Genderdysforie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Genderidentiteitsstoornis)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Genderdysforie
Coderingen
ICD-10 F64
ICD-9 302.85
MedlinePlus 001527
MeSH D005783
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Genderdysforie (ook wel bekend als geslachtsidentiteitsstoornis) is een gevoel van onvrede met de eigen sekse en de overtuiging tot de andere sekse te behoren: het biologische geslacht en de genderidentiteit komen niet overeen.[1] De overkoepelende term voor genderdysfore personen is transgender. Zij die een geslachtsverandering willen ondergaan of hebben ondergaan worden transseksuelen genoemd.

Symptomen[bewerken]

Genderdysfore biologische jongens ontwikkelen bijvoorbeeld het idee dat het beter is geen penis en testes te hebben. Soms menen ze dat deze lichaamsdelen wel zullen verdwijnen of krijgen ze er een hekel aan. Ze kunnen een afkeer hebben van ruwe jongensspelletjes en spelen soms liever met meisjes.

Genderdysfore biologische meisjes hebben bijvoorbeeld het verlangen of de overtuiging een penis te krijgen. Ze willen geen borsten krijgen of menstrueren. Er kan een aversie tegen zittend urineren ontstaan. Het komt ook voor dat ze zich verzetten tegen het dragen van typische meisjeskleding. Ze zijn minder geïnteresseerd in meisjesspelletjes en spelen vaak bij voorkeur met jongens.

Zowel genderdysfore jongens als meisjes experimenteren meer dan gemiddeld met kleding die traditioneel bij de andere sekse past.

Bij adolescenten en volwassenen openbaren zich verdergaande symptomen, zoals pogingen om primaire en secundaire geslachtskenmerken te verwijderen, dan wel te verkrijgen (bijvoorbeeld met hormoonkuren). Ook ontwikkelt zich vaak het gevoel in een 'verkeerd' lichaam te zitten. Biologische meisjes en vrouwen dragen soms een binder om er (met kleren aan) meer als jongen/man uit te zien.

Als iemand daadwerkelijk lichamelijk wil overgaan tot de andere sekse door middel van een operatieve ingreep, spreekt men van transseksualiteit. Genderdysforie kan samen gaan met andere symptomen, zoals depressie, angststoornissen of psychosomatische verschijnselen.

Diagnose[bewerken]

De diagnose is niet zo eenvoudig. Ten eerste wordt onderzocht of er sprake is van interseksualiteit of een psychische aandoening, bijvoorbeeld een stoornis van de lichaamsbeleving of schizofrenie. Ook moet worden uitgesloten dat de persoon alleen streeft naar de maatschappelijke voordelen die een andere sekse zou kunnen bieden, of een schijnoplossing zoekt voor niet-aanvaarde homoseksualiteit. Verder moet er sprake zijn van ernstig lijden en sociale problemen tussen de persoon en de omgeving. Het hebben van een andere identiteit dan conventioneel wordt verwacht, is op zich niet voldoende om van een stoornis te spreken.

Oorzaak[bewerken]

De oorzaak van genderdysforie ligt vermoedelijk in een verstoorde hormoonhuishouding tijdens kritische fasen in de ontwikkeling van een foetus. Wanneer hersenen in ontwikkeling blootgesteld worden aan testosteron, ontwikkelen deze zich in mannelijke richting en krijgt het kind een mannelijke geestelijke identiteit. Het kan echter gebeuren dat in deze fase het testosteronniveau niet toereikend is, met als gevolg dat het kind genderdysfoor wordt. Ook kan het gebeuren dat de foetus ongevoelig is voor testosteron. Daarnaast zijn er nog genetische varianten XX(X)Y, XYXXY (zie syndroom van Klinefelter, Intersekse, Androgeenongevoeligheidssyndroom). Ook hierdoor kunnen kinderen genderdysforie ontwikkelen.

Foetaal testosteron zou ook de verklaring kunnen zijn voor het feit dat autisme vaker voorkomt onder transgenders dan onder de rest van de bevolking. Zo zou in het geval van bijvoorbeeld autistische transmannen (die dus als vrouw zijn geboren) een hoog testosterongehalte ten grondslag kunnen liggen aan zowel hun autisme als hun genderdysforie.[2]

Van bepaalde medicijnen is inmiddels bekend dat deze de testosteronhuishouding in een foetus ernstig kunnen verstoren. Wanneer de moeder deze tijdens de zwangerschap slikt, kan dat dus een genderdysforie bij het kind veroorzaken.

De hypothese van Vilayanur Ramachandran stelt dat er een blauwdruk van het lichaam aanwezig is in de hersenen.[bron?] In het geval van genderdysforie dus een tegenovergestelde blauwdruk t.o.v. het lichamelijk uiterlijk dat er in werkelijkheid is ontstaan bij de geboorte.[bron?]

Genderdysforie bij kinderen[bewerken]

1rightarrow blue.svg Voor meer informatie over de behandeling zie de pagina Transseksualiteit

Tegenwoordig kunnen genderkinderen al vroegtijdig hulp krijgen van het genderteam van het VU medisch centrum. In eerste instantie moet uitgesloten worden dat er sprake is van een psychiatrische stoornis, waarbij waanbeelden over genderidentiteit een rol spelen. Ook moet uitgesloten worden dat homoseksualiteit verward wordt met genderdysforie.

Over de wenselijkheid van een lichamelijke transitie van genderdysfore kinderen bestaat enige controverse, wat te maken heeft met de vraag hoe stabiel hun gevoelens zijn. De vraag dient zich dan ook aan of zo'n transitie niet te rigoureus is als zulke kinderen, volgens een van de studies over dit onderwerp, zich in ruim vier op de tien gevallen na hun zestiende verjaardag niet meer genderdysfoor voelen.[3] Door andere onderzoekers worden deze bevindingen echter in twijfel getrokken.[4]

Controverse over 'rapid onset of gender dysphoria'[bewerken]

Volgens een in augustus 2018 in PLOS ONE gepubliceerde studie van Brown University zeggen veel kinderen die hun geboortegeslacht nooit eerder ter discussie hadden gesteld plotseling zich transgender te voelen nadat een of meer leden van hun vriendengroep hetzelfde hebben gedaan. Dit bleek echter niet gebaseerd op klinisch onderzoek onder de kinderen zelf, maar op een enquête onder ouders van die kinderen. Enkele dagen na de publicatie kwam er een storm van kritiek op de methodologie en uitleg van het onderzoek. Kort daarop trok PLOS ONE het artikel weer in. Na correcties door de redactie werd in maart 2019 een herziene versie gepubliceerd. Een van de conclusies daarvan luidt dat meer onderzoek nodig is naar het effect van sociale beïnvloeding, slechte copingmechanismen, de houding van de ouders en de gezinsdynamiek op de ontwikkeling en duur van genderdysforie bij pubers en jonge volwassenen.[5][6]

België[bewerken]

Het Belgische expertisecentrum voor genderdysforie in het Universitair Ziekenhuis Gent is sinds 1988 actief. Het beschikt over een multidisciplinair team bestaande uit psychologen, psychiaters en endocrinologen voor de begeleiding van genderdysfore personen. Hier kiest men steeds minder vaak voor psychotherapie maar behandelt men de patiënt met remmende hormonen.[bron?] Indien de patiënt hierna van geslacht wil veranderen begeleidt het centrum hem of haar hierbij.

Zie ook[bewerken]

Oudheid: Oude Rome · Oude Egypte

Middeleeuwen:


Vroegmoderne tijd: Rusland

Moderne tijd: Nazi-Duitsland · Rusland · Sovjet-Unie

Heden: Nederland · Rusland ·

Sierra Leone