Batavia (Nederlands-Indië)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Stadhuis van Batavia, rond 1710 gebouwd, nu het Jakarta Historisch Museum. Tekening door Johannes Rach (1770 )
Opticaprent van Batavia in 1780

Batavia is de oude naam van de hoofdstad van Nederlands-Indië. De stad ligt aan de noordkust van Java, aan een goed beschutte baai, in een vlakke en op sommige plaatsen moerassige omgeving, doorsneden door kanalen en rivieren.

Batavia kende een oude stad in het laagste en ongezondste gedeelte en een nieuwe stad, iets hoger gelegen, in moderne stijl. Het was Daendels, de opvolger van Lord Minto, die aan het begin van de 19e eeuw het initiatief nam tot de uitbreiding.

Ten tijde van de VOC telde Batavia 30 tot 50.000 inwoners. In de tweede helft van de 19e eeuw groeide Batavia uit tot een stad van ruim 800.000 inwoners. Aan het eind van de Nederlandse koloniale periode werd het aantal van 1 miljoen inwoners bereikt. In 1905 telde de stad 9.000 Europeanen, inclusief de daarmee juridisch gelijkgestelde "Indo-Europeanen". De Europeanen en de mestiezen vormden toen een procent van de totale bevolking. Als "gewest" telde Batavia in dat jaar 2,1 miljoen inwoners, waaronder 14.000 Europeanen, 93.000 Chinezen en 2800 Arabieren.[1]

Batavia had in het verleden twee bijnamen: "Het kerkhof der Europeanen" vanwege de hoge sterftekans voor met name nieuwkomers in het tijdperk van de VOC en in de 19e eeuw "De Koningin van het Oosten" door de stedenbouwkundige schoonheid .

Batavia bleef in Nederlandse handen tot 1942, het jaar dat Nederlands-Indië bezet werd door Japanse troepen. Batavia werd toen weer Djakarta. Die naam is definitief sinds de onafhankelijkheid van Indonesië in 1950.

Inhoud

[bewerken] De geschiedenis van de stad

Reproductie van een plattegrond van Batavia uit circa 1627.
Plattegrond van Batavia uit 1640 of 1740 (?)

Batavia ontstond als havenstad ten tijde van het hindoeïstische Koninkrijk Soenda (Pajajaran) in de 14e eeuw en heette oorspronkelijk Sunda Kelapa (of Soenda Kelapa). De stad werd op 22 juni 1527 door Fatahillah van het Sultanaat Demak veroverd, dit wordt beschouwd als de officiële stichtingsdatum van de stad. Hij hernoemde de stad Jayakarta, ook wel geschreven als Djajakarta of Jacatra wat 'volledige overwinning' betekent.

In november 1610 sloot Jacques l'Hermite een verdrag met de van het sultanaat Bantam afhankelijke regent Prins Jayawikarta of Widjaja krama, vanwege de jonge leeftijd vervangen door de listige Pangeran Aria Ranamanggala.[2] De eerste gouverneur-generaal in Indië Pieter Both kreeg in 1611 geen toestemming voor het bouwen van een fort, maar wel factorij of handelskantoor, dat gevestigd werd op de oever van de rivier Tjiliwan, in de Chinese wijk. In 1614 werd J.P. Coen benoemd tot directeur over alle factorijen in de Oost. Coen besloot in augustus 1618 tot versterking van de handelspost, nadat hij tot Gouverneur-generaal was benoemd.[3] Een tweede reden was de concurrentie en de oudere rechten van de Chinezen uit Fujian in Bantam.[4] In november begon hij zonder toestemming met de uitbreiding van het fort. Om de zaak in evenwicht te houden kregen ook de Engelsen toestemming een handelspost te versterken.[5][6] Op 24 december werd de Engelse handelspost verwoest. Op 2 januari 1619 kwam het tot het treffen met Sir Thomas Dale voor de kust die onbeslist bleef. Coen zeilde vervolgens in het geheim naar de Molukken om meer hulp te halen bij Herman van Speult en Adriaen Maertensz. Block. De vloot verzamelde zich bij Madoera. Pieter de Carpentier werd vooruitgezonden vanwege de tegenwind. Onderweg verwoestte de vloot Japara voor de tweede keer.

Ondertussen werd in Batavia door ca 250 man (?) dag en nacht gewerkt aan het fort onder leiding van Pieter van den Broecke.[7] Van den Broecke werd met zes man door de Javanen in gijzeling genomen en capituleerde op 1 februari 1619. Hij sloot een verdrag met de Engelsen en de sultan. De wapens zouden worden weggehaald door de Engelsen, de koopmansgoederen kwamen de sultan toe. Toen dit bekend werd in het fort braken de manschappen alles open. Eerst toen kwamen de Bantammers opzetten. De volgende dag werd de sultan door zijn Bantammer principaal afgezet. In de daaropvolgende maanden is er voornamelijk onderhandeld en nauwelijks geschoten.

De impasse werd op 30 mei 1619 door Jan Pieterszoon Coen, die twee dagen eerder met 17 schepen was gearriveerd, doorbroken. De Bantammers zijn verjaagd, de vijftien Engelse schepen vertrokken. Er was nauwelijks enige tegenstand. Jacatra werd afgebrand en de bevolking verdreven. De prins trok zich terug in het binnenland en Coen haalde de banden aan met Bantam na een blokkade van de haven. Zo werd de VOC heerser over het hele gewest.[8]

Het fort was al op 12 maart door de bevelhebber Van Raay tot Batavia gedoopt.[9] Niettemin wilde Coen de nederzetting Nieuw-Hoorn noemen (naar zijn geboorteplaats Hoorn), maar hij kreeg geen toestemming van de Heren XVII, de bewindhebbers van de VOC.

Mislukte belegering op Batavia, door de sultan van Mataram II in 1628. Ook de tweede poging in het daaropvolgende jaar de stad terug te veroveren, was geen succes.

Aan de oostzijde van de Ciliwung rivier werd een vierkant kasteel gebouwd met op de vier hoeken grote uitspringende bastions. Al van de stichting in 1619 waren Javanen onwelkom, want ze zouden opnieuw in opstand kunnen komen. Coen liet Willem IJsbrantsz. Bontekoe duizend Chinezen uit Macao ontvoeren, die zouden worden ingezet bij aankomst in Batavia. Enkele tientallen overleefde de tocht. In 1621 zijn achthonderd Bandanezen, de enige overlevenden van de 15.000 inwoners, gedeporteerd naar Batavia, ongeveer 600 honderd kwamen levend aan.

Na een belegering door Javanen in augustus 1628 ontstond een vesting volgens de toentertijd geldende denkbeelden in de Republiek die vooral verspreid werden door Simon Stevin. Jacques Specx bouwde Batavia verder uit, de zogenaamde Oosterstad omgeven door een stadsgracht.[10] Rond 1646 werd een typisch Nederlands grachtenstelsel aangelegd met vier kanalen; de rivier de Ciliwung is gekanaliseerd. Uit angst voor een opstand werden de stadsmuren zo gebouwd dat de bolwerken ook de straten in de stad konden bestrijken. Enkel de Chinezen en Mardijkers werden door de VOC vertrouwd.

In 1656 moesten alle Javanen, als gevolg van vijandelijkheden met Bantam, zich buiten de muren vestigen. In 1659 werd tijdelijk vrede gesloten met Bantam en kon de stad groeien. Er verschenen steeds meer buitenhuizen en priëlen. Vanaf 1667 werden bamboe huizen binnen de stad verboden, alsmede het houden van vee. Omdat de stad veel mensen aantrok, ontstonden er diverse voorsteden buiten de stadsmuren.

Het kasteel van Batavia, gezien vanaf West Kali Besar. (Andries Beeckman, circa 1656-58)

Het buitengebied bleef nog lang onveilig voor niet-inheemsen. Pas toen in 1684 opnieuw vrede werd gesloten met Bantam kwam de ontginning van de Preanger (Ommelanden) goed op gang. Langzamerhand werd de grond rond Batavia in cultuur gebracht. Het achterland lag open voor exploitatie. Naast de vestiging van vele buitenhuizen kwam ook de landbouw op gang. Met name de Chinezen maakten een aanvang met de verbouw van suikerriet waarvan suiker en arak werden gemaakt.

Door grootscheepse houtkap, onder andere voor de raffinage van suiker, ontstond veel erosie in het gebied rond Batavia. Daardoor slibden de grachten in de binnenstad snel dicht. Ondanks baggerwerkzaamheden werden de stadsgrachten stinkende modderpoelen en de visvijvers voor de kust een broedplaats voor de malariamug. In de achttiende eeuw werd Batavia steeds vaker getroffen door epidemieën en diegenen die het zich konden permitteren verhuisden naar hoger gelegen delen. Uiteindelijk zou de oude stad rond 1810 definitief worden ontmanteld.

Het binnenplein van het kasteel door Johannes Rach in 1767.

Er had zich inmiddels, op enige afstand ten zuiden van de oude stad, een nieuw centrum gevormd, een villawijk genaamd Weltevreden. Hier bevond zich ook het enorme Koningsplein, thans Medan Merdeka (Vrijheidsplein) genaamd.

[bewerken] Bevolking

Japanse christen in Batavia door Andries Beeckman.

Batavia was gesticht om te fungeren als stapelmarkt en bestuurlijk centrum. Een vestigingskolonie was niet het doel van de VOC. Coen wilde een handelskolonie in de vorm van een stad met trouwe en nijvere inwoners die zorgden voor de productie en aanvoer van levensmiddelen en die bij de verdediging konden worden ingezet. De migratie van Nederlandse gezinnen wilde echter niet lukken. Er ontstond een gemengde samenleving. Nederlandse mannen kregen kinderen van Aziatische vrouwen. Hun kinderen werden mestiezen genoemd.

Omdat de VOC alle handel zelf in handen wilde hebben werden vrijburgers zoveel mogelijk geweerd. Batavia werd onaantrekkelijk gemaakt als vestigingsplaats voor personen die buiten de VOC om handel wilden drijven.

Het merendeel van de bewoners was van Aziatische afkomst. Ook werden uit India en Arakan (Birma) vele duizenden slaven aangevoerd. Later kwamen de slaven ook uit Bali en Celebes. Om opstanden te voorkomen mochten geen Javanen als slaven worden gehouden.

Door Chinezen naar Batavia te lokken (soms ook met dwang) ontstond er een grote Chinese bevolkingsgroep die bestond uit zowel kooplieden als arbeiders. Deze groep was zeer bepalend voor de ontwikkeling van de stad.

Ook was er een grote groep Mardijkers, Portugees sprekende Aziatische christenen die door de Portugezen als slaven gebruikt waren. Zij waren door de VOC krijgsgevangen gemaakt in de vele botsingen met de Portugezen. Lange tijd, tot in de late 18e eeuw, zou het Portugees van de Mardijkers de dominerende taal in de stad zijn, nog vóór Nederlands en Maleis.

Daarnaast woonden in Batavia mensen uit alle delen van de archipel, alsmede handelsgemeenschappen van Indiase moslims, Hindoes en Maleiers.

Aanvankelijk leefden alle bevolkingsgroepen door elkaar heen. Als snel ontstonden echter buurten met bevolkingsgroepen van dezelfde afkomst.

In 1688 werd de volledige segregatie van de inheemse bevolking een feit. Iedere groep moest zich in de Ommelanden in kampongs, vestigen onder eigen hoofdmannen. Alle inwoners kregen een loodje of tjap, een loden identiteitsplaatje dat gemerkt was met het teken van de betreffende bevolkingsgroep. Later werd het loodje vervangen door een perkament. Er mocht ook niet zonder toestemming buiten de eigen bevolkingsgroep worden getrouwd.

Gravure voorstellende het uitmoorden van de Chinese bevolking van Batavia op 9 oktober 1740.

Ofschoon de Chinezen het meest vertrouwd werden zorgden juist zij voor de meeste moeilijkheden. Chinese bendes maakten de Ommelanden onveilig en in 1740 deden zij een aanval op de stad. Toen de Nederlanders bij enkele Chinezen in de stad wapens vonden leidde dit tot een slachting, de zg Chinezenmoord. Later kregen de Chinezen een eigen kampong ten zuiden van de stad en mochten zij ook weer in de stad wonen.

[bewerken] Stadshuizen en landhuizen

Oud Hollandse huisje Batavia.

Batavia leek in vele opzichten op een Nederlandse stad. Wel waren de huizen aan de Indische omstandigheden aangepast. Zo waren er overhangende dakranden als bescherming tegen de zon en bijgebouwen om de slaven te huisvesten.

De rijken lieten grote buitenverblijven bouwen. Eerst in Nederlandse stijl maar later meer in een Indische of Javaanse stijl. Geen verdiepingsvloeren (?) en diepe galerijen overwelfd door een reusachtig puntvormig dak. Hierdoor was de ventilatie optimaal.

[bewerken] Vrouwen van Batavia

Er waren weinig Nederlandse vrouwen in Batavia. Mannen hadden vaak omgang met Aziatische vrouwen zonder met hen te trouwen omdat ze dan niet meer terug konden naar de Republiek. Hierdoor ontstond een mengcultuur in Batavia (Mestizocultuur).

Zonen mochten vaak in Europa gaan studeren. Dochters moesten in de Oost blijven, zij trouwden vaak al op zeer jonge leeftijd met VOC-dienaren. Omdat de vrouwen altijd in Batavia bleven waren zij de spil in het sociale netwerk. Zij waren gewend om om te gaan met slaven en slavinnen en spraken ook hun taal, veelal Portugees en Maleis. Als de mannen later hun vrouw over lieten komen uit Nederland, werden deze bijvrouwen verstoten. Vaak moesten zij ook afstand doen van hun kinderen. Deze vrouwen werden 'snaar' genoemd.

[bewerken] Pracht en praal

Theedrinkende Europeanen voor een woonhuis in Batavia met naast hen de auto met chauffeur.

Er was sprake van een hoge mate van pronkzucht van de Bataafse bovenklasse. Op aandringen van de Heeren XVII kwamen, in navolging van de Republiek, ook in Batavia weeldewetten tot stand die het weeldevertoon binnen de perken moesten houden. De leiding in Batavia trok zich echter niet veel aan van deze wetten. In 1754 tenslotte werd deze zaak door gouverneur-generaal Jacob Mossel wel streng aangepakt. Voor elke rang werd voorgeschreven wat het uiterlijk vertoon mocht zijn. De grootte van het rijtuig, aantal paarden ervoor, de juwelen, borduursels van de kleding en dergelijke, alles werd officieel vastgelegd. Onder invloed van de gelijkheidsidealen van de Bataafse Republiek werden deze voorschriften in 1795 alweer afgeschaft.

[bewerken] Slaven

Nederlandse en Mestizovrouwen hadden de gewoonte zich op straat te laten volgen door een groot aantal mooi uitgedoste slaven. Ook hierin werden door gouverneur Mossel drastische beperkingen aangebracht.

In de achttiende eeuw was meer dan 60% van de bevolking slaaf. Zij hadden meestal huishoudelijke taken. De arbeids- en leefomstandigheden waren over het algemeen redelijk. Er waren wetten die hen beschermden tegen een al te wreed optreden van hun meesters. Christelijke slaven kregen na de dood van hun meester de vrijheid. Sommige slaven mochten ook met een eigen ambacht of winkel geld verdienen om zich vrij te kopen.

Ondanks de relatief redelijke omstandigheden vluchtten toch regelmatig slaven naar de ommelanden waar ze in grote bendes de omgeving onveilig maakten.

[bewerken] De Moderne Tijd (1880-1942)

Havenkanaal van Batavia, circa 1870.
Kanaal (Pantjoran Kota) Djakarta
Hoenderpasarbrug

Batavia heeft lang bestaan en net zoveel ontwikkelingen doorgemaakt als de Nederlandse steden. Toen aan het eind van de negentiende eeuw de technische vooruitgang met stoomboten en een verkorte route door het Suezkanaal Indië dichterbij bracht; de wereldbehoefte aan grondstoffen sterk steeg én het monopolie van de Nederlandsche Handel-Maatschappij als opvolger van de Vereenigde Oostindische Compagnie werd opgeheven, veranderde de stad sterk. Batavia werd de draaischijf, doordat zij een grote haven kreeg in Tjandjong Priok. De stad kreeg haar eerste spoorlijn in 1873 (naar Buitenzorg), en in 1899 een elektrische tram. De elektrische trein die hier vanaf 1899 reed was zelfs de eerste in het Koninkrijk. Ook scholen, ziekenhuizen, fabrieken, kantoren van handelsfirma's en postkantoren werden rond 1900 overal in de stad gesticht. Gelijke tred hield de binnenkomst van Nederlanders, de zogenaamde totoks, waardoor de samenleving steeds meer op een Nederlandse stad ging lijken. Vooral in de jaren 1920-1940 ging het hard, de bevolking nam fors toe, ook door de toestroom vanaf het platteland. Nieuwe wijken voor de armere Indonesiërs werden aangelegd alsmede villawijken als Menteng en Gondangdia. Voor de oorlog woonden er inmiddels circa 50.000 Europeanen. Het oude Batavia met zijn grachten en vestingmuren, dat eerder verlaten was voor het gezondere Weltevreden, beleefde een nieuwe opbloei toen de handelsfirma's er terugkeerden. De snelle opkomst van de auto, veel sneller dan in Nederland, zorgde ervoor dat de straten niet meer stoffig of modderig waren, maar juist geasfalteerd. In een zeer korte periode veranderde de stad van uiterlijk, waarbij toch de VOC-werf, de VOC-pakhuizen, de herenhuizen en het oude stadhuis in stand bleven.

[bewerken] Burgemeesters

Sinds instelling van het ambt in 1916:

  • Mr. G.J. Bisschop (1916-1920)
  • Prof. Ir. H. van Breen (1920-1920) Waarnemend
  • Mr. A. Meijroos (1920-1940)
  • Drs. A.Th. Boogaardt (Waarnemend in 1941)
  • Ir. E.A. Voorneman (1941 tot in 1942)
  • Drs. A.Th. Boogaardt (1945-1947)

[bewerken] Geboren

[bewerken] Republiek Indonesië

Hoewel de naam Batavia niet meer wordt gebruikt als de naam van de hoofdstad van Indonesië, leeft de naam voort als Betawi. Deze naam die een verbastering is en de lokale uitspraak van Batavia weergeeft, wordt gebezigd om de oorspronkelijke bevolking van deze stad en hun taal aan te duiden. Daarnaast wordt de naam Batavia er nog volop gebruikt. Voorbeelden zijn Batavia Air, Café Batavia en Hotel Batavia.

Anno 2005 is Jakarta een stad van 8,5 miljoen inwoners (de agglomeratie heeft ruim 17 miljoen) en de hoofdstad en regeringszetel van de Republiek Indonesië.

[bewerken] Trivia

  • Het gemeentelijk bouwbureau heette Burgerlijke Openbare Werken (B.O.W.), in de volksmond werd dit Batavia Onder Water, aangezien het de jaarlijkse afvoer van de Moessonregens niet de baas kon, een probleem dat overigens in 2008 nog steeds niet is opgelost.
  • In het Duitse attractiepark Europa-park ligt in het Nederlandse themagebied de attractie Piraten in Batavia, een darkride die gethematiseerd is naar de stad Batavia in de tijd van Nederlands-Indië.


Referenties
  1. Oosthoek's Geïllustreerde Encyclopaedie (1917)
  2. DBNL.org
  3. Nationaalarchief.nl
  4. Blussé, L. & F-J van Luyn (2008) China en de Nederlanders. Geschiedenis van de Nederlandse-Chinese betrekkingen 1600-2007, p. 36.
  5. Zum.de
  6. VOC-kenniscentrum.nl
  7. Kitlv-journals.nl
  8. Colenbrander, H.T. (1934) Jan Pietersz. Coen. Levenbeschrijving, p. 159-169.
  9. VOC-site over Batavia
  10. Stapel, F.W. (1941) Gouverneurs-Generaal van Nederlandsch-Indië, p. 19.

[bewerken] Externe link

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • F. de Haan, Oud Batavia Bataviaasch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen 1919.
  • J.M.E. Worms (red.), Oriëntatiecursus cultuurwetenschappen. Java en de VOC (Open Universiteit, Heerlen 1992), ISBN 9035810325
  • Hendrik E. Niemeijer, 2005, Batavia : een koloniale samenleving in de zeventiende eeuw, Balans, ISBN 90-5018-723-4
  • R.P.G.A. Voskuil, Batavia beeld van een stad Asia Maior 1997 ISBN 9074861113
  • M.E. de Vletter, R.P.G.A. Voskuil e.a. Batavia/Djakarta/Jakarta Beeld van een metamorfose Asia Maior 1997 ISBN 90-74861-09-1
Gebieden in handen van de WIC

Gouvernementen: Berbice* · Cayenne · Demerary* · Essequibo* · Goudkust* · Nederlands Brazilië · Nederlandse Antillen · Nieuw-Nederland · Pomeroon · Suriname*

Gebieden met een directeur: Maagdeneilanden

Gebieden met een baron: Tobago (geleend aan Cornelis Lampsins)

Factorijen / handelsposten: Arguin · Loango-Angola kust · Senegambia · Slavenkust

Gebieden in handen van de VOC

Gouvernementen: Amboina* · Banda* · Batavia* · Ceylon · Coromandelkust* · Formosa · Java's Noordoostkust* · Kaapkolonie* · Makassar* · Malakka* · Mauritius · Molukken*

Directoraten: Vestingen in Bengalen · Vestingen in Perzië · Suratte

Commandementen: Bantam* · Malabar · Sumatra's Westkust*

Residenten: Bandjarmasin* · Cheribon* · Palembang* · Pontianak*

Gebieden met een opperhoofd: Birma · Dejima* · Vestingen in Siam · Timor · Tonquin

Factorijen: Vestingen in China

Gebieden in handen van de Noordsche Compagnie

Nederzettingen: Amsterdam eiland (incl. Smeerenburg) · Jan Mayen

Overige gebieden in handen van de Staat

Vestingen: Acadia · Fort Nassau · Zoutpannen in Venezuela

*: Gebieden ook in handen van de Bataafse Republiek geweest.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen