Politie in België
De politie in België is een overheidsinstantie belast met het handhaven van de wetten van het land, het bewaren van de openbare orde en het verlenen van hulp. Ook vormt zij de opsporingsdienst voor het Openbaar Ministerie van de Rechterlijke Macht. De politie is gestructureerd op twee niveaus: federaal (de federale politie) en lokaal (de lokale politie). De lokale politie bestaat uit 195 politiezones, werkzaam over één of meer gemeenten.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
[bewerken] Eerste audit
Tot 1998 bestond de politie in België uit de Rijkswacht, de Gerechtelijke Politie bij de Parketten, de Gemeentepolitie en kleinere politiediensten (de spoorwegpolitie, luchtvaartpolitie en zeevaartpolitie). Het onderlinge wantrouwen en de vaak vijandige houding resulteerde in de jaren 80 en begin jaren 90 in een chaotische organisatie van politie en justitie. Eén van de eerste gebeurtenissen die een debat over politie en politiewerk noodzakelijk maakte, was de reeks extreem gewelddadige overvallen van de Bende van Nijvel. Politiefunctionarissen begaven zich voor eigen voordeel in criminele kringen. In die periode dook ook de Cellules Communistes Combattantes (C.C.C.) uit het niets op om het land te destabiliseren. Een adequate reactie vanuit politie en justitie bleef uit. Het Heizeldrama toonde op 29 mei 1985 vervolgens dat de politiediensten niet op elkaar waren afgestemd.
Na een beslissing van de ministerraad van 26 juli 1985 vond een eerste audit van de politiediensten plaats. In haar verslag stelde de groep Team Consult dat België geen coherent en geïntegreerd politie- en veiligheidsbeleid had, dat de verantwoordelijkheden te versnipperd waren en er nauwelijks sprake was van coördinatie. De regering formuleerde hierop maatregelen om de werking en de afstemming tussen de politiediensten te verbeteren.[1]
De parlementaire onderzoekscommissie 'Bendecommissie' besloot eind jaren 80 dat er een slechte coördinatie was tussen de politiediensten en dat hun bevoegdheden overlapten. De regering antwoordde met het Pinksterplan van 5 juni 1990, maar een hervorming van de politiediensten bleef uit. Er werd gekozen voor een geïntegreerde benadering van de politiefunctie en de Wet op het Politieambt (5 augustus 1992) zag het levenslicht.
De verkiezingen van 24 november 1991 (de zogenaamde ‘zwarte zondag’) brachten de zaken in een stroomversnelling.
[bewerken] Politieoorlog
De Dutroux-affaire in 1996 gaf opnieuw een deuk in het vertrouwen in politie en gerecht. Het werd duidelijk dat de politie faalde in eerder onderzoek naar Dutroux, een falen toegeschreven aan de politieoorlog. Het schandaal choqueerde België. Bij het publiek heerste een wantrouwen in ‘het systeem’ en de verontwaardiging bereikte een hoogtepunt tijdens de Witte Mars op 20 oktober 1996. Na de mars werden twee nieuwe parlementaire onderzoekscommissies geïnstalleerd om de ware toedracht van de affaire te achterhalen, de defecten en de verantwoordelijken te zoeken.
Eén commissie (de zogenaamde commissie-Dutroux) presenteerde haar rapport in april 1997. Behalve een analyse van de werking van de politie, beval ze een hervorming aan tot een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. De conclusies maakten langzaamaan duidelijk dat het idee van 'integratie' aan belang won. De regering verwierp de suggestie en kwam in oktober 1997 met een eigen plan waarbij ze niet koos voor een eenheidspolitie maar voor een politiestructuur met twee politiediensten.
Met de ontsnapping van Dutroux in april 1998 was de tijd rijp voor een nog verdergaande hertekening van het politielandschap. De vier meerderheidspartijen en de vier oppositiepartijen (uitgezonderd Vlaams Blok) sloten het Octopusakkoord. Dit akkoord, geconcretiseerd met de wet van 7 december 1998, creëerde een geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus. Het federale niveau bracht de voormalige centrale diensten van de rijkswacht en de voormalige Gerechtelijke Politie bij de Parketten samen. Het lokaal niveau verenigde de voormalige territoriale brigades van de rijkswacht en de voormalige korpsen van de gemeentepolitie.
Een nieuw logo voor de geïntegreerde politie en een eigen huisstijl voor de federale en lokale politie, onderscheidde de 'nieuwe' politie van de 'oude'.
De politiehervorming heeft haar eindpunt niet bereikt. Na een audit van de federale politie in 2002, bleek dat de werking van deze laatste geoptimaliseerd kon worden. Het aantal directies werd herleid van 5 naar 3, en de commissaris-generaal kreeg een meer leidinggevende dan coördinerende rol. Ondertussen werden de lokale politiezones aangemoedigd om tot een maximale interzonale samenwerking te komen.
Het eenheidsstatuut voor alle personeelsleden was een kritieke succesfactor van de politiehervorming. De krachttoer bestond erin om tientallen statuten met elkaar te verenigen. De 'Mozaïkwet' [2] regelde de overgang tussen het oude en nieuwe statuut, terwijl het 'Mammoetbesluit' [3] de rechtspositie regelde van het personeel. Na deze hervormingen ontstond juridisch protest. Het Arbitragehof[4] vernietigde bepalingen zoals specifieke inschalingprincipes van de personeelscategorieën en de eerder verleende brevetten die niet afdoende gevaloriseerd waren.
Het antwoord, de zogenaamde Vesalius-wet[5] zorgde voor een "rode loper". Politiehoofdinspecteurs ingeschaald in specifieke loonschalen konden tussen 2005 en 2011 op eigen vraag en mits een voldoende evaluatie, bevorderen tot politiecommissaris. De wet Vesalius-bis[6] voorziet de mogelijkheid om een aantal aanstellingen om te zetten in vaste benoemingen.
[bewerken] Een geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus
De politiehervorming die in België werd doorgevoerd (wet op geïntegreerde politie van 07/12/1998, zie hierboven), herleidde alle bestaande politiediensten tot één enkele politiedienst: de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus. Onder andere de gemeentepolitie, de Rijkswacht en de Gerechtelijke Politie bij de Parketten werden afgeschaft.
De geïntegreerde politie is gestructureerd op twee niveaus: een federaal niveau (de federale politie) en een lokaal niveau (de lokale politie). Bij organieke wet is vastgelegd dat beide niveaus onderling moeten communiceren via welbepaalde kanalen en elkaar steun en bijstand moeten verlenen bij het uitoefenen van hun taken. Er is geen hiërarchisch verband tussen beiden. Beide takken hangen af van verschillende administratieve autoriteiten. Zo hangt de federale politie af van de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Justitie en de lokale politie van het Politiecollege onder leiding van één van de burgemeesters van de gemeenten die deel uitmaken van de politiezone.
De geïntegreerde politie staat onder het gezag van:
- de Minister van Binnenlandse zaken (voor de uitvoering van opdrachten van bestuurlijke politie);
- de Minister van Justitie (voor de uitvoering van opdrachten van gerechtelijke politie);
Samen dragen beide ministers de verantwoordelijkheid voor de organisatie en het bestuur van de politie.
[bewerken] De federale politie
[bewerken] Organisatie
De federale politie is één organisatie[7], bestaande uit een commissariaat-generaal met bijhorende directies, en uit drie algemene directies:
- De algemene directie bestuurlijke politie (DGA)[8];
- De algemene directie gerechtelijke politie (DGJ)[9], beter bekend als de Federale Gerechtelijke Politie;
- De algemene directie ondersteuning en beheer (DGS)[10];
Op het terrein is de federale politie per gerechtelijk arrondissement gedeconcentreerd aanwezig:
- de gedeconcentreerde coördinatie- en steundirecties (CSD) onder leiding van een bestuurlijke directeur-coördinator (DirCo);
- de federale gerechtelijke politie (FGP), per gerechtelijk arrondissement onder leiding van een gerechtelijk directeur (DirJud);
Beide gedeconcentreerde diensten fungeren als draaischijf tussen de federale en lokale politie.
[bewerken] Taak
De federale politie heeft een dubbele taak:
- uitvoeren van gespecialiseerde en bovenlokale opdrachten van bestuurlijke en gerechtelijke politie over het ganse grondgebied van het Rijk,
- operationele en niet-operationele ondersteuning van de lokale politie en overheden, volgens de principes van subsidiariteit en specialiteit.
[bewerken] De lokale politie
[bewerken] Organisatie
De lokale politie bestaat momenteel uit 195 zones. Sommige politiezones omvatten slechts één gemeente, andere bestaan uit 2 of meer gemeenten. Oorspronkelijk waren er 196 zones, maar in 2011 zijn de politiezones Maasmechelen en Lanaken gefusioneerd wat het totaal op 195 lokale politiezones brengt. De structuur van een lokaal politiekorps is wettelijk niet vastgelegd.
De dagelijkse leiding van de lokale politie is in handen van de korpschef (ook zonechef genoemd). Hij is verantwoordelijk voor de uitvoering van het lokaal politiebeleid. Op zijn beurt staat de korpschef onder het gezag van een burgemeester of een politiecollege van burgemeesters, naargelang het een zone is die bestaat uit één of meer gemeenten.
De lokale politie wordt, als niveau binnen de geïntegreerde politie, vertegenwoordigd door de Vaste Commissie van de Lokale Politie (VCLP).
[bewerken] Taak
- verzekeren van de basispolitiezorg op het lokale niveau,
- een koninklijk besluit[11][12] heeft vastgelegd dat elke lokale politiedienst, in de geest van een gemeenschapsgerichte politiezorg (community oriented policing), de volgende 7 basisfuncties moet organiseren:
- Wijkwerking,
- Onthaal,
- Interventie,
- Slachtofferbejegening,
- Lokale recherche,
- Handhaving openbare orde.
- Verkeer (toegevoegd door KB van 16/10/2009)
- instaan voor het vervullen van sommige opdrachten van federale aard.
[bewerken] Concepten voor de werking van de politiediensten: een evolutie naar 'excellente politiezorg'
- Gemeenschapsgerichte politiezorg (community oriented policing)
- Informatiegestuurde politiezorg (intelligence led policing)
- Programmawerking
- Beheer van gebeurtenissen
- Concept 'kwaliteitszorg'
- Integrale en geïntegreerde veiligheidszorg
[bewerken] Opdrachten
[bewerken] Algemene opdrachten
De opdrachten van de Belgische politiediensten zijn vastgelegd in hoofdstuk IV van de wet op het politieambt (dd 5/8/1992).
Een algemeen onderscheid kan worden gemaakt tussen opdrachten van bestuurlijke politie en opdrachten van gerechtelijke politie. Ook de vorm waarin en de voorwaarden waaronder die opdrachten worden vervuld worden nauwgezet beschreven in de wet op het politieambt.
Bij het uitvoeren van opdrachten van bestuurlijke politie staat de politieambtenaar onder leiding en gezag van een bestuurlijke overheid (bv de burgemeester of de Minister van Binnenlandse Zaken). Bij het uitvoeren van opdrachten van gerechtelijke politie staat de politieambtenaar onder leiding en gezag van een gerechtelijke overheid (bv de procureur des Konings of de onderzoeksrechter).
[bewerken] Specifieke opdrachten
- Politie van het verkeer (weg, lucht, water en spoorwegen)
- Optreden bij ramp, onheil of schadegeval
- Toezicht op bepaalde personen (geesteszieken, geïnterneerden, veroordeelden)
- Toezicht op wetgeving inzake vreemdelingen
- Samenscholingen en volkstoelopen
- Opdrachten i.v.m. gevangenen en gevangenissen
- Gevaarlijke dieren
- Protocollaire aangelegenheden
[bewerken] Hiërarchie binnen de geïntegreerde politie
[bewerken] Graden
De federale politie heeft geen hiërarchische maar een functionele band met de lokale politie. Beide niveaus zijn hiërarchisch opgebouwd en bestaan uit verschillende kaders:
[bewerken] Functionele titels
Naast de gradenstructuur bestaan ook zogenaamde 'functionele titels' binnen de gerechtelijke zuil van de federale politie en de lokale recherches:
- gerechtelijk commissaris (GCP)
- rechercheur (RCH). Dit zijn alle INP en HINP van de federale gerechtelijke politie (FGP) en de lokale recherches (LRD)
Er worden ook twee titels gebruikt die op de bevoegdheid van de ambtenaar duiden, deze gaan gepaard met graad:
- De inspecteurs dragen de titel AGP (Agent Gerechtelijke Politie)
- De inspecteurs dragen ook de titel ABP (Agent Bestuurlijke Politie)
- Vanaf de graad hoofdinspecteur is men zowel ABP als OGP/HPK (Officier Gerechtelijke Politie/Hulpofficier Procureur des Konings)
- Vanaf de graad commissaris is men zowel OGP/HPK als OBP (Officier Bestuurlijke Politie)
[bewerken] Controverse
[bewerken] Zaak Koekelberg
In 2008 kwam de top van de federale politie in opspraak in de zaak Koekelberg, in verband met vriendjespolitiek en fraude bij toppromoties. Ook later dat jaar en in 2009 bleven en blijven er nieuwe feiten en/of vermoedens van gebrekkig beleid, vriendjespolitiek, en andere onregelmatigheden aan het licht komen.
Na een nieuw schandaal in 2011 naar aanleiding van een lobbyreis naar Qatar en de aankoop van luxe reiskoffers, heeft Fernand Koekelberg in maart 2011 ontslag genomen als commissaris-generaal.
[bewerken] Zie ook
[bewerken] Externe links
- http://www.polfed-fedpol.be/home_nl.php Federale politie in België
- http://www.lokalepolitie.be/portal/nl/home.html Lokale politie in België
- http://www.politie.be Portaal van de Belgische geïntegreerde politie
- http://www.police.ac.be Directie van de opleiding binnen de Belgische politie
- http://www.ipa.be International Police Association Belgium
- http://www.polnet.be PoliceNet Belgium
Bronnen, noten en/of referenties
|
| Zie de categorie Police of Belgium van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |