Franciscus Antonius de Méan de Beaurieux
Franciscus Antonius Maria Constantijn graaf de Méan de Beaurieux (Saive (Blegny), 6 juli 1756 - Mechelen, 15 januari 1831) was prins-bisschop van Luik en Nederlands/Belgisch aartsbisschop. Hij kreeg als toegevoegde naam van Mechelen omdat hij daar aartsbisschop werd.
Inhoud |
Biografie [bewerken]
Achtergrond, opleiding en vroege carrière [bewerken]
François de Méan was de zoon van François Antoine (Frans) de Méan de Beaurieux graaf van Méan en Elisabeth van Hoensbroeck-Oost. Hij was een achterkleinzoon van Charles de Méan (1604-1674), burgemeester van Luik sinds 1641[1]. Zijn jongere broer was graaf César Constantin Maria de Méan (1759-1833), de later grootkanselier (eerste minister) was van het prinsbisdom Luik toen François er de scepter zwaaide.
De Méan studeerde te Mainz en Dowaai. In 1785 werd hij tot priester gewijd.
Hij werd in 1777 ontvanger van de Sint-Lambertukathedraal in Luik en daarna bisschop van het Noord-Afrikaanse Constantine Hippone geweest en werd vervolgens door zijn oom, prins-bisschop Cesar Constantijn Frans van Hoensbroeck, coadjutor van de prins-bisschop van het prinsbisdom Luik (als zodanig door de paus aangesteld op 19 december 1785; de wijding was op 19 februari 1786). Bij de Luikse opstand van 1789 vluchtte hij met zijn oom naar Trier[2]. Na de restauratie in 1791 - dankzij de zending van troepen door keizer Leopold II - hervatte hij zijn werkzaamheden als coadjutor.
Prins-bisschop van Luik [bewerken]
Na het overlijden van zijn oom werd hij op 16 augustus 1792 verkozen tot prins-bisschop van dit prinsbisdom wat door de paus werd bekrachtigd op 24 september 1792. Zijn episcopaat ging in op 18 september van hetzelfde jaar. De regalia van prins-bisschop ontving hij echter pas op 16 juli 1794.
Zijn bewind werd onderbroken door de inval van Franse troepen op 28 november 1792 in de stad Luik, die hij net de dag voordien had ontvlucht. Na de herovering door Oostenrijkse troepen (5 maart 1793) keerde hij op 21 maart 1793 terug naar deze stad. Op 24 juli 1794 moest hij opnieuw vluchten voor de Fransen. Als prins-bisschop van Luik werd hij afgezet bij het Concordaat van 15 juli 1801. Hij was daarmee de laatste prins-bisschop van Luik.
Aartsbisschop van Mechelen [bewerken]
Onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden werd hij aartsbisschop van Mechelen (28 juli 1817 - 15 januari 1831). koning Willem I benoemde hem in 1815 tot lid van de Eerste Kamer. In 1815 was hij de eerste hoge rooms-katholieke geestelijke die de eed op de grondwet aflegde. Dit zorgde voor een officiële berisping van de zijde van het Vaticaan[3]. In 1817 reisde hij naar Rome om bij de paus tekst en uitleg te geven. Ofschoon de paus niet geheel tevreden was over de uitleg van De Méan, benoemde de laatste hem op 26 juli 1817 tot aartsbisshop van Mechelen[4].
Aanvankelijk steunde De Méan de politiek van koning Willem I, maar hij kantte zich later, na de stichting van het Collegium Philosophicum in Leuven, tegen de bemoeienissen van de vorst inzake geloof. Deze priesteropleiding, opgericht in 1825, was een poging van de regering om de staatstoezicht op rooms-katholieke priesterstudenten te vergroten[5].
Na aanvankelijke aarzeling erkende hij kort na de Belgische Revolutie de nieuwe regering over de Zuid-Nederlandse provincies. Zijn soepele houding ten opzichte van de Belgische staat werd gevolgd door de meeste andere hoge Belgische geestelijken[2].
François de Méan overleed op 74-jarige leeftijd, op 15 januari 1831 in Mechelen.
Titels [bewerken]
- François de Méan was sinds 16 augustus 1792 niet alleen prins-bisschop van Luik maar ook hertog van Bouillon, markies van Franchimont, graaf van Loon en Horn en baron van Herstal.
- Op 24 september 1792 werd hem door de keizer van het Heilige Roomse Rijk de titel prins van Méan verleend.
Verwijzingen [bewerken]
- ↑ Grote Winkler Prins Encyclopedie in 26 delen, door: red. Winkler Prins, 1992, dl. 15, blz. 480-481
- ↑ a b Grote Winkler Prins Encyclopedie in 26 delen, door: red. Winkler Prins, 1992, dl. 15, blz. 480
- ↑ De Katholieke Encyclopaedie, door: red. De Katholieke Encyclopaedie, tweede druk, 1953, dl. 17, blz. 474
- ↑ idem
- ↑ De Katholieke Encyclopaedie, door: red. De Katholieke Encyclopaedie, tweede druk, 1950, dl. 7, blz. 607
| Voorganger: Cesar Constantijn Frans van Hoensbroeck |
Prins-bisschop van Luik 1792/1793-1794 |
Opvolger: -- |
| Voorganger: Joannes-Armandus de Roquelaure (tot 1809) |
Aartsbisschop van Mechelen 1817-1831 |
Opvolger: Engelbertus Sterckx |