Wim Aantjes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wim Aantjes
Aantjes in 1972
Aantjes in 1972
Algemene informatie
Naam Willem Aantjes
Geboren 16 januari 1923
Partij ARP, CDA (vanaf 1980)
Titulatuur Mr.
Politieke functies
1957-1959 Lid Centraal Comité ARP
1959-1979 Lid Tweede Kamer
1971-1972,
1973-1977
Fractievoorzitter ARP
1973-1977 Politiek leider ARP
1977-1978 Fractievoorzitter CDA
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Willem (Wim) Aantjes (Bleskensgraaf, 16 januari 1923) is een voormalige Nederlands politicus die vooral bekendheid kreeg als fractievoorzitter van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en het Christen-Democratisch Appèl (CDA). In 1978 trad hij af nadat over zijn vermeende oorlogsverleden grote consternatie was ontstaan.

Levensloop[bewerken]

Aantjes werd geboren als zoon van een postkantoorhouder, en groeide op in een Gereformeerde Bondsgezin. Hij volgde de mulo te Sliedrecht en het gymnasium te Rotterdam.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij - naar eigen zeggen - in het kader van de Arbeitseinsatz op 19 juli 1943 door de directie van de PTT uitgezonden naar Güstrow (Mecklenburg, Duitsland). Naar Aantjes eigen woorden weigerde hij geen dienst, omdat anders mogelijk een gehuwde PTT'er zou worden uitgezonden. Hij zou geprobeerd hebben zich later aan deze verplichte tewerkstelling te onttrekken door zich in september 1944 in Duitsland aan te melden bij de Germaansche SS. Volgens plan zou hij naar Nederland worden gebracht voor een opleiding voor politiediensten op het landgoed Avegoor bij Ellecom. Hij werd echter door het SS-Hauptamt gemobiliseerd, teneinde ingedeeld te worden bij de Landstorm Nederland (een onderdeel van de Waffen-SS). Aantjes weigerde dit en werd hiervoor gevangengezet in het strafkamp Port Natal bij Assen, waar hij later assistent van de kampadministrateur werd. In dit kamp heeft hij tot het einde van de oorlog vastgezeten.[1] Begin 1945 waren er niet genoeg Duitse wachters, en functioneerde Aantjes met andere gevangenen als zodanig.[2]

Zijn lidmaatschap van de Germaansche SS heeft hij na de oorlog steeds verzwegen, beginnend bij de verklaring die hij moest tekenen toen hij in september 1945 ging studeren aan de Universiteit Utrecht.

Politieke loopbaan[bewerken]

Aantjes werd in 1959 lid van de Tweede Kamer namens de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). Vanaf 1971 werd hij gekozen tot fractievoorzitter. In 1967 werd hij benaderd om minister van Volkshuisvesting te worden. Hij bedankte om gezondheidsredenen; hij had een psychische inzinking gehad. ARP-voorzitter Wiert Berghuis was op de hoogte van de achtergronden en liet enkele malen aan kabinetsformateurs weten dat Aantjes "niet ministeriabel" was.

Aantjes beschouwde Barend Biesheuvel en Wiert Berghuis als zijn belangrijkste politieke leermeesters. Biesheuvel bracht hem het vak van parlementariër bij en Berghuis vormde hem ideologisch.[3]

Behandeling van de Huurwet in de Tweede Kamer: Willem Aantjes (ARP) aan het woord, 26 oktober 1965

Bergrede[bewerken]

Aantjes werd vervolgens in 1972 ARP-fractievoorzitter, en was een van de medeoprichters van het Christen-Democratisch Appèl (CDA). Aantjes had een uitgebreid meningsverschil met achtereenvolgens KVP-voorzitter Dick de Zeeuw, die voorstander was van een "open programmapartij" en KVP-fractievoorzitter Frans Andriessen die het te ver vond gaan dat CDA-leden zich persoonlijk door het evangelie moesten laten inspireren.

Beroemd werd de rede die Aantjes hield tijdens het eerste CDA-congres, op 23 augustus 1975. In een gepassioneerde parafrase van de werken van barmhartigheid uit de evangelietekst Matteüs 25 betoogde hij hoe het evangelie het richtsnoer van een christelijke sociale politiek zou kunnen zijn. Deze rede kwam bekend te staan als zijn Bergrede, hetgeen overigens een foutieve bijbelverwijzing was. Aantjes maakte indruk met zijn toespraak, maar tegelijkertijd stemde het congres voor een formulering waarbij niet de grondslag, maar het programma doorslaggevend zou zijn voor de politiek van het CDA.

In 1977 had de ARP-politicus een voorkeur voor Ruud Lubbers als eerste lijsttrekker van het CDA, maar de top van de KVP ging daar niet mee akkoord. Uiteindelijk werd Dries van Agt naar voren geschoven als de eerste lijsttrekker van het CDA.

Na de verkiezingen van 1977 vormde het CDA een regering met de VVD, nadat onderhandelingen met de PvdA na een slepend proces waren mislukt. Aantjes was een van de weinige CDA'ers die voorstander waren van een coalitie met de PvdA. Tijdens de lange formatie was er sprake van dat hij minister zou worden in het tweede kabinet-Den Uyl, maar hiervan zag hij af. Tegen PvdA-fractieleider Ed van Thijn zei hij: "Sorry, Ed, ik ben niet bij machte een oplossing aan te dragen", Van Thijn niet-begrijpend achterlatend[4]. Aantjes zelf is altijd vaag gebleven over zijn motieven om de post te weigeren[5]. Er is gesuggereerd dat hij destijds al gechanteerd werd door de persoon die een jaar later naar buiten bracht dat hij lid was geweest van de Germaanse SS[5].

In de loop der tijd was Aantjes meer naar links opgeschoven. Hij was een van de zeven 'loyalisten' die het niet met het regeerakkoord van het kabinet-Van Agt I eens waren, maar wel het kabinet gedoogden.

Affaire-Aantjes[bewerken]

Aantjes' reputatie werd ernstig beschadigd toen het Nieuwsblad van het Noorden op 6 november 1978 berichtte dat Aantjes lid was geweest van de SS. De historicus Loe de Jong van het RIOD[6] stelde die avond tijdens een rechtstreeks door de twee Nederlandse televisiezenders uitgezonden persconferentie dat Aantjes bewaker was geweest in het nabij Assen gelegen strafkamp Port Natal en bij de Waffen-SS in vreemde krijgsdienst zou zijn geweest, zodat hij mogelijk zijn Nederlanderschap had verloren. Als gevolg hiervan trad Aantjes op 7 november af als fractieleider van het CDA. Hij werd opgevolgd door Ruud Lubbers. Op 24 november werd een opinieonderzoek gepubliceerd, waaruit bleek dat een meerderheid van de ondervraagden veronderstelde dat Aantjes door zijn tegenstanders binnen het CDA beentje was gelicht.[1]

Een onderzoek van de commissie-Enschedé naar de affaire wees een half jaar later uit dat De Jong zich had vergist en dat de door Aantjes in 1978 aan De Jong gegeven lezing van zijn oorlogsverleden juist was geweest: om uit Duitsland naar Nederland terug te kunnen keren had Aantjes zich aangemeld bij de Germaansche SS, maar hij had geweigerd daadwerkelijk dienst te nemen en was daarom in Port Natal gedetineerd.[1] De Jong erkende later dat hij enkele fouten had gemaakt.[7] Aantjes voelde zich gerehabiliteerd. Hij hoopte op een lidmaatschap van de Raad van State. Toen dat niet doorging dacht hij terug te kunnen keren als Tweede-Kamerlid, maar hoewel hij door de CDA-leden tegen het advies in van de partijleiding op plaats 35 van de kieslijst werd gezet, zag hij wegens de opschudding rond zijn persoon af van zijn kandidatuur.

Per 8 juli 1982 werd Aantjes voorzitter van de Kampeerraad. In 1987 legde hij die functie neer, zonder uitzicht op een betere functie. Vanaf september 1988 werd hij lid van de Raad voor de Volkshuisvesting; vanaf april 1990 tot 1993 was hij vicevoorzitter.

In later jaren verscheen Aantjes af en toe in de media, waarbij hij zich leek te afficheren als een elder statesman. Tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van januari 2003 had Aantjes kritiek op CDA-lijsttrekker Jan Peter Balkenende, die daarop als volgt reageerde: "Aantjes wordt binnenkort 80 jaar en vanaf deze plaats wil ik hem daarmee van harte feliciteren."

Pogingen tot eerherstel[bewerken]

Doekle Terpstra (destijds voorzitter van het CNV) vond het 25-jarig jubileum van het CDA, dat eind mei 2004 werd gevierd, een mooie gelegenheid om het goed te maken met Aantjes. In een interview met het dagblad Trouw suggereerde hij het CDA duidelijk te maken ‘dat we het bij het verkeerde eind hebben gehad, dat hem daardoor onrecht is aangedaan en dat dat ons spijt’.

De CDA-partijtop wees Terpstra's oproep echter af. Partijvoorzitter Marja van Bijsterveldt was het met leider Balkenende eens dat eerherstel helemaal niet nodig is. ‘Willem Aantjes functioneert volop als lid en neemt deel aan allerlei partijactiviteiten.’ De toenmalige fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Maxime Verhagen, vond excuses aan Aantjes om die reden ook ‘geen item’.

Aantjes liet weten ‘volstrekt passief’ met het pleidooi van Terpstra om te gaan. ‘Ik zeg niet dat het nodig is. Ik ben nu 82, het is meer dan 25 jaar geleden. Er zijn sindsdien veel belangrijkere dingen gebeurd in mijn leven. Ik kan het heel goed relativeren.’ Alleen de stelling van Balkenende dat in de partij geen gebrek aan eer is, wilde Aantjes niet onweersproken laten: ‘Zegt de premier dat? Dan heb ik iets over het hoofd gezien. Ik doe inderdaad volop mee in de partij, maar wel altijd op eigen initiatief.’

In het bijzijn van Aantjes zelf werd op 16 januari 2008 in zijn geboortedorp Bleskensgraaf een standbeeld van hem onthuld door CDA-coryfee Hannie van Leeuwen. Het beeld is een schepping van de Utrechtse beeldhouwer Dennis J. Coenraad.

Een latere directeur van het NIOD, Hans Blom, noemde in 2011 de affaire-Aantjes "het grootste bedrijfsongeluk in de geschiedenis van het Niod".[8]

Aantjes publiceert vanuit zijn ervaring als (ex-)politicus nog regelmatig opiniërende artikelen en commentaren over diverse actuele en staatsrechtelijke kwesties. Zo sprak hij zich, evenals Dries van Agt, in 2010 krachtig uit tegen samenwerking tussen het CDA en de PVV.[9] Zowel bij landelijke verkiezingen in 2006 als in 2010 gaf hij aan op de ChristenUnie te zullen stemmen.[bron?] Ook op het relatief nieuwe medium Twitter is Aantjes actief met tweets met een meest politieke inhoud.

Ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag, begin 2013, werd hij uitgebreid gevierd door zijn CDA-vrienden.

Personalia[bewerken]

Aantjes is gehuwd met de 34 jaar jongere Ineke Ludikhuize, directeur van christelijk-maatschappelijke vrouwenbeweging Passage[10]. Zij wonen in Utrecht. Zijn eerste huwelijk met Gisela Braun werd in 1995 ontbonden. Aantjes oudere broer Jan Aantjes (1920) is een voormalige burgemeester.

Onderscheiding[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]

Noten
  1. a b c Peter Bak: ‘Op twee lettertjes na. De val van Willem Aantjes’
  2. Geschiedenis24 over biografie: Roelof Bouwman, De val van een Bergredenaar. Het politieke leven van Willem Aantjes, Boom, Amsterdam, 2002.
  3. Willem Aantjes (1923), AbsoluteFacts.nl
  4. Ed van Thijn, Dagboek van een onderhandelaar, 25 mei - 11 november 1977, Van Gennep, 1977, 16
  5. a b Annet Bleich, Joop den Uyl (1909-1987); Dromer en Doener, Uitgeverij Balans, Amsterdam, 2008, 390
  6. Sinds 1 januari 1999 het NIOD geheten.
  7. Loe de Jong erkent aantal fouten in zaak-Aantjes, De Volkskrant, 5 februari 2001
  8. "Nog even (de zaak) Aantjes" De Groene Amsterdammer, 7 december 2013
  9. CDA-coryfee Aantjes stemt uit protest ChristenUnie, NU.nl, 16 april 2010
  10. 'Balkenende doet ook wel eens wat goed', Trouw, 2 juni 2010