Gerrit Rietveld

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gerrit Rietveld
Gerrit Rietveld 1.jpg
Persoonsgegevens
Volledige naam Gerard Thomas Rietveld
Geboren 24 juni 1888
Overleden 25 juni 1964
Geboorteland Nederland
Beroep(en) architect, grafisch ontwerper, meubelontwerper, docent
Oriënterende gegevens
Stijl(en) Rationalisme, Nieuwe Beelding, Nieuwe Bouwen
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Gerrit Rietveld
Begraafplaats Soestbergen Utrecht 13 Gerrit Rietveld.JPG
Persoonsinformatie
Nationaliteit Nederlandse
Werken
Praktijk Architectenbureau Rietveld Van Dillen Van Tricht
Belangrijke gebouwen Rietveld Schröderhuis
RKD-profiel

Gerard Thomas (Gerrit) Rietveld (Utrecht, 24 juni 1888 – aldaar, 25 juni 1964) was een Nederlands architect en meubelontwerper. Hij maakte ook grafisch werk, onder meer affiches en omslagen voor tijdschriften, waaronder één voor De Gemeenschap in 1925. Hij is vooral bekend als lid van De Stijl en als pionier van het Nieuwe Bouwen.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Rietveld leerde het vak van meubelmaker in de werkplaats van zijn vader aan de Poortstraat 98 te Utrecht, waar hij na de lagere school aan de slag ging. Hij verafschuwde de traditionele, massieve meubelen die daar werden gemaakt en werkte enige tijd als ontwerper in de werkplaats van de juwelier Carel Begeer. Tussen 1904 en 1908 volgde hij 's avonds lessen bij de vooruitstrevende architect Piet Klaarhamer en bij 'Het Kunstindustrieel Onderwijs der Vereeniging van "Het Utrechtsch Museum van Kunstnijverheid te Utrecht"'. Hij kreeg technisch tekenen, stijl- en ornamentleer van de directeur, architect P.J. Houtzagers. Andere docenten waren Leo Kamman en Tiele van der Laars. Een tweede cursus bij Klaarhamer vond mogelijk rond 1910 plaats. In 1917 opende hij zijn eigen meubelmakerij aan de Adriaen van Ostadelaan 25 (nu 93).

Huwelijk[bewerken]

In 1911 trouwde Rietveld met de verpleegster Vrouwgien Hadders (1883-1957). Het echtpaar kreeg zes kinderen, vier zoons en twee dochters. Tussen Rietveld en zijn vrouw trad geleidelijk een verwijdering op, deels door zijn uittreden uit de gereformeerde kerk. Nadat hij in 1924 Truus Schröder-Schräder had leren kennen, een binnenhuisarchitecte en weduwe van een advocaat, die hem de opdracht gaf een huis voor haar gezin te bouwen (het latere Rietveld Schröderhuis), ontwikkelde zich met haar een levenslange intieme relatie en een vruchtbare samenwerking op het gebied van architectuur en woninginrichting. Van 1924 tot 1933 was zijn architectenbureau gevestigd in het Rietveld Schröderhuis. Diverse projecten uit deze periode staan op naam van Schröder en Rietveld, zoals de slaapkamer en de woonkamer voor het echtpaar Harrenstein.

De Stijl[bewerken]

Mogelijk via Klaarhamer nam Rietveld kennis van moderne ontwerpers als Berlage en Frank Lloyd Wright. Omstreeks 1918 begon hij mogelijk onder invloed van hen experimentele meubels te maken, waaronder de voorloper van de wereldberoemde 'Rood-blauwe stoel', een ingekleurde lattenleunstoel. Hoewel Rietveld de meubelen zelf nadrukkelijk als experimenten zag – de eerste 'Rood-blauwe stoel' zou hij voor zichzelf ontworpen hebben – adviseerde zijn vriend Robert van 't Hoff hem om contact te zoeken met het pas door Theo van Doesburg opgerichte tijdschrift voor moderne kunst De Stijl. In juli publiceerde Theo van Doesburg, de hoofdredacteur, een kinderstoel van Rietveld in De Stijl en in september volgde de lattenleunstoel.

Rietvelds eerste experimentele meubels waren nog onbeschilderd. Door ook meubels te ontwerpen voor zijn zes kinderen en voor de kinderen van opdrachtgevers, kon hij zich meer vrijheid veroorloven. Het waren juist deze kindermeubels die hij als eerste van kleur voorzag. Zijn hoge kinderstoel uit 1918 liet hij groen schilderen en voorzag hij van rode leren banden, terwijl hij zijn kinderkruiwagen en bolderkar omstreeks 1923 voor het eerst van de voor De Stijl kenmerkende primaire kleuren voorzag, niet lang daarna gevolgd door zijn Rood-blauwe stoel.[1]

Zijn meubels waren niet alleen modern van uiterlijk, maar ook goedkoop en eenvoudig te produceren, zodat het werk van de uitvoerende ambachtsman aanzienlijk werd vergemakkelijkt. Toch had Rietveld niet de behoefte de smaak van de gewone man te veranderen. Toen architect en De Stijl-lid Oud in 1919 een modelwoning in een door hem ontworpen woningbouwcomplex in Spangen inrichtte met meubels van Rietveld, schreef hij Oud:

Aanhalingsteken openen Maar laten wij toch niet zeggen, dat we werken om het volk te bevredigen, want bij het volk is er geen behoefte naar. Men is over het algemeen nog niet verder, dan juist iets aparts te hebben.
— Brief aan Oud, januari 1920.
Aanhalingsteken sluiten

Later maakte hij deel uit van de stroming van de nieuwe zakelijkheid. In 1919 werd hij zelfstandig ontwerper en meubelmaker, toen hij zijn bedrijf opende in Utrecht.

Het Rietveld Schröderhuis ontwierp Rietveld in 1924 in nauwe samenwerking met de enige permanente bewoner van het huis, de binnenhuisarchitecte Truus Schröder-Schräder. Het huis staat aan de Prins Hendriklaan in Utrecht (nummer 51) en maakt samen met een woning in de naastgelegen rij huizen aan de Erasmuslaan deel uit van het Centraal Museum.

Nieuwe Bouwen[bewerken]

De 76-jarige architect Gerrit Rietveld krijgt een eredoctoraat van de TH te Delft, Polygoonjournaal 1964

Omstreeks 1930 sloot Rietveld zich aan bij het Nieuwe Bouwen, de Nederlandse variant van de Internationale Stijl. Hij ontwierp in 1930-1932 een rij arbeiderswoningen in de Wiener Werkbundsiedlung in Wenen en in 1934 in samenwerking met Truus Schröder een rij huizen aan de Erasmuslaan in Utrecht. In die periode werkte hij vanuit een atelier aan de Oude Gracht te Utrecht, samen met Otto van Rees en Ries Mulder.

Tijdens de oorlog bleef Rietveld ontwerpen maken in de illegaliteit: hij had zich niet bij de Kultuurkamer aangemeld, en mocht dus officieel vanaf 1942 niet langer zijn beroep uitoefenen. In datzelfde jaar ontwierp hij een uit één stuk geperste kunststof stoel.

Na een moeilijke tijd zonder veel aandacht werd 'De Stijl' in de jaren vijftig weer populair, en dit leverde Rietveld werk op in de vorm van opdrachten voor overheidsgebouwen. In 1954 werkte hij samen met Constant Nieuwenhuijs aan een ontwerp voor een modelwoning voor warenhuis de Bijenkorf. In 1955 ontwierp Rietveld een kleurenschema voor de cabine van de Fokker F27. Hoewel de Fokker-directie zeer enthousiast was, werd het niet uitgevoerd.

In 1961 richtte hij samen met Joan van Dillen en Johan van Tricht het architectenbureau Rietveld Van Dillen Van Tricht op.

Werk[bewerken]

Publicaties[bewerken]

  • 'Aanteekening bij kinderstoel (Bijlage No. XVIII)', De Stijl, 2e jaargang, nummer 9 (juli 1919): p. 102.[2]

Meubels[bewerken]

Rietveld heeft een aantal bekende meubelen gemaakt. Zo is er de Rood-blauwe stoel uit 1918, en de Zigzagstoel uit 1932. Hij maakte ook een aantal buismeubelen. Bij zijn meubelen gebruikte Rietveld de cartesiaanse knoop.

Overige meubelontwerpen van Rietveld zijn:

  • Kinderstoel. 1918.[3]
  • Dressoir. Circa 1919.[4]
  • Armstoel. Circa 1919.Idem.
  • Kinder-kruiwagen. 1923. Beschilderd hout. Circa 30 × 81 × 38 cm. Amsterdam, Stedelijk Museum.
  • Militaire stoelen. 1923.
  • Berlijn-stoel. 1923.
  • Krat-stoel. 1934. Hout. Circa 60 × 62 × 65 cm. Amsterdam, Stedelijk Museum.
  • Mondial-stoel 1957.[5][6][7]
  • Steltman stoel." 1964.[8]

Veel van de meubelen maken deel uit van de collectie van het Centraal Museum in Utrecht. Ook het Rijksmuseum Amsterdam en het Drents Museum hebben werk van Rietveld in de collectie.

Een deel van de meubelen zou in mei 2008 tentoongesteld worden in de faculteit bouwkunde van de TU Delft, toen er een grote brand uitbrak. De stoelen die op dat moment aanwezig waren hebben de brand overleefd.

Een van zijn navolgers was Ko Verzuu (1901-1971) met zijn houten speelgoed in de Rietveld-stijl gemaakt voor de ADO werkplaatsen in Bilthoven in de jaren 1933-1951.

Afbeeldingen[bewerken]

Architectuur[bewerken]

Bibliografie (selectie)[bewerken]

  • Nagtegaal, C., Tr. Schröder-Schräder, bewoonster van het Rietveld Schröderhuis, Utrecht 1987.
  • Saam, H., Gerrit Rietveld en de Zonnehof, Amersfoort, 2001.
  • Zijl, I. van, Rietveld In Utrecht, Utrecht, 2001.

Afbeeldingen[bewerken]

Laatste rustplaats[bewerken]

Gerrit Thomas Rietveld ligt begraven op de Begraafplaats Soestbergen. Op zijn graf staat een strak vormgegeven granieten steen met daarop de tekst: Dr. G. Th. Rietveld, 1888 1964, weduwnaar van Vrouwgien Hadders. Zij ligt er echter niet, haar graf in Hilversum was al eerder geruimd. Rietveld werd oorspronkelijk begraven in Bilthoven op begraafplaats Den en Rust. Daar deelde hij het graf met zijn minnares Truus Schröder. Op verzoek van zijn dochters werd Rietveld na de dood van Truus Schröder in januari 1995 herbegraven op Soestbergen en werd de naam van zijn vrouw op de steen gezet.

Zie ook[bewerken]

Werk in openbare collecties (selectie)[bewerken]

Externe links[bewerken]

Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Gerrit Rietveld.
Bronnen, noten en/of referenties