bewerken | brontekst bewerken]