Neolithische revolutie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Sedentarisatie)
Ga naar: navigatie, zoeken

De neolithische revolutie was de eerste landbouwrevolutie en vormde de overgang van een samenleving van jager-verzamelaars met een rondtrekkend[1] bestaan naar een samenleving van mensen die in nederzettingen woonden (sedentarisme) en aan landbouw en veeteelt deden. Ook begon men voorraden aan te leggen voor slechtere tijden. Deze revolutie vond plaats in meerdere streken op de wereld en onafhankelijk van elkaar. Veelal verliep deze overgang zo geleidelijk over een langere periode dat men in die gevallen liever van een neolithische evolutie spreekt. De term neolithische revolutie werd geïntroduceerd door Australische archeoloog Vere Gordon Childe.[2]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook Neolithicum

Ontstaan in meerdere kernen en verspreiding van daaruit[bewerken]

Het neolithicum ontstond eerst op die plaatsen die daar het gunstigst voor waren wat betreft klimaat en voedselbronnen. In zeer koude, zeer hete of droge gebieden bleef men langer als jager-verzamelaar leven. Landbouw is echter naar alle waarschijnlijkheid op verschillende plaatsen onafhankelijk van elkaar uitgevonden:

Chris Scarre stelt dat er nog meer kernen zijn geweest dan deze:[3] Nieuw-Guinea, Centraal-Afrika, en oostelijk Noord-Amerika worden genoemd.

Aanvang en snelheid van ontwikkeling per regio[bewerken]

Verspreiding Neolithicum naar Europa.jpg

De aanvang van de neolithische revolutie en de snelheid waarmee die zich ontwikkelde, verschilt van regio tot regio. In sommige regio's zijn deze belangrijke veranderingen relatief snel gegaan en sommige auteurs menen dan ook te kunnen spreken van een Neolithische revolutie. Tegenwoordig spreekt men in de geschiedwetenschap eerder van een neolithische evolutie.[4] Het is namelijk gebleken dat deze overgang in veel regio's langer duurde en geleidelijker verliep dan men aanvankelijk dacht.

  • In Zuid-Anatolië en de vruchtbare sikkel begon het neolithicum rond 11.000 v.Chr.,[5] tijdens het einde van de laatste ijstijd (het Weichselien). Het voltrok zich daar zeer geleidelijk. Men kan hier beter van een evolutie[6] spreken.
  • In het Middellandse Zeegebied, Griekenland en de Balkan begon het neolithicum omstreeks 6.500 v.Chr. Mogelijk in verband met gebeurtenissen rond de Zwarte Zee arriveerde het Neolithicum in deze streken voornamelijk door migratie.[7] De immigranten bouwden huizen en deden aan landbouw en veeteelt. Niet veel later konden zij ook pottenbakken.
  • In Noordwest-Europa arriveerde het neolithicum omstreeks 6000-5.500 v.Chr. voornamelijk door imitatie.[8] De hier aanwezige volkeren keken de kunst af van huizen bouwen, landbouw, veeteelt en pottenbakken. De Neolithische revolutie voltrok zich hier snel.
  • In Limburg rond 5.500 v.Chr. De Neolithische revolutie voltrok zich hier zeer snel omdat huizen bouwen, landbouw, veeteelt en pottenbakken werden geïmiteerd.[9]
  • In Engeland en Denemarken arriveerde het Neolithicum pas rond 3.700 v.Chr.[7]
  • Primitieve volkeren op eilanden als Borneo en Nieuw-Guinea bevonden zich tot in de 20e eeuw nog in de steentijd. Bij hun "ontdekking" zijn zij meteen het computertijdperk in gekatapulteerd.

Zie datering per regio
Zie Overzichtstabel Neolithicum

Nederzettingen[bewerken]

In het mesolithicum waren de mensen jager-verzamelaars in een nomadische samenleving. Men leefde van in het wild groeiende gewassen en de jacht. Waar mogelijk was er visvangst. Volgens de huidige inzichten hebben de mensen in de vruchtbare sikkel en Zuid-Anatolië zich al in het late Mesolithicum of (Natufien) gevestigd in nederzettingen. Het begon al tijdens het einde van het Weichselien (de laatste ijstijd) rond 11.000 v.Chr.

Nederzettingen werden gaandeweg steeds groter en beter beveiligd; er kwamen muren omheen. Latere kwamen er steden die kunnen worden beschouwd als de voorlopers van de latere stadstaten.

Landbouw en veeteelt[bewerken]

De mensen die in Zuid-Anatolië en het Midden-Oosten reeds in nederzettingen woonden, verzamelden nog steeds wilde gewassen voor hun levensonderhoud. Ze begonnen de velden met deze wilde gewassen enigszins te beschermen tegen wilde dieren.[10] Later ging men steeds meer aandacht schenken aan deze velden.

Mogelijk heeft de landbouw in het vroege neolithicum een impuls gekregen naar aanleiding van een klimatologische verandering.[11] De Jonge Dryas (ca. 10.700-9.560 v.Chr.) op het einde van de laatste ijstijd (het Weichselien) was een koudeperiode waardoor het klimaat in het Nabije Oosten veel droger werd. Dit zou de wilde granen in gevaar hebben gebracht, die niet meer konden concurreren met planten die beter tegen droogte bestand waren. De mensen hadden die wilde granen echter nodig om hun relatief grote bevolking in stand te kunnen houden. Door te wieden en van elders verkregen zaad te planten begonnen ze met het beoefenen van landbouw.[12] Er zijn echter veel theorieën over het ontstaan van de landbouw.

Volgens nieuwe inzichten begon men al rond 20.000 v.Chr. te experimenteren met de veredeling van graansoorten.[13]

Zie Nabije en Midden-Oosten, andere theorieën

Nog later begon men ook aan veeteelt te doen. Tot dan toe joeg men voornamelijk op wilde dieren om zo aan de behoefte aan vlees te voorzien. Toen de kuddes wilde dieren geleidelijk aan begonnen te verdwijnen, begon men ter compensatie aan veeteelt te doen met de domesticatie van schapen, geiten, runderen en varkens.

Gevolgen van de Neolithische Revolutie[bewerken]

Vernieuwingen en veranderingen ten gevolge van de neolithische revolutie[bewerken]

Gepolijste stenen vuistbijl (Archeologisch Museum van Thessaloniki)
  • De stenen werktuigen in het mesolithicum werden gemaakt door met andere stenen stukken af te slaan van een stuk vuursteen. In het neolithicum begon men werktuigen te maken van geslepen stenen.
  • Pottenbakken. De uitvinding van het pottenbakken en het pottenbakkerswiel verlopen per regio anders. Daarom worden ze per regio beschreven. In het Midden-Oosten duurde het erg lang na de aanvang van het neolithicum (ca. 11.000 v.Chr.) voordat het pottenbakken werd uitgevonden (ca. 6.200 v.Chr.). In Limburg begon rond 5.500 v.Chr. het neolithicum met de Bandkeramische cultuur, mensen die tegelijkertijd huizen gingen bouwen, aan landbouw en aan veeteelt deden en ook al konden pottenbakken.
  • Koper werd in het Midden-Oosten toegepast vanaf ca. 5.500 v.Chr. Aanvankelijk werd gedegen koper gebruikt voor werktuigen en wapens. Dit is zacht en dus gemakkelijk te bewerken. Maar de zachtheid is ook een nadeel in het gebruik. Later werd koper uit erts gesmolten. Bij het smelten kwamen er vanzelf verontreinigingen in terecht. Vaak werd het hierdoor harder en dus beter geschikt als gereedschap of als wapen. Soms werd het daardoor echter bros en daarmee ongeschikt. De producten werden tot op grote afstanden geëxporteerd.[14][15]
  • Het wiel is uitgevonden op verschillende plaatsen in de wereld.
  • Het schrift is ook op verschillende plaatsen in de wereld uitgevonden.

Voor een meer uitgebreide beschrijving van deze uitvindingen:

Zie Neolithicum Uitvindingen

Veranderingen in de samenleving[bewerken]

De oude godin Demeter en haar jongere opvolgster Persephone, zegenen de jonge man Triptolemos aan wie zij de kunst van de landbouw hebben doorgegeven.

Aanvankelijk was er in het Mesolithicum en het vroege Neolithicum een heterarchie, iedereen deed alles zelf en iedereen had in principe evenveel te vertellen. Hooguit was er een ad-hocleider bij de jacht. Als er al sprake was van bestuur, dan was dit bottom-up.

Met de omschakeling van jager-verzamelaars naar een gevestigd boerenbestaan, kwam er een toenemende specialisatie (bijvoorbeeld éen herder per dorp, éen pottenbakker enz.). Later kwam er enige industrialisatie voor gebruiks- en siervoorwerpen. De (seriematige) productie hiervan was ook gespecialiseerd.[16]

Later ontstond geleidelijk een hiërarchische organisatie van de gemeenschap.

  • Grotere groepen van verwanten vervingen de kleine families
  • Gezamenlijke organisaties beschermden en bestuurden nu de interesses van het individu.
  • Behalve werken voor het levensonderhoud en het huishouden, waren er nu taken voor de gemeenschap (die hierdoor sociaal en economisch sterker werd).[17] Het (verplicht) uitvoeren van taken voor de gemeenschap zou gezien kunnen worden als het begin van een belastingstelsel. De economische activiteit was hoofdzakelijk gecentreerd rond de tempelfunctie.

In onderlinge competitie, maar ook samenwerking, ontstond een snelle toename van de kennis over het beheer van de omgeving. Men kon zich nu economisch aanpassen en omgaan met tekorten in de opbrengst van de omgeving, iets wat daarvoor onmogelijk was. Observatie van de sterrenhemel en het vastleggen van een kalender waren daarbij noodzakelijk. Er kwamen voorraden en voorraadbeheer. Er was in toenemende mate industriële productie en technische vernieuwing. Er volgde geleidelijk aan handel, soms met verre gebieden.

Er kwam een zekere mate van welstand voor sommige nederzettingen en sommige mensen. Er kwam ongelijkheid van bezit. Daarmee kwamen er echter toenemende conflicten tussen en binnen de nederzettingen. Geleidelijk aan werden de nederzettingen versterkt, er kwamen muren omheen. De nederzettingen werden steeds groter, de vorming van stadstaten begon en oorlog werd een middel om belangen te behartigen.

Door het aanleggen van voorraden en het verzamelen van kapitaal begon het verschijnsel "privé-eigendom" maar ook diefstal op te treden. Er kwamen mogelijk vormen van rechtspraak.

Ook ontstond door de aanleg van voorraden een sterke bevolkingsgroei. Toch werden mensen nu (in vergelijking met het paleolithicum) kleiner, daalde hun levensverwachting en hadden ze meer infecties. Dit wordt wel toegeschreven aan het feit, dat ze door in nederzettingen te wonen niet meer zo mobiel waren om bij een slechter wordend klimaat snel te verhuizen. Daardoor zouden zij nu juist eerder het slachtoffer zijn geworden van hongersnoden.[18]

Van voorouderverering naar religie[bewerken]

Over het algemeen zou men kunnen stellen dat er in het vroege neolithicum mogelijk alleen sprake was van voorouderverering terwijl er op het einde van het Neolithicum ontwikkelingen waren in de richting van een pantheon met goden en mythologische verhalen die aan de hoven de ronde deden.[19] Voor het gewone volk bleef de voorouderverering belangrijk tot diep in de ijzertijd.

Overzichtstabel Neolithicum[bewerken]

Neolithicum in grote lijnen[bewerken]

Verder lezen[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Dit was niet "zomaar" rondtrekken: zij gingen waar het voedsel was: afhankelijk van dierentrek, oogstrijpe gewassen etc. (Dit zou het grote voordeel zijn geweest van Sapiens boven Neanderthaler.)
  2. V.G. Childe, The Dawn of European Civilization, Londen, 1925, Ibid., The Danube in Prehistory, Oxford, 1929, Ibid., Man Makes Himself, Londen, 1936, p. 74-117.
  3. The human past. World Prehistory and the Development of Human Societies door Chris Scarre (2005) p.186: Research in recent decades has confirmed that agriculture arose independently during the Holocene in at least seven different regions of the world - Southwest Asia [Fertile Crescent, 9000 BC], East Asia [Yangzi and Yellow River basins 7000 BC], New Guinea highlands [7000-4000 BC] (vindplaats Kuk), sub-Saharan Africa [3000-2000 BC], Andean South America [3000-2000 BC], central Mexico [3000-2000 BC] and the eastern United States [2000-1000 BC]. Mogelijk komt daar nog een achtste bij, Amazonia in Zuid-Amerika (3000-2000 BC)
  4. R.S. Mac Neish, The Origins of New World Civilization, in Scientific American 211 (1964), p. 37: « think more in terms of Neolithic "evolution" than "revolution" »
  5. In het Midden-Oosten en Anatolië was het Neolithicum al in 10.900 v.Chr. stevig gevestigd. Quaternary Science Reviews 26 (2007) 2036–2041, Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe, Chris S.M. Turneya, Heidi Brown
  6. R.S. Mac Neish, The Origins of New World Civilization, in Scientific American 211 (1964), p. 37: « think more in terms of Neolithic "evolution" than "revolution". »
  7. a b Quaternary Science Reviews 26 (2007) 2036–2041, Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe, Chris S.M. Turneya, Heidi Brown
  8. Nederlander stamt af van jager-verzamelaars
  9. M. Lodewijckx, De Aanvang van het neolithicum (ca. 9.000-4.700 v.C.), in J. Capenberghs (ed.), Gisteren voorbij. Een archeologische kijk op de geschiedenis van de oudste tijden, Leuven - Apeldoorn, 1991, p. 84.
  10. Göbekli Tepe, Klaus Schmidt
  11. "The Natufian Culture in the Levant, Threshold to the Origins of Agriculture," Ofer Bar-Yosef, Evolutionary Anthropology 6, 159-177, 1998 – preprint –
  12. Hoewel deze theorie niet onomstreden is [1]
  13. Warwick
  14. Op sommige neolithische vindplaatsen zijn grote hopen zwarte stenen gevonden: de slakken van de neolithische kopersmelterijen
  15. Later ging men koper legeren met tin. Dit is het begin van het bronstijdperk. Brons is harder en slijtvaster dan koper.
  16. Opgraving te Ba'ja, bevat vele referenties en foto's.
  17. H.G. Gebel, The Neolithic of the Near East An essay on apolycentric process and other research problems, in A. Hausleiter - S. Kerner - B. Müller-Neuhof (edd.), Material Culture and Mental Spheres, Münster, 2002, p. 313-324, Ibidem, Subsistenzformen, Siedlungsweisen und Prozesse des sozialen Wandels vom akeramischen bis zum keramischen Neolithikum, Teil II: Grundzüge sozialen Wandels im Neolithikum der südlichen Levante, diss. Universität Freiburg, 2002
  18. S. Wells, Die Wege der Menschheit. Eine Reise auf den Spuren der genetischen Evolution, Frankfurt/Main, 2003, p. 273.
  19. Georges Dumézil, en op de Engelse Wikipedia: Trifunctional hypothesis, Origin of religion, Prehistoric religion, Paleolithic religion.
  20. Noot bij Tabel "Neolithicum in grote lijnen": hier is niet iedereen het mee eens, Thompson, L.G., Mosley-Thompson, E. & Henderson, K.A., 2000: Ice-core paleoclimate records in tropical South America since the last glacial maximum, Journal of Quarternary Science 15, pp 377-394
  21. Noot bij Tabel "Neolithicum in grote lijnen": hoewel deze theorie niet onomstreden is. [2]
  22. Quaternary Science Reviews 26 (2007) 2036–2041, Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe, Chris S.M. Turneya, Heidi Brown
  23. Warwick
  24. Quaternary Science Reviews 26 (2007) 2036–2041, Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe, Chris S.M. Turneya, Heidi Brown
  25. Volkskrant
  26. Quaternary Science Reviews 26 (2007) 2036–2041, Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe, Chris S.M. Turneya, Heidi Brown

Referenties[bewerken]

  • J. Lubbock, Pre-historic Times, Londen - Edinburgh, 1865.
  • A. O'Connor, Finding Time for the Old Stone Age. A History of Palaeolithic Archaeology and Quaternary Geology in Britain, 1860-1960, Oxford, 2007.

Externe link[bewerken]