Commissie Standaardisering Autobusmaterieel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
HTM 117 Leyland-Verheul.jpg
HTM 117, CSA-I bus uit 1967 van het Haags Bus Museum
BBA 102 Goirle Nieuwe Rielseweg 03 01 2006.jpg
Een CSA-II in Goirle op de stadsdienst van Tilburg in de T-bus-kleuren
Interieur csa2.JPG
Interieur van een CSA-II bus van het GVU
GVU CSA2 SB201 Stadsbus Hainje DAF.jpg
GVU 52 (als museumbus) in het blauw/wit.
Cxx3379.JPG
De voormalige Connexxion 3379 als oefenobject voor de Zaanse brandweer. Deze Volvo-Hainje is in 1983 bij de VAD in dienst gekomen op de stadsdienst van Zwolle. In 1994 ging hij naar Midnet en in 1999 naar Connexxion. Tegenwoordig is dit hele complex gesloopt. Onbekend is waar de bus is en of deze nog bestaat.

In 1961 ontstond de Commissie Standaardisering Autobusmaterieel (kortweg CSA). In deze commissie waren kopstukken van de stadsvervoerders GVB (Amsterdam), HTM (Den Haag) en RET (Rotterdam) vertegenwoordigd. In 1965 voegde ook het vervoerbedrijf GVU uit Utrecht zich toe aan de commissie.

Inhoud

Het bestek standaardbus [bewerken]

Het streven van de Commissie Standaardisering Autobusmaterieel was het ontwikkelen van een moderne stadsbus die in grote aantallen tegen een acceptabele prijs geleverd kon worden. Ook moest het nieuwe bustype uitwisselbaar zijn tussen de bij de CSA aangesloten vervoerbedrijven.

De standaardbus zorgde voor nog meer voordelen. Zo had ook werkplaatspersoneel baat bij de standaardbus. Als maar één bustype hoefde te onderhouden konden reparaties aan het materieel sneller worden uitgevoerd. Ook konden de magazijnvoorraden worden ingeperkt. Zo ontstond ook specialisme op het gebied van schadeherstel tussen vervoerbedrijven. Nog een voordeel was dat de levertijden van nieuwe bussen door de standaardisatie konden worden bekort.

Een opmerkelijk detail was dat de overheid de standaardbus ging subsidiëren. Dit zorgde er voor dat in de jaren zeventig en de jaren tachtig meer vervoerbedrijven zich aansloten bij de CSA. Dit waren onder andere:

Opvallende uitzondering bij de stadsvervoerders was het GVA in Arnhem. In verband met de heuvelrijke omgeving vond men de standaardbus, met de motor achterin, voor Arnhem minder geschikt. Het GVA bestelde daarom met toestemming van het ministerie naast de trolleybussen zijn eigen dieselbussen.[bron?]

De CSA-I [bewerken]

Voordat de productie van de wijnrode stadsbus zou aanvangen bouwde carrosseriebouwer Hainje uit Heerenveen in 1966 een serie bussen die al veel kenmerken bezaten van de standaardbus. De eerste gecombineerde order was bestemd voor GVB (301–320), HTM (101–125),[1] GVU (71–75) en RET (401–406). De voorlopers van deze bus waren de bij Hainje gebouwde okergele Leyland-Triumph-Werkspoor LWP-City voor de RET met de nummers 202–285. Later dat jaar zou de eerste èchte standaardbus worden gepresenteerd. Deze wijnrode bus had het nummer 301 en was bestemd voor het GVB Amsterdam. De bus was door Hainje gebouwd op een DAF-onderstel. De 301 viel op door zijn hoekige vormgeving en zijn technische hoogstandjes. Zo bezat de bus een volledig automatische transmissie en luchtvering. Deze bus GVB 301 is bewaard gebleven als museumbus.

Tijdens de eerste productiejaren van de standaardbus werden door de CSA naast Hainje ook andere bedrijven ingeschakeld, namelijk Verheul en Den Oudsten. Ook werd voor het GVB (295–300) een serie bussen gebouwd op een Leyland-Triumph-Werkspoor LWP-City onderstel. Uiteindelijk zouden veruit de meeste bussen gebouwd worden door Hainje op een DAF-chassis en met een DAF-motor.

Het eerste type standaardbus (de CSA-I) zou tot en met 1983 in verschillende verschijningsvormen worden geproduceerd.

  • Eerste verschijningsvorm: 1966–1970: wijnrode/grijze kleur, donkergrijs interieur met donkerrode stoelen, hoog doorgetrokken zijruiten, Leyland DOL-motor, klein motorluik, vlak stuurwiel, ronde koplampen en achterlichten; kleine letters DAF.
  • Tweede verschijningsvorm: 1971: DAF DKDL-motor, grotere motorluiken, dikkere rand om grille, grotere letters DAF.
  • Derde verschijningsvorm: 1972: Lagere doorgetrokken zijruiten.
  • Vierde verschijningsvorm: 1973/1974: interieur met geheel vlakke vloer.
  • Vijfde verschijningsvorm: 1974–1976: gebouwd op nieuw SB201-chassis, nieuwe aluminium grille, luchtsleuven front verdwenen, knik aan de achterzijde van bus verdwenen, verzonken stuurwiel; grotere tankinhoud.
  • Zesde verschijningsvorm: 1977/1978: grote schuine filmkast, nieuw front met ronde koplampen in aluminium grille, lichtgrijs interieur.
  • Zevende verschijningsvorm: 1979–1981: Grote rechte filmkast, vierkante dubbele koplampen.
  • Achtste verschijningsvorm: 1982/1983: Vierkante achterlichten, nieuw type ZF4-versnellingsbak, luchtrooster in het midden aan de bestuurderszijde (voorloper van het CSA-II type (1983–1988)).

De eerste verschijningsvorm van de de DAF standaard is alleen geleverd aan Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Vanaf de tweede tot en met vijfde verschijningsvorm ook aan Groningen. Vanaf de zesde verschijningsvorm volgden ook de BBA en CVD. Opvallend was dat Den Haag geen wagens uit de vijfde verschijningsvorm heeft aangeschaft en Amsterdam geen wagens uit de zesde verschijningsgsvorm (behalve gelede bussen). Groningen heeft geen wagens uit de achtste verschijningsvorm aangeschaft.

Opvallend was in 1981 de metamorfose van de wagens van de derde tot en met vijfde verschijningsvorm in Groningen waarbij grote filmkasten werden aangebracht gelijk aan de zevende verschijningsvorm. Bij de andere bedrijven vond dit slechts plaats bij een enkele wagen na herstel van frontschade omdat Hainje alleen een front en filmkast van het nieuwste model kon leveren. Hierbij kwam het voor dat in de grote filmkast kleine films werden aangebracht en de grote filmkast werd afgeplakt omdat men nog geen grote films voorradig had.

Vanaf de vijfde verschijningsvorm werden ook wagens van Volvo en Mercedes geleverd.

De CSA-II [bewerken]

In 1982 werd de tweede generatie standaardbus door Hainje gepresenteerd. Deze bus met net nummer 201 was bestemd voor de RET. De nieuwe bus was tomaatrood met beige en viel op door de nieuwe anti-reflex en afgeronde filmkast. Het interieur was beige van kleur met bruine stoelen. De stoelindeling bleef gelijk aan de CSA-I behalve de breedte van de eenpersoonbankjes op de wielkast van de achterwielen aan de blinde zijde. De serieproductie van de CSA-II begon in 1983 met een grote levering aan Amsterdam. Vanaf 1984 volgden de overige bedrijven waarbij het opvallend was dat aan Nijmegen behalve één semitourwagen geen wagens geleverd zijn. De laatste CSA-II werd in 1988 gebouwd. De productie van deze bussen heeft korter geduurd dan de CSA-I. Door allerlei snelle technische ontwikkelingen werd er spoedig geconcentreerd op de CSA-III (ST2000) en het voortzetten van de productie van CSA-II bussen werd gestaakt.

De CSA-III [bewerken]

In 1987 presenteerde Hainje de opvolger van de CSA-II. Het was een moderne rechthoekige bus die officieel de benaming "Standaardbus 2000" (ST2000) had. Omdat de vervoerbedrijven niet erg tevreden waren over de praktijkprestaties hiervan werd in 1988 het standaardisatieprincipe weer losgelaten en moesten de vervoerbedrijven hun bussen weer zelfstandig inkopen. Bij de ST2000 bleken sneller gevoelige storingen en andere technische problemen op te treden dan bij de CSA-I en -II het geval was. Desondanks werd de ST2000 toch nog een succes, nadat Duvedec in 1989 de kop van dit bustype opnieuw ontwierp. Alleen de HTM, GVG, GVU en SBM lieten het bij enkele door DAF en Volvo aangeboden bussen van dit type. Zij hadden er geen vertrouwen meer in en schaften naar eigen inzicht bussen aan.

Varianten op de standaardbus [bewerken]

Volvo-standaardbus [bewerken]

In 1972 liet Volvo-importeur NEBIM bij Hainje een standaardbus op een Volvo B59-onderstel bouwen. Deze bus werd ter beschikking gesteld aan alle vervoerbedrijven die interesse hadden in de standaardbus van Volvo.

Uiteindelijk schaften de vervoerbedrijven Enhabo, Schutte Tours, de SBM en de TET uitsluitend Volvo-Hainje bussen aan. Bij de bussen van Enhabo ontbrak de achterste uitstap en werd de middelste uitstap breder uitgevoerd.

De Volvo's die vanaf 1978 geproduceerd werden, onderscheidden zich van de DAF-bussen door hun vierkante vlakke achterkant met koelribben in de motorluiken en een stuurwiel onder een hoek van 45°.

Mercedes-Benz-standaardbus [bewerken]

In 1975 werd de standaardbus ook op een Mercedes-Benz chassis van het type O 305 gebouwd. Dit type bus werd alleen aangeschaft door het GVB Dordrecht. In tegenstelling tot de DAF-en de meeste Volvo-bussen had de Mercedes-standaardbus drie ruitenwissers en ontbrak de achteruitstap.

Gelede standaardbus [bewerken]

Gelede standaardbus

In 1977 werd de gelede standaardbus gepresenteerd. Deze werd op een Mercedes-Benz chassis van het type O 317 met een volgwagen van Schenk GOBL8000 gebouwd. Het enige vervoerdbedrijf dat dit type bus aanschafte was het GVB Amsterdam. Twee exemplaren hebben echter ook in huur bij de Enhabo gereden.

Midibus [bewerken]

In 1984 presenteerde Hainje een midibus op Neoplan-chassis, met het uiterlijk van een standaardbus. Dit bustype zou alleen worden aangeschaft door het GVB Amsterdam maar later ook in huur bij de RET rijden.

In 1986 verscheen ook nog een midibus op een DAF-onderstel. Dit type bus werd onder andere aangeschaft door de DVM, de GADO, het GVU, het VSL en de Enhabo. Van dit type bus was ook een verlengde versie verkrijgbaar.

De standaardbus in de praktijk [bewerken]

Hoewel de meeste standaardbussen wijnrood of tomaatrood waren, behielden enkele vervoerbedrijven toch hun eigen kleur, zoals de bussen van de Enhabo (okergeel), GVB Dordrecht (oranje), Schutte Tours Zwolle (blauw), TET (rood) en de Zuidooster.

In de jaren negentig begonnen ook andere vervoerders hun standaardbussen in hun eigen huisstijl te schilderen, zoals de BBA, het GVB Amsterdam en het GVU. Ook verschenen er bussen in thema- of reclame-uitvoering.

De CSA-stadsbussen hadden een topsnelheid van ruim 60 km/h, een snelheid die in een stadsdienst zelden wordt gehaald, en dus ruim toereikend is. Maar er zijn bij diverse bedrijven exemplaren van CSA-II bussen geweest die de 80 km/h of hoger wel haalden. Deze bussen hadden een ander differentieel waardoor dit mogelijk was. De bussen met een vergroot differentieel waren meestal tourbussen en stadsbussen die ook buiten de stadsgrens reden. Een aantal van deze tourbussen kenmerkte zich door het ontbreken van de middendeur. Ook hadden deze bussen twee rijen dubbele stoelen. Zo had het GVB Amsterdam van dit type bus de 344 en 345 en de HTM de 446, 447 en 497, de RET de CSA-1 497–499, 723 en 724, CSA-2 319 en 320, het GVG CSA-1 61–63, het GEVU de CSA-1 390 en de CVD de 559.

Met de komst van nieuwere stadsbussen in de jaren negentig, die snelheden haalde van boven de 80 km/h, werden in o.a. Amsterdam de oude CSA's voorzien van stickers die automobilisten erop moesten attenderen dat deze bussen maximaal 60 km/h konden rijden.

Met enkele CSA-stadsbussen werden ook proeven genomen met het rijden op aardgas en lpg. Zo werden in de jaren zeventig enkele bussen van GVB Amsterdam (110, 163–169) omgebouwd tot gasbussen. Later bouwden ook andere busmaatschappijen enkele CSA's om tot gasbus. Zo bouwden de HTM, GVG en de RET in de jaren tachtig enkele CSA-II's om tot gasbussen. De HTM-bussen (500, 501 en 504) bevielen in de praktijk niet en gingen in 1992 naar het GVB Amsterdam als 460–462.Van dit bedrijf verkreeg de HTM de 355–357 die omgenummerd werden in 512–514. Naast enkele gasbussen heeft er ook nog een zogenaamde Cumulo-bus bestaan, de HTM 1–613. Deze bus bestaat nog steeds en rijdt sinds 1990 bij Rotterdam Airport.

Buitendienststelling en afvoer [bewerken]

Haagse standaardbus nr. 356 in de zomer van 1990 op de Fluwelen Burgwal op lijn 18

De laatste bussen van het type CSA-I werden door de meeste vervoerders tussen 1996 en 1998 buiten dienst gesteld. Enkele vervoerders, zoals het GVB Amsterdam en Novio reden nog tot 2000 met dit type bus. De BBA reed ermee tot 2001, de laatste twee gingen pas begin 2003 definitief buiten dienst.

In 2000 waren het GVB Amsterdam en de HTM de eerste vervoerbedrijven die hun laatste CSA-II's afvoerden. De jaren daarna begonnen andere vervoerders dit type bus ook buiten dienst te stellen. De BBA en het GVU hebben het langste met deze bussen gereden. In Utrecht verdwenen deze bussen pas in 2004 uit de reizigersdienst. Het GVU hield sindsdien nog enkele bussen achter de hand voor het besloten vervoer. De 42 behoorde nog enkele jaren daarna als allerlaatste CSA-II tot het wagenpark.

BBA (thans Veolia Transport Nederland) was de laatste vervoerder die gebruik maakte van de CSA-II bussen. De bussen 101 en 103 waren tot april 2007 in dienst. De overige: 102, 111 en 293, reden nog tot medio oktober 2007 in Tilburg. Zij zijn in 2007 vervangen. Daarmee is de 293 een van de oudste lijnbussen van Nederland geworden met 21 dienstjaren achter de rug. Voort is er na 41 jaar een einde gekomen aan tijdperk van de CSA-bussen.

Van de oudste CSA-I bussen reden die van het GVB Amsterdam (301, 306 (506) en 313) het langst (tot 1984). Van de aan de Enhabo verkochte 510–527 (Enhabo serie 200–217) haalden de laatste exemplaren zelfs 1985. Van de vervolgserie 1–45 in Amsterdam haalden de 13 en 17 het jaar 1989 (18 dienstjaren). De 13 had toen meer dan een miljoen kilometer gereden voordat hij werd afgevoerd (na door voetbalsupporters te zijn vernield). In Den Haag en Rotterdam verdwenen ze al in 1983 resp. 1988.

De laatste CSA-I bussen reden tot begin 2003 bij de BBA in 's-Hertogenbosch. Uit de serie 222–251 betreft dit bussen 248 en 250. in dat zelfde jaar gingen ook de laatste CSA-II bussen bij Hermes, Arriva en de eerste bussen 262–264 en 268 van de BBA buiten dienst.

Veel CSA-II's hielden het relatief lang uit, sommige exemplaren bleven twintig jaar in dienst. Dit waren onder andere de BBA 101, 102, 270, 271, 272, 274, 279, 280, 281, 293, 297, Hermes 1843 en de GVU 4, 15 en 33. Bijzonder was dat in 2003 veel CSA-II's een tweede leven op de lijndienst kregen toen Arriva de concessie in het DAV-gebied verwierf. Zo gebruikte Arriva CSA-II's die van het GVB Amsterdam, het GVG, Hermes en de HTM waren geweest.

Niet alle CSA-bussen waren een lang leven beschoren. Zo kwamen sommige CSA-II's wel erg vroegtijdig buiten dienst te staan, o.a. 34 exemplaren uit de serie 253–343 van het GVB Amsterdam al na negen à tien dienstjaren (1993).
Ook van de CSA-I serie 170–209 stond de reeks 170–190 (bouwjaar 1981), met uitzondering van de 178 al medio 1992 opgelegd. Ook HTM voerde een aantal bussen op relatief jonge leeftijd af, zoals enkele bussen uit de series 101–125 (1966/1967), 126–150 (1967) en 381–400 (1981). en ook het GVU deed dit uit de serie 350–381.

Van de bussen van het type CSA-I zijn de meeste exemplaren gesloopt. Pas vanaf halverwege de jaren tachtig begon er handel in afgedankte bussen te ontstaan. Zo kregen veel CSA's een tweede leven in het buitenland. Enkele bussen van het type CSA-I zijn vermoedelijk nog te vinden in Azerbeidzjan, Cuba, Marokko, Roemenië, Rusland, Suriname en Tanzania. De meeste CSA-II's zijn terechtgekomen in Albanië, Angola, Bulgarije, Cuba en op Curaçao.

Ook zijn er redelijk wat exemplaren in Nederland een tweede leven begonnen, voornamelijk bij lijnversterkende bedrijven. Ook zijn er CSA's aan te treffen als informatieloket, camper, motorhome en als methadonbus/soepbus. Tevens rijden er in Safaripark Beekse Bergen bij Tilburg verschillende bussen rond.

Museumbussen [bewerken]

Enkele CSA's zijn een tweede leven begonnen bij diverse busmusea. Een beknopt overzicht:

CSA-I [bewerken]

  • GVB 301 (1966): Stichting Beheer en Restauratie Amsterdamse Museumbussen, BRAM
  • HTM 117 (1967): Haags Bus Museum
  • HTM 150 (1967): Haags Bus Museum
  • HTM 221 (1970): Haags Bus Museum
  • GVU 216 (1972): Camping Horsterhoeve
  • GVB 110 (1973): Stichting Standaard Streekbus
  • HTM 299 (1973): Haags Bus Museum
  • RET 562 (1974): eigenaar RET N.V. in beheer bij stichting RoMeO
  • GVU 316 (1975): Van IJsseldijk Infra (Museumbus)
  • GVB 168 (1976): Stichting Standaardbus 168
  • HTM 319 (1977): Haags Bus Museum
  • GVG 61 (1978): Nationaal Bus Museum
  • GVU 333 (1978): Is nog aanwezig bij een particulier (was campagnebus voor de VVD in Noord-Holland)
  • GVU 378 (1982): Museum van alles en nog wat, Nieuwkoop
  • GVU 387 (1983): Is nog aanwezig bij een particulier museum in de kop van Noord-Holland
  • HTM 419 (1982): Haags Bus Museum
  • RET 938 (1982): eigenaar RET N.V. in beheer bij stichting RoMeO

CSA-II [bewerken]

  • RET 310 (1986): eigenaar RET N.V. in beheer bij stichting RoMeO
  • GVB 373 (1987): Stichting Beheer en Restauratie Amsterdamse Museumbussen, BRAM
  • GVG 18 (1987): Nationaal Busmuseum
  • HTM 485 (1987): Haags Bus Museum
  • GVU 52 (1988): Nationaal Busmuseum

Bijzondere exemplaren [bewerken]

  • GVB 267/567 (1977; Mercedes-Benz O 317 / Hainje geleed): Stichting Beheer en Restauratie Amsterdamse Museumbussen, BRAM
  • GVB 590 (1985; Neoplan/Hainje Midi): Stichting Beheer en Restauratie Amsterdamse Museumbussen, BRAM

Overzicht waar CSA-bussen hebben gereden [bewerken]

Crystal txt.png Deze lijst is incompleet. U wordt uitgenodigd op bewerken te klikken om de lijst uit te breiden.
Bedrijf Series CSA-I Series CSA-II
BBA Noord-Brabant aantal 61

(111–115, 201–204, 205–221, 222–237, 238 (ex-Marijnissen 25) 239–251), 360–364 (ex CVD 502, 503, 501, 504 en 505)

aantal 54

(261–275, 276–287, 288–297, 101–109, 110–117, 195–207 (ex-Enhabo 332–344)

Enhabo Zaandam aantal eigen wagens 41

(301–303, 304–315, 316–323, 200–217 (ex GVB 510–527), in huur GVB 416–418, 447, 500–509, 568, 569, 156–169 (deze wagens zijn voor langere tijd verhuurd geweest, daarnaast zijn nog een flink aantal wagens voor kortere tijd verhuurd geweest)

aantal 22

(201, 324–339, 340–344)

GVB Amsterdam aantal eigen wagens 524

(301–320, 295–300, 321–364, 365–374, 375–527, 1–45, 46–110, 801 (op proef), 111–169, 245–269 (545–569), 170–209, 210–252, 101–110 (ex-GVU 301–303, 306, 309–314), 463–467, (ex-GVU 352, 356, 357, 360 en 382), in huur (398-405 (GVG 43, 44, 47–52)

aantal 131

(253–257, 258–305, 306–343, 344 (later 2001), 345, 346–374, 585–591, 460–462, ex-HTM 500, 501 en 504)

GVG Groningen aantal 69

(21–26, 27–37, 38–42, 43–47, 48–52, 53–57, 58–63, 64–69, 70–74, 75–83, 84–89) (21–26 afgeleverd als 18–20, voor indienststelling vernummerd in 24–26 en de niet vernummerde 21–23) [2]

aantal 27

(90–97, 1–8, 9–14, 15–19 later bij Arrvia vernummerd tot 590–597, 501–519, (16; 1989 verbouwd tot Aardgas bus, 1996 verbouwd tot lpg-bus en vernummerd: 200))

GVU Utrecht aantal eigen wagens 228

(71–95, 151–170, 171–262, 801 (op proef), 301–332, 333, 334–349, 350–381, 382–391, in huur (GVB (3)31, (3)32, RET 401–406, SBM 86–92, GVG 21–26)

aantal eigen wagens 68

(1–15, 16–33, 34–43, 44–59, 401–409), in huur HTM (6)502, (6)503, (6)506-(6)508)

HTM Den Haag aantal eigen wagens 330

(101–125, 126–150, 151–175, 176–185, 186–200, 201–225, 226–250, 251–275, 901, 276–300, 301–320, 321–340, 341–360, 361–380, 381–400, 401–420, 421–430), in huur (GVB 22-33, 901 (op proef), SBM 81–85 in ruil voor 336–340).

aantal 83

(431–448, 449–466, 467–484, 485–497, 498–510, 512–514), (ex-GVB 355–357)

CVD Nijmegen aantal 73

( 501–558, (560 en 561 ex-GVU 233 en 236), in huur GVB 154–160, 337, 339, 343, 349, HTM 117, 160 (bij CVD 260, GVG 21–26)

aantal 1

(559)

Novio Nijmegen aantal 16

(541, 543–546, 548–558)

aantal 5

(559, 650, 651 (ex HTM 477 en 479), 491 en 492(ex HTM)

RET Rotterdam aantal 435

(401–501, 502–580, 601–656, 661-665 (ex HTM 307, 311, 318, 341, 342), 701–797, 801–841, 901 (op proef), 901–956)

aantal eigen wagens 41

(201–221, 301–320), in huur (GVB 585–591, HTM 436, 470, 476, 510)

Schutte Tours Zwolle aantal 21

(28–32, 39–41, 42–44, 45–51, 60, 70 ex-Volvo proefbus 901/801, 71 ex-HTM 144)

aantal 1

(63)

SBM Maastricht aantal 41

(71–75, 76–85, 86–92, (93–97 ex-BBA 111–115), 21–30), HTM 336–340 in ruil voor 81–85

aantal 19

(31–40, 41–49)

Schiphol Airport aantal 17

(1–5, 40–51 ex-GVU en ex-GVG)

aantal 1

(6)

Gemeentevervoerbedrijf Dordrecht (GVBD) aantal 26 [3]

(1–8, 36–53)

TET Twente aantal 28

(11–32, 33–40)

aantal 23

(115–120, 501–517, later 3301–3317)

Zuidooster Gennep aantal 1

(1384 ex-Streef 8)

aantal 42

(1838–1846, 1847–1857, 1858–1868, 1987–1998)

Arriva Drechtsteden aantal via Womy 7

( 501–519, via Womy 0004-0006, 0007,0008 (ex GVBA), 1840, 1846 (ex Hermes)

Belangrijkste gegevens CSA-I/II [bewerken]

Handelsbenaming CSA-I/II SB200DOL, SB200DKDL, SB201DKDL
Bouwjaren CSA-I/II 1966–1983 / 1983–1988
Chassis DAF/Volvo
Carrosserie Hainje/Verheul/Den Oudsten
Motor Leyland/DAF/Volvo
Lengte 11,5 meter
Aantal zitplaatsen 32
Aantal staanplaatsen 61/56

Schaalmodel [bewerken]

Modellenbouwer Lion Toys heeft een schaalmodel 1/50 uitgebracht van de CSA-I in zijn oorspronkelijke uitvoering. Van dit schaalmodel zijn vele varianten op de markt gebracht in veel verschillende kleuren. Thans maakt het Tsjechische HB-model twee schaalmodellen van de CSA-I (1/43 en 1/87). Van het 1/87-model worden verschillende verschijningsvormen van de CSA-I gemaakt (waaronder de zevende verschijningsvorm met zijn vierkante koplampen).

Literatuur [bewerken]

  • Leideritz, W.J.M. (1966 herduk 1979) van Paardetram tot dubbelgelede, de Alk Alkmaar
  • Velthuis, M. (1980) van De Dion Bouton naar de DAF-standaard, Europese bibliotheek Zaltbommel
  • Wallast, M. (1981) 75 jaar Autobussen in Rotterdam, Zuiddam & Zonen Woerden
  • Velthuis, M. (1986) Met de bus door de Domstad, Utrecht: Matrijs ISBN 90-70482-31-2
  • Leideritz, W.J.M (1986) De Stadsbus van Breda SVA Brabant
  • Nijbakker, P. (1987) 20 jaar Standaardbus bij de HTM, Haags busmuseum
  • Burgemeester, Ing. J.W.F (1999) De rode bus in beeld, Europese bibliotheek Zaltbommel, ISBN 90-288-1286-5
  • Voormalig maandblad het Openbaar vervoer (jaargangen 1966–2000)
  • Weekblad d'Amsterdamse tram (jaargangen 1967–2000)
  • Voormalig maandblad Railnieuws/het Openbaar Vervoer (jaargangen 2000–2008)
  • Gragt, Frits v.d. (1966) Der Einheitsomnibus fur die niederländischen Großstädte, in: Der Stadtverkehr nr. 9/1966, p. 240–243, Werner Stock, Bielefeld 1966 (duits)

Externe link [bewerken]

Beluister

(info)
Bronnen, noten en/of referenties
  1. gebouwd in opdracht van Hainje door Verheul.
  2. bus 18 stond administratief al in de boeken, (aanbetaling), maar door de brand bij Verheul niet afgenomen maar gesloopt.
  3. Chassis: Mercedes Benz O305