Gerrit Rietveld
| Gerrit Rietveld | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Gerard Thomas Rietveld | |||
| Geboren | 24 juni 1888 | |||
| Overleden | 25 juni 1964 | |||
| Geboorteland | Nederland | |||
| Beroep(en) | architect, grafisch ontwerper, meubelontwerper, onderwijzer | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Stijl(en) | Rationalisme, Nieuwe Beelding, Nieuwe Bouwen | |||
|
||||
| Gerrit Rietveld | ||
| Persoonsinformatie | ||
| Nationaliteit | Nederlandse | |
| Werken | ||
| Praktijk | Architectenbureau Rietveld Van Dillen Van Tricht | |
| Belangrijke gebouwen | Rietveld Schröderhuis | |
| RKD-profiel | ||
Gerard Thomas (Gerrit) Rietveld (Utrecht, 24 juni 1888 - aldaar, 25 juni 1964) was een Nederlands architect, grafisch ontwerper en meubelontwerper. Hij ontwierp ook enige boekbanden waaronder één voor De Gemeenschap in 1925. Hij is vooral bekend als lid van De Stijl en pionier van het Nieuwe Bouwen.
Inhoud |
Jeugd en opleiding [bewerken]
Rietveld leerde het vak van meubelmaker al vanaf zijn elfde in de werkplaats van zijn vader aan de Poortstraat 98 te Utrecht. Hoewel hij grote waardering had voor zijn vakmanschap, verafschuwde hij de massieve meubelen die hij produceerde. Daarna was hij enige tijd ontwerper voor een juwelierszaak. Tussen 1904 en 1908 volgde hij 's avonds lessen bij Houtzagers en Kamman in de aan Het Utrechtsch Museum van Kunstnijverheid verbonden school. Deze lessen gaven hem inzicht in proportie en stijl. Op 18-jarige leeftijd maakte Rietveld zijn eerste meubels, die bestemd waren voor het poortgebouw van Slot Zuylen. In 1911 opende hij zijn eigen meubelmakerij en volgde opnieuw een avondcursus, nu in architectuur, bij de vooruitstrevende architect en ontwerper Piet Klaarhamer.[1]
De Stijl [bewerken]
Mogelijk via Klaarhamer nam Rietveld kennis van moderne ontwerpers als Berlage en Frank Lloyd Wright. Omstreeks 1918 begon hij mogelijk onder invloed van hen met het maken van exprimentele meubels, waaronder het prototype van de wereldberoemde 'Rood-blauwe stoel'. Hoewel Rietveld ze zelf nadrukkelijk als experimenten zag – de eerste 'Rood-blauwe stoel' zou hij voor zichzelf ontworpen hebben – wees zijn vriend Robert van 't Hoff hem op Theo van Doesburg, redacteur van het pas opgerichte tijdschrift voor moderne kunst De Stijl. Rietveld stuurde hem een brief en een foto, die hij in september 1919 in De Stijl publiceerde als voorbeeld van beeldhouwkunst in het toekomstige interieur.[2]
Rietvelds eerste experimentele meubels waren nog onbeschilderd. Door ook meubels te ontwerpen voor zijn zes kinderen en voor de kinderen van opdrachtgevers, kon hij zich meer vrijheid veroorloven. Het waren juist deze kindermeubels die hij als eerste van kleur voorzag. Zijn hoge kinderstoel uit 1918 liet hij groen schilderen en voorzag hij van rode leren banden, terwijl hij zijn kinderkruiwagen en bolderkar omstreeks 1923 voor het eerst van de voor De Stijl kenmerkende primaire kleuren voorzag, niet lang daarna gevolgd door zijn Rood-blauwe stoel.[3]
Zijn meubels waren niet alleen modern van uiterlijk, maar ook goedkoop en eenvoudig te produceren, zodat het werk van de arbeider aanzienlijk vergemakkelijkt werd. Toch had hij niet de behoefte de smaak van de gewone man te veranderen. Toen architect en De Stijl-lid Oud in 1919 een modelwoning in een door hem ontworpen woningbouwcomplex in Spangen inrichtte met meubels van Rietveld, schreef hij Oud:
Later maakte hij deel uit van de stroming van de nieuwe zakelijkheid. In 1919 werd hij zelfstandig ontwerper en meubelmaker, toen hij zijn bedrijf opende in Utrecht.
Het Rietveld Schröderhuis ontwierp Rietveld in 1924 in nauwe samenwerking met de latere bewoonster van het huis, de binnenhuisarchitecte Truus Schröder-Schräder. Het huis staat aan de Prins Hendriklaan in Utrecht, en is een zuiver voorbeeld van alles waar De Stijl voor stond.
Nieuwe Bouwen [bewerken]
Omstreeks 1930 sloot Rietveld zich aan bij het Nieuwe Bouwen, de Nederlandse variant van de Internationale Stijl. Hij ontwierp in 1930-1932 een rij arbeidershuizen in de Wiener Werkbundsiedlung in Wenen en in 1934 in samenwerking met Truus Schröder-Schräder een rij huizen aan de Erasmuslaan in Utrecht.In die periode werkte hij vanuit een atelier aan de Oude Gracht te Utrecht, samen met Otto van Rees en Ries Mulder.
Tijdens de oorlog bleef Rietveld ontwerpen maken in de illegaliteit: hij had zich niet bij de Kultuurkamer aangemeld, en mocht dus officieel vanaf 1942 niet langer zijn beroep uitoefenen. In datzelfde jaar ontwierp hij een uit één stuk geperste kunststof stoel.
Na een moeilijke tijd zonder veel aandacht werd 'De Stijl' in de jaren vijftig weer populair, en dit leverde Rietveld werk op in de vorm van overheidsgebouwen. In 1954 werkt hij samen met Constant Nieuwenhuijs aan een ontwerp voor een modelwoning voor warenhuis de Bijenkorf. In 1955 ontwierp Rietveld een kleurenschema voor de cabine van de Fokker F27. Hoewel de Fokker-directie zeer enthousiast was, werd het niet toegepast.
In 1961 richtte hij samen met Joan van Dillen en Johan van Tricht het architectenbureau Rietveld Van Dillen Van Tricht op.
Werk [bewerken]
Publicaties [bewerken]
- 'Aanteekening bij kinderstoel (Bijlage No. XVIII)', De Stijl, 2e jaargang, nummer 9 (juli 1919): p. 102. [4]
Meubels [bewerken]
Rietveld heeft een aantal bekende meubelen gemaakt. Zo is er de Rood-blauwe stoel uit 1918, en de Zigzagstoel uit 1932. Hij maakte ook een aantal buismeubelen. Bij zijn meubelen gebruikte Rietveld de cartesiaanse knoop.
Overige meubelontwerpen van Rietveld zijn:
- Kinderstoel. 1918. [5]
- Dressoir. Circa 1919. [6]
- Armstoel. Circa 1919. Idem.
- Kinder-kruiwagen. 1923. Beschilderd hout. Circa 30 × 81 × 38 cm. Amsterdam, Stedelijk Museum.
- Militaire stoelen. 1923.
- Berlijn-stoel. 1923.
- Krat-stoel. 1934. Hout. Circa 60 × 62 × 65 cm. Amsterdam, Stedelijk Museum.
Veel van de meubelen maken deel uit van de collectie van het Centraal Museum in Utrecht.
Een deel van de meubelen zou in mei 2008 tentoongesteld gaan worden in de faculteit bouwkunde van de TU Delft, toen er een grote brand uitbrak. De stoelen die op dat moment aanwezig waren hebben de brand overleefd.
Eén van zijn navolgers was Ko Verzuu (1901-1971) met zijn houten speelgoed in de Rietveld-stijl gemaakt voor de ADO werkplaatsen in Bilthoven in de jaren 1933-1951.
Afbeeldingen [bewerken]
-
Prototype van de Rood-blauwe stoel. Ca. 1918.
-
De beroemde Rood-blauwe stoel
-
G. Rietveld (ontwerp) G. van de Groenekan (uitvoering). Kinderstoel. 1919. München, Pinakothek der Moderne.
Architectuur [bewerken]
- Etalage Goud- en Zilversmidscompagnie, Kalverstraat 107, Amsterdam. 1921.
- Rietveld Schröderhuis, Utrecht (1924)
- Een muziekschool annex 2 appartementen te Zeist (1932)
- Villa Hildebrand (1933)
- Zomerhuis Verrijn Stuart (1935) in de buurt van Utrecht
- Woonhuis Smedes Den Dolder (1935-1936)
- Bioscoop Vreeburg, Utrecht (1936)
- verbouwing winkel Metz & Co aan de Keizersgracht Amsterdam (1938)
- Vakantiehuisjes voor het personeel van de superphosfaatfabriek 'Albatros' en De Vries Robbé (1951)
- Nederlands Paviljoen voor de Biënnale van Venetië (1953/54)
- Beeldenpaviljoen voor het park Sonsbeek te Arnhem (1954; afgebroken, herbouwd in 1965 in Otterlo: Rietveld-paviljoen)
- Julianahal van de Koninklijke Nederlandse Jaarbeurs Utrecht in Utrecht (1953-1956) (in samenwerking met Ter Braak, Van den Berg, Van Grunsven en Prey)
- Bushalte Hof Bergeijk
- Klok Hof Bergeijk
- Textielfabriek Weverij de Ploeg in Bergeijk (1954-1958); beschermd als rijksmonument.
- Dubbele villa Smedes te Bennekom (1955-1956)
- Woonhuizen te Bergeijk en Best (1956-1957)
- Huizenblokken te Hoograven en Tolsteeg, Utrecht (1956-1957)[7]
- Nederlands paviljoen voor de Wereldtentoonstelling te Brussel (1958)
- Kantoor van Schrale's Beton, Willemsvaart te Zwolle (1958)
- Tentoonstellingsgebouw Zonnehof te Amersfoort (1958-1959).
- Woonhuis van den Doel te Ilpendam (1959).
- verzorgingshuis De Nudehof te Wageningen (1965) (samen met Joan van Dillen en J. van Tricht).
- Zomerhuis Kramer te Cadzand-Bad (1960).
- Academiegebouw, Hogeschool voor beeldende Kunsten, Arnhem(1963)
- Villa van Slobbe Heerlen (1962-1964)
- De Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam (1967) (samen met Joan van Dillen en J. van Tricht).
- scholengemeenschap (Rietveld Lyceum) te Doetinchem (1971)
- Het Van Gogh Museum in Amsterdam, geopend in 1973 (eveneens met Joan van Dillen en J. van Tricht).
Afbeeldingen [bewerken]
-
Rietveld Schröderhuis, Utrecht.
-
Muziekschool, Zeist. 1932.
-
Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam-Zuid. Foto: bma.amsterdam.nl.
Laatste rustplaats [bewerken]
Gerrit Thomas Rietveld ligt begraven op de Begraafplaats Soestbergen. Op zijn graf staat een strak vormgegeven granieten steen met daarop de tekst: Dr. G. Th. Rietveld, 1888 1964, weduwnaar van Vrouwgien Hadders. Zij ligt er echter niet, haar graf in Hilversum was al eerder geruimd. Rietveld werd oorspronkelijk begraven in Bilthoven op begraafplaats Den en Rust. Daar deelde hij het graf met zijn minnares Truus Schröder. Op verzoek van zijn dochters werd Rietveld in januari 1995 herbegraven op Soestbergen en werd de naam van zijn vrouw op de steen gezet.
Zie ook [bewerken]
Externe links [bewerken]
- Geheel aan Gerrit Rietveld opgedragen website
- Rietveld Schröderarchief Een collectie van het Centraal Museum (Utrecht)
- Koninklijke Bibliotheek - dossier Rietveld
| Wikiquote heeft één of meer citaten gerelateerd aan Gerrit Rietveld. |
| Meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Gerrit Rietveld op Wikimedia Commons. |
Bronnen, noten en/of referenties
|